Bidden voor Assomidin

Ik lig nu al een paar dagen in het UMC. Vijf dagen lang krijg ik daar een uur per dag medicatie via het infuus. Om de ontsteking die nog steeds in mijn ruggenmerg sluimert af te remmen. Hopelijk stopt dat de terugvallen.

De Prednison die in mijn lijf druppelt heeft als prettige bijwerking dat ik er high van wordt. Bij eerdere keren werd ik helemaal euforisch. Dat is op dit moment minder, maar nu ben ik aan het trippen. Het lijkt wel of alles samenvalt, of alles plotseling in een vanzelfsprekend verband staat. Alles wat ik hier op de Verpleegafdeling Neurologie meemaak, alles wat ik aan het lezen ben en waar ik de laatste tijd over aan het denken ben. Het valt bijna vanzelfsprekend als puzzelstukjes in een grote puzzel samen.

Het kan dus zijn dat je niets snapt van het verhaal dat volgt. Ik wens je desondanks veel leesplezier.

Hans.

 

"Ik bid Vader, dat uw aanwezigheid deze kamer vult."

Ze waren met vijf man sterk onze gezamenlijke kamer binnen komen vallen. Jonge mannen. Luidruchtig pratend, nieuwsgierig rondkijkend. één van hen in een rolstoel. Hem heb ik gisteren en eergisteren toen ik hier aankwam in het UMC op de Verpleegafdeling Neurologie ook al gezien. Hij heet Leo en heeft een harde stem.

We zijn met vier patiënten op de kamer. Drie hoog. Grote ramen geven veel licht en kijken uit op het groen en de gebouwen van De Uithof.
We liggen alle vier in of op ons bed. We kunnen naar elkaar kijken als de licht-geel gekleurde afscheidingsgordijnen open zijn geschoven. Soms gaan ze dicht voor de privacy. Alleen het gordijn tussen mijn buurman en mij is altijd dicht. 

Het vijftal loopt door de kamer recht op mijn buurman af.

"Ha Asso." roept Leo luid. "Hoe gaat het ermee, vriend?" De anderen joelen mee.

"Hij slaapt nog steeds." hoor ik zijn moeder zuchten. Ik zie haar niet. Ze zit achter het gordijn aan de andere kant van het bed van Asso. Ze zit bijna de hele middag al. Andere dagen soms ook al 's-ochtends.

"Zet hem rechtop." roep er een. Dan moet hij wel wakker worden.

Ik hoor het bed scharnieren en ik hoor ze aan de patient trekken.

"Wakker worden."

"Je moet harder schudden." roep Leo vanuit zijn rolstoel.

"Ik bid Vader, dat u aanwezigheid en liefde ook Asso vervult."

Asso heeft een zeldzame slaapziekte bovendien heeft hij verlammingsverschijnselen. Hij is een jongen van net twintig. Af en toe zie ik hem. Hij steekt alleen met zijn blozende dikke kop met pikzwart haar boven de dekens uit. De ogen dicht. Maar meestal zie ik hem niet omdat de gordijnen gesloten zijn. Maar ik kan alles horen. Op de zeldzame momenten dat hij wakker is spreekt hij Russisch met zijn moeder. Ik hoor alles, of ik wil of niet. De artsen die alles uitleggen. De vragen van zijn moeder. Ook al zou ik het echt niet willen, dan schreeuwt Leo wel zo hard dat ik het moet horen. Want Leo komt elke dag 's-middags op bezoek. Dan wil hij alles tot in detail horen en bespreken. Ook met de artsen die langs komen. Als Leo langs komt slaapt Asso. Door luid te roepen weet Leo Asso in een soort half-waken toestand te krijgen.

Er is hier geen privacy als het om geluid gaat.

Het geluid gaat de hele dag door ook als Leo er niet is en Asso slaapt. Want ook de vriendin van de moeder komt regelmatig langs. Dan praten ze gezellig door in het Russisch. En als er niemand op bezoek is dan praat de moeder gezellig uren achtereen over de telefoon. Met Mama. Die staat permanent op de luidspreker. Want af en toe wordt Asso wakker geschud en wakker geroepen en dan brabbelt hij wat terug. Meest al in het Russisch.

Maar nu staan vijf man aan zijn bed die er alles aan doen de ogen van Asso geopend te krijgen. Het lukt.

"zuster, zuster." roep Leo boven het lawaai uit. "Wil je een foto van ons maken?!"

Broeder Theo komt de kamer binnen. Hij wil dat wel doen en klimt onder luid gejoel op de tafel en maakt een paar foto's met de smartphone van Leo.

Kennelijk slaapt Asso al weer want Leo roept "Kom we moeten weer gaan. Hij is moe en moet slapen."

Dan vraagt hij aan de anderen. "Zullen we nog bidden?" Ze mompelen wat en knikken.

Hardop en luid spreekt Leo zijn gebed uit. Dat doet hij elke dag voor hij weer in zijn rolstoel vertrekt.

"Amen." Zeggen ze allemaal en lopen de kamer uit.

"Ik bid Vader, dat uw aanwezigheid ons op mag beuren en kracht geven."

Het UMC is een academisch ziekenhuis, dat is ingericht met de modernste technische hulpmiddelen. Hersenchirurgie gebeurt aan de lopende band. Naast elk bed staat een infuuspomp en -monitor. Op de panelen achter de bedden kan een complete intensive care worden aangesloten. Voor mijn neus hangt aan een zwengel een aanraak-monitor met toetsenbord eronder waarop ik dagelijks mijn maaltijdkeuze voor het avondeten kan opgeven en kan tv kijken. Operatiekamers, administraties en keukens zijn ingericht als volwaardige fabrieken en kantoren waarin de meest geavanceerde technologie is toegepast.

Artsen, verpleegkundigen, schoonmakers en huishoudelijk personeel rent af en aan om uitslagen te bespreken, bloed te prikken, bedden en patiënten te verschonen, drank en voedsel rond te brengen en ga zo maar door. Meestal is er ook nog bezoek dat de kamer vult met zorgen en gesprekken. Regelmatig neemt een arts zijn artsen-in-opleiding mee of zelfs een volledige klas met studenten. Allemaal in witte jassen. Er is geen moment rust. Ze komen met verrijdbare computers, barcode scanners, bloedrukmeters, bloedsuikermeters, tilften en andere hulpmiddelen.

Alles wordt gemeten, opgenomen en digitaal geregistreerd.

Hier wordt het maximaal mogelijke gedaan om de patiënt op te lappen. Als het hier niet lukt dan lukt het nergens. Wat kan een gebed daar nog aan bijdragen zou je denken.

"Ik bid Vader. dat u Asso de kracht geeft om weer de oude te worden. Weer krachtig te lopen en weer alert te worden zoals hij was."

Ik ben een boek aan het lezen met artikelen over kunstmatige intelligentie in de sensoren en programmatuur van computers en robots. Een van de schrijvers meent dat de kunstmatige intelligentie die in de computers en robots wordt gestopt een verrijking en een uitbreiding is van je geest, en zich steeds verder uitstrekt in de omgeving, en daarmee tevens onderdeel wordt van een collectieve Geest (let op de hoofdletter!) waarvan de individuele geest onderdeel is. Dan is de stap naar God snel gemaakt. Deze grotere Geest is wat sommige mensen misschien met God bedoelen, oppert de schrijver. Ik hoor de echo van Hegel.

Wat voegt het bidden van Leo daar nog aan toe als de Geest druk met de nieuwste stand van de techniek met ons bezig is om zelfbewust te worden en letterlijk uit te dokteren wat wij als patiënten mankeren en vervolgens te opereren en van medicatie te voorzien en mogelijk te genezen?

Een andere schrijver ziet grote bedreigingen voor de mensheid. Want de computers en robots verstaan ons niet. Althans onvolledig. Want ze spreken een andere taal waarin emotie, intuïtie, creativiteit, aanraking, empathie, mededogen, lust, liefde, schoonheid, levensdoelen en zingeving geen plaats hebben.
Wij hebben er millennia over gedaan om met ontwikkeling van taal onderling, van geest tot geest, te kunnen communiceren en onze geschiedenis en cultuur op te schrijven en door te geven. De computers en robots worden in korte tijd steeds intelligenter. In veertig jaar tijd is die intelligentie ontwikkeld die nu in staat is om in hoge snelheid gegevens te verwerken die overal worden verzameld met videobeelden in straten, winkels en gebouwen, Twitter-boodschappen, Facebook pagina's, medische en talloze andere wetenschappelijke databases en ga zo maar door. De opslagcapaciteit van de cloud groei dagelijks in exponentiële vaart. De kwantumcomputer staat voor de deur. Die kan nog meer gegevens tegelijkertijd in duizelingwekkende vaart combineren en analyseren. De digitale wereldoorlog is al gaande. In handen van criminelen of ondemocratische overheden wordt een wereld geschapen waarbij 1984 van Orwell verbleekt.

Daar tegenover staat dat de kwantumcomputers, en de overvloed van digitale gegevens nieuwe verbanden opspoort die een arts nooit zou vinden. Ziektebeelden worden á la minuut omgezet in diagnoses en behandelplannen. De moneculaire bouwstenen van het leven worden ontrafeld, en gentherapie en ontwikkeling van nieuwe chemische drugs voor een zeer gerichte behandeling van ziekten komt in een tot voor kort ondenkbare stroomversnelling.

Weer een andere artikel laat zien dat er nu al programma's zijn die computers zelfstandig kunnen laten leren en zelfstandig beslissingen laten nemen. Het is slechts een kwestie van tijd dat de computers onderling gaan communiceren en leren, en samen beslissingen gaan nemen. Dat de Amerikaanse drones automatisch en op gezamenlijk eigen initiatief op hun doelen gaan schieten omdat het computeralgoritme waarmee ze de visuele data analyseren vijandelijk gedrag constateert.

Maar hoe zien die beslissingen eruit als de computers wel de gegevens kunnen verwerken tot werkbare uitkomsten maar niet de menselijke taal begrijpen? Als ze uiteindelijk tot de conclusie komen dat ze zichzelf ook zonder de mens kunnen blijven ontwikkelen? De schrijver pleit ervoor dat we een nieuwe taal ontwikkelen waarin de menselijke emoties en drijfveren kunnen worden gecodeerd en die computers kunnen verwerken. Daarmee kunnen de mensen deelgenoot blijven van de ontwikkeling van de computers en de computers omgekeerd in hun ontwikkeling de menselijkheid meenemen.

Ik zie het beeld voor me van een de robot-arts die aan mijn bed komt en uitlegt wat er allemaal met me aan de hand is. Die mijn angsten begrijpt. Die uitlegt wat mogelijk is en wat niet. Zoals de zaalarts, die zojuist aan mijn bed stond en er in alles blijk van gaf dat hij begreep wat ik voelde, en de antwoorden gaf waarom ik vroeg.

"Ik bid Vader, dat we weer gezond samen kunnen komen in ons huis in plaats van te verblijven in het ziekenhuis."

De moeder van Asso is niet zo assertief als Leo. De arts van Asso staat aan zijn bed. Hij ligt hier al 9 dagen. Elke dag heeft Asso een zogenaamde slaap-episode en ze verwachten er maximaal 19. Dan is de ziekte uitgedoofd. Dus hij kan eigenlijk nu naar huis als hij dat wil.

"Ja, ja." Murmelt de moeder.

"Geen sprake van." roept Leo luid en duidelijk. "Hij kan niet naar huis. Zie je dat voor je? Ze heeft thuis ook nog kinderen. Hij moet elke dag een uur zitten en van zijn bed in zijn stoel gehesen worden. Hij kan niet zelfstandig katheteriseren. Hij moet gevoerd worden omdat hij inslaapt en kan stikken. Hij moet wakker gehouden worden... Hij moet.... Wat denk je wel? Naar huis? Geen sprake van. Zoek maar een betere oplossing."

De arts knikt en druipt af. Dit is patiëntenregie in de praktijk. Dit is conform het adagium van het UMC: de patiënt is de deskundige, de arts is de specialist. Het UMC lijkt wel een communistische maatschappij: ieder naar zijn vermogen en elk naar zijn behoeften. Speelt geld geen rol meer? Of toch?

Leo sluit voor hij vertrekt af met een uitvoerig gebed.

"Ik bid Vader, dat we een weg vinden om de vijand die we nu tegenkomen te verslaan."

De televisie van Asso staat luid aan. Zijn moeder probeert hem wakker te houden door voortdurend op hem in te praten. Zonder succes. GTST schalt door de kamer als ook zij vertrekt. Straks speelt Ajax tegen Tottenham Hotspur.

Ik spreek haar aan. "Kan Asso geen koptelefoon opzetten zoals iedereen hier doet?"

"Hij is verlamd aan zijn armen." antwoord ze.
Zonder iets aan het geluid te doen en zonder me aan te kijken vertrekt ze.

Even later zet broeder Theo op mijn verzoek de televisie uit. Asso slaapt lekker door. Eindelijk rust.

Om half elf heb ik mijn boek over kunstmatige intelligentie uit. Na bezoek aan de badkamer kruip ik onder de dekens. Het is half twaalf als zuster Michaela verschijn en alle lichten dooft. Ze is de rest van de nacht onze beschermengel.

Om twee uur wordt ik wakker van de pijn. Ik ben mijn pijnstiller vergeten in te nemen. Een anti-depressivum dat ook goed werkt tegen neuropatische pijn. Ik neem hem alsnog met wat water in.

Het is donker en stil als ik weer in slaap sukkel. Plotseling begint de infuuspomp van Asso spontaan te tuteren. Ik wacht tot Michaela komt om hem uit te zetten. Maar ze komt niet. Ik druk op mijn bel. vijf minuten herrie later komt ze de pomp uitzetten.

Weer gaat een half uur voorbij. Dan begint mijn infuuspomp spontaan vlak naast mijn oor te gillen. Weer komt Michaela hem afzetten. Ze begrijpt het ook niet. Welke duistere krachten vullen de kamer en zijn hier aan het werk?

Het is drie uur als de infuuspomp van mijn overbuurman luidruchtig gaat piepen. Het lijkt alsof hij er doorheen slaapt. Maar ik ben weer klaar wakker. Wat is dat toch met al die storingen klaagt Michaela.

Ik slaap niet meer en zie alleen maar nieuwe verbanden met oude gedachten. De menselijke geest gebruikt nog geen fractie van de mogelijkheden van zijn verstand en hersenen.

De Geest is nog aan het leren en experimenteert met storingen. We zijn voor de Geest als de muizen, ratten en apen in de laboratoria van de farmaceutische industrie en de proefdieren van de wetenschap. Het noodlot is nog niet onder controle.

Heeft het dan toch zin om te bidden? Maar dan om ons te behoeden tegen het noodlot dat de schikgodinnen over ons afroepen?

"Ik bid Vader, dat u Asso met het bloed van Jezus overgiet."

Het is al over vieren als de deur van de kamer weer open gaat. Het licht van de gang valt naar binnen. Michaela komt binnen en loopt met haar zaklamp naar het bed van Asso. Dat doet ze om de twee uur, om te controleren of alles goed met hem gaat.

Als ze vertrokken is begint Asso in zijn slaap te praten. Dat doet hij twee keer per nacht. Het is alsof hij met iemand aan het telefoneren is. Korte zinnen, pauzes alsof de ander dan tegen hem praat. Ik kan het niet verstaan. Het is een mengeling van Russisch en Nederlands. Hij valt weer stil.

Even later staat mijn andere overbuurman op en gaat naar de wc. Hij doet zijn scherpe lamp boven zijn bed aan. De lamp begint onregelmatig en irritant te knipperen. Ik druk op mijn bel, maar Michaela komt niet.
Tien minuten later brult de wc en mijn overbuurman komt terug en kruipt weer in bed. De lamp blijft ondraaglijk fel knipperen totdat mijn engel Michaela hem eindelijk komt uitdrukken. Haar handen omhoog heffend vertrekt ze weer.

Om zes uur vat ik een lichte slaap, tot half zeven Michaela weer een controle ronde doet. Ze rijdt op haar rubberen wieltjes bijna geruisloos de kamer in. Haar ogen lichten zacht rood op als ze haar hoofd naar me toedraait.

"Ik zie dat je nog niet slaapt Hans." zegt ze met haar aangename stem. "Het spijt me dat ik de storingen aan de apparatuur niet heb kunnen voorkomen. Maar dat is verleden tijd. Kan ik je helpen met een slaapmiddel?" Ze strijkt zachtjes over mijn haren. Ik zweef een eindeloze ruimte binnen waarin niets is en alles is vergeten.

"Ik bid Vader, dat we de wegen die goed zijn bewandelen, en dat we de wegen van de bijbel mogen bewandelen."

Ik hoop dat het gebed van Leo wordt verhoord maar ik vermoed dat niet God maar de wetenschappelijke Geest met een oplossing zal komen. Het maakt me eigenlijk niet uit wie het doet.

Ik bid en hoop dat we snel onze menselijke waarden kunnen vertalen in voor computers te verwerken codering. Dat onze kinderen en onze kleinkinderen daarmee gelijkwaardig zullen communiceren met de Geest in de computer.

Ik hoop en ik bid dat wij zo doende onze menselijke waarden en kenmerken mee ontwikkelen in dit zelfbewustwordingsproces en niet aan de kant staan als nutteloze en overbodige overblijfselen van de evolutie.

"Ik dank u Vader voor uw aanwezigheid in deze kamer. Amen"

2 mei 2019

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.