Toeval bestaat niet!

 

Af en toe krijg ik het gevoel dat iets of iemand mijn leven regelt. Vooral de laatste tijd maak ik dingen mee die geregisseerd lijken te zijn. Dan vallen omstandigheden, tijdstippen en gebeurtenissen als stukjes van een puzzel in elkaar. Alsof ze voorbestemd zijn. Hoe meer ik er op let, des te meer het me opvalt.

Mijn ontmoeting met Gijs lijkt wel zo'n voorgeprogrammeerde gebeurtenis. Alsof hij wel plaats moest vinden, terwijl wij beiden er niet op hebben aangestuurd.

Huisgenoten

Ik zag Gijs voor het eerst 's-ochtends aan het ontbijt in de eetkamer. Net als ik verbleef hij in februari en maart van dit jaar in revalidatie-instelling De Hoogstaat in Utrecht.

Hij schoof stilletjes met zijn elektrisch aangedreven rolstoel naast me aan tafel. Bedachtzaam pakte hij de verschillende ontbijt ingrediënten. Ik keek toe.

"Ik volg een caloriearm dieet." sprak hij op verontschuldigende toon.

Hij lachte met twinkelende ogen door zijn gelig metalen bril.
Hij was klein, dik. Hij had een bol gezicht en een gelige huid.

"Koolhydraten arm." herhaalde hij. Hij pakte de vleeswaren en nam de hele stapel met plakjes ham en schoof die op zijn bord.

Er stond ook een rauwkost salade op tafel. Gesneden groenten in een zoetzure saus. Hij schepte alles op zijn bord. 

Buurtgenoten

Ik weet niet meer hoe we op het gespreksonderwerp kwamen, maar ik vroeg waar hij vandaan kwam. Hij was in Delft geboren. Net als ik. Dat kan voorkomen. Ik vroeg waar hij dan in Delft had gewoond. Aan de Insulindeweg nummer 17. Ik in de straat die achter de Insulindeweg lag. De Soendastaat. Op nummer 9.
We kwamen er achter dat onze achtertuinen aan elkaar grensden. We ontdekten dat hij niet ver van de plek geboren was waar ik vier jaar later op de wereld kwam.
We verbaasden ons over het toeval. We waren tweehonderd meter van elkaar geboren en hadden tien jaar lang op tien meter van elkaar gewoond.

We moesten naar onze therapie en spraken af die avond het gesprek voort te zetten. Hij rolde zijn rolstoel naar achteren en vertrok.

Dichtbij en ook ver weg

Onze avonden veranderden in weemoedige reizen naar ons gemeenschappelijk verleden.

Maar uit alle herinneringen en anekdotes bleek al snel dat we wel vlak naast elkaar woonden, maar in verschillende werelden leefden

In die tijd, in de jaren zestig, trok de verzuiling nog scherpe grenzen tussen bevolkingsgroepen. Een lange smalle doorgang scheidde niet alleen onze tuinen maar was ook de scherpe scheidslijn tussen katholiek en protestants. Tussen wij en zij. Tussen onze Soendastraat en hun Insulindeweg.

We leefden langs elkaar heen. Natuurlijk telde ook mee dat Gijs vier jaar ouder was dan ik. In de pubertijd is dat een eeuwigheid. 

De poort / de gang

We moeten elkaar dagelijks, in ieder geval wekelijks, zijn tegengekomen in die lange smalle 'poort' zoals wij onze achterom noemde. Het pad was wel tweehonderd meter lang met aan beide zijde hoge houten schuttingen met deuren naar de tuinen.
Maar we zagen elkaar niet.
Gijs begreep niet wat ik bedoelde met 'poort'. Voor hem was het 'de gang'.

Hij ging naar de protestantse school aan de Brasseerskade. Ik naar de katholieke Maria school aan 't Verlaat.
Ik had mijn vriendjes in de Soendastaat, in de Timorstraat en zelfs in de Molukkenstraat. Niet in de Insulindeweg, en zeker niet verderop. Dat was een andere buurt.

"Daar Wonen de Protestanten." zei mijn moeder, met een afkeurend trekje om haar mond. "Daar speel je niet mee!"
Het was geen dreigement. Het was een nuchtere constatering.

Toch was het ook onze gemeenschappelijke wereld. Alle twee hebben we staan luisteren naar het Hammondorgel van de familie van Rossum aan het einde van de Soendastraat, waar mijn poort en zijn gang begon. Daar is onze liefde voor die mooie eigenzinnige klank ontstaan. Hij kreeg pianoles van Hein de zoon van mevrouw De Boer, mijn buurvrouw  en zijn achterbuur. Veel later speelde mijn kleine zusje bij een vriendinnetje aan de andere kant.

Af en toe werd de scheiding letterlijk over de schuttingen heen bevestigd. Door mevrouw Hulzinga die Gijs' vader ten overstaande van een buurvrouw luidruchtig beledigde. Dat eindigde in een rechtszaak en een veroordeling wegens smaad.

Maar over het algemeen gingen de twee werelden los van elkaar zonder wrijvingen hun eigen weg.

Twee meter

Op een ochtend kwam een verpleegkundige aan mijn bed. "Zou je willen verhuizen?"

"Verhuizen?" echode ik. Mijn kamer was lekker groot. Ik had een eigen badkamer. Mijn kamergenoot snurkt weliswaar hard, maar daar was ik aan gewend geraakt.

"We hebben een patient in Kamer 606 die klaagt over lawaai 's-nachts van het bed van zijn kamergenoot."

Ik begreep het. Ook mijn kamergenoot had een bed met opblaasmatras, dat permanent op sterkte gehouden werd door een zacht snorrende luchtpomp. Nu wilden ze die luchtpompen op één kamer hebben.

Dezelfde ochtend nog verhuisde ik. Tot mijn verbazing naar de kamer van Gijs. Samen verwonderden we ons over dit wonderlijke toeval.

"Toeval?" zei Gijs. "Daar geloof ik niet in. Ik ben niet religieus. Maar ik heb aan de kosmos gevraagd of ik nog een keer terug kon gaan naar waar ik ben opgegroeid. En kijk. Daar ben je!"

Het beste ervan maken

Gijs had een zachte maar nadrukkelijke stem. Zijn innemende lach was voortdurend aanwezig.
Al vijftien jaar probeerde hij de kanker in zijn prostaat de baas te worden. Nu zat het overal. Sinds kort ook in zijn ruggenmerg. Het lopen ging steeds moeilijker en er was pijn bij gekomen. Daarom was hij in De Hoogstraat. Hij zat midden in een chemokuur. Hij vertrok regelmatig 's-ochtends met de ambulance en kwam 's-avonds terug. Dan was hij een paar dagen doodziek.

Zo ging de tijd voorbij en zag ik hoe hij een portret van zijn Rita schilderde, of ik luisterde met de andere aanwezigen in de eetruimte naar zijn improvisaties op de piano. Dat ging nog heel goed vanuit zijn rolstoel. Hij genoot zichtbaar van alles wat hij deed.

"Het heeft geen zin om te klagen." zei hij.
"Je kan je tijd beter besteden en er het beste van maken."

We haalden nog meer herinneringen op.
Over het strenge godsdienstige regime bij hem thuis. Elke zondag reden ze met de auto naar de Zuid-Hollandse eilanden. Daar predikte ergens een dominee die streng genoeg was in de ogen van zijn ouders.
Over het Rijn-Schie kanaal waarin hij wel eens zwom bij de vlonder waarop ik viste. En nog vele andere herinneringen en anekdotes.

Ver weg en dichtbij

Onze levenslijnen bewogen zich in een golfbeweging steeds dichter naar elkaar toe. De afstand verdween in ruim vijftig jaar van tweehonderd meter naar twee meter. Van een paar straten er tussen, naar een achtertuin er tussen, naar de afstand tussen onze bedden. We ontdeden ons van het religieus keurslijf en kwamen bij toeval met elkaar in contact.

Ook bij toeval, werden we beiden op dezelfde dag ontslagen uit De Hoogstraat. Hij ging terug naar Barneveld ik naar Amersfoort.

Maar nu was de afstand overbrugd. De verbinding was gelegd. Met gedeelde herinneringen en af en toe Whatsapp.

Tot ik het bericht kreeg dat Gijs 15 mei is overleden

De afstand die ons nu scheidt is oneindig groot. Toch zijn we dichter bij elkaar dan ooit tevoren.

9 juli 2019

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.