De noodlottige elro

Gabbie

"Ik ben Gabbie" zei ze toen ik op mijn eerste dag met mijn rolstoel plaats nam aan de rijk voorziene lunchtafel in de gezamenlijke eetkamer van De Hoogstraat. Ze zat aan de kop van de tafel; ik aan de lange kant.

Ik verstond haar niet goed. "Gaby?"

"Nee, Gabbie!" zei ze nadrukkelijk. "Niet op zijn Engels, maar op zijn Nederlands: Gabbie."

Ik begreep het en herhaalde haar naam. Ze knikt met een glimlach.

"Ja. Gabbie."

Ik stelde me ook voor.

Nefertete

Ze was een kleine, tengere, breekbare, wat oudere vrouw. Ze had een dikke, beige kleurige steunkraag om haar nek, waardoor ze alleen heel voorzichtig haar hoofd in mijn richting kon draaien. Twee vriendelijke en tegelijk waakzame grijsblauwe ogen keken me geïnteresseerd aan. Met haar opgeheven hoofd en naar voren stekende puntige kin, leek haar gezicht op dat van de Egyptische koningin Nefertete, zoals we dat kennen van de bekende buste. Maar dan met een gebogen neus, ouder, minder glad en met losjes in een korte staart samengebonden mooi krullend lang grijs haar.

In een elro

Ze zat in een elektrische rolstoel. Haar rechter hand rustte op het bedieningspaneel: een pookje voor het sturen, en voor het naar achteren gaan of naar voren gaan, en een paar knopjes. Haar verlamde arm rustte in een soort u-vormige beugel. 

Ze pakte met haar goede linker hand de verlamde rechterhand van het bedieningspaneel en schoof die in een speciaal voor haar aangepast heft van een lepel en nam voorzichtig een hapje uit het bakje yoghurt dat voor haar stond.

We raakte aan de praat over van alles en nog wat. Haar wortels, die reikten tot in diverse Europese landen. Haar aandoening. Ze was een paar weken geleden ongelukkig gevallen en had een incomplete dwarslaesie in haar nek. Gelukkig herstelde ze, en nu kon ze heel voorzichtig weer haar verlamde hand en been bewegen.

Naar huis

In de twee weken die volgden zag ik haar vaak terug. In de eetkamer aan tafel, of in de grote oefenruimte voor ons onderdeel fysiotherapie.

Ik maakte kennis met haar jongere zus. Die is in veel opzichten haar evenbeeld, alleen met pikzwarte opgestoken krullende haren en zwarte Egyptische lijnen rond haar grijsblauwe vragende ogen, waarin je zo zou willen verdrinken. En ook met haar dochter die een nog jonger evenbeeld is. Een gezellig stel.

De kraag ging er al na een paar dagen van af. Dat versterkte bij mij alleen nog maar het beeld van Nefertete. Ze stond op van de elektrische rolstoel en liep steeds beter achter een rollator, of zelfs zonder rollator tussen de lange houten leggers van de oefen loopbrug.

Naar de eetkamer kwam ze echter steevast met haar elektrische rolstoel. Eten deed ze inmiddels met gewoon bestek. Het ontslag uit De Hoogstraat was aanstaande.

Het noodlot slaat toe

Ik was er niet bij toen het gebeurde. Ton vertelt het een dag later. Hij is nog steeds geschokt.

Gabbie komt in haar elektrische rolstoel de eetkamer ingerold. Haar zus is even naar haar kamer gegaan. Ze zijn buiten geweest en ze heeft een jas aan. Ze lacht als altijd. Ze mag binnenkort naar huis.
Ze staat op om haar jas uit te trekken. Ze kijkt naar de warme middagmaaltijd die op tafel staat te wachten.
"Wat eten we vandaag?" vraagt ze zich hardop af.
Met een zwaai trekt ze haar jas weg. De jas blijft steken achter het pookje van de handbediening. De rolstoel begint te rijden en draait weg. Ze valt en hoort een knak in haar heup. Ze ligt hulpeloos op de grond en roept. "Ik heb mijn heup gebroken."

Ton kan de tranen in zijn ogen niet bedwingen en ik evenmin.

Gabbie ligt nu in het ziekenhuis. Ik hoop dat ze snel en voorspoedig kan gaan revalideren en dat ik haar binnenkort weer in haar elro zie binnenrijden in de eetkamer van De Hoogstraat.

 

10 maart 2019

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.