De tovenaarsleerling

Kort geleden vond ik in een hangmap dit spookjesverhaal. Ik schreef het twintig jaar geleden. Het is een echt feel-good verhaal. Hopelijk tovert het een glimlacht op je gezicht in deze sombere tijden van sociale onthouding.

Veel leesplezier, Hans

De tovenaarsleerling

Zonder geduld en oefenen kom je er niet

Er was eens een tovenaar die een leerling had. Die leerling heette Johannes.

Op zekere dag riep de tovenaar zijn leerling bij zich. Hij sprak “Johannes, je bent nu een jaar bij mij in de leer en ik wil graag van je weten wat je nu in dat jaar hebt geleerd.”

Johannes schrok van die vraag. Hij stotterde “Wat ik heb geleerd?” Hij kreeg een rood hoofd. Honderd gedachten flitsten door zijn hoofd. Zijn meester had bij aanvang van de leertijd gezegd dat toveren spannend was, en ook dat je veel geduld moest hebben en veel moest oefenen. Maar hij vond het helemaal niet spannend.

“Wel?” sprak de tovenaar bemoedigend.

“U heeft me spreuken geleerd meester.” begon Johannes voorzichtig.
Hij vertelde er niet bij dat hij niets aan die spreuken had gehad. Elke keer als hij moeizaam een spreuk uitsprak had hij met spanning gewacht op wat er gebeurde. Maar er gebeurde niets. Of hij die onuitspreekbare formules nu fluisterde, brabbelde, bromde of uitschreeuwde, er gebeurde helemaal niets.
“Heb geduld.” sprak de tovenaar elke dag. “Zonder geduld en oefenen kom je er niet.”

Binnenkort kan jij toveren
Dus oefende hij elke dag twee uur aan een stuk totdat zijn meester hem met een kort gebaar van zijn hand liet stoppen.
Om de lessen te betalen werkte hij de rest van de dag als hulp in de huishouding en kookte hij voor de tovenaar.

“Wat heb je van die spreuken geleerd?” onderbrak de tovenaar zijn gedachten.

Johannes besloot om eerlijk te zijn en sprak “Niets meester, helemaal niets.”

De tovenaar fronste even met zijn linker wenkbrauw en keek Johannes afwachtend aan.

“Hoe kan ik nu leren toveren,” sprak Johannes opstandig “als ik elke dag spreuken moet opzeggen die nergens toe dienen. Zo verander ik in nog geen honderd jaar een kikker in een prinses.”

De tovenaar moest glimlachen. “Heb geduld Johannes, en veel oefenen.” sprak hij, en raadselachtig voegde hij er aan toe “Je gaat goed vooruit. Binnenkort kan jij toveren.”

Het grote boek

De tovenaar stond op van zijn zetel en zei. “Ik ga vandaag naar de stad. Vanavond kom ik terug. Oefen goed als ik weg ben, want morgen mag je voor het eerst oefenen met het grote boek.”

“Het grote boek?” fluisterde Johannes. Een opgewonden gevoel overviel hem. Het grote boek bevatte alle spreuken. Het grote boek hield zijn meester achter slot en grendel. Alleen hij mocht er naar kijken, maar hij gebruikte het nooit omdat hij alle spreuken uit zijn hoofd kende. Het grote boek, het grote boek zong door zijn hoofd.

De tovenaar stond op van zijn zetel.

“Goed oefenen Johannes.” Herhaalde de tovernaar. “Praat niet met de tovenaar van Gemak.” Waarschuwde hij “Want hij vertelt alleen maar leugens.”
Toen hij dat gezegd had bracht hij zijn handen naar zijn slapen en prevelde hij op zachte dwingende toon een toverspreuk. Een seconde later was hij verdwenen.

De twijfel slaat toe

Opgewonden begon Johannes te oefenen. Hij kende inmiddels wel meer dan duizend spreuken uit zijn hoofd. Het grote boek zou leren hoe hij ze moest gebruiken.
Een voor een sprak hij ze uit terwijl hij bezwerende gebaren maakte naar de poes en zo goed mogelijk het stemgeluid van zijn meester imiteerde. Maar de poes bleef zacht snorrend in zijn mand liggen. Na honderd spreuken begon de twijfel aan Johannes te knagen. Wat had hij aan een toverboek als hij al die spreuken al uit zijn hoofd kende? Zijn meester gebruikte het boek toch ook nooit. Waarom zou hij het dan wel moeten gebruiken. Na de driehonderdste spreuk gaf hij het op. Hij viel vermoeid in de zetel van de tovenaar. Mismoedig staarde hij voor zich uit.

Een huishulp voor een paar toverspreuken

Er klonk een harde klop op de deur. Johannes schrok op uit zijn sombere gedachten en haastte zich naar de deur om open te maken.

“Goede morgen Johannes. “ Sprak de tovenaar van Gemak met een stralende glimlach. Hij droeg een soort stofzuiger. Zonder het antwoord van Johannes af te wachten vervolgde hij. “Even neerzetten.” Hij duwde Johannes opzij en plaatste de stofzuiger midden in de rommelige kamer. “Dat is zwaar” zuchtte de tovenaar van Gemak. “Mijn karretje paste niet door de deur.” verontschuldigde hij zich.

“Wat moet ik daarmee?” vroeg Johannes achterdochtig.

“Dat is mijn magische huishulp sprak de tovenaar van Gemak op trotse toon. “Alles in één machine: hij stofzuigt, hij dweilt, hij doet de afwas als je 's-avonds slaapt, hij wast, droogt, strijkt en neemt ook nog eens je favoriete film op van de tv terwijl hij het avondeten klaarmaakt.”

“We hebben geen tv.” sprak Johannes bedremmeld.

“Geeft niks.” lachte de tovenaar van Gemak. “Een tv zit er ook in” en hij sloeg Johan vertrouwelijk op de schouder. “Helemaal voor jou!”

“Voor mij?” echode Johannes.

“Ja.” sprak de tovenaar van Gemak als je me een paar toverspreuken leert.

“Toverspreuken leert?” herhaalde Johannes niet begrijpend. Heb je dan zelf geen toverboek?”

Toverboeken bestaan niet

Nu lachte de tovenaar van Gemak niet meer. “Toverboeken bestaan niet.” sprak hij ernstig. Hij haalde een boek uit zijn wijde mouw. “Dit heb ik wel: de gebruiksaanwijzing voor mijn huishulp.”

“Aan mijn spreuken heb je niets zonder een toverboek.” sprak Johannes zonder veel overtuiging.

“Toverboeken bestaan niet.” antwoordde de tovenaar van Gemak. “Ik heb geen toverboek en jouw meester ook niet. Leer me honderd toverspreuken.” Drong hij aan, “dan krijg je de huishulp.”

“Morgen ga ik werken met het grote toverboek van mijn meester en dan heb ik jouw huishulp niet meer nodig.” schamperde Johannes. “Dan tover ik een twee drie de afwas schoon en vier vijf zes een videofilm.”

“Het grote toverboek is een verzinsel.” sprak de tovenaar van Gemak bedaard. Geen enkele tovenaar mag de toverspreuken opschrijven, want ze mogen niet in verkeerde handen vallen. Waarom denk je anders dat je alle dagen die spreuken moet leren die hij aan je voorzegt?”

In de kast zit geen toverboek

Johannes aarzelde en keek naar de muurkast die stevig op slot zat.

“Toverboeken bestaan niet.” Herhaalde de tovenaar van Gemak. “Ook daarin niet.” Hij wees naar de kast.

“Wat bewaart hij daar dan achter slot en grendel?” vroeg Johannes.

“Niets.” sprak de tovenaar van Gemak zelfverzekerd.

“Niets?” vroeg Johannes, “Waarom niets?”

“Omdat het niet bestaat.”

Johannes liep naar de zware eikenhouten kast.

De kast is leeg

“Ik heb een pneumatisch breekijzer.” Bood de tovenaar van Gemak aan.

Johannes luisterde niet naar hem en zocht koortsachtig met zijn hand achter de opstaande richel aan de bovenkant van de kast.
Toen hij de sleutel vond en in het sleutelgat stak kreeg de tovenaar van Gemak een rood hoofd van opwinding.

“Gaat het?” hijgde hij.

Johannes draaide met een knarsend geluid de sleutel om en opende langzaam de piepende kastdeur. De kast was leeg.

De tovenaar van Gemak drong naar voren, wierp een blik naar binnen en deinsde teleurgesteld terug. “Leeg!” sprak hij kwaad. Hij draaide zich abrupt om, greep zijn huishulp en zeulde het apparaat met zich mee naar buiten.

“Maar,” sprak Johannes verbaasd “Wil je dan geen spreuken leren?”

“Je meester is een bedrieger.” siste de tovenaar van Gemak en trok de deur met een harde klap achter zich dicht.

We gaan beginnen

Johannes zonk nu weer op de zetel van de tovenaar en mompelde “Er is geen groot toverboek.” Zo bleef hij zitten staren naar de lege kast tot er plotseling een sissend geluid klonk.

De kamer vulde zich met een rookwolk waaruit de tovenaar tevoorschijn stapte. In één blik overzag hij de situatie.

“Er is geen groot toverboek.” sprak Johannes, en staarde verdwaasd voor zich uit.

“Was je teleurgesteld?” vroeg de tovenaar.

Johannes kon alleen maar knikken.

“Wilde je zo graag beginnen met het boek?”

Weer kon Johannes alleen maar knikken en tranen blonken in zijn ogen.

“Goed.” besloot de tovenaar.

Hij liep naar de geopende kast. Knipte met zijn vingers en prevelde een toverformule. Daarop pakte hij een groot zwaar boek uit de kast en legde het voor Johannes op tafel. “Sla maar open, dan gaan we beginnen.”

Op die dag leerde Johannes niet alleen dat je veel geduld moet hebben en lang moet oefenen voor je toe bent aan toveren, maar ook dat je eerst moet kunnen toveren voor het grote toverboek voor je open gaat.

20 september 2000

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.