Ik ben onsterfelijk

Nu ik weer sinds gisterenmiddag uit het ziekenhuis thuis ben, nog high van de het laatste shot medicatie, kan ik het niet laten. 

Het verhaal hieronder lag al een tijdje op de plank. Ik wist opeens hoe ik het af moest maken. Het is de lichtvoetige tegenhanger van het vorige verhaal dat je ontving. Met een relativerende knipoog. Dat was wel nodig.

Rest me nog te zeggen dat alle plaatsen, gebeurtenissen en personen in dit verhaal zijn ontsproten aan mijn fantasie en absoluut geen relatie hebben met de werkelijkheid. (-;

Veel leesplezier. Hans

 

Op de Hof

Om ongeveer half vijf komt Johan op de Hof aan. De zaterdagmiddagmarkt is nog in volle gang. Het is er druk. De zomerzon verlicht met fel goudgeel licht de kleurige bloemenkramen. De marktkooplui schreeuwen tegen elkaar op.

"Twee euro vijftig. De laatste bloemen. Per bos tweevijftig. Maak me los!"

De bloemenpracht lonkt. Daar moet hij zijn. Hij laat de kleuren op zich inwerken. De geluiden zingen in zijn oren. Hij is vervuld met een euforisch gevoel dat hij nu alles voelt, alles weet. Met volle teugen geniet hij.

Coffeeshop De Horizon

Bijna de hele dag had Johan in zijn stamkroeg gezeten. Aan het pleintje achter de HEMA. Nou ja stamkroeg. Coffeeshop De Horizon kon je nauwelijks een kroeg noemen. Een dagelijkse stroom klanten glipte naar binnen en vertrok even snel weer naar buiten met hun wekelijke portie wiet of hasjiesj. Dan keken ze schichtig om zich heen en sprongen op hun fiets. Of liepen naar een auto die verderop uit het zicht met draaiende motor stond te wachten, met een groep leeftijdgenoten erin. Slechts een handjevol oudere gebruikers bleef hangen om aan de waterpijp te lurken en thee te drinken. Johan kende ze bijna allemaal.

Het was er klein en gezellig. Een bar en een toilet. Een rookruimte en wat tafeltjes. Er werd niet veel gesproken. Johan voelde zich er thuis. Hij kon er fijn lezen in zijn boeken en op zijn tablet surfen. Wifi was er gratis. De spacecake niet duur. Het was zijn tweede thuis geworden. Hij genoot dagelijks van het lezen, van de sfeer, van de wiet.

Naar de bloemenkramen

Hij loopt naar de zijkant van de Hof, waar de kramen met bloemen dicht opeen staan. Er is een massa koopjesjagers die aan het einde van de middag wil scoren. De handelaren willen naar huis, om zo snel mogelijk te gaan genieten van een vrije zondag, en schreeuwen hun longen uit hun lijf.

Hij koopt drie bossen gladiolen. Paars met geel en laat ze samenbinden.

Veel verkeer komt daar niet langs. Zeker geen doorgaand verkeer. Het is daarom ook toevallig dat er langzaam een grote Amerikaanse oldtimer het plein op komt draaien. Rustig, zacht zoemend op zijn ronde banden rolt het lichtblauwe voertuig naderbij.

Onrust

In De Horizon vindt Johan zijn rust. Maar op de achtergrond knaagt ook steeds een onrustig gevoel. Hij is ongedurig. Al jaren lang heeft hij het gevoel dat hij niet verder komt. Ook al studeert hij in zijn boeken en tablet over alles en nog wat. De economie, de maatschappij, het wonder van de geboorte en ontwikkeling van nieuw leven, milieuvraagstukken, energiebesparing, filosofie, wetenschapstheorie. Hij is niet lang geleden begonnen met tekenen en schilderen. Probeert te doorgronden wat schoonheid is. Ook in literatuur. Hij leest sinds kort met aandacht de gedichten van zijn vriend Hugo. Hij geniet er wel van, maar hij komt niet verder: waar gaat de wereld naar toe wat kan zijn eigen plaats en bijdrage daarin zijn? De onrust is er altijd al. Maar die wordt steeds sterker. Hij is vorige week met hardlopen begonnen in een poging de onrust de baas te worden.

Een knieblessure

Die ochtend was hij wakker geworden met pijnlijke knieën. Hij had nog nooit last van zijn knieën gehad. Was het overbelasiting? Ze deden alle twee pijn en hij liep er helemaal scheef door.

Hij was toch naar De Horizon geschuifeld.

Jeroen sprak hem van achter de toonbank aan.

"Wat is er met je aan de hand Johan?"

Johan haalde zijn schouders op. "Een ontsteking in mijn knieën. Door het hardlopen. Ik denk dat het overbelasting is."

Jeroen keek hem peinzend aan. "Ik heb misschien iets voor je." Jeroen had soms wel wat voor zijn vaste klanten. Van onder de toonbank.

Johan maakte een afwerend gebaar. "Geen verdovende middelen Jeroen. Je weet het. Aan die rommel ben ik nooit begonnen en dat wil ik nu ook niet."

"Het is iets nieuws." Hield Jeroen aan. "Of eigenlijk ook niet. Het is al tientallen jaren in de medische wereld bekend en in gebruik als ontstekingsremmer."

Bij het woord 'ontstekingsremmer' spitste Johan de oren. "Geen morfine of andere rommel?" vroeg hij nieuwsgierig geworden.

"Nee een echte ontstekingsremmer." antwoordde Johan. "Het heet Medrol".

Johan krabde op zijn achterhoofd. "Ik moet gaan zitten. Mijn knieën doen pijn."

Hij schoof aan zijn vaste tafeltje in de hoek bij het raam.

Jeroen bracht zijn thee en legde een klein doosje met pillen ernaast. "Drie pillen. Voor drie dagen. Elke dag één en je bent er van af. Geen bijwerkingen. Dertig euro. Speciaal voor jou."

"Maar waarom verkoop jij ontstekingsremmers Jeroen?" vroeg Johan. "Dat is toch helemaal jou business niet?"

Jeroen aarzelde. "Ze hebben toch wel één mooie bijwerking. Je gaat er een beetje van hallucineren. Zoals bij goede hasjiesj, je gaat er ook een beetje van trippen, zoals bij lsd. Van alles een beetje. En het duurt tot vier dagen na je laatste pil."

"Verslaaft het?"

Jeroen haalde zijn schouders op. "Zeker niet direct. Dan moet je wel kilo's komen kopen. Maar dat is niet nodig voor je knieën. En, "
voegde hij er aan toe, "ze werken al na ongeveer een uur."

Jeroen liep terug naar de toonbank en Johan staarde naar de pillen.

Naar de Hof.

Twee uur later trekt hij de deur van De Horizon achter zich dicht. Met dansende stappen loopt hij over de straat. Diep snuift hij de buitenlucht in, en staart verbaasd naar de scherpe contouren van gebouwen en bomen. Alles ruikt intens en fris en straalt hem tegemoet. Het verkeer laat een bijna hemels geluid horen.

Hij weet wat hij gaat doen. Hij gaat naar de Hof. Een grote kleurige bos bloemen kopen. Die gaat hij vanavond thuis schilderen. Het wordt een prachtig schilderij. Het zal uit het doek springen.

En dan, als het af is en moet drogen, dan gaat hij vanavond laat nog een rondje hardlopen. Hij zal als een speer gaan. Hij voelt het, nee hij weet zeker, dat het erin zit.

En dan is er nog genoeg tijd over om al zijn studiewerk samen te vatten. Hoe je Hegel kan koppelen aan de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Hoe de mensheid kan vermijden om dood te lopen in de evolutie. Zij hoofd wordt steeds warmer. "Ik weet het." roept hij de verbaasd kijkende voorbijgangers toe. 

Op de Hof

Rustig, zacht zoemend op zijn ronde banden rolt de lichtblauwe Amerikaanse oldtimer dichterbij.

Johan houdt zijn pas in en knikt door zijn knieën. Hij staart gelukzalig voor zich uit, heft zijn handen naar de hemel en stamelt: "ik geloof,..... Ik denk,.... Ik weet zeker dat ik onsterfelijk ben."

Hij voelt niet dat zijn achterbuurman halverwege zijn uitroep tegen hem aan loopt. De grote bos paarse met gele gladiolen glipt uit zijn handen. Onbewust maakt Johan een stap naar voren om zijn evenwicht te herstellen. Met een klap valt hij slap op straat. De oldtimer kan niet meer remmen. Het rechter voorwiel rijdt dwars over zijn hoofd. De gladiolen vallen in een vreemde draai op zijn lichaam. Zijn hersenpan barst open. Het lijkt alsof iemand een ei breek op de rand van de koekenpan. De inhoud druipt de goot in.

Ik ben onsterfelijk mompelen zijn lippen nog.

 

5 mei 2019

 

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.