Als een zomerse dag

Shall I compare thee to a summer's day?
Thou art more lovely and more temperate.

Meester Ammerlaan zit voor de klas op het eerste tafeltje. In zijn ene hand houdt hij de verzamelde werken van Shakespeare, in zijn andere een sigaret waarvan hij af en toe tijdens het voorlezen een trekje neemt. Ja dat kon toen nog.

We luisteren geboeid naar de melodie van de strofen en de diepe klank van zijn stem. We zitten twee aan twee aan tafeltjes met een licht gekleurd formica blad. De ramen van het wit geschilderde houten noodlokaal staan wijd open. Vogels tjilpen hun meilied. De voorjaarswarmte voelt aangenaam aan. In de klas ruikt het naar verbrande tabak en bloeiende natuur.

Ik zit bij Engels meestal naast Lia. Even vergeet ik haar. Dan kijk ik opzij en zie haar schoonheid, als van een zomerse dag, maar dan nog lieflijker en aangenamer. Ze heeft lange zwarte glanzende haren. Donkere wenkbrauwen, diepbruine ogen. Ze heeft een ernstig gezicht waarin af een toe een lach doorbreekt die alles verwarmt. Ze is niet spraakzaam. Ze is intelligent en kan goed leren. Ze straalt terwijl ze luistert naar het beroemde sonnet.

Rough winds do shake the darling buds of May,
And summer's lease hath all too short a date.

Ik haalde meestal matige tot slechte cijfers. Met leren had ik altijd last van tegenwind. In het voorjaar stond ik steevast voor de helft van mijn vakken onvoldoende. Alleen door de laatste maanden van het schooljaar heel hard te leren kon ik de achterstand wegwerken en ging ik met de hakken over de sloot over naar de volgende klas.

Lia had andere tegenslag gehad. Ze was als jong meisje heel ziek geweest. Ze had een jaar in het ziekenhuis gelegen. Ze sprak er nooit over. Misschien verklaarde dat haar ijver en haar ernst. Lia hoorde tot de beste van de klas. Altijd haalde ze achten of meer waar ik vijven en zessen haalde. Behalve voor Engels. Engels was mijn lievelingsvak.

Ondanks de tegenwind bij het leren genoot ik volop van alles wat zich daarbuiten afspeelde. De koffie-soos, het volleybalteam, de schoolfeesten, de schaatstochten in de polder, de verjaardagfeestjes, de sporttoernooien, de weekends uitgaan. Elke zonnige dag trof ik ons groepje klasgenoten in het buitenzwembad, en regelmatig fietsten we naar het strand. Lia hoorde ook tot die groep. De middelbareschooltijd was als een zomerse dag die veel te snel voorbij ging.

Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimmed,

Het was de tijd van verliefdheden. Van voorzichtige relaties. Meestal kortstondig. Veel jongens waren op Lia verliefd. Ze kwamen één voor één aan de beurt. Op de feestjes meestal, en af en toe hand in hand over het schoolplein. Ook ik. We trokken een middag op en het eindigde even snel als het begon met een tongzoen die ik me nu nog herinner. Ze was als een verzengende zon die haar geliefde verteert na een korte aanraking.

Ik zie haar aankomen bij de zonneweide van het zwembad. Lange zwarte haren. Een lief en ernstig gezicht, een mooi gespierd lijf, haar gele bikini.

De stem van meester Ammerlaan klinkt diep nu, droevig en gedragen. De sigaret heeft hij in de asbak gelegd. Uit de lange askegel kringelt rook.

And every fair from fair sometime declines,
By chance or nature's changing course untrimmed;

We haalden ons eindexamen. Voor het vak Engels had ik het hoogst haalbare cijfer. We vlogen uit. Lia heb ik na de eindexamenfeesten niet meer gezien. Ik weet niet wat ze is gaan doen. Ik weet niet wat ze heeft meegemaakt of wat van haar is geworden.

Af en toe denk ik aan haar. Jarenlang had ik een kleine zwart-witte portretfoto van haar. Ooit heb ik die uit de plaatselijke krant geknipt. Genomen bij een soort dansuitvoering. Ze heeft een zwarte hoofddoek om. Ze kijkt zijwaarts, ernstig, geconcentreerd. Ik wacht tot de zon doorbreekt. Ik ben de foto kwijtgeraakt.

But thy eternal summer shall not fade
Nor lose possession of that fair thou ow'st,

Nog niet zo lang geleden vond ik een bericht over haar op internet. Lia's oudere zus heeft daar een in memoriam geplaatst, met foto's door de jaren heen. Ze is op drieenvijftigjarge leeftijd overleden.

Eén voor één bekijk ik de foto's. Ik zie hoe het jonge meisje ouder wordt tot een foto van een vrouw die ik niet herken, een week voor haar dood.

Ik zie haar weer zoals in mijn herinneringen. Zoals ze naast me zat bij de Engelse les van meester Ammerlaan. Als een zomerdag, maar dan lieflijker en aangenamer.

Nor shall death brag thou wander'st in his shade
When in eternal lines to time thou grow'st.

Heeft ze haar lot voorzien? Wist ze dat ze al vroeg moest gaan?
Ik rouw om Lia. Ik voel een intens verdriet als ik me realiseer dat ze er niet meer is. Met weemoed denk ik terug aan de klank van haar stem, de glans in haar ogen. Haar jeugdige schoonheid staat in mijn herinnering gegrift.

So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

Meester Ammerlaan slaat Shakespeare dicht en staart in gedachten voor zich uit. De sigaret is volledig tot as vergaan. Ik kijk opzij en op dat moment breekt de zon door.

 

28 december 2018

 

  Zal ik je vergelijken met een zomerdag?
Je bent lieflijker en aangenamer.
Ruwe winden rukken aan de jonge knoppen in mei.
En de zomertijd is veel te snel voorbij.
Soms ook schijnt het oog aan de hemel fel.
En vaak vervaagt haar gouden glans.
En eens vergaat de schoonheid van al het mooie.
Door toeval of de onvermijdelijke gang van de natuur.
Maar jouw eeuwige zomer zal niet vergaan.
Noch de schoonheid verliezen die je bezit.
Noch zal de dood jouw leven in zijn schaduw trekken.
Want je groeit in de tijd in eeuwige regels.
Zolang mensen kunnen ademen of ogen kunnen zien.
Zolang leeft dit, en dit geeft leven aan jou.

 

 

Je kan je hier aanmelden voor de >> Nieuwsbrief nieuwe verhalen <<.

Dan kijg je de nieuwste verhalen die ik schrijf per email toegezonden.