Het vertrek van Diddy

De dagen die daarop volgden zag ik Diddy regelmatig. Af en toe sleepte ze de infuuspaal met slangen achter haar aan door de gang waarop de kamers uitkomen. Als ze bij mij langs kwam ‘sprak’ ze een paar woorden. Waarop ik dan zei dat ik haar niet verstond. Dan pakte ze een stift van het whiteboard, en schreef in enkele rake zinnen haar gedachten op.

Vandaag krijg ik een PEG-sonde. Dag is pech.

Een voedingssonde dus. Of:

Mijn mobiel is weg.

Kennelijk was haar mobiele telefoon verdwenen.

Ik heb al zes dagen geen schoon ondergoed.

Ze keek verwilderd uit haar ogen

Hoe gaat het met de honden?

Ik waarschuwde voor haar de verpleging, en liet haar schrijfsels zien. “Volgens mij is mevrouw ten einde raad.”
Maar de verpleegkundige bleef stoïcijns.
“Schone kleding moet echt worden meegenomen door uw familie” hoor de ik haar zeggen terwijl ze Diddy naar haar kamer meetroonde.

Gelukkig verscheen die familie dezelfde avond nog. Ze kwam haar zus aan mij voorstellen. Die trok gekke bekken naar me achter Diddy’s rug. Zo van ‘Wat moet ik met haar?’

De zus was weg en Diddy kwam weer langs.
“Is alles nu goed? Weet je hoe het met de honden gaat?” vroeg ik.
Ze knikte enthousiast van ja. Pakte weer een viltstift.

Behalve van mijn mobiel

Schreef ze.

De nacht daarop werd ik wakker. Het was ongeveer 4.00 uur.  Ik zag wat bewegen bij het whiteboard. Het was Diddy die niet vier viltstiften uit de houder op het board pakte.
“Wat is er?” vroeg ik. Ze brabbelde wat. Ik verstond het niet. Ze draaide zich naar het whiteboard en haalde de dop van een van de viltstiften in haar hand. De dop viel op de grond. Diddy zakte op haar knieën, langs mijn bed, en graaide naar de dop op de vloer onder mijn bed. Weer brabbelde ze wat. Ik wuifde haar weg
“Ga weg, ik wil slapen.”
Ze verdween.

De volgende dag na het ontbijt ging ik met mijn rolstoel naar haar kamer.
“Diddy.” Zei ik streng. “Ik wil niet dat je mijn kamer binnenkomt als de gordijnen voor de deur dichtgeschoven zijn.”
Ze schrok en maakte een gebaar van diepe verontschuldiging.
“En wil je die stiften komen terugbrengen?”
Ze wees op haar eigen whiteboard. Er stonden allerlei tekeningen op en namen van de familie, en Zalig Pasen.
Ik begreep waarvoor ze de stiften had gebruikt.
Die dag zag ik haar af en toe langs komen. Maar ze durfde niet te stoppen en vermeed mijn blik. De boodschap was overgekomen.

Kennelijk had Diddy nu genoeg van haar verblijf in het ziekenhuis. Het was avond, en bezoektijd. Marion was bij me op bezoek. Diddy verscheen aan de kamerdeur en vroeg gebarend aan Marion om haar rugtas goed op haar rug te doen. Marion schoof de schouderbanden om haar armen en schouders. Ze liep terug naar haar kamer. Even later liep ze snel langs, met haar rode koffertje op wieltjes achter haar aan.
“Volgens mij gaat ze naar huis.”
Marion keek haar na. “Misschien moeten we de verpleging waarschuwen.”
Maar die hadden haar al aan het einde van de gang opgevangen. “U kunt niet zomaar naar huis mevrouw Segaar. Daarvoor moeten we de arts eerst raadplegen en u moet worden opgehaald. U kunt niet alleen naar huis.”
Diddy protesteerde luidkeels met oerwoudgeluiden toen de verplegers haar met zachte dwang terug leidden naar haar kamer.

De bezoektijd was afgelopen. Af en toe hoorde ik het gerucht van vertrekkende familie. Het was rustig. De meeste kamers op de gang stonden leeg. Het was Pasen.
De volgende ochtend reed ik met mijn uitschuifrollator over de gang. De kamer van Diddy was leeg. Het bed was afgehaald. Ze was er kennelijk in geslaagd om naar huis te gaan.

Juni 2014