Wegwerpmaatschappij

Weet u wat er allemaal van uw belastinggeld wordt gedaan?
Ho, ho. Stop. Ik bedoel, wat er voor onzinnige dingen mee worden gedaan?
Ah. U moet al langer nadenken.
Gelukkig. U heeft nog enig vertrouwen in de manier waarop de overheid uw geld uitgeeft. Na vanmiddag is mijn vertrouwen danig geslonken. Groot was dat vertrouwen overigens toch al niet. Maar nu heb ik van dichtbij meegemaakt hoe je in een half uur tijd honderd duizend gulden weg kunt gooien.
Ja u hoort het goed. Twee jaarsalarissen. In één keer, hup weg. Ik zat erbij en ik keek ernaar. Met stijgende verbazing natuurlijk.

Eigenlijk had ik al niet zo'n hoge verwachting van mijn reisje naar Brussel. Eindelijk zou ik de organisaties ontmoeten voor wie ik half Europa had afgereisd in een poging te inventariseren hoe hotels en restaurants milieuvriendelijker kunnen functioneren.

En daar zat ik dan in Brussel, na een voorspoedige reis met trein en metro, op de achtste etage van een kantoorgebouw, uitkijkend op de beroemde sterflat van de Europese Commissie aan de Rue de la Loi.

Recht tegenover me zat de heer Marie secretaris van de gezamenlijke werkgeversorganisaties in de horeca in Europa. Links tegenover me zat de heer van Niest, secretaris van de gezamenlijke Europese vakbonden in de horeca. Zij moesten een 'dialoog' starten met het onderzoeksrapport dat ik zou maken. Een 'dialoog' op Europese schaal tussen de 'sociale partners'. Er zou een grote conferentie komen. Alle aangesloten hotelfederaties en vakbonden uit alle landen van de Europese Gemeenschap zouden komen en discussieren. Er zouden minstens vijftig personen komen..... ‘Zou...’ Want het project was plotseling stopgezet. 

Door meneer Weiland. Hij zat naast me. Hij is een hoge ambtenaar van de Europese Commissie, en de geldschieter van het hele project. Hij was het niet eens geweest met de manier waarop de 'dialoog' was georganiseerd, en had alle werkzaamheden stopgezet.

Ik was de vierde speler. Ik was ingehuurd om onderzoek te doen en een rapport voor de conferentie te schrijven over milieuzorg bij hotels.

Alle aanwezigen hadden een assistent meegenomen, behalve ik, maar dat stoorde niet. Die zaten er toch voor Piet Snot bij.

 

Gespannen wachtte ik af wat zou komen. Gaat het project door of ben ik alleen maar naar Brussel gekomen om te horen dat van uitstel afstel is gekomen? De voortekenen waren slecht. Vlak voor de vergadering had Weiland ons opgevangen. ‘De sociale partners zitten nog te vergaderen.’ had hij bijna plechtig gezegd. ‘Het is onduidelijk wat ze willen. In ieder geval hebben ze het idee van een grote conferentie laten vallen....’

Met spijt in mijn hart dacht ik terug aan al het werk waaraan ik was begonnen zonder officiële opdracht. ‘Er kan niets misgaan.’ had de assistent van meneer Weiland gezegd. ‘Begin toch, anders komt het onderzoek niet op tijd af.’ Nu hield hij zijn mond dicht en zat timide op de hoek van de vierkante vergadertafel. Dat voorspelde niet veel goeds

De heer Marie van de hotel en restaurant werkgevers nam het woord. ‘We hebben bedacht dat de sociale dialoog beter over een andere onderwerp  kan gaan.’ begon hij aarzelend. De moed zakte me in de schoenen.
Alle werk is voor niets geweest, flitst door mijn hoofd.
Hij vervolgde met een zwaar Frans accent ‘Daarvoor in de plaats willen we praten over onze internationale concurrentiepositie. Want die verslechtert en als we die kunnen verbeteren dan is er ook meer geld voor milieuzorg en sociale maatregelen voor de werknemers.’

De heer van Niest van de Europese horeca vakbonden vulde hem voorzichtig aan. ‘We willen stap voor stap deel-onderwerpen met elkaar bespreken in kleinere werkgroepen. Stap voor stap overeenkomsten sluiten. Niet een vrijblijvende conferentie... Zeg ik het goed?’ vraagt hij aan Marie.

‘En de milieuzorg? Past die daarin?’ vraagt Weiland. Het antwoord van de heer Marie is aarzelend. ‘Het zou kunnen.... Maar wij hebben uw hulp nodig om het framework dat wij schetsten in te vullen.’

Ik keek naar boven en zag mijn rapport met een sierlijke boog richting prullenbak vliegen. Ik vroeg me af wat ik daar nog deed. Honderd duizend gulden aan onderzoek spoelden ze in twee zinnen door de gootsteen.

‘Maar we willen graag over het onderzoeksrapport beschikken.’ verzekerde de assistent van van Niest terwijl hij ijverig knikte naar Weiland en mij. M'n hoela, dacht ik. Zeker om zijn bureaula mee te vullen. Weiland vatte de discussie samen. ‘U stelt dus een nieuw plan op. Hoe u samen de dialoog gaat voeren en over welke thema's. En als u groen licht van uw achterban heeft gekregen praten we verder over de financiering.’

De vergadering was ten einde. Weiland nodigde mij naar zijn kamer. Toen we daar waren aangekomen zei hij ‘We zijn morele verplichtingen jegens u aangegaan. Wilt u een aangepaste offerte sturen voor de afronding en rapportage van uw onderzoek?’
‘Waarom?’ vroeg ik verbouwereerd. Weiland glimlachte. ‘Ik zal mijn petje voor ze afnemen als ze werkelijk in staat zijn om tot een sociale dialoog te komen. Ja die twee aan de vergadertafel wel. Dat zijn beroeps vergaderaars. Nee ik bedoel hun achterban, hun lid-organisaties. Ik betwijfel of ze tot een gezamenlijk standpunt  zullen komen met de aanpak die ze nu hebben gekozen. Maar ik kan ze niets voorschrijven.’ Hij  haalde zijn schouders op. ‘Een begin is gemaakt, nog niet alles is verloren.’ voegde hij er optimistisch aan toe en, ‘Het is een belangrijke economische sector met heel veel werknemers. We mogen ze niet verliezen. Ik moet me aan hen vastklampen. Ze moeten zelf hun weg kiezen. Maar ik wil uw onderzoeksrapport hebben om op terug te vallen.’

Met gemengde gevoelens nam ik afscheid. Operatie geslaagd, patiënt overleden. De opdracht gaat door, het rapport verdwijnt in een bureaula.
Ik mengde me in de Brusselse avondspits. De metro's reden nu om de 3 minuten. Ze waren toch nog overvol. De eerste moest ik voorbij laten gaan, er kon niemand meer bij. In de tweede perste ik me naar binnen. Ook de intercity richting Amsterdam was vol maar gelukkig vond ik een zitplaats.

Terwijl de trein door de Belgische avond raasde moest ik denken aan de vrouw die me vanmorgen aansprak toen ik met verse Belgische franks het Grenswissel Kantoor, pardon, de Stationsbank, uitstapte.
‘Heeft u even tijd?’ Ik antwoordde
‘Dat ligt eraan waarvoor.’
‘Voor het afnemen van een enquête voor treinreizigers.’
‘Voor wie is het dan?’ vroeg ik.
‘Is het voor de NS?’
De vrouw knikte bevestigend.
Nogmaals vraag ik ‘Het is toch voor de NS?’
Weer bevestigt ze mijn vraag. ‘Er zijn wel een paar vragen bij over de bank, over de AKO-kiosk en over de bloemenwinkel. Het gaat over voorzieningen, maar het is voor de NS.’ Ze beloofde me koffie.

Ik had even de tijd en we snelden naar restaurant De Oude Tram. Gaandeweg het interview bleek uit de vragen dat het een marktonderzoek voor het Grens wissel kantoor was. Ik was erin geluisd. Uit wraak gaf ik fantasie antwoorden. Alweer een nutteloos onderzoek. Dat kan zo naar de prullenbak. De enquêtrice zal er niet mee zitten. Die heeft haar geld verdiend, dacht ik zuur terwijl ik naar de overvolle prullenbak van mijn coupé keek.

Met spijt in mijn hart overdacht ik mijn wegwerpbestaan. Heen en terug kocht ik bij het rijdende buffet van Wagon Lits drie keer koffie in een wegwerpbeker met een wegwerp lepeltje en bijbehorende melk en suiker in zakjes van geplastificeerd papier en met een cellofaantje erom. Verder nam ik nog een Cola in aluminium wegwerpblik. Daarbij kreeg ik een plastic wegwerp bekertje. De gerant scheurde gelukkig niet één keer een koffiebon af. Zou hij extra papierafval willen voorkomen of de opbrengst in eigen zak steken? Of beide?
Op het centraal station van Brussel kocht ik een appelflap met servet en overbodig papieren zakje. Alleen de snelle hotdog - op de terugweg - kreeg ik zo in de hand gedrukt. Compleet met zuurkool en mosterd. Ik wilde nog een servetje vragen, maar ik had haast om het perron te bereiken waar de intercity richting Amsterdam juist binnenreed. Alleen mijn lunch had ik van thuis meegenomen. Twee boterhammen met kaas, verpakt in een papieren zakje van de vleeswaren bij de slager.
Ik zuchtte. Een begin is gemaakt. Nog niet alles is verloren.