Dromen

Ik droom dat ik in de Amerena ben, het nieuwe zwembad, om te gaan zwemmen. Tenminste, ik denk dat ik droom.

We zijn in de ruime lichte entreehal. Een man steekt ziin hand uit. Hij is gekleed in een goed zittend donkerblauw, bijna zwart, werkpak.
"Florin." zegt hij. "Van de technische dienst." Hij spreekt met een buitenlands accent. Is hij Pools?

Ik stel me voor.
"Ïk wil gaan baantjes trekken in het 50-m bad."

Hij glimlacht vriendelijk. Hij is innemend. Hij loopt voorop naar de toegangsdeuren van de twee minder-validen kleedruimten, achter de metalen toegangspoortjes. Ik rijd achter hem aan in mijn rolstoel.

Is dit een droom of is dit een herinnering? vraag ik me af. Mijn dromen zijn soms net herinneringen. Ik beleef mijn herinneringen opnieuw in het hier en nu van mijn slaap.

De twee toegangsdeuren zitten op slot. Gelukkig is de sleutel snel gevonden. Er zitten geen deurklinken op de deuren. Florin trek met enige moeite één deur open.
Hij kijkt omhoog naar de grote dranger. Daarna naar beneden naar de stevige drempel. Hij schudt zijn hoofd.
"Hier kom je met een rolstoel niet binnen." constateert hij.

Nu weet ik wat het is. Het is geen droom. Dit heb ik al een keer meegemaakt. Het is een herinnering.

Florin sluit de deur. "Dit is geen toegangsdeur". zegt hij meer voor zichzelf dan voor mij.
Hij loopt verder. "Je moet door de andere deur van de kleedkamer. Door de zwembaddeur. Aan de andere kant."

Samen volgen we een paar bezoekers. Rechtsaf door de dubbele automatisch openende deuren. Daarachter bevinden zich de kleedhokjes voor de reguliere bezoekers. Het zijn van die ouderwetse kleedhokjes, waar je onderdoor kan kijken, met klapdeurtjes. Wel strak wit en fonkelnieuw.

Florin loopt door het eerste klapdeurtje. Ik probeer hem te volgen. Maar de deurtjes zijn te smal voor mijn rolstoel.
Ik onderdruk een neiging tot slappe lach.
Nu weet ik het zeker. Ik droom. Dit kan niet waar zijn.

Florin keert terug en kijkt naar het smalle klapdeurtje. "Nee, zo kom je er ook niet." constateert hij overbodig. We lopen terug.

Voor ons ontvouwt zich een surrealistisch tafereel. Tussen de dubbele automatische deuren zitten twee bezoekers gevangen. De automatische deuren willen niet meer open.

Ja ik droom. Ik droom een droom waarin niets lukt, waarin alles fout loopt.

"Dat was vanmorgen ook al." mompelde Florin, en met een fikse krachtsinspanning forceert hij de automatische deuren open.

Marion en ik lopen verder terug en gaan via een toegangsdeur met dranger en drempel een invaliden kleedkamer binnen.

Waar is Florin? Wat doet Marion hier? Maar ja, dit is een droom. In een droom kunnen de personages plotseling wisselen. Of is dit toch een herinnering? Of gebeurt dit echt en ben ik echt in het zwembad?

Gelukkig staat in de invaliden kleedkamer de badrolstoel klaar. Dit keer zitten de voetsteunen er nog aan. De vorige keer ontbraken ze. De mevrouw bij de receptie vond ze uiteindelijk in een kast. Zonder voetsteunen kom ik niet door de vele tientallen meters lange gang naar het 50-m bad.

Even later rijd ik door de lange witte gang met de lockers en via de doucheruimte kom ik bij het prachtige 50-m bad. Badmeester Herman hijst me met de fonkelnieuwe stoeltjeslift in het water.

"Wat gebeurt er met de badrolstoel als er nog een rolstoeler wil gaan zwemmen?" vraag ik aan Herman.
Herman haalt zijn schouders op. "We hebben er maar één. Ik kan hem niet van hier uit naar de invaliden kleedruimten brengen. Dat is te ver weg. Ik ben hier alleen. Ik mag hier niet weg. Er moet toezicht zijn."
Herman wijst naar zijn walkie-talkie. "Dan moet er iemand worden oproepen om te helpen."
Ik knik.

Er zijn mensen die hun droom kunnen sturen. Die hebben een zogenaamde 'lucide droom'. Die mensen dromen wat ze willen dromen.
Ik ben me wel eens bewust geweest van dat ik droom tijdens mijn slaap. Maar mijn droom echt sturen, echt bedenken? Wat een geweldige mogelijkheden opent dat! Je schept je eigen virtuele wereld in het hier en nu van je droom. Nee; dat is voor mijn niet weggelegd.

Heb ik nú een lucide droom? Zou ik hem kunnen sturen?

Ik houd tijdens het zwemmen voortdurend de badrolstoel in de gaten. Zodat een volgende hem niet naar de invaliden kleedruimte kan laten komen. Want zonder badrolstoel kom ik niet terug naar de kleedkamer. Stel je voor, dan moet ik eindeloos wachten. En ja, het lukt. Niemand anders heeft de badstoel nodig. Ik kan hem weer gebruiken om naar de kleedkamer te gaan.

Ik droom dat Marion me terug duwt tot aan de zwembad-kant van de invaliden kleedruimten. Ik concentreer me alvast op de beugels die Florin heeft aangebracht zodat ik me zelfstandig kan gaan aankleden.
Maar dan stokt de droom. De deuren zijn op slot gedraaid. Dat kan aan deze kant alleen van binnen uit. Je ziet het aan het rode vakje. Groen is open, rood is op slot. Zijn de kleedruimten bezet? Moeten we wachten? We kloppen. Geen antwoord.

"Ik zal omlopen." zegt Marion. "Jij kan niet omlopen door die te nauwe klapdeurtjes. Bovendien ben je nat en niet gekleed."

Even later opent ze van binnen uit de zwembaddeur van de invaliden kleedruimte.
"Er was niemand. De gebruiker moet door de toegangsdeur zijn vertrokken en heeft de zwembaddeur op slot gelaten."

Ik peinsde. Plotseling begreep ik wat dit betekende. Elke volgende gebruiker komt voor een dichte deur te staan!!

Ik rolde naar binnen. Er zaten geen steunen aan de muur. Ik keek naar de dranger en de drempel bij de toegangsdeur.

Dit is geen lucide droom wist ik nu. Dit is een boze droom. Een nachtmerrie. Of gebeurt dit echt? Maak ik dit werkelijk mee? Ik knijp hard in mijn arm en voel de scherpe pijn. "Au."  

 

6 mei 2018