Vanavond geen shoarma

Ik ben een flexitariër. Niet omdat ik vlees vies vind. Jarenlang at ik shoarma-vlees uit de supermarkt of bij de Turkse Döner-kebab-zaak. En nog steeds loopt het water uit mijn mond als ik er aan denk hoe lekker dat was. Maar omdat ik ervan overtuigd ben dat de hoeveelheid vlees die wij in Nederland eten veel te veel is, en je ook beter, vanuit milieu overwegingen, planten kunt eten. En sinds ik het boek De Voedselzandloper hebt gelezen, eet ik nauwelijks meer rood vlees en alleen nog maar af en toe kip en vis.
 
In de loop van de jaren zijn we steeds verder opgeschoven. Onze boodschappen doen we bij de supermarkt in de buurt. Het is een vestiging van de Plus. Achterin de Plus is een slagerij. Daar wordt het vlees verwerkt tot verhandelbare porties die dan in de schappen belanden. Netjes verpakt in plastic doosjes en doorzichtbare zakjes. Je kan het zo gek niet verzinnen of het is er. Van shoarma-vlees tot gehakt tot frikadellen, kipnugets en schnitzels. Netjes gescheiden in een afdeling biologisch en de rest. Hier kochten we steeds meer biologisch. Ook biologische shoarma. De rest van ons vlees gingen we bij de biologische slager kopen. Zo is het begonnen
 
In de periode daarvoor waren we niet zo kieskeurig. Zo kochten we elke week een paar ons Yorkham voor onder de gebakken eieren. Ik at die ham maar af en toe. Want ik vertrouwde het meestal niet. Vaak smaakte hij na een paar dagen al niet goed meer. Bedorven dus. Toen gebeurde er iets raars. Plotseling bleef de ham meer dan een week goed. Eerst dacht ik dat het toeval was, maar toen ik weer eens in De Plus was, en bij de vleeswarenafdeling liep, zag ik een verandering. De dames die druk bezig waren om de vleeswaren te snijden en in plastic zakjes te stoppen, droegen plastic handschoenen. Het effect was groot. Ze hadden voor de invoering van de handshoenen ongetwijfeld hun handen gewassen, maar nu kwamen hun handen helemaal niet meer in contact met het vlees.
 
Maar de echte aanzet naar minder vlees eten kwam na die gebeurtenis in Amsterdam. We liepen over de Ferdinand Bol straat in de buurt van de Rustenburgerstraat. Aan de overkant liep een man met een grote blauwe plastic zak. Hij stopte voor een andere man. Hij tilde de zak een beetje verder op om hem te overhandigen. De plastic zak scheurde. En een deel van de inhoud viel op straat. Het waren grote hompen vlees. "Oh" riep hij vertwijfeld en probeerde met zijn handen te voorkomen dat nog meer vlees op het trottoir viel. Daarna pakt hij de stukken die op de stoep gevallen waren een voor een op, en stopte die zo goed en zo kwaad als het ging terug in de plastic zak. De andere man zag het gelaten aan, nam de zak met het vlees over, en liep in de richting van de Shoarma grillroom.
 
Verbijsterd had ik het tafereel gevolgd en mompelde, "vanavond geen shoarma".
 
April 2015