Picknicken in het park

Belle moet ongeveer drie jaar oud zijn geweest. Ze liep wat heen en weer bij de jeu de boules banen in Park Randenbroek. Kleine beentjes, korte pasjes. Ogen die heen en weer flitsten. Een ondeugende lach op haar gezicht. Bas liep achter haar. Marjon was diep in gesprek met de buurtgenoten waarmee we regelmatig in de zomer gingen picknicken. Geluiden van stemmen. Gerinkel van glaswerk. Gelach. De geur van het groen, en de lauwe warmte. We zaten onder de bomen die het licht van de avondzon verdeelden in paarsbruine schaduwen en fel gele vlekken.

Iedereen die zin had sloot aan met salades, brood, wijn en bier. Op oude verstofte dekens, in het gras, langs de jeu de boules banen.

Bas moest haar steeds volgen, want ze was bewegelijk op die kleine beentjes, en snel. Iedereen even aankijken. Een rood hoofd van al die indrukken. Hoog voorhoofd, dun haar.

Ook jeu de boules ballen waren meegenomen. En de grote glanzende metalen kogels klikten en kletsten vrolijk tegen elkaar rond de felrode beginbal. We keken met een groep naar de spelers. “Wegstoten, hard, voorzichtig nu. Ah, mis.”

Belle stond als Hercules tussen de benen van Bas gefascineerd te kijken naar het spel. Plotseling kwam ze in beweging. En voor iemand kon ingrijpen pakte ze de rode beginbal en ging ermee vandoor. Bas rende achter haar aan. “Stop Belle.”, en daarachter de spelers en de toeschouwers. “Hé, hé, stop.” Bij Marjon aangekomen stak ze met een trotse glimlach de bal omhoog.

Bas pakte haar op, en gaf de bal aan de toelopende spelers terug. Belle schreeuwde. Ze schopte en sloeg in de armen van Bas. En haar hoofd kleurde purperrood. “Mijn bal, mijn bal!”

Ontroostbaar werd ze bij Marjon neergezet, die erin slaagde haar af te leiden met een stuk komkommer.

Daarna kon het jeu de boules spel verder gaan. De metalen kogels hobbelden over de oneffen grond. “Wegstoten, zachtjes, voorzichtig nu.”
Klets.
“Ah, raak.”

4 juli 2015