Gevonden voorwerpen

Soms maak ik op mijn werk vreemde gebeurtenissen mee. Als iemand anders ze mij zou vertellen zou ik denken 'leuk verzonnen' en er niets van geloven. Maar toch zijn ze waar. Zo is er ook geen woord gelogen van het verhaal dat ik jullie nu ga vertellen…. 

Het gebeurde een jaar of tien geleden. Mijn collega Bert en ik hadden maandenlang gewerkt aan een organisatieonderzoek voor de directie van de Pagefabrieken. We hadden ons werk naar tevredenheid afgerond en waren voor een soort afscheidsborrel op vrijdagavond uitgenodigd door het voltallige management team. Tegen het einde nam de algemeen directeur het woord. Hij sprak lovende woorden over ons werk, en dat ze nu weer met vertrouwen de toekomst tegemoet zagen. Hij besloot zijn speech met de woorden 'Wat kan ik jullie beter als blijk van waardering geven dan het product waar wij allemaal zo trots op zijn.'
Hij draaide zich om en wees naar de twee enorme pakken met rollen wc-papier die op de tafel achter hem stonden opgesteld. 
Ik boog me naar Bert en fluisterde 'Hoe krijgen we die in hemelsnaam thuis?'
Daar wist Bert ook geen antwoord op. Gelukkig konden we en lift krijgen naar het Centraal station van Utrecht van een van de vele vrachtwagens die dagelijks door heel Nederland honderden van dezelfde pakketten afleverden bij distributiecentra en supermarkten.

Een uurtje later liepen Bert en ik door iedereen nagekeken in de vrijdagavondspits door de stationshal van Utrecht Centraal. 'Hoe krijgen we die pakken in de trein?' vroeg ik me hardop af. Weer zat het geluk ons mee. De gele stoptrein richting Zwolle die piepend langs het perron stilhield was van een bijna vooroorlogse generatie, met brede uitzwaaiende deuren. Bovendien had de trein een groot balkon. Daar stapelden we de twee pakketten op elkaar zodat ze vast geklemd zaten tussen de vloer en het plafond. Vervolgens gingen we zelf op zoek naar een plaatsje, dat we uiteindelijk, bijna aan de andere kant van de lange coupé, vonden. Opgelucht namen we plaats terwijl de trein schokkerig vertrok. We rammelden van station tot station en het werd steeds drukker. De balkons waren vol en de reizigers stonden zelfs in het middenpad van onze coupé. Maar ik merkte er weinig van. We raakten in een geanimeerd gesprek gewikkeld waarin we nog eens uitgebreid onze geslaagde opdracht met elkaar doornamen. Ondertussen hielden we niet goed de stopstations in de gaten. De trein had al een tijdje stilgestaan toen ik aan Bert vroeg 'Waar zijn we nu?' Bert keek naar buiten. Het fluitje van de conducteur klonk. 'Amersfoort' riep hij verschrikt. 'Snel eruit.' We grepen onze jas en tas en vochten ons naar de dichtstbijzijnde deur een weg naar buiten. Net op tijd sprongen we op het perron. Achter ons sloten de deuren en de trein vertrok. 'Dat was net op tijd.' verzuchtte Bert. Maar ik keek machteloos naar de rode achterlichten van de trein die in de verte langzaam in de nacht verdwenen en mompelde 'Daar gaan twee maal 640 rollen wc-papier.'

Bert zweeg even en haalde toen berustend zijn schouders op. 'Die brengt niemand naar de gevonden voorwerpen. Die zijn we kwijt.' Een beetje bedrukt liepen we naar de parkeerplaats. 'Ach sprak Bert troostend. 'We zouden toch niet geweten hebben hoe we die pakken met je auto hadden moeten vervoeren.' Ik bracht Bert met mijn auto naar huis. 'Als je ze terug weet te vinden.' sprak Bert toen hij voor zijn huis uitstapte  'mag je ze van me houden.'

De volgende ochtend belde ik zonder veel overtuiging naar de afdeling gevonden voorwerpen van de NS in Utrecht. 'Ik heb gisteren mijn bagage in de trein laten staan en ik wilde vragen of die gevonden is.'
'Waar gaat het om?' bromde de man aan de andere kant van de lijn. 
'Het gaat om twee pakken met elk 640 rollen wc-papier.' zei ik enigszins beschaamd. Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
'U gelooft me zeker niet.' sprak ik, en wilde al ophangen. 
'Ach meneer.' klonk het bedaard aan de andere kant van de lijn. 'Ik zou niet durven om uw woorden in twijfel te trekken. Als u eens wist wat passagiers zoal in de trein achterlaten dan zou u dat begrijpen. Goudvissen in een kom, ski's, naaimachines, fietsen, tot zelfs hele skeletten aan toe. Nee meneer, ik geloof u en als die pakken met wc-papier zijn gevonden dan brengen we die netjes bij u thuis.'
Ik moest een precieze beschrijving geven van de verloren voorwerpen en zeggen in welke trein ze waren blijven staan. Tenslotte gaf ik mijn adres op en verbrak de verbinding. Terwijl ik dat deed realiseerde ik me dat ik had vergeten te vragen hoeveel de bezorgdienst wel zou kosten. Maar ik had geen zin nog een keer met de man te bellen. Ik wist dat ik de pakketten toch thuis zou laten brengen, ook al zou de bezorging een paar honderd gulden gaan kosten. Ik was er bovendien van overtuigd dat ik die rollen WC papier nooit meer terug zou zien. Diezelfde middag nog kocht ik in de supermarkt een pak met vier rollen Page toiletpapier en binnen een paar dagen was ik de hele gebeurtenis vergeten. 

Toen er een week later een grote vrachtauto in het kleine straatje voor mijn huis stopte had ik eerst nog niet door wat er gebeurde. Pas toen de chauffeur bij mij aanbelde en twee reusachtige pakketten op de stoep plaatste begreep ik dat de wc-rollen terug gevonden waren.
'Wilt u even afrekenen?' vroeg de man beleefd. 
'Zoveel geld heb ik niet in huis' mompelde ik en rommelde verschrikt in mijn portemonnee waar alleen wat muntgeld in zat. 'Hoeveel is het?'
'Dat is vijf gulden meneer.'
'Vijf gulden?' herhaalde ik schaapachtig. 
'De man schraapte zijn keel. 'Ja meneer, dat gaat per gewichtsklasse. Deze pakketten wegen minder dan vijfentwintig kilogram. Vijf gulden dus. Als bewijs overhandigde hij de bon.'

Ik vond het niet erg dat de pakketten niet door de voordeur pasten. Fluitend maakte ik het plastic los, bracht de losse rollen naar binnen en stapelde ze op langs de gangmuur. 

Zo kreeg ik op wonderbaarlijke wijze met weinig moeite en weinig geld toch de wc-rollen op de plaats van bestemming en hoefden wij thuis vier jaar lang geen wc-papier meer in de supermarkt te kopen.

9 maart 2001