Tijd genoeg

Toen hij al weg was uit het revalidatiecentrum hoorde ik van Ab dat Peter (2) een hoge militair is, Kapitein of zo. Ab had hem tot een gesprek weten te verleiden. Volgens Ab is Peter hier voor de tweede maal. Eerst voor de revalidatie na een hersenbloeding. Toen hij ontslagen was, maakte hij een val en brak zijn heup. Daarvoor is hij nu opnieuw aan het revalideren. Tegen Ab had hij gezegd dat hij nog een paar jaar in het leger moet blijven en dan met pensioen gaat. Volgens Ab riskeert hij oneervol ontslag met zijn drankgebruik.

Als je Peter ziet, dan denk je niet aan een daadkrachtige leidinggevende militair. Hij zit als een dweil onderuitgezakt in zijn rolstoel. Zijn dunnen armen hangen aan de zijkanten naar beneden. Zijn grote kogelronde hoofd houdt hij steeds een beetje scheef. Daarop staat zwart-grijs gemillimeterd haar. Hij draagt altijd donkerblauwe kleding. Ik schat hem tegen de vijftig. Als hij langsrijdt kijkt hij je doordringend aan, met een paar grote donkerblauwe vissenogen. Alsof hij wil zeggen. “Wat moet je?!” Als Peter je aankijkt, krijg je dan ook  direct de aandrang om je gedeinsd te houden. Maar Peter kijkt alleen maar en zegt helemaal niets.

Aan de etenstafel vroeg ik hem hoe hij heette. “Peter” antwoordde hij.  En waar ieder ander de wedervraag zou hebben gesteld “En jij?”. Hield hij verder zijn mond dicht. Of beter gezegd, werkte hij in een uiterst bedaard tempo een grote stapel witte belegde boterhammen naar binnen. Peter lijkt in niets en niemand geïnteresseerd.

Zijn eten wordt altijd door een van de restaurant-hulpen op zijn blad gelegd en naar zijn plek aan tafel gebracht. Peter wordt daarbij in zijn rolstoel, in de rij wachtenden, voort geduwd. Niet omdat hij het zelf niet kan. Nee ik heb Peter zelfs een keer zonder hulpmiddelen zien lopen bij de fysiotherapeut. Hij kan het wel, maar het lijkt alsof hij niet meer wil.
Elke ochtend beweegt hij zich uiterst langzaam in zijn rolstoel naar de lift naar beneden, en van daar uit. door de lange verbindingshal, naar buiten. In zijn mond bungelt een zware Van Nelle. Het gaat voetje voor voetje. Zijn armen draaien tergend langzaam aan de wielen van zijn rolstoel. Als hij dan eindelijk buiten zijn shagje heeft opgerookt, komt hij weer in dat zelfde slakkentempo onderuitgezakt terug. Vaak blijft hij, met  de kleine voorwieltjes, tussen de stenen steken. Of het lijkt alsof hij de flauwe helling bij de ingang niet gaat halen. Maar tot ieders verbazing haalt hij het wel, en komt hij uiteindelijk waar hij wil zijn. Hij heeft tijd genoeg.

Van Ab hoorde ik dat hij op deze manier in zijn eentje naar Doorn, en weer terug, is gerold. Dat is meer dan twee kilometer heen en terug. Alleen bij het oversteken over de drukke verkeersweg is hij geholpen. Bij Albert Heijn heeft hij een six-pack halve liters bier gekocht. Die heeft hij op de terugweg allemaal opgedronken. Daarvoor had hij tijd genoeg.

Juni 2014