Jantje Mexicano

Ik noem hem maar Jantje Mexicano, omdat hij zo klein van stuk is en van mexicano’s houdt. Dat waren ook het eerste dingen die me opvielen toen ik hem voor het eerst in zijn rolstoel zag zitten in het restaurant, en hij in grote vaart een gefrituurde Mexicano naar binnen werkte in een lijf dat even klein als dik is. Het lijkt alsof hij aan alle kanten uit zijn vel barst. Een dikke nek, bolle wangen, worstvingers en worsthanden. Maar de rest werd bedekt door een goed passend geruite overhemd en lichtbruine zomerbroek waardoor hij toch een verzorgde indruk maakte. Wat ook opviel was de gretigheid en de snelheid waarmee Janje steeds zijn overvolle etensplateau aanvalt en schrokkend naar binnen werkt, alsof er iemand achter hem staat die het dreigt weg te pakken. Bij mij ouders thuis zouden ze zeggen, “die is zeker in de oorlog geboren.” En zij konden het weten want ze hebben de hongerwinter in volle hevigheid meegemaakt. Over zijn bord gebogen werkt Janje op die manier met haastige happen zijn eten naar binnen.

Jantje mist een onderbeenbeen. Van José hoorde ik dat hij zwaar suikerziekte heeft, en dat zijn been is afgezet. Hij krijgt hier in Doorn een prothese-been aangemeten en komt hier revalideren.

Het was vrijdag tussen de middag toen ik bij hem aanschoof aan een klein tafeltje. Vrijdags tussen de middag is er altijd de keuze tussen een warme en een koude (brood-)maaltijd. Janje had kennelijk niet kunnen kiezen en het beste van beide opgeschept. Ik had gekozen voor de warme maaltijd. Het was een soort Indische rijstschotel. Daarbij werd apart een koude kip-kerrie salade geserveerd. Dat leek me wel wat, en ik schepte een kom tot de rand toe met deze salade vol, en rolde al watertandend naar mijn plaats aan tafel naast Jantje.

Jantje had al een begin gemaakt door op een witte boterham een dampende gefrituurde Mexicano te draperen en daarop zorgvuldig de inhoud van drie plastic sachets met mayonaise  uit te smeren. Zonder op zijn omgeving te letten begon hij haastig te eten. Hij had ook de Indische maaltijd en de kip kerrie salade op zijn plateau gezet. Naast nog een paar witte boterhammen, die hij met kaas had belegd.

De smaak van de kip kerrie salade viel tegen. Ik stootte Janje aan. Hij hief zijn hoofd licht geïrriteerde op.
“Wil jij deze kom hebben. Ik vind hem niet lekker.”
Hij keek naar de salade en knikte, en pakte de kom van me over. Hij maakte aanstalten om verder te eten. Maar hij stopte. Hij keek nog eens naar zijn bord. Toen pakte hij een lapje kaas van een van de boterhammen, en legde dat voorzichtig opzij, en sprak “Zo, dat is beter. Je moet niet overdrijven.” En vervolgens at hij schrokkend door.

Juni 2014