De schone slaper

Zachtjes opende Julia de kamerdeur.

“Slaapt hij?” vroeg Mirjam die achter haar stond.

De kamer werd zwakjes verlicht door het schijnsel van een lantaarn, buiten.

“Hij heeft z’n gordijnen niet gesloten”

“Dat wil hij niet.” sprak Julia zachtjes. “Hij zei dat hij ’s-morgens naar buiten wil kijken.”

Ze trok de deur dicht en Mirjam knipte haar zaklamp aan. De rolstoel stond naast het bed te blinken. Het rode licht van de belknop verspreidde een warme gloed door de kamer. Dat was het onmiskenbare teken dat er op was gedrukt. Voorzichtig boog Julia zich over de slaper heen en drukte het lampje uit. De kamer werd weer donkergrijs met zachte gele lichtbanen van de lantaarn buiten.

“Hij belt nooit. Hij laat weinig van zich horen overdag. En nu ineens wel.“

“Hij slaapt.” fluisterde Julia. “Hij heeft vast per ongeluk op de knop gedrukt.”

“Misschien is hij bewusteloos.” opperde Mirjam.

Op dat moment kwam er beweging in het lange lichaam op het bed.

“Nee.” concludeerde Mirjam.

Het gezicht van de slapende man was nu naar de kamer gericht. Zijn mond was ontspannen. Zijn ademhaling rustig. Het schijnsel van de zaklamp en de lantaarn wierpen een vreemd licht op de twee verpleegkundigen. De haren van Julia zagen blauwgrijs. Het donkere krulhaar van Mirjam blonk metaalachtig groen. Het licht van buiten toverde als een portretschilder met wat witgele vlekken hun gelaatsuitdrukking tevoorschijn, en met wat spaarzame banen lichtgrijs hun witte jassen. Het schijnsel van de zaklamp verschoof van de liggende figuur, de kamer in.

“Niet erg gezellig.” constateerde Mirjam. “Krijgt hij geen post?”

Julia fluisterde ontkennend. “Wel bezoek. En hij praat veel met andere revalidanten. Hij kent iedereen bij voornaam. Ook ons. Hij zei me dat ik Bambi-ogen had, maar dan blauwe, en een mooi gezicht.”

Ze giechelden.

“Hij schildert.” lichtte Julia toe. “Hij heeft een portret van een van de revalidanten geschilderd.”

“Je bedoelt dat portret van Margreet?! Daar was ze heel blij mee. Ze heeft het aan iedereen laten zien.”

Julia knikte. “En hem later ook nog een bedankbrief gestuurd en een enveloppe met geld erin.”

Mirjam siste zachtjes. “Heeft hij jou gevraagd om te poseren?”

“Nee.” fluisterde Julia. “Misschien doet hij dat nog wel…”

“Zonder kleren zeker.”

Ze giechelden weer.

“Zou jij dat durven?” Mirjam haalde haar schouders op. “Hoe oud is hij?”

“Weet ik niet.” antwoordde Julia. “Misschien achter in de vijftig. Hij is niet grijs.”

“Hij is verlamd.” sprak Mirjam. “Hij kan toch niets met je uithalen.”

Julia knikte.

De figuur op het bed bewoog. Julia en Mirjam stonden stokstijf stil en hielden hun adem in.

“Ik dacht even dat hij wakker werd.” fluisterde Julia. “Kom, we gaan verder.”

Het tweetal opende voorzichtig de deur. Een baan ganglicht viel naar binnen. En nog voor ze de deur dichtrok wierp Julia een blik naar het bed. Het licht viel op zijn gelaat. Zijn ogen waren gesloten. Hij ademde rustig. Op zijn gezicht was een glimlach zichtbaar, alsof hij intens genoot van een mooie droom.

November 2014