Baas boven baas

Toen ik voor het eerst in het restaurant kwam en de grote eettafel overzag, leek het net alsof ik in de film One flew over the cuckoo's nest terecht was gekomen. Bij elkaar zat daar een stuk of vijfentwintig revalidanten. Allemaal min of meer zwaar beschadigde mensen. Enkelen met een hersenbloeding, waardoor ze in de war zijn, niet kunnen praten, of (gedeeltelijk) verlamd. Suikerpatiënten waarvan de benen zijn afgezet en weer een kunstbeen aangemeten krijgen, en leren lopen. En ook zware "trauma-gevallen", met ingewikkelde bekkenbreuken of ander ongevallen-leed. En, zoals ik, neurologische revalidanten met verlamde ledematen et cetera.
Zo langzamerhand blijkt uit gesprekken en gebeurtenissen dat achter deze groep schlemielen, even zovele sympathieke (of minder sympathieke) persoonlijkheden schuil gaan met een eigen verhaal. En allemaal zijn ze bereid om me dat verhaal tot in detail te vertellen. En zo niet, dan weten de anderen daar haarfijn over te vertellen. Een roddel of smeuïge verhaal wordt niet geschuwd net als in de grote maatschappij. Of het allemaal waar is weet ik niet zeker, maar het zou zomaar kunnen.

Zo is daar bijvoorbeeld Peter. Peter was de eerste waarmee ik kennis maakte. Hij zat naast me aan de grote eettafel in het restaurant.
Een restaurant dat overigens sterk doet denken aan de mensa van de KUN waar ik studeerde. Een buffet voor het opscheppen van het avondeten door de kok zelf. En allemaal ronde tafels en stoelen. Een aantal vierkante tafels, aaneengeschoven tot een grote tafel waar de neurologie en trauma revalidanten hun maaltijden gezamenlijk nuttigen.
Deze keer zat Peter dus naast me. Een grote gezette zeventiger in rolstoel. Met een geweldige buik. Een been met prothese vanaf het onderbeen. Het andere been stak zonder enkel en voet uit zijn broekspijp, en rustte in een soort doorzichtige koker op de voetsteun van de rolstoel.
Suikerziekte, verklaarde hij. Die andere been ook. Maar dat is al weer een tijdje geleden.
Voor hem stond een rijk gevuld etensblad. Een overvol bord met aardappels, groenten, vlees en jus. Een banaan ernaast. En ook een toetje stond klaar. Hij schoof een flink stuk vlees naar binnen en liet het zich zichtbaar smaken. Ondertussen vertrouwde hij me toe dat hij 25 kilo moest afvallen, en daarmee was begonnen. Hij at geen Engelse drop meer en minderde met de maaltijden.
Peter heeft een volle bos gelig-wit kortgeknipt keurig gekapt haar. Het glanst een beetje, alsof hij elke dag brille gebruikt. Hij draagt een grote bril met dik, zwart montuur, waarachter zijn grijsgroene ogen indringend de wereld in kijken. Zo iemand die je met een lange blik aankijkt, zonder iets te zeggen.
Ik liet mij niet van mijn stuk brengen.
Aangenaam, ik heet Hans.
Peter was ook de eerste die ik wat beter leerde kennen. Je zag hem alle mooie dagen buiten in de zon. Of anders in de koffiekamer of in de kantine (niet te verwarren met het restaurant). We hebben over veel onderwerpen gepraat. En overal had hij een mening over, die hij met spaarzame en vaak rake opmerkingen te berde bracht. Meestal met een kwinkslag, zodat iedereen moest grinniken.
Hoe we er op kwamen weet ik niet meer, maar op een gegeven moment hadden we het over schaken. Dat was een hobby van hem, verklaarde hij. Hij had overal wedstrijden gespeeld.
Op hoog niveau? vroeg ik.                       
Hij knikte minzaam. Landelijk, voegde hij er aan toe. Ook simultaan, maar dat lag hem niet zo goed. Nu schaakte hij niet veel meer. Je moet het goed bijhouden. En dat deed hij niet meer. Wel had hij kort geleden een mede-revalidant, die beweerde goed te kunnen schaken, binnen een kwartier van het bord geveegd.
Wat zonde dat je verder  helemaal niet meer speelt. Zei ik.
Ja toch wel. af en toe met de computer. Maar eigenlijk vond hij dat niets.
Waarom niet? Vroeg ik.
Omdat hij altijd won van de computer .....
Een dag later vertelde Peter dat hij wereldkampioen snoekvissen was. In Denemarken in 2002. Hij spreidde zijn armen uit.
Zo groot was ie. Lachte hij.
Op zijn T-shirt stond een snoek die aan de haak was geslagen.
In de koffiekamer had ik een tijdschrift over vissen gezien.
Is dat tijdschrift van jou?
Hij knikte.

Peter reed weg van tafel en vertrok.

Rudolf - even massief maar wel wat jonger - lachte naar me.
Ja ik heb ook pas met Peter gesproken, vertrouwde hij me toe. Over onderzeeboten, over de oorlog in Afganistan en over kernfusie. Hij is overal deskundig op. Je moet nog maar eens een keer proberen met hem te praten over een onderwerp waar je zelf alles over weet. Dan prik je daar zo doorheen.

Aan het eind van de week reed ik met mijn rolstoel achter Peter en een andere revalidant. Ze kwamen juist terug van het wekelijkse weeg-ritueel.
Ik hoorde het gesprek. De ander zei tegen Peter: ik ben deze week een kilo zwaarder geworden.
O ja, antwoordde Peter. Ik ben drie kilo zwaarder geworden.

Ook hierin is Peter kennelijk baas boven baas..........

 

mei 2014