De wonderbaarlijke wederopstanding van Wim

Ik ontmoette Wim voor het eerst in de eetkamer. Hij zat ver onderuitgezakt in zijn rolstoel. Hij staarde voor zich uit. Hij zei niets tegen de anderen.
 
Een dag later zag ik hem opnieuw. Hij rolde de eetkamer binnen en slaakte een diepe zucht.
"Wat was dat zwaar."
Daarna zweeg hij.
 
"Wat heb je gedaan?" Vroeg ik.
"Fysiotherapie; goh wat was dat zwaar." Hij zuchtte weer diep.
 
"Hoelang ben je hier al?" Vroeg ik. "En wat is er met je gebeurd?"
 
Moeizaam bracht hij zijn hand naar het mes. Langzaam en voorzichtig sneed hij zijn boterham met kaas in tweeën. Hij keek me aan door zijn zwarte brilletje met bijna ronde glazen. Ik schatte hem op 45 jaar oud. Niet te dun, niet te dik. Aan de kleine kant. Donker kort haar waar zijn schedel ruimschoots doorheen scheen. Zwart T-shirt aan met korte mouwen en een zwarte joggingbroek met daaronder witte gymschoenen.
 
"Ik ben drie weken geleden van de trap gevallen."
"Van de trap gevallen?" Herhaalde ik.
"Ja. Ik weet alleen dat ik nog vijf treden moest. Beneden werd ik wakker. Ik kon niets meer bewegen behalve mijn armen en mijn hoofd."
 
"En hoe ben je hier terecht gekomen?"
"Ik ben naar de woonkamer getijgerd. Ik moest naar de telefoon! Ik heb mezelf helemaal open gehaald. Het ambulancepersoneel heeft de achterdeur moeten openbreken"
Hij liet mij zijn armen zien. Ze zaten vol met korsten en schaafwonden. 
 
"Was je alleen in huis?"
Hij knikte.
"In het ziekenhuis constateerden ze een dwarslaesie. Toen ben ik hier naar toe gezonden voor revalidatie." Vervolgde hij. "Ik kan helemaal niets meer." Hij zuchtte weer diep.
 
Het was tijd voor mijn therapie. 'Basisvaardigheden'. Daarin moeten de revalidanten op een groot podium met dikke zachte matten allerlei oefeningen doen. Omdraaien, vooruit en achteruit tijgeren, rechtop gaan zitten, op de knieën zitten, vooruit kruipen. Totaal zesentwintig oefeningen. Van liggen tot opstaan. Zo'n beetje in de volgorde die elke baby in zijn eerste levensjaar doorloopt. 
 
Wim kwam onderuitgezakt in zijn rolstoel bij het podium aan. Hij werd erop gesjort. Daar lag hij. Er was weinig beweging in te krijgen. Ook ik moest het podium op komen en van zitten overgaan naar liggen. 
Wat stinkt het hier, dacht ik. Ik ging weer zitten er rook aan mijn schoenen die in de rolstoel naast me stonden. Niets. Toen keek ik naar de gele sokken van Wim.
 
"Wim, je moet schone sokken aantrekken!"
Hij keek me door zijn zwarte brilletje verongelijkt aan. "Daar heb ik nog geen tijd voor gehad ik ben hier pas net anderhalve week."
 
Tussen de middag trof ik hem weer in de eetkamer.
"Woon je alleen thuis? Heb je een partner?"
"Ik ben alleen." Antwoordde hij.
 
"Heb je werk?"
Hij schudde met zijn hoofd. "Ik ben volledig afgekeurd. Ik heb al tijdenlang last van depressies. Ooit was ik verpleegkundige B."
"Ik deed niets meer. De hele dag hing ik voor de televisie. Toen viel ik van de trap."
"Ik denk dat het nooit meer goed komt." Voegde hij er met zachte lage stem aan toe.
Er viel een stilte.
 
"Je bent hier in goede handen." Probeerde ik. "Maar je moet je wel inzetten! Je moet ervoor gaan en alles eruit halen wat er in zit." 
"Ja ja." Zei hij en staarde voor zich uit.
 
De volgende dag ging ik naar het programmaonderdeel 'Verplaatsen'. Dat gebeurt vooral buiten, op een soort oefentraject met alle mogelijke hindernissen. Met een hele groep revalidanten tegelijk en een aantal begeleiders. Ook Wim was erbij. Hij hing onderuit in zijn stoel en keek naar de anderen. Op een gegeven moment keerde ik me om. Een begeleider had een rollator meegenomen. Daar stond Wim achter de rollator en zette een paar stappen, alsof hij nooit anders had gedaan. 
 
"Wim!" Riep ik. "Je kan lopen! Je kan achter de rollator lopen! Waarom ben je met de rolstoel gekomen? Waarom loop je niet de hele dag met de rollator?"
"Ja-ja." Zei hij. "Het gaat moeilijk hoor. Het kost heel veel moeite hoor." hij zuchtte diep.
"Man het is fantastisch!"
"Ja, het is een wonder." Moest hij toegeven. "Maar het is moeilijk hoor!."
 
Twee dagen lang zag ik Wim niet. Toen, op een avond, kwam ik hem boven tegen op de gang, achter een rollator. Hij liep ontspannen alsof hij nooit anders had gedaan, en ook zonder kon.
"Je gaat goed Wim!"
"Ik loop nu drie kwartier aan een stuk." Vertrouwde hij mij toe.
 
"Wanneer mag je naar huis?" Vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op. "Het is een beetje een zooitje thuis. Alles moet eerst nog worden opgeruimd." 
Hij aarzelde even.
"Mijn depressie is weg." Vertrouwde hij me met een glimlach toe.
Ik knikte. "Dat kan ik begrijpen. Je hebt nu een doel. Je weet waarvoor je gaat!
"Ja." Beaamde hij. "Ik ben zo blij als een kind, dat het beter gaat! En dat ik me nu goed voel!"
 
"Dan toch snel naar huis?"
Hij haalde zijn schouders op. "Het is hier goed. Mijn natje en mijn droogje staan klaar. Ik heb een lekker bed. En het kost me allemaal niets."
Hij dacht even na.
"Ik heb nu alleen maar mijn vaste lasten. Verder geef ik niets uit. Ik ben lekker aan het sparen." .
 
"Nu moet ik verder."
Met vaste tred liep hij verder de gang in, tot hij uit mijn blikveld verdwenen was.
 
Ik kom Wim elke dag tegen. Hij loopt de laatste dagen uitsluitend nog met zijn rollator rond. De rolstoel heb ik al een tijdje niet meer gezien. Hij gaat vast binnenkort naar huis..
 
27 maart 2018