Liefste William

Met piepende remmen kwam ze tot stilstand en sprong zonder acht te slaan op de ijzige kou uit haar auto. Ze wierp een blik omhoog maar zijn gestalte verscheen niet zoals gewoonlijk voor de ramen als hij wist dat ze kwam. Ze rende met bonzend hart naar de met graffiti besmeurde ingang, de stinkende trappen op, tot ze hijgend stilstond voor zijn deur. Haar adem maakte rookwolken terwijl ze koortsachtig haar handtas doorzocht. Maar ze kon de sleutel niet vinden. Ze drukte op de bel en hoorde het geluid door het binnenste van de flat galmen. 

Waarom deed hij niet open? Waarom had hij haar opgebeld? Was hij te ziek om zelf bij haar langs te komen. 

Ze klopte op de deur terwijl ze zich ergerde aan de opeengestapelde grijze vuilniszakken. Een gevoel van misselijkheid bekroop haar.

Waarom deed hij niet open? Hij had haar toch gevraagd om te komen? Was er iets met hem gebeurd? Was hij niet in staat om uit bed te komen? Misschien was hij gestikt in zijn overgeefsel. Of was hij gestruikeld over de resten van de nachtelijke zuippartij die hij met zijn vrienden plachtte aan te richtten. Was hij met zijn hoofd op de salontafel gevallen die ze hem had gegeven en waar hij nooit de kringen van afveegde? Lag hij nu in een rode plas met bloed en scherven in de duistere woonkamer dood te bloeden? 

Ze snoof. 

Rook ze daar geen brandlucht. 'William doe open'.

Haar stem sloeg over. Ze bonsde op de deur en zag hem in gedachten bewusteloos liggen op het smeulende matras.

Ze had hem al zo vaak gezegd dat hij niet in bed moest roken. Alles zou vlam vatten. De stapels post en kranten op het nachtkastje. De vuile kleren die hij achter zich plachtte te laten neervallen. Als een lont zouden ze het vuur verspreiden naar de altijd gesloten zware gordijnen. Daarna zou het houtwerk dat ze nog voor hem had geverfd om het interieur wat op te fleuren vlamvatten. 

'William.' schreeuwde ze en bonsde met beide vuisten tegelijk op de deur. Hoorde ze daar een geluid? Ze legde haar oor tegen de deur en hoorde de mokerslagen van haar bonzende hart. Van ver drongen nu geluiden tot haar door. Zou hij nog leven? Het koude zweet brak haar uit. 'William!' 

Maar de deur week niet onder haar slagen. 

Kringelde daar geen rook onder de deur door of was het 't stof dat opwaaide uit de hal die hij nog nooit had schoongemaakt?

Ze hoorde een gerucht achter zich. Verschrikt draaide ze zich om en keek recht in zijn lachende gezicht. 

'William.' riep ze 'Ik dacht...'

Ze barste in tranen uit en omhelsde hem. 

'Had je geen sleutel?' vroeg hij sniffend en met schorre stem. 

Ze kon geen antwoord geven en alleen maar schudden met haar hoofd. Hij maakte de deur open en hij leidde haar met zijn arm om haar schouder naar binnen de warme kamer in. Hij zette het pak koffie neer. Daarna pookte hij in de vlammen en legde er nieuw hout op. Een zonnestraal speelde even naar binnen. Hij keek haar aan en vroeg

'Wat vind je er van?'

'William...' was alles wat ze uit kon brengen. Hij moest lachen. 

'Ik heb mijn tentamen gehaald mam en ik dacht dat je wel een kopje koffie met me zou willen drinken in mijn opgeruimde flat.' Hij hoestte. Ze lachte door haar tranen heen en vroeg

'Ben je verkouden jongen?'

1 oktober 2000