Gwendolien

Als je aan de jongens vroeg waarom ze zo achter Gwendolien aanliepen konden ze geen antwoord geven. Het waren niet haar bruine krullen en ook niet de sproeten op haar neus. Ze was niet knap of opvallend. Ook haar kleren waren niet bijzonder, ook al kocht ze die meestal op het Waterlooplein. Nee het was iets anders. Iets wat de jongens niet onder woorden konden brengen maar waardoor ze naar haar toe werden gezogen als vliegen naar de strooppot. En toegegeven, Gwendolien had iets. Als ze je op die vreemde manier van haar aankeek zag je het, voelde je het en wist je dat je aan de zijde van Gwendolien wilde zijn.

Gwendolien zelf vond die jongens die altijd maar om haar heen cirkelden meestal lastig. Nooit kon ze eens een avondje alleen zijn op haar kamer. Door al die aandacht kwam ze in tijdnood met haar studie en de voorbereiding van haar examens. Altijd belde er wel eentje op met een smoesje of belde er één aan voor een onverwacht bezoek. Dan stonden ze te schutteren met een bosje bloemen in de hand en moest Gwendolien allerlei excuses verzinnen om ze buiten de deur te houden. Ze kreeg er vaak slechte zin van. Dan werd ze prikkelbaar, was ze snel beledigd en gaf ze de jongens die bij haar waren bij het minste of geringste een grauw of snauw. Dan dropen ze af, maar de volgende dag waren ze er weer. Boden hun excuses aan voor de overlast van de vorige dag, en alles begon weer van voor af aan.

Gwen werd er depressief van. Hoe moest ze die jongens van het lijf houden als schelden, beledigen, huilen of zelfs slaan en schoppen niet hielpen?

'Hé Gwen.’Gwendolienvan keek stuurs voor zich uit en liep door. 
Een fiets remde en belemmerde haar de doorgang. 
Ze keek even wie het nu weer was. 'Laat me door Richard’ sprak ze kribbig.
'Ga je zondag met me mee Gwen?’ sprak Richard onverstoorbaar. 'Ik heb kaartjes kunnen bemachtigen voor de finale Feijenoord - PSV.’
Hij toonde haar de toegangsbewijzen voor de belangrijkste voetbalmatch van het jaar. 

Gwen aarzelde. Hij had een gevoelige snaar bij haar geraakt. Ze keek graag naar voetbal. Ze hield van de sfeer van het stadion. Vroeger ging ze altijd met haar vader naar de wedstrijden. Maar sinds ze studeerde en op kamers woonde was ze niet meer naar een voetbalmatch geweest. De jongens wisten niet van haar geheime voetballiefde en waren tot nu toe niet op het idee gekomen om haar voor een wedstrijd uit te nodigen. Meestal kwamen ze met bioskoopkaartjes. Soms een toneelstuk, een musical of een muziekuitvoering, maar nooit een voetbalwedstrijd. Af en toe ging ze met één van hen mee want tijdens de uitvoering hielden ze tenminste hun mond. Maar soms werden ze opdringerig en had ze er achteraf toch spijt van dat ze was meegegaan.

Ze keek naar Richard met die typische scheve blik van haar waarmee ze alle jongensharten kon laten smelten en sprak voor haar doen vriendelijk. 'Nee, dank je Richard. Als ik wil gaan dan ga ik alleen.’ Ze liep om zijn fiets heen en vervolgde haar weg.
Richard sprong op zijn fiets en reed met haar op. 'Waarom wil je toch altijd alles alleen Gwen? Waarom wimpel je altijd alle uitnodigingen af?’ 
'Laat me met rust’ antwoordde ze op bedroefde toon, terwijl ze met smart dacht aan de voetbalmatch waarvoor ze zelf nooit kaartjes zou kunnen bemachtigen. 'Zie je dan niet dat ik met rust gelaten wil worden. Ik wil met rust gelaten worden door jullie allemaal, en verder niets!’ Ze schreeuwde het bijna uit. 'Ik wil met rust gelaten worden!!’ Toen fluisterde ze 'Misschien heb ik dan zin om met je naar de wedstrijd te gaan.’

Richard remde. Hij wist uit ervaring dat verder aandringen geen zin zou hebben. Ze zou boos worden, beginnen te schelden en tenslotte in huilen uitbarsten. Diep in gedachten reed hij naar huis. 

Gwendolien zat alleen thuis. Voor de derde keer vandaag liep ze naar de keuken om koffie te zetten, maar de pot was nog vol. Er was niemand op bezoek geweest vandaag. Niemand had opgebeld. Ze had rustig kunnen werken aan haar examen. Ze had haar kamer opgeruimd. Ze had voor het eerst sinds tijden in haar eentje inkopen gedaan en alleen de zware tas naar huis gesjouwd. Ook gisteren avond was er niemand aan de deur geweest. Ze had heerlijk lang in bad gelegen en was vroeg met een boek naar bed gegaan. Ze had vanmorgen uitgeslapen en voelde zich sinds lange tijd niet meer zo ontspannen en op haar gemak. Zo moest het hele leven zijn, bedacht ze zich, ook al vroeg ze zich af hoe het kwam dat haar bewonderaars niet meer van zich lieten horen.De avond viel. Ze ontstak kaarsen. Draaide haar favoriete CD voor de derde keer en ging afwachtend in haar makkelijke stoel zitten. Maar de bel en de telefoon bleven stil. Toen haar boek uit was liep ze een beetje verontrust naar buiten en probeerde de deurbel. Maar de bel was in orde. Ook de telefoon werkte. Waren ze haar vergeten? Ze haalde haar schouders op. Het is goed zo, dacht ze. Ze besloot om de volgende dag naar de laatste colleges van het studiejaar te gaan en dook andermaal vroeg in haar bed.

Een beetje opgewonden bereikte ze de volgende dag vijf minuten voor tijd de collegezalen. Waarom bleven ze zo op afstand? Waarom keken de jongens haar zo wazig aan? Waarom wisselden ze die blikken van verstandhouding? Ze stootte Henk aan.
Henk draaide zich om. 'Hallo Gwen.’ hakkelde hij en stapte voorzichtig naar achter.
'Kom je vanavond een pilsje drinken Henk, op het einde van het studiejaar?
’'ik.., ik...’ hakkelde Henk 'Ik heb een afspraak. Misschien een ander keertje.’ en hij maakte zich uit de voeten. Ook Thomas reageerde afwerend en Jakob leek niets meer van haar te willen weten. En ook na het college. Niemand van de jongens sprak haar aan. Het leek wel of iedereen haar met medelijden aankeek.

Hevig verontrust kwam Gwendolien na het college op haar kamer terug. Voor het eerst bekroop haar een gevoel van eenzaamheid. Met spijt dacht ze aan de voetbalwedstrijd van zondagmiddag waarvoor Richard haar had uitgenodigd. Naast haar stond het telefoontoestel. Ze trommelde met haar vingers op de tafel. Zou ze Richard bellen? Nog nooit had ze één van hen gebeld. 'Stel je voor. Hij heeft vast een ander uitgenodigd.' dacht ze moedeloos. 

Die avond kon Gwendolien niet in slaap komen. Ze draaide en ze woelde. Ze dacht aan de telefoongesprekken die ze met de jongens had gevoerd. Het ene gesprek was nog korter geweest dan het andere. Allemaal hadden ze uitvluchten gezocht en zo snel mogelijk opgehangen. Wat was er gebeurd. Na lang woelen viel Gwendolien eindelijk in een rusteloze slaap. 

De zaterdag die volgde was een nachtmerrie van eenzaamheid en vreselijke telefoongesprekken. Waarom had iedereen zich van haar afgekeerd? Waarom kon ze niet naar de voetbalwedstrijd met Richard?
Eindelijk verzamelde ze alle moed die ze had bij elkaar en zocht het nummer van Richard op. De telefoon ging tergend lang over. Eindelijk nam hij op. 'Met Richard’.
'Oh Richard.’ huilde Gwendolien. 'Kom alsjeblieft bij me langs. Ik voel me zo alleen.
'Kan jij niet hierheen komen?’ vroeg Richard op neutrale toon. 'Ik moet vanmiddag nog weg.’

Nog geen kwartier later bereikte Gwendolien het studentenhuis waar Richard woonde. Het zag er verlaten uit, alsof alle studenten naar hun ouders waren vertrokken. Gwendolien was een zenuwinzinking nabij. 'Laat hem thuis zijn.’ prevelde ze toen ze zijn bel indrukte. Maar er verscheen niemand aan de deur. Ze rammelde aan de deur. Maar Richard verscheen niet. De tranen sprongen in haar ogen. 'Oh, Richard.’ huilde ze en zakte voor zijn deur op de grond.
Plotseling gaf de deur mee.
'Gwen?’ vroeg Richard verbaasd. 'Wat doe je daar op de grond?’
Gwendolien krabbelde op en wierp zich in Richard’s armen.
'Oh. Richard. Ik dacht dat jij net zoals die anderen....’Ze barstte in een hevig snikken uit.
Richard sloeg zijn armen om haar heen. 'Rustig maar, rustig maar.’ bromde hij en hij kuste haar tranen weg. 
'Niemand wil me meer Richard. Niemand!’
'Rustig maar, Gwen.’ Ik wil je wel. 'Maar waarom doen ze dan zo vreemd?' Richard kuchte verlegen.

Gwendolien keek hem onderzoekend aan.
'Ik denk dat ik weet waarom Gwen...’ weer aarzelde hij.
'Zeg op Richard.’ drong Gwendolien aan.
'Nou, ja, Gwen. Als je belooft niet boos op me te zijn.’
'Zeg op Richard!’
Richard zuchtte en sprak bedeesd. 'Ik heb tegen iedereen gezegd dat we vaste verkering hebben.
’Gwendolien stapte naar achter. 'Vaste verkering?’ Ze moest het even tot zich door laten dringen. 
'Dat zou toch kunnen?’ vroeg Richard.
Gwendolien knikte. 'Dat zou kunnen. Maar je hebt me wel aan het schrikken gemaakt.’ Ze lachte door haar tranen heen. Dan keek ze hem schalks aan en vroeg. 'Je kan het nog goed maken, door me straks naar die voetbalwedstrijd mee te nemen.
’Richard lachte en nam haar in zijn armen en kuste haar. Toen hij eindelijk even tijd had om te spreken zei hij 'Dat is goed.’

Samen stonden ze die middag innig gearmd op de tribune en keken naar de spannende voetbalwedstrijd. Gwendolien genoot met volle teugen. Richard keek af en toe met een glimlach naar haar en nam zich voor zijn vrienden pas na de vakantie te vertellen dat Gwendolien helemaal geen aids had.

 

24 december 2000