Enit

Zonder pluvium zal Zega sterven. Ze komt al niet meer op het Tritonveld bij de andere Bacs en dat is een teken aan de wand. ‘Ze is al in fase drie.’ wordt overal gefluisterd. 

Enit mist haar aanwezigheid op Triton. Wat hadden ze samen zorgeloos gezapt en geploft! Wat een heerlijke tijd had hij met haar achter de rug. Nu moest hij zich in het onvermijdelijke schikken, wist hij. Je kan je zap niet lang uitstellen of zonder plof op Triton zijn. Steeds meer Bacs kijken hem met gestrekte lege zappen aan. Ze voelen aan zijn bast. Fluisteren verleidelijke woorden. Hij weet dat hij moet reageren, moet antwoorden op al die vragen. Wat toeschietelijker zijn. Hij weet dat hij ze niet mag afwijzen nu Zega niet meer bij hem in de buurt is. De gedachte aan haar knaagt en knaagt. De andere Bacs wervelen om hem heen maar hij heeft geen zin om met ze te zappen, en al helemaal geen zin om te ploffen.

Daar komt Tio de multizap. Heeft hij de gemoedstoestand van Enit doorzien? Zijn zappen staan recht vooruit. Enit trekt al zijn levenssap terug tot op zijn kern, sluit zijn plofgat en denkt aan Zega. Tot het uiterste gespannen wacht hij af tot Tio hem zal raken. Maar Tio laat vlak voordat hij tegen Enit aandrijft zijn zappen hangen. Voorzichtig gluurt Enit om zich heen. Zou Tio wat geroken hebben? Zou Tio hebben gemerkt dat hij de anderen negeert?

‘Hoi Tio.’ zegt hij benepen.
Tio antwoordt niet. Hij schut met zijn lange zappen en toont zijn enorme plofgat. 
‘Nu?’ vraagt Enit met kleine stem. 

Plotseling begint het Tritonveld heftig te schudden. Bijna automatisch haakt Enit zijn zappen aan die van de Bacs naast hem. Ook die haken zich vast aan hun buren. Ondanks de heftige golven ziet Enit hoe de grote buis tot vlakbij nadert en begint de zuigen.
Tio zwaait met al zijn zappen. ‘Hou me vast Enit.’ roept hij verschrikt, smekend bijna. Enit strekt aarzelend zijn vrije zappen uit. Tio vecht tegen de zuigende stroom. Nog net weet hij met één van zijn zappen aan te haken.
‘Hou vast Enit.’ 
Enit voelt de spanning in de zap die Tio vast heeft toenemen. Hij wil toegeven aan zijn gevoel en aborteren. Maar de stem van Tio doet hem aarzelen.
‘Houd vast Enit..’ 
Een gedachte flitst door Enit. Nu zal Tio antwoord willen geven of anders....  ‘Waarom is Zega in fase drie?’ schreeuwt hij naar Tio. 

Triton is verander in een borrelende waterval en Tio vecht tegen de zuigende stroom. 
‘Ik aborteer Tio.’ roept Enit. 
Er gaat een rilling door Tio. ‘Ze is geen Bac meer.’ brengt hij er met moeite uit terwijl hij met al zijn zappen tegen de stroom in zwemt om de spanning op de zap van Enit te verminderen.
Geen Bac meer......? denkt Enit. Natuurlijk is ze een Bac. Wie zou dat beter weten dan hij. Hij die talloze malen met haar heeft gezapt en geploft. Geen Bac meer. Verontwaardigd opent hij zijn plofgat om de bewijzen aan Tio te tonen. Maar dan houdt hij zich in. Zega had zich vreemd gedragen de laatste keer. Ze had een roze gloed over zich gehad. ‘Van de opwinding’ had ze tegen Enit gezegd. Hij had die uitleg geaccepteerd. Hij was trots geweest. Hij wond haar op! Welke Bac kon dat zeggen?! En toen kreeg Zega geen pluvium meer. De multizappen weigerden haar nog pluvium te geven en zonder pluvium zal Zega sterven. 

Een plotselinge woede overvalt Enit. Zonder nog verder na te denken aborteert hij de zap waaraan Tio hangt. De stroom sleurt Tio ogenblikkelijk mee naar de buis. 
‘Help’ hoort Enit hem nog schreeuwen voordat hij in het gat verdwijnt. Tevreden wrijft Enit met zijn zappen over de pijnlijke plek waar zijn geaborteerde zap had gezeten.
‘Dat is voor Zega, en voor alle ander Bacs die jij om zeep hebt geholpen’ schreeuwt hij. Hij gloeit helemaal roze op en zwabbert met zijn zappen van opwinding.

Hij let niet goed op, en de laatste zap die hem verbind met een ander Bacs schiet los. Hij voelt hoe de sterke stroom ook hem meesleurt. Tot zijn verbazing voelt hij geen angst als de stroom hen in een oorverdovend geruis naar boven wervelt in de richting van de grote buis, maar eerder een eindeloze lichtheid. De stroming wordt sterker nu en alles pikke donker. Dan wordt het plotseling stil. Overal in het donker om hem heen hoort hij angstig gekerm en hij voelt nerveus tastende zappen van andere Bacs die ook door de buis naar boven zijn gezogen. Voor hij zich echter aan iemand heeft kunnen vastklampen voelt hij de druk op zijn bast stijgen.

Borrelend en ruisend komen ze weer in beweging, maar nu precies de andere kant op. Terwijl ze naar beneden storten maakt de donkerte plaats voor een verblindend licht. Met een harde smaak belandt Enit op een harde doorzichtige vlakte.

Naast hem in de ondiepe plas triton liggen andere Bacs. Sommigen bewegen niet meer. Anderen kreunen. Overal liggen losse zappen en er vloeit levenssap uit gebarsten basten. Voorzichtig gaat Enit recht zitten en betast zijn eigen bast. Hij kan bijna niets zien door het scherpe licht dat van alle kanten lijkt te komen en hem bijna doorzichtig maakt. Als hij eenmaal een beetje aan het licht is gewend ziet hij naast zich het zachtjes schokkende lijf van Tio.
‘Heb je nu je zin?’ kreunt Tio.

Enit krijgt geen tijd om te antwoorden. Tot zijn schrik daalt met zware dreunen langzaam een met metalen rand omzoomd bolrond venster uit de hemel naar beneden dat vele malen groter is dan de buis die hen uit de Tritonvelden zoog. In de verte zwelt in een vast en angstaanjagend ritme het geluid aan van een storm en valt weer weg, zwelt weer aan en valt weer weg. Steeds dichterbij komt ondertussen het enorme venster tot de rand aan alle kanten de horizon bedekt en het bolle venster de hemel heeft vervangen.

Angstig kijkt Enit omhoog en ziet in het venster een enorme brede blauwe schijf die als een brede cirkel een zwart gat omsluit. Langzaam beweegt de blauwe schijf met het zwarte gat achter het venster op en neer. Er klinkt een oorverdovend kabaal van metaal op metaal als van opzij een opnieuw een buis zichtbaar wordt en bij de horizon de rand van het venster raakt. Enit zet zich schrap voor wat komen gaat. Tot zijn ontzetting ziet hij hoe de buis een rode vloeistof uitbraakt. Hij schreeuwt het uit van angst als hij voelt hoe de vloeistof zich vastzuigt aan zijn bast en ademhalen bijna onmogelijk maakt.

‘Zega, Zega.’ gilt hij als de rode vloeistof zich over de ondiepe plas waarin ze liggen verspreid. Hij kleurt helemaal rood en gilt nog harder als hij ziet dat het rood op zijn bast langzaam verschiet en groen kleurt. Tio kleurt niet groen maar blijft purper rood.

Even werpt Tio een blik op Enit. ‘Ik had toch gelijk.’ mompelt hij meer voor zichzelf dan voor Enit. Weer schuift de blauwe schijf met het gat achter het venster heen en weer.

De storm verderop zwelt aan tot een bijna oorverdovend kabaal. Enit voelt dat hij gaat stikken. Vlak voor dat hij zijn laatste adem uitblaast hoort hij boven het geraas van de storm een dreunende stem zeggen.
‘Seropositief. Volgende monster.’  

27 mei 2001