De Gele Koffer

   
Download als e-pub
Inhoudsopgave
     
  DE WET
  1. De aanval
  2. De opdracht
  3. Natascha
  4. Landing op ORAS
  5. Junior van ORAS
  6. De ontmoeting
  7. Het ruimtependel
  8. Gevangenen van ORAS I
  9. Gevangenen van ORAS II
  10. Contact verbroken
  11. De gijzelaars
  12. De onderhandelingen I
  13. Susan de Terra
  14. Chris Vader
  15. Twee broers
  16. De onderhandelingen II
  17. De ontsnapping
  18. Misha
  19. De evacuatie van ORAS
  20. De gele koffer
  21. Het einde van ORAS
OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
  1. Het archief
  2. De wijkvergadering
  3. Op bezoek
  4. De samenzwering
  5. Het feest
  6. Junior van ORAS grijpt in
  7. Wachters
  8. Onbekenden
  9. Tweespalt
  10. Op de drempel van de eeuwigheid
  11. Het verbond
  12. Slapeloosheid
  13. Bordeaux
  14. De boodschapper
  15. Stakende stemmen
  16. De lichtboodschap
  17. De ouden van Terra
EPILOOG
  1. Terra
  2. Het paradijs

 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

1. De aanval

Alain Chamin kon de gaap nauwelijks onderdrukken. De aangename warmte in de kleine ruimte ontspande hem. Afwezig staarde hij even voor zich uit. Dan bracht hij de microfoon naar zijn mond en dicteerde: 'Geschiedenis onderwijs regulier. Standaard theorie. Geen bijzonderheden.' Hij probeerde zijn aandacht weer te concentreren op het gesprek en vroeg 'Krijgen de kinderen op Prota-1 nog meer informatie over de geschiedenis van de Centrale Macht?'
Mevrouw Ten Have schudde ontkennend met haar hoofd. Ze zag er opvallend uit; gekleed volgens de heersende mode. Die steeds wisselende mode was eigenlijk het enige waaraan hij iedere keer opnieuw moest wennen. Verder leken de planeten die hij bezocht sterk op elkaar. Op Prota-1 was misschien minder luxe dan elders. De gebouwen waren niet uitgerust met luchtzuivering. Daardoor hing er voortdurend een weeïge geur. Dat wende pas als je er dagenlang vertoefde. Zijn bezoek duurde maar een uur.
Haar onvaste stem onderbrak zijn gedachten.
'Nee. Onze bemoeienis met het onderwijs is minimaal. We zorgen eigenlijk alleen dat de leermachines naar behoren functioneren. Maar iedereen kan de techniek van deze computers eenvoudig onder de knie te krijgen. Iedereen stopte er zijn eigen leerprogramma's in. We zijn alleen maar in staat de geschiedenis van de Federatie door te geven omdat we de leermodules tegen een lage prijs leveren.'
Hij merkte dat ze hem nauwlettend gadesloeg. 'Ze vraagt zich zeker af waarom ik bij de Federatieve controledienst werk.'
- 'Hoe lang bent u al aangesteld mevrouw Ten Have?'
- 'Al vijf jaar meneer Chamin, vanaf het begin.... Erg motiverend is het werk niet. Leerlingen zie ik nooit. Maar ja het verdient goed en het is een parttime baan.'
'Overal hetzelfde.' dacht Alain.
'Ja, moet u weten meneer Chamin. U bent de eerste controleur in vijf jaar. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik me niet met de inhoud van het onderwijs bezig houd. Dat is de verantwoordelijkheid van iedereen zelf. Ik hoef alleen maar de afzet van de Federatieve leermodules te verzorgen. De bestellingen gaan automatisch en in vijf jaar heb ik maar één enkele keer de storingsdienst van de Centrale Macht om advies gevraagd.'
Alain vroeg niet verder. 'Geen aparte vermelding.' dicteerde hij in de spreek/schrijver en sloot de rapportage af. Hij keek haar nog eens aan. Haar nervositeit was duidelijk te herleiden tot het feit dat ze voor het eerst in vijf jaar meer dan één uur achter elkaar had 'gewerkt' voor de Federatie. Eigenlijk had ze een best baantje dacht Alain en hij vroeg zich af waarom hij dag in dag uit voor de Federatie beschikbaar was, en van planeet naar planeet reisde om overal precies hetzelfde te horen.... Hij had zich net zo goed bij een groep avonturiers kunnen aansluiten op zoek naar een nieuwe planeet, een nieuw paradijs met eigen regels, buiten de alles bepalende Centrale Macht. Maar hij besefte tegelijkertijd dat zo'n onderneming nooit lang stand hield en dat hij weinig zin had in de geweldige inspanningen die het koste om zo'n tijdelijke paradijs op te bouwen. 'Nu kom ik ook in de uithoeken van de Nevel'. Hield hij zichzelf voor. 'Elk moment kan ik beslissen om op een planeet te blijven.' Hij zuchte.
Mevrouw Ten Have kuchte. 'Bent u klaar met uw vragen?'
'Ja.' antwoordde hij afwezig. Het leek alsof hij zch niet meer kon concentreren. Alsof het universum hem opslokte en de realiteit van Prota-1, mevrouw Ten Have en de kleine ruimte waarin ze zaten belachelijk en onbeduidend waren. Hij schudde de verwarde gedachte-flarden van zich af tot hij weer de behagelijke temperatuur van de kleine ruimte voelde. Bijna automatisch stelde hij zijn gebruikelijke slotvraag. 'Ja. Ik wilde u voor ik weer opstap nog een persoonlijke vraag stellen. Bent u van plan voor de Federatie te blijven werken?
- 'Ik heb er nooit over gedacht om te stoppen.' antwoordde ze verbaasd.
Alain had geen zin om door te vragen. Er viel een stilte.
'Gaat u weer verder meneer Chamin?'
- 'Ja, morgenochtend 9 uur plaatselijke tijd vertrekt het ruimtependel naar Prota-4.'
- 'Werkt uw dienst alle planeten in ons zonnestelsel af?'
- 'Nee.' antwoordde Alain. 'We werken steekproef gewijs maar wel per groep zonnestelsels anders zouden we van hot naar haar moeten reizen. Prota-4 is de tweede en laatste planeet die we in dit zonnestelsel aandoen.'
- 'Gaat u niet naar ORAS?'
Alain keek haar vragend aan. Hij had nog nooit van deze planeet gehoord. Waarschijnlijk was het een niet-officiële naam.
'Ligt die planeet in dit zonnestelsel?'
- 'Nee, in het meest nabijgelegen.'
- 'Waarom zou ik daar naar toe moeten?' vroeg hij terwijl hij opstond.
'Ik hoorde van onze technici dat daar geen gebruikelijke onderwijs apparatuur wordt gebruikt.'
Alain spitste de oren. Hij tikte de naam ORAS op het toetsenbord van zijn polstransmitter. Een ogenblik later verscheen de officiële codenaam van de planeet op het afleesscherm: PR-570.
Mevrouw Ten Have was ook opgestaan. Het viel hem op dat ze niet meer zo zenuwachtig was

Alain liep naar zijn dienstwagen die even buiten het wooncomplex stond geparkeerd. De dubbele maan van Prota-1 stond net boven de horizon en zette de omgeving in een geheimzinnig zacht geel licht dat werd doorbroken door de lange dubbele schaduwen van de wooneenheden. De langzaam om elkaar heen draaide manen hielden de schaduwen voortdurend in beweging. Dit gaf het parkeerterrein een rusteloos karakter terwijl er een volledige stilte hing.
In het stuurhuis brandde licht. Zijn vaste maat Rodger keek vanuit het gebogen raam naar beneden en zwaaide. Alain zwaaide terug en zette zich in beweging. Een ogenblik later was hij naar boven geklommen en snoof diep de gezuiverde lucht op.
'Waarom bleef je zo staan?' vroeg Rodger.
Alain wees naar buiten. 'Die roterende manen geven een lugubere lichtval. Ik heb de hele tijd het gevoel dat er iets op me afkomt. Vanuit je ooghoek neem je een beweging waar en als je er naar kijkt zie je alleen twee identieke schaduwen een Weense wals uitvoeren. Dat herhaalt zich voortdurend. Je krijgt op deze planeet achtervolgingswaanzin.'
- 'Als je een tijdje buiten zit went het.' bromde Rodger. 'Waarom riep je eigenlijk de centrale computer op?' vroeg hij terwijl hij de startroutines van de dienstwagen afwerkte.
'Het hoofd van de onderwijsdienst maakte me attent op het ontbreken van onderwijsapparatuur op ORAS.' antwoordde Alain. 'Ik kende die naam niet. Bij de voorbereiding van onze reis was er geen planeet met deze naam genoemd. De centrale computer gaf de codenaam PR-570 op.' Hier aarzelde hij. Rodger keek hem aan.
'M'n polsscherm gaf ook een groene ster: alle verdere informatie geclassificeerd. Nivo 1.'
Rodger floot tussen zijn tanden. Hij gaf vol gas.
Alain keek om. Vanuit zijn ooghoek had hij weer een beweging waargenomen. 'Pas op.' gilde hij. 'Er komt iets op ons af.'
Laag boven de horizon kwam een vreemdsoortig geel voorwerp met hoge snelheid aanvliegen. Alain keek op de ruimtescan maar zag geen melding. Zelf vlogen ze met een snelheid van 250 kilometer per uur op een hoogte van drie meter boven het oppervlak.
'Geen ruimtescan.' riep Alain. 'Ik schakel over op 'alert'.'
Rodger knikte. Sinds kort was 'alert' ook ingebouwd in de dienstwagens. Alain had niet begrepen waarom. Het grote ruimtependel vloog standaard in deze maximale verdedigingstoestand. Waarom de dienstwagens dan nog beveiligen? Tijdens de voorbereidingen voor de controlemissie was bevel gegeven om op deze tocht ook de dienstwagens in de alerttoestand te houden. Onmiddellijk flikkerde het rode waarschuwingssignaal op. De automatische besturing nam met een schok de controle over. De wagen zwenkte scherp naar links. Twee lichtflitsen vlogen rakelings langs het stuurhuis.

*Onbekend ruimtetoestel*.

Meldde het scherm.

*Scanneutraal*
*radarneutraal*
*optische detectie*.

Alains hart klopte in zijn keel. Met een lichte boog naderden ze het wooncomplex. Het gele toestel vloog op dezelfde hoogte.
'We hebben dekking. Schakel over op alert-2.' Nog nooit had Alain de aanvalsfunctie van de dienstwagen gebruikt. Een lichte trilling ging door het voertuig. Beide mannen voelde een nieuwe, onbekende sensatie door zich heengaan.

*Versnelling maximaal*.

Even werden ze in hun stoelen teruggedrukt. Nu begreep Alain waarom de dienstwagens met ruimtestoelen waren uitgerust. 'Was dit voorzien?' flitste het even door zijn gedachten. Plotseling was de versnelling niet meer voelbaar. 'Dat moet de nieuwe gyroscopische functie van het stuurhuis zijn.' Ze naderde het aanvallende ruimteschip alsof ze naar een film keken. Tijd en afstand vielen weg. Onder hen verschrompelde het wooncomplex tot een speldeknop. Opnieuw ontweek de dienstwagen twee lichtflitsen.

*lasertype g-57*
*reflectie mogelijk*.

Alain zuchtte onhoorbaar en dacht aan de vele verhalen die de ronde deden over bovennatuurlijke wezens met superieure ruimtevaarttechniek. Ze zouden onoverwinnelijk zijn en elke confrontatie zou fataal aflopen. Hij had ze nooit ontmoet. Niemand die hij kende had ze ooit ontmoet, maar iedereen had er wel eens van gehoord.
'Wat doen we Rod? Het is ouderwetse vuurtechniek.'
- 'Laten we het eens van dichtbij gaan bekijken.'
Alain schakelde in op reflectie van de laserstralen. Op dat moment verdween de aanvaller van het scherm.

*Snelheid te hoog*

meldde de computer droog. De mannen zegen terug in hun stoel.

'Dat kan niet.' mompelde Rodger. 'We gaan op maximale snelheid. Nergens in de Federatie kan het sneller.'
Ze keken elkaar aan. Een ondefinieerbare angst beving Alain. 'Was dit dan toch.....' 'Omkeren Rod. Dit is niet pluis.'

In een lange glijvlucht bereikte de dienstwagen de dampkring van Prota-1. Het ruimtependel stond eenzaam te spiegelen in het maanlicht. De luiken van platform vijf schoven open.

*Gevechtstijd 35 seconden*.

meldde het scherm. Alain had het gevoel alsof hij terugkwam van een jarenlange reis.


				

 


 

Ga naar de Inhoudsopgave

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

2. De opdracht

De ruimtehaven maakte een verlaten indruk in het gele ochtendgloren. Slechts een klein deel van de ruimtehaven was in gebruik. Het grote ruimteschip stond verloren op een van de parkeerplaatsen. De andere parkeervakken waren leeg. Het ruimtependel stond midden in een wuivende vlakte van gras en lage struiken. Een harde wind had het roerloze landschap van de vorige dag veranderd in wat nog het meeste leek op een golvende zee.
In het ruimteschip was niets te merken van de storm buiten. Alleen twee grote zijramen verraadden het contrast tussen binnen en buiten. Maar door de gedempte atmosfeer en de zuivere lucht leken het langswaaiende stof en de golvende struiken buiten nog het meest op het golvend zeewier in een aquarium.
'U vraagt zich ongetwijfeld af waarom ik u voor deze vergadering bij elkaar heb geroepen.' sprak gezagvoerder De Wit op gedempte toon.
Alain keek de tafel rond. De twintig controleurs zag hij voor het eerst allemaal bij elkaar. Enkele had hij nooit eerder gezien hoewel ze allemaal sinds de aanvang van de missie - nu al ruime een jaar geleden - in het ruimteschip vertoefden.
'Het is ook zeer ongebruikelijk om teamvergaderingen te beleggen.' vervolgde De Wit. 'Uw rapportages gaven daar echter aanleiding toe. En ik wilde ...'
Een geroezemoes overstemde de laatste woorden. Wie had er iets bijzonders gemeld?
'Geen enkel van u maakte een bijzondere vermelding bij de controles.' hervatte De Wit. 'Alles verloopt op Prota-1 volgens de Federatieve regels. Toch is er aanleiding voor overleg. Enkele teams vroegen namelijk informatie bij de boordcomputer over een andere planeet in een nabij gelegen zonnestelsel: die planeet heet ORAS.'
Weer begon het geroezemoes dat De Wit direct met een ongeduldig handgebaar bezweerde.
'Dan is er nog een tweede reden.' Even kruisten zijn blik die van Alain. 'Een onbekend ruimtevaartuig viel een van onze controleteams aan.'
Nu hielpen de bezwerende gebaren van De Wit niet meer.
'Dames en Heren, alstublieft...'
- 'Na de landing van het ruimtependel was Prota-1 toch vrijgegeven?' riep Alains buurman op beschuldigende toon. 'Waarom zijn we niet gew...'
De gezagvoerder onderbrak de spreker. 'We wisten dat we op deze controlemissie op verrassingen konden stuiten. Dankzij het alert systeem op de dienstwagen gebeurde er geen ongelukken.'
Alain schoof even onrustig op zijn stoel en voelde dat hij een rood gezicht dreigde te krijgen. Hij keek naar zijn vriend. Deze vermeed zijn blik en bestudeerde met een onschuldig gezicht het plafond.
'Het alert-systeem is in de dienstwagens gebouwd omdat de Federatieve vluchtleiding van Prota-1 de afgelopen vijf jaar enkele keren melding maakte van ruimtevaartuigen die alleen optisch waarneembaar waren.'
Weer ontstond er geroezemoes.
'Wist jij dat?' vroeg Alain aan zijn opgewonden buurman. Deze schudde heftig van nee. Alain keek de kring rond. Ook de anderen wisten van niets.
'Waarom stelde je ons niet eerder hiervan op de hoogte?' Alains buurman was nu gaan staan. Hij sloeg met zijn vuist op tafel. 'Ik ben nu al tien jaar economisch controleur. Bij geen enkele missie die ik meemaakte hield men informatie voor ons achter!'
De Wit schoof ongemakkelijk over zijn stoel. 'We hebben om jullie veiligheid gedacht Joop.' sputterde hij.
'We hebben geen informatie ontvangen!' herhaalde Joop ijzig. Nogmaals gaf hij een daverende klap op de tafel.
Er viel een stilte. Joop ging langzaam zitten. Alle ogen richtten zich op de gezagvoerder. Zachtjes zei deze. 'Je hebt gelijk.' En na enig aarzelen voegde hij er bijna onverstaanbaar aan toe 'En er is nog meer.'
Joop van Zijl veerde op. Met een rood hoofd schreeuwde hij 'Wat zeg je nu? Herhaal dat nog eens?!'
- 'Stil maar Joop. Je krijgt alles te horen. Het was eerst mijn bedoeling om jullie vandaag alleen te informeren over het vluchtprogramma en je vooral op het hart te drukken om het alert-systeem ingeschakeld te houden op stand twee. Maar er zijn nieuwe ontwikkelingen die onze gezamenlijke aandacht vragen. We zijn hier op Prota-1 duidelijk getipt om te gaan kijken op ORAS.' Hij liet zich nu niet meer onderbreken en snel vervolgde hij 'Zojuist is een nieuwe faseopdracht van de Controledienst gedeblokkeerd. Het vluchtschema is gewijzigd. Ook de Centrale Macht wil dat we naar ORAS koersen.' Niemand van de bemanningsleden interumpeerde nog de gezagvoerder. 'Door de ervaringen met Rodger en Alain hoef ik de noodzaak om alert ingeschakeld te houden nauwelijks meer te onderstrepen... Maar er is meer....'

De Wit stond op. Hij liep met de aanwijsstok naar het grote muurscherm in de commandoruimte. Het licht dimde. Van de vloer tot het plafond werd plotseling het overweldigende beeld van een planeet zichtbaar. Links in de bovenhoek stond 'ORAS.' De Wit staarde een ogenblik naar naar de gezichten van zijn teamgenoten die tegen de donkere achterwand van de comandoruimte fel werden verlicht door de geprojecteerde planeet. Twintig gespannen gezichten, tien vrouwen en tien mannen. Sommigen zouden zeggen dat hier het uitschot van de Nevel zat. Misdadigers, avonturiers, die hun laatste toevlucht hadden gezocht bij de Federatieve Controledienst. Ze hadden ruige koppen die fel uitkwamen in het scherpe tegenlicht. Maar De Wit wist wel beter. Hij had zijn bemanning zelf kunnen selecteren. Hij wist dat dit het puikje was van de controleurs van de Federatie. Hij keek ze een voor een aan voor hij zijn verhaal vervolgde.
'Met de meeste van jullie heb ik de afgelopen vijfentwintig jaar meer dan één keer een controle-missie uitgevoerd. In die tijd had ik het overgrote deel van de Federatieve controleurs wel een keer bij me aan boord. Normaal gesproken bepaalt de Federatie de teamsamenstelling van elke missie. Dit keer vroegen ze me om zelf een team samen te stellen.'
Je kon een speld horen vallen. 'Wat is zo bijzonder aan deze missie?' vroeg Alain zich af en tegelijk dacht hij; 'waarom ben ik door De Wit gekozen.'
'Ik koos jullie niet in dit team omdat jullie zulke goede controleurs zijn.' vervolgde De Wit op rustige toon. 'Dit werk is routinewerk. Een kind kan het doen. Nee, in de tijd dat ik jullie leerde kennen ontdekte ik dat jullie ook nog over andere vaardigheden beschikken die van nut zijn op deze missie.'
Nogmaals aarzelde hij. Hij draaide zich nu naar het scherm. 'Het begon allemaal vijf jaar geleden. Prota-1 werd ontdekt. Daarna de andere Prota's. Allemaal kolonisten- planeten. Ze werden weer binnen de Federatie gebracht. Kort daarop kwamen de eerste meldingen van de vluchtleiding van Prota-1. Die vormden de aanleiding van deze controle missie.....'


 

'Wat doe jij?' Alain keek zijn maat aan.
Rodger haalde zijn schouders op. 'Laten we gaan eten. Ik heb honger. Door al dat gedoe misten we de lunch.'
Het was Alain duidelijk dat ook Rodger die altijd wel een antwoord klaar had niet wist wat hij met de situatie aan moest. Ze liepen door de heldere witte gangen naar het restaurant. Met hernieuwde belangstelling bekeek Alain het ruimteschip. De Wit had gezegd dat het was uitgerust met alle nieuwe techniek die de laatste jaren door de Federatie in het geheim was ontwikkeld. Belangrijkste nieuwigheid was het gewijzigde aandrijvingsconcept, had de gezagvoerder gezegd. Het snelste in de hele Federatie.
'Op ORAS kunnen ze het kennelijk nog sneller.' mompelde hij.
'Wat zeg je?' vroeg Rodger.
'Ik vroeg me af waarom het steeds sneller moet met die ruimteschepen.' antwoordde Alain.
'Dat weet je net zo goed als ik. De Federatie wil zijn greep op de kolonisten behouden. Zo zijn ook de Prota's weer binnen de Federatieve invloedssfeer terug gebracht. Zo zal het ook met ORAS gaan.'
Alain knikte. De Wit had gezegd dat ook ORAS een geschikte planeet voor kolonisten was. Buiten de invloed van de Federatie. Precies de goede omvang, zwaartekracht en luchtdruk, een ongerepte natuur, geen ziekten enzovoorts. 'Alles is er perfect voor menselijk leven.' had de Wit gezegd. 'Een planeet als ORAS is het ideaal van elke kolonist.'

Ze liepen door de klapdeuren het restaurant binnen. Een hel licht en de geur van gebraden vlees en koffie golfde hen tegemoet. Het merendeel van het controleteam was hen al voorgegaan. Er hing een ongewone stemming. Voor het eerst was het er druk. Het leek alsof iedereen, onwennig nog, elkaars gezelschap zocht. 'Maar je koos toch zelf voor het baantje van controleur in dienst van de Federatie, om op te treden namens de Centrale Macht. Nu deins je terug als we voor het eerst eens met wat anders dan een routineklus in aanraking komen.'
Joop van Zijl vormde het middelpunt van de discussie. Meewarig keek hij de jonge spreker aan. 'Ik heb hier geen vertrouwen in Johan. We zijn hier van het begin af aan ingeluisd zonder dat we het wisten. Weet jij of De Wit het achterste van zijn tong laat zien? Weet hij alles?'
- 'Wat wil jij dan Joop?' vroeg Johan.
Joop zweeg en haalde zijn schouders op en zei 'Ik weet alleen dat ik hier niet aan mee wil doen; het stinkt.'
Rodger mengde zich al kauwend op een broodje in het gesprek. 'Het staat mijn ook niet aan dat we zo laat zijn ingelicht. Maar ik heb wel vertrouwen in De Wit. Ik denk tenminste dat hij ons alles vertelde wat hij wist. Waar ik echt bang voor ben is dat De Wit net als wij slechts pionnen zijn in een groter spel.'
Alain glimlachte. 'Zo gauw Rodgers maag is gevuld beginnen ook zijn hersenen weer te werken.' constateerde hij.
'We moeten zo snel mogelijk erachter zien te komen welk spel de Centrale Macht speelt.' Vervolgde Rodger. 'We hebben geen keuze; we kunnen de opdracht niet weigeren - ze valt binnen onze taakomschrijving. De Wit gaf ons wel de keus om eruit te stappen maar als we dat doen dan staan we bij thuiskomst op de keien.'
- 'Mooie woorden.' schamperde Joop van Zijl, 'Maar hoe wil jij erachter komen wat de Centrale Macht wil met onze missie? En hoe weet je zo zeker dat De Wit naar ons toe open was?'

- 'Ah de dames en heren zijn hier aan het vergaderen.'
Bedaard liep De Wit langs het buffet en vulde zijn plateau met broodjes. Hij zette zonder te laten merken dat hij het laatste deel van de discussie had gevolgd een kop koffie ernaast en ging rustig zitten. Hij glimlachte naar Joop. 'Joop ik vind dat je terechte vragen stelt. En het is ook begrijpelijk dat ze juist uit jouw mond komen. Jammer genoeg werkten wij maar weinig met elkaar samen, en dat was nog lang geleden ook. Toch selecteerde ik jou voor deze missie omdat je een lange werkervaring hebt bij het informatiecentrum van de Federatie. Jarenlang stelde jij de fase-opdrachten van de Centrale Macht op voor de ruimtependels die in de Nevel hun controlemissies uitvoerden. Jouw achterdocht sterkt me in mijn eigen achterdocht.'
Joop van Zijl knikte en sprak 'Elke gezagvoerder weet dat de Centrale Macht met deelopdrachten werkt. Zelfs als jij ons alles wat je weet hebt verteld, kan elke vervolgopdracht nieuwe verrassingen brengen.'
- 'Joop, met de kennis die jij op het informatiecentrum opdeed moeten we de vervolgopdrachten ontcijferen.'

Joop keek rond en dacht 'Nu weet ik waarom ik ben uitgekozen.' Plotseling voelde hij zich moe. 'Heb je nog meer verrassingen?' Hij keek De Wit aan maar die reageerde niet. 'Waarom zou ik me in een gevaarlijk avontuur storten? Mijn leven op het spel zetten? Waarom zou ik slimmer willen zijn dan de Centrale Macht?' Hij gromde 'Ik heb van dichtbij gezien hoe effectief ze de Nevel beheersen.'
- 'Rodger had gelijk Joop.' Onderbrak De Wit hem. 'Wat we ook doen, we zullen altijd een speelbal blijven van de Centrale Macht maar als je nu met mij meewerkt zullen we tenminste weten welke rol we moeten gaan vervullen in het spel met ORAS.'
- 'Ik weet het niet.' mompelde Joop en vroeg zich af waar De Wit zijn vitaliteit vandaan haalde. 'Waarom had De Wit zijn mond niet gewoon dichtgehouden dan hoefde hij nu niet te kiezen.'
Het leek alsof De Wit zijn gedachten raadde. 'Ik weet dat ik jullie laat heb ingelicht en dat ik daarmee jullie vertrouwen in mij heb geschaad. Die gok moest ik nemen om niet bij de Centrale Macht achterdocht te wekken, maar, Joop jij bent degene geweest die openheid eiste en die heb je gekregen zoveel ik kon.'
Meewarig keek Joop gezagvoerder De Wit aan. Een hels woede overviel hem als een vloedgolf. 'Openheid; Informatie; allemaal leugens!' schreeude hij. 'Jij weet niet hoe ze werken: die openheid, die democratie, die overvloedig beschikbare informatie over alles wat je maar weten wilt is de perfecte manier om mensen dom te houden. Wie stelt nog de Centrale Macht ter discussie als de techniek overal een oplossing voor heeft? Waarom bestaat er eigenlijk een Centrale Macht? Waarom is er De Wet en waarom moeten wij de naleving ervan controleren? Waarom moeten we de kolonisten weer achterhalen?' Abrupt stond hij op, verbaasd over de kracht van het vuur dat in hem smeulde. Zonder nog een woord te zeggen verliet hij het restaurant.

'Voor we naar ORAS vertrekken wil ik van ieder van jullie weten of je meedoet.'
Dat was het laatste wat De Wit zei. Zijn aandacht was nu geheel in beslag genomen door een bolvormig broodje met kaas dat verdacht veel op de geheimzinnige planeet ORAS leek. De bemanning was al uit het restaurant verdwenen toen hij er bedachtzaam zijn tanden in zette.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 


DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

3. Natascha

Alain liep door de lange gang die het eerste landingsplatform verbond met de wooncabines. Hij voelde zich gespannen. Eindelijk had hij de stoute schoenen aangetrokken. 'Hoe zal ze reageren.' vroeg hij zich af. Het was stil in het ruimtependel. De wanden van de gang absoorbeerden alle geluid waardoor alleen het fluisterende geschuifel van zijn eigen voetstappen de diepe stilte doorbrak. Hij kwam niemand tegen. In gedachten verzonken liep hij langs het vrachtruim en het geavanceerde aandrijfsysteem die samen minstens driekwart van het ruimteschip in beslag namen. Op het landingsplatform had hij minitieus de dienstwagen op schade gecontroleerd, maar hij vond geen enkel spoor van het gevecht met de geheimzinnige gele ruimtejager. Het leek meer een droom dat werkelijkheid en hij zocht nu de tastbare bewijzen om zichzelf te overtuigen van de realiteit van het spiegelgevecht. Toch stond de tekst op de vluchtmonitor nog helder voor zijn geest.

    *Snelheid te hoog*
Hij schudde zijn hoofd. Eindelijk bereikte hij de commandoruimte die bijna voorin het schip lag. Het licht was gedimd. Alleen Mario was aanwezig. Naast hem brandde een schemerlamp. Een van de vele controlepanelen stond opengeklapt. Mario was ingespannen bezig met een soldeerbout. Even keek hij op en liet zijn ogen aan de duistere omgeving wennen. Alain zwaaide. Mario zwaaide terug. Alain liep nu door de centrale passage. Hij was in een half uur van helemaal achter naar helemaal voor gelopen. Het ruimtependel deed hem denken aan een groot fabriekscomplex met een volcontinue en volledig geautomatiseerd produktieproces. Alleen in de controlekamer kwam je collega's tegen. Daarbuiten was dat toeval. Af en toe zag je een vluchtige schim door de gangen gaan. Iedereen leefde in zijn eigen wooncabine. Alain was gewend geraakt aan de stilte die je omhulde als een cocon. Hij was net als de anderen het ruimtependel gaan zien als een plaats waar je slaapt. In de weken of maanden die het ruimteschip, ondanks de geweldige snelheid, nodig had voor de oversteek van het ene naar het andere zonnestelsel was er weinig andere keus. Dat waren maanden waarin je de dag niet van de nacht kon onderscheiden. Waarin de tijd zich aaneen reeg tot een vormeloze brij zonder kop of staart, zonder het dag- en nachtritme of zelfs een week- en maandritme. Reizen betekende slapen. Hij wist dat hij geen keus had maar haatte die kunstmatig opgeroepen slaap, die eigenlijk neerkwam op een verlangzaming van alle levensprocessen. Het was de beste manier om het lange duur van de interplanetaire vluchten te verkorten. Bovendien wist hij dat deze vorm van reizen je verouderingsproces verlangzaamde. Misschien motiveerde dat wel het meeste om te slapen. Af en toe werd je wakker, dan was je aangekomen op een planeet waar je samen met je maat je controletaak uitvoerde. Langer dan een dag duurde dat meestal niet. Alleen als een van de teams problemen tegenkwam kreeg je de kans om wat uitgebreider kennis te maken met de bewoners. Dat had hij echter zelden meegemaakt.

Eindelijk bereikte hij de wooncabines en stopte voor een deur. Even aarzelde hij. 'Zal ik het bezoek uitstellen en morgen langs gaan?' Dan bedacht hij 'Ze zal wel slapen.' Hij klopte aan.
'Binnen.' klonk het aan de andere kant van de deur.
Hij stapte de comfortabele wooncabine binnen, keek om zich heen maar zag niemand.
'Ik ben in de badkamer, een ogenblikje.' Nieuwsgierig keek Natascha even om de hoek van de badkamerdeur. 'Hallo Alain.' zei ze glimlachend.
Hij keek om zich heen. De wooneenheid was niet groot, maar wel van alle gemakken voorzien. De ronde vormen gaven hem het gevoel alsof hij in een witte zeepbel zat. Aan een kant was een soort nis met een groot bed erin. Een moderne uitvoering van de bedstee. Het centrale leefgedeelte bestond uit een grote tafel die aan een kant aan de ronde wand was gemonteerd en aan de andere kant met twee poten op de vloer stond. Er stonden moderne stoelen omheen. Verder was er een soort zitkuil. Deze nam het grootste deel van de leefruimte in beslag. Ze bestond geheel uit banken met dikke kussens. In het midden van de zitkuil was een lage tafel geplaatst. Alles was uitgevoerd in witte en beige tinten. De indirecte verlichting gaf het geheel een sfeervolle aanblik. De wand tegenover de zitkuil was vlak. Hierop was een bijna levensgrote afbeelding van een schilderachtig boslandschap zichtbaar. Alain wist dat de wand ook dienst deed als groot televisiescherm. Nu leek het net of de wooncabine van Natascha de ingang vormde van een sprookjesachtig bos dat uitnodigde voor een lange zomerse wandeling. Vaag rook hij de geur van bloemen. Hij keek speurend in het rond. Plotseling ondekte hij tot zijn verbazing dat de bloeiende plant geen onderdeel van het boslandschap uitmaakte maar er vlak voor op de grond stond. Hij draaide zich om. Het geluid uit de badkamer was veranderd. Weer verscheen het hoofd van Natascha.
'Kun je me die handdoek aangeven.'
Over de stoel bij de tafel hing een handdoek.
'Dank je.'
Alain staarde naar haar terwijl ze zich afdroogde. Oude herinneringen kwamen boven. 'Lilian'. Hij huiverde bij de gedachte aan haar. Meer dan vijftien jaar was hij met haar opgetrokken. Totdat.... Hij vroeg zich af of hij alleen maar droomde, of dat ze hier weer in levende lijve voor hem stond.
Eerst had hij niet geweten wat Natascha in hem aantrok. Nu van dichtbij wist hij waarom hij hierheen was gekomen. De gelijkenis met Lilian was onmiskenbaar.
Ze liep langs hem heen gewikkeld in de handdoek en zag zijn betraande ogen. 'Wat is er?'
- 'Niets, een verre gedachte.' bracht hij er bijna benepen uit.
Natascha was al in haar nauwsluitende pak geschoten toen Alain zich naar haar toe draaide. 'Gek eigenlijk.' zei hij zacht. 'Nu ik me realiseer dat onze opdracht op ORAS geen routineklus is bekijk ik iedereen van het team met andere ogen. Misschien komt het omdat we voor het eerst echt samen moeten werken. Voorheen zou ik er nog niet aan denken om kennis te maken met de sectie 'economie' of 'informatica'. Nu moeten we samenwerken en ik ken mijn teamgenoten niet eens.'
Natascha zette een zachte achtergrond muziek op. 'We hebben nog even de tijd voor we op ORAS landen.' antwoordde ze, en vroeg zich af wat de reden voor zijn aandacht voor haar was.
Alain's stem onderbrak haar gedachten. 'Joop vertelde me dat jij door De Wit bent uitgekozen vanwege je kennis op het gebied van decodering van computeropdrachten.'
Natascha haalde haar schouders op. 'Van decoderen weet ik niet zo veel als Joop. Wel ben ik jarenlang computerprogrammeur geweest. Maar daar ben ik gelukkig van af.' Ze maakte een gebaar waarmee ze haar verleden als afgedaan beschouwde. Ze keek hem aan en sprak 'En Jij? Waarvoor ben jij gekozen?'
- 'Ik weet het niet.' sprak hij bijna beteuterd. 'De Wit zei dat ik het wel zou merken. Hij zei dat hij op mij het meest zuinig was van ons allemaal.'
- 'Raadselachtig.' mompelde Natascha. 'En kom je nu aan mij vragen of ik het weet?' Ze ging zitten, reikte naar een glas en schonk er rode wijn in.
Door de grote ronde matrijs boven de zitkuil was het donkere koude heelal met hier en daar een groep scherp schitterende sterren zichtbaar. Ze maakte een gebaar met haar hand naar het kussen naast haar. Hij ging zitten en het scherpe beeld van de sterren maakte plaats voor een zwoele zomermiddag aan de rand van het geheimzinnige bos.
'Nee.' zei hij en rook de aangename geur van haar pas gebade lichaam. 'Ik kom bij je langs omdat De Wit me zei dat wij na de landing op ORAS samen met Rodger de eerste verkenningsvlucht zullen uitvoeren.' Het was maar de halve waarheid wist hij. Natascha maakte haar lange haren los die in kastanje bruine krullen over haar schouders vielen. Opnieuw riep haar aanblik de herinnering aan Lilian op. 'Zag hij de bladeren van het bos bewegen? Of kwam het door de geur en het zachte geluid van de muziek, dat net leek op het gefluit van vogels?' Er kwam een brok in zijn keel.
'Wat is er?' vroeg Natascha opnieuw.
'Het is niets. Het is al zo lang geleden. Rodger zei me dat het wel zou slijten. En hij had gelijk. Twintig jaar ben ik nu voor de Federatie op reis. Elke keer een andere planeet, andere mensen. Iedere keer een andere omgeving. Nieuwe indrukken zijn goed voor de afleiding, goed om te vergeten. En nu komt het allemaal weer boven, elk detail kan ik me herinneren.'
Natascha zweeg. 'Wat bedoelt hij?' vroeg ze zich af. 'Is het werk voor de Federatieve Controledienst zo'n frustrerende taak?' En hardop sprak ze 'Sinds gisteren ben ik ook anders tegen het werk gaan aankijken. Maar ik heb jouw lange ervaring niet. Ik werk pas sinds kort voor de Centrale Macht, pas vanaf het begin van deze missie, drie jaar geleden. Alles is nog steeds nieuw voor me. Elke nieuwe planeet is een ontdekking. En nu is plotseling ook iedereen in het team nieuw voor me.'
Alain glimlachte. Lilian maakte weer plaats voor Natascha.
Deze keek hem nu voor het eerst werkelijk geïnteresseerd aan. Ze herinnerde zijn aankomst bij het ruimtependel de dag voor ze vertrokken. Haar oog was eerst gevallen op de grote gele reiskoffer die hij op een karretje achter zich aantrok. Aan De Wit had ze gevraagd wie hij was.
'Dat is Alain Chamin, Federatieve geschiedenis is zijn vak.' had deze gezegd en 'De geschiedenis leeft in hem.'
- 'Waarom sleept hij die grote gele koffer met zich mee?'
- 'Dat weet ik niet.' Had De Wit geantwoord. 'Die koffer neemt hij op elke missie met zich mee, in ieder geval de missies samen met mij.'
Ze had zijn aandacht voor haar wel opgemerkt maar hij bleef op een afstand. 'Wanneer is het begonnen. Al vanaf het begin van de missie? Wat bedoelde De Wit met zijn opmerking over hem? Wat heeft hij voor ogen? Hoe lang heb ik langs iedereen heen geleefd?'
'Wat veranderde er dan voor jouw?' vroeg Alain.
Ze glimlachte naar hem. 'Net zoals jij vermoed ik. We zijn ineens een groep en we kennen elkaar niet. Morgen moeten we voor elkaar instaan en elkaar vertrouwen. Maar voor wie moet ik instaan? Alles gaat zo snel.'
- 'We hebben niet veel tijd. Misschien is onze reis over een paar dagen ten einde.'
Ze pakte zijn hand en zei zacht 'Ik zag jouw eerder dan de anderen.'
Hij glimlachte haar toe. 'Ik kende jou al voor ik je voor het eerst ontmoette.' Even stopte hij met spreken en keek gefacineerd naar de afbeelding op de wand. Opnieuw was het alsof hij de bladeren van de bomen zag bewegen. Alsof een windvlaag de zinderende stilte voor een ogenblik doorbrak. Een pad leidde over het veld naar het bos. Hij kon de hitte van de namiddag bijna voelen. Hij proefde weer het verlangen naar de koelte die pas aan het einde van de dag zou komen. 'Waar ik woonde' zei hij, 'was ook zo'n bos. Daar ging ik vaak met haar heen, als het in de stad te warm was. Dan liepen we tot de bosrand en wachtten we tot de avond viel en de koelte kwam. We luisterden naar de stilte en naar de vogels die met hun zang de avond begroetten.'
- 'Hoe heette ze?'
- 'Lilian.' fluisterde hij. 's-Avonds liepen we terug naar de stad waar het leven weer begon.'
- 'Heeft ze je verlaten?'
Het beeld van de drukke stad maakte plaats voor een kale kamer waarin hij doelloos rondliep. De gele koffer stond klaar bij de deur.
- 'Ze is gestorven.' En terwijl hij dat zei voelde hij dat zijn ogen zich weer met tranen vulden. 'Maar ze blijft in mijn herinnering leven.' voegde hij er bijna koppig aan toe. Een intens verdriet vervulde zijn hele wezen.

Natascha legde haar vinger op zijn mond. 'De levenden moeten de doden begraven en niet omgekeerd.' Ze kuste hem liefdevol op de mond.
Daarna was het was stil. De muziek was gestopt. Natascha streelde zijn gezicht.

Alain schrok wakker. Hij richtte zich op en keek om zich heen. Hij bevond zich in een kamer. Het was donker. Waar was hij? Die vraag stelde hij zich vaker als hij wakker werd. De donkere vormen in de kamer waren onherkenbaar. Alle slaapruimten leken op elkaar. Sliep hij of was hij wakker? Het heden was onontwarbaar vermengd met het verleden. 'Lilian.' fluisterde hij en reikte naar haar. Plotseling vielen de herinneringen weer terug in de goede volgorde: 'ORAS, ik ben op weg naar ORAS.' Gerust gesteld zakte hij terug en draaide zich op de andere zij. Het was warm in de slaapkamer. Hij geeuwde en kon niet ontdekken of hij wakker was of droomde.
'Waarom ben je naar ORAS gegaan?' Voor hem stond zijn oude geschiedenis leraar.
Ze waren alleen. Hij keek omhoog. 'Ik ben op de vlucht voor het verleden.' antwoorde hij.
De man lachte, legde z'n hand op zijn schouder en boog zijn vertrouwde oude gezicht naar hem toe. Bijna vaderlijk zei hij wat Alain al tientallen malen uit zijn mond had gehoord 'Voor wie bewust leeft is kennis van de geschiedenis van zijn volk even onmisbaar als de kennis van zijn eigen verleden. Zonder die kennis heeft het bestaan onvoldoende zin en inhoud.'
Rusteloos draaide Alain zich om. Het klamme zweet brak hem uit. 'Opstandig schreeuwde hij zijn leraar toe 'En toch ga ik naar ORAS! En ik hoef mijn eigen identiteit niet te vinden of te ontwikkelen! Ik moet hem ontvluchten.'
Weer sprak zijn leraar als door een mist. 'Wat heeft vluchten voor een zin als je overal je verleden meeneemt?'
Alain wist dat hij gelijk had, en dacht moedeloos 'Wat heeft vluchten voor een zin als ik elk detail van mijn eigen verleden blijft herinneren, elk boek dat ik gelezen hebt, elke activiteit, elke ontmoeting, al die gezichten, al die stemmen, al die gebaren? En dan ook nog de kennis van de geschiedenis! En ondertussen gaat het leven voort, ook op ORAS. En ik zit er midden in ... Op controlemissie, bij een kolonistenplaneet die zijn eigen gang wil gaan die los van het verleden zijn toekomst wil zoeken. En elke ontmoeting is weer een volgende herinnering die niet meer uit mijn gedachte wil. Elke gebeurtenis draagt het risico in zich weer iemand te vinden waaraan ik me bind.... die ik weer verlies.' Het leek wel of hij waakte en sliep tegelijk in een half ijlende toestand. Beschuldigend keek hij naar zijn oude leraar. 'Het verleden is mijn hel!'
Deze knikte. 'Je moet met het verleden in het reine komen anders zal jouw toekomst ook een hel zijn.' - 'Je probeerde me te helpen maar ook jij bent er niet meer.' De gestalte vervaagde. Wanhopig greep Alain de hand op zijn schouder.
'Ga niet weg. Blijf bij me!... Blijf bij me!'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 


DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

4. Landing op ORAS

Het alarmsignaal bulderde door het ruimtependel. 'Alain, Alain. wordt wakker.' Voorzichtig schudde Natascha zijn schouder. 'Laat me los Alain. Ik ga niet weg. Ik blijf bij je.'
Hij schrok wakker en voelde zijn doorweekte kleren aan zijn lichaam plakken. Hij herkende de lange krullende haren en de gestalte die afstak tegen het schemiger licht. Nog dronken van de slaap wilde hij 'Lilian' roepen. Maar voor hij wat kon zeggen zei Natascha 'Het alarm gaat over.'
Alain schudde de slaap van zich af. De chaos in zijn hoofd kwam op orde. 'Wat is er aan de hand?' vroeg hij niet begrijpend.
- 'Ik weet het niet.' antwoordde Natascha en knipte het beeldscherm aan. Ze kwam met een onuitgeslapen gezicht overeind en keek wezenloos voor zich uit. Het bos smolt weg en maakte plaats voor de kop van De Wit.
'Dit is een rood alarm. Ik verzoek alle bemanningsleden naar de commmandohut te komen.'
- 'Hoe laat is het?'
Alain keek bijna automatisch naar de matrijs. Buiten was alles donker. Toen herinnerde hij zich dat ze op weg waren naar ORAS en zich niet meer op Prota-1 bevonden. Hij raadpleegde zijn polscomputer en mompelde 'Het is pas de zesde dag. We zitten nog in de officiële rustperiode. Waarom roept De Wit ons op zo'n vreemd tijdstip op?'

Een kwartier later liepen ze naar de commandohut. De anderen waren al aanwezig. De Wit had plaatsgenomen aan het hoofd van de tafel.
'We zullen moeten wennen aan dit soort korte besprekingen.' sprak hij zodra ze zaten. Twintig verwarde onuitgeslapen koppen toonden meer aandacht voor de koffie dan voor zijn woorden. 'Er is iets vreemd aan de hand. Volgens het vluchtschema zullen we over ruim anderhalve dag ORAS bereiken. De besturingscomputer meldde zoëven een planeet op korte afstand. Eerst besteedde ik er geen aandacht aan. De planeten hier liggen dicht bij elkaar. Het wemelt ervan. Routinematig liet ik toch een ruimtescan maken. Het is ORAS zelf. Dat wil zeggen, het is een planeet zoals ORAS met een kleine maan. Ik vertrouwde de zaak niet en heb onmiddellijk alert-2 ingeschakeld en jullie opgeroepen.'
De Wit was nog niet uitgesproken of opnieuw begon er een alarmsignaal te loeien. Alain had het nog nooit gehoord. De Wit reageerde bliksemssnel. Hij koppelde het grote beeldscherm aan de besturingscomputer.
Achter elkaar flitste korte mededelingen over het beeldscherm:

    *onbekende ruimtetoestellen*
    *Scanneutraal*
    *radar neutraal*
    *optische detectie*
    *laserreflectie*.
Het leek alsof de vlam in de pan sloeg. Een gevoel van paniek bekroop Alain. De anderen keken verward om zich heen.
'Het zijn jagers van hetzelfde type als het toestel dat ons aanviel.' schreeuwde Rodger. Lichtflitsen waren zichtbaar.
    *lasertype g-57*
meldde het beeldscherm.
'Rodger.' commandeerde De Wit met ijzige kalmte, 'Jij neemt de vuurleiding op je. Je vuurt gericht op alles wat dichterbij komt dan twee megakilometer met g-70. Johan jij neemt de automatische besturing van het ruimtependel over. Koers naar de planeet. Zoek een goede landingsplaats uit. Over die ouderwetse vuurtechniek hoeven we ons geen zorgen te maken. Joop, hoever ben je met het decoderen van de eerstvolgende faseopdracht van de Centrale Macht?
- 'Dat zal nog wel enige tijd in beslag nemen.' zei Joop meer voor zichzelf dan tegen De Wit. 'Het zijn de best beveiligde geheime codes van de hele Nevel.'
'Waar wacht je dan nog op?!'
De duidelijke bevelen brachten ogenblikkelijk rust en een gerichte activiteit. Alain keek vol bewondering naar De Wit en realiseerde zich het belang van het koelbloedige optreden van de commandant in een noodsituatie als deze.
Natascha zuchtte diep en trok een lelijk gezicht. 'Gelukkig.' fluisterde ze Alain in het oor. 'Ik had verwacht dat De Wit me met Joop zou meesturen.'
- 'Waarom?' fluisterde Alain terug.
'Joop zei toch dat ik was uitgekozen vanwege mijn ervaring met computerprogrammeren. Jarenlang deed ik niets anders dan computerprogramma's maken. Ik hoopte dat ik er definitief van af was. Maar Joop schiet niet erg op geloof ik.'
- 'Dan zal De Wit wat anders voor je in petto hebben.' grijnsde Alain.

Op het commando-scherm was ORAS nu groot in beeld. De kleine gele ruimteschepen met hun voortdurende vuurflitsen gaven de aanvallen op. Onaantastbaar en ongedeerd zeilde het kollossale ruimtependel in de richting van de geheimzinnige planeet.
'Valerie, vraag permissie om te landen op de centrale ruimtehaven.' riep De Wit en voegde er verontschuldigend aan toe 'Je moet tenslotte beleefd blijven.'
- 'Ze reageren niet.' sprak Valerie. Dan voegde ze er aan toe 'Ja toch.'
In beeld verscheen plotseling de gestalte van een vrouw met een stoer uiterlijk. Ze was gekleed in wat leek op de gele ruimtepakken die voorgeschreven waren in de dienstwagens.
'We kunnen jullie kennelijk niet tegenhouden. Nu jullie toestemming vragen om te landen zouden jullie dat het best in sector drie kunnen doen en niet op de centrale ruimtehaven want daar is geen plaats genoeg.'
- 'Maak een scan van de centrale ruimtehaven.' zei De Wit tegen Valerie en draaide zich naar het beeldscherm. 'Ik wil overleggen over de mogelijkheid van een normale Federatieve inspectie en ik vraag een verklaring voor de aanvallen.'
- 'U bent niet welkom op ORAS. Zeker niet als vertegenwoordigers van de Federatie. We stellen interplanetair bezoek niet op prijs. Ook niet als het nieuwe kolonisten zijn. Die kunnen we hier niet gebruiken.'
De verbinding werd verbroken.
'Sector drie Johan.' riep De Wit, en naar Valerie sprak hij 'Houdt de communicatiekanalen open.' Naast hem zat Valerie met open mond naar de scan-monitor te kijken.
'Wat geeft de scan?' vroeg De Wit zijn ogen gefixeerd op de langzaam groter wordende planeet.
- 'Ik weet het niet.'
De Wit keek opzij. 'Wat bedoel je?'
- 'Ik weet het niet.' mompelde Valerie met verbazing in haar stem. 'De computer weet het niet.' verbeterde Valerie zichzelf. 'De computer meldt *onbekend object*, moet je dat zien.' Ze wees op de monitor. De Wit boog zich op zij om het monitorscherm beter te kunnen zien. 'Zet de monitor eens over op het commandoscherm?!'
Van de vloer tot het plafond werd het typische bovenaanzicht van een centrale ruimtehaven zichtbaar. Daarbovenop geplakt, zo leek het wel, was echter een andere vorm zichtbaar, ongeveer net zo groot als de ruimtehaven en bijna vierkant van vorm. Alleen de hoeken waren afgerond in plaats van scherp. De vroege ochtendzon zette het bouwwerk aan een kant in een helle gloed en wierp aan de andere kant een lange schaduw.
'Wat is dat?'
- 'Ik weet het niet.' herhaalde Valerie.
Iedereen in de commandoruimte staarde naar de kolossale vorm op het grote beeldscherm.
'Dat gebouw is inmens groot.'
- 'Zes bij zes kilometer en op zijn hoogste punt 3 kilometer.' preciseerde Valerie.

Het ruimtependel naderde nu de dampkring van ORAS en de centrale ruimtehaven met het grootse bouwwerk verdween uit beeld. Boven een grote open vlakte bleef het hangen. 'Sector drie.' melde Johan. De Wit maakte een neerwaartse beweging met zijn hand.
Met een vragend gezicht keek Alain naar De Wit. 'Wat nu?'
- 'We zijn hier kennelijk niet welkom.' antwoordde deze. 'Toch wil ik weten wat hier aan de hand is.' mompelde hij er achter aan. 'Alain, Rodger en Natascha. Jullie gaan volgens plan een eerste verkenningsvlucht maken.'
Hij had zijn woorden nog niet uitgesproken of dezelfde vrouwenfiguur verscheen weer op het grote beeldscherm. 'Wanneer vertrekken jullie weer?'
- 'Nadat we onze inspectie hebben uitgevoerd.' antwoordde De Wit, en vervolgde 'Met wie heb ik de eer?' - 'Ik heet Susan de Terra, ik ben verantwoordelijk voor ruimtezaken op en rond ORAS.'
- 'Kan ik spreken met de vertegenwoordiger van het wettelijke gezag op ORAS?' vroeg De Wit.
Susan de Terra ontspande met een glimlach. 'Je zult het met mij moeten doen.'
- 'Vertegenwoordig je dan het wettelijk gezag?'
Als antwoord kreeg De Wit een schaterlach.
'Je begrijpt er weinig van....... eh?'
- 'De Wit is mijn naam. Gezagvoerder van dit ruimtependel van de Federatieve inspectiedienst.'
- 'Je hebt er weinig van begrepen De Wit. Als jullie verdediging niet zo goed was bestond je nu al niet meer. ORAS is sinds vijftig jaar vrij. Elke vertegenwoordiger van de Federatie zullen we uit de lucht schieten. Ik raad je aan in je ruimteschip te blijven en zo snel mogelijk te vertrekken.'
Nu was het aan De Wit om een ontspannen houding aan te nemen. 'Je zag de verbeteringen aan de verdediging van de Federatieve ruimteschepen. Wat je nog niet zag is de verbetering van de vuurtechniek. Vanaf dit moment zullen we elke aanval op het ruimtependel, de dienstwagens of de inspectieteams hiermee beantwoorden.'
- 'Sinds wanneer is de Centrale Macht op oorlogspad?' smaalde Susan de Terra.
'Sinds de bevolking van een planeet zich niet wenst te houden aan de Wet.' kaatste De Wit terug.
- 'De Wet, wat stelt die voor?'
- 'De Wet schrijft voor dat alle bestaande en nieuw ontwikkelde technolgie voor iedereen in de Nevel vrij toegankelijk is en dat de Federatieve inspectieteams ongehinderd hun controlerende werk kunnen doen. Maar dat zal niet nieuw voor U zijn. Als we geen inspectie kunnen uitvoeren overtreedt U de Wet.'
- 'De Centrale Macht lapt zijn eigen wetten aan zijn laars.'
De Wit fronste zijn wenkbrauwen.
Susan de Terra lachte sarcastisch. 'Die nieuwe vuurtechniek valt zeker buiten de Wet; of is het allemaal bluf. En zijn de details van de nieuwe ruimteverdedigingssytemen al aan iedereen in de Nevel bekend gemaakt? Het is allemaal doorzichtige onzin. Het enige wat de Centrale Macht wil is controle houden over nieuwe ontwikkelingen en de greep op de Nevel behouden.'
Geërgerd schakelde De Wit het scherm uit. Hij keek naar Alain, Rodger en Natascha die klaarstonden voor hun verkenningstocht. Hij wees naar de laserpistolen.
'Wees voorzichtig, laat alleen in uiterste nood zien wat de nieuwe vuurtechniek betekent. Vlieg met scan-protectie, dus schakel de dienstwagen in op alert-3 en blijf als het even kan onzichtbaar voor de ORASsianen. Neem af en toe contact op met het ruimtependel om je positie te melden. Over anderhalve dag uiterlijk verwacht ik jullie hier terug.'
Het drietal knikte en verdween.

'De Wit!' Op het scherm was opnieuw Susan de Terra verschenen. 'We nodigen jou en de bemanning van het ruimtependel uit voor een bezoek aan ORAS. Je mag met eigen ogen zien hoe alles er hier uitziet. En je ziet maar wat je meldt aan de Centrale Macht. We achten ons geen lid van de Federatie.'
De Wit knikte tevreden en antwoordde 'De ene helft van de bemanning blijft in het ruimtependel, met de andere helft zullen we gebruik maken van je uitnodiging. Als we morgenmiddag om één uur plaatselijke tijd niet terug zijn gekeerd naar het Pendel, schieten we dat grote bouwwerk op de centrale ruimtehaven aan flarden.'
Susan de Terra`s gezicht betrok zichtbaar. 'Is dat de vredelievende Federatie die daar spreekt?' zei ze zacht. 'We komen jullie ophalen.'

De totale bemanning was in de commandoruimte. Alleen de verkenningspatrouille was vertrokken. De Wit keek ze een voor een aan. In zichzelf moest hij lachen. Het was een divers gezelschap van wetenschappers en technici, met sterk verschillende leeftijd en uiterlijk, mannen en vrouwen. De meesten zagen er slordig uit zonder hun gele dienstuniform. Als hij ze zo zag kon De Wit zich wel indenken waarom de bemanningen van de Federatieve Controlediensten een slechte naam hadden. 'Het is ruw volk.' constateerde hij. 'Merendeels gesjeesde wetenschappers en avonturiers, zonder thuis.' Hij realiseerde zich het contrast met hemzelf. Keurig in uniform en glad geschoren. Hij wist dat hij behoorde tot de elite van de Federatie. Maar tegelijk wist hij ook dat schijn bedriegt. 'Dit is het puikje van de Dienst.'
'Goed, ik begrijp dat niemand hier wil blijven.' begon hij voorzichtig. 'Het is een saaie en ondankbare taak. Bedenk echter dat het een taak is van levensbelang voor degenen die met mij de planeet gaan verkennen.' Hij dacht even na. 'De inspectieteams voor cultuur, van volksgezondheid en sociale zaken blijven hier. Jij ook Joop, alleen Els van team economische zaken gaat mee. Verder gaan ruimtevaart, sport, milieu, communicatie en informatica mee.'
De zeven thuisblijvers keken teleurgesteld.
'Je had gezegd dat de helft van ons hier bleef?' sprak Johan 'Waarom neem je ook de sportinspecteurs mee?'
De Wit antwoordde niet. In plaats daarvan commandeerde hij 'Iedereen in de dienst- ruimtepakken, houdt voortdurend de communicatie ingeschakeld. Bewapening met laserpistolen.' Hij opende een kast en begon de pistolen uit de delen aan de verbaasde bemanning. 'Zo gauw we tijd hebben krijgen jullie instructie van May en van Marc, nu mag je die dingen alleen in uiterste nood gebruiken.'
De leden van de inspectiemissie verlieten een voor een de commandoruimte. Nu pas viel op dat de twee van sportzaken al in ruimtetenue waren.
'Jij blijft voortdurend vooraan de groep May en jij blijft altijd achter Marc. Als ze proberen ons te scheiden grijpen jullie in.'

De achterblijvers aanschouwden alles vanaf hun plaatsen aan de vergadertafel.
'Wat moet ik hier doen?' vroeg Joop van Zijl bars aan De Wit.
- 'Jij krijgt hier de verantwoordelijkheid. Verder moet je de faseopdrachten van de Centrale Macht die we aan boord hebben deblokkeren. De volgende deblokkering is afgesteld op de officiële aankomsttijd op ORAS volgens het vluchtprogramma. We zijn anderhalve dag te vroeg dus als je snel bent kunnen we een informatievoorprong nemen op de Centrale Macht.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

5. Junior van ORAS

Susan de Terra liep voorop. Ze hield haar pas in en draaide zich naar de anderen. Bijna fluisterend sprak ze 'Hij is een soort geestelijk leider.'
De deuren schoven open en de groep betrad een grote sombere zaal. In het midden stond, in het blauwe schijnsel van een lichtbundel, een zetel. Daarop zat een en figuur met lange haren met de rug naar hen toegekeerd.
'Waarom hebben jullie nog geen atoomraketten afgevuurd? Of komt dat nog?' donderde een stem. De akoestiek van de zaal versterkte de stem tot een bulderend en angstaanjagend onweer. 'Bezit de Centrale Macht zijn atoombommen soms niet meer? Of is jullie nieuwste vuurtechniek defect?'
De zetel draaide langzaam om. Het gezicht van een oude man werd zichtbaar.
'Die atoombommen zijn honderd jaar geleden vernietigd.' sprak De Wit. 'Ze waren overbodig in een vredelievende Federatie.'
Een bulderend sarcastisch gelach wat het antwoord van de oude. Toen hij enigszins was bedaard sprak hij 'Dat staat in de geschiedenismodules ja. Maar ventje, ik zag ze zeventig jaar geleden nog met eigen ogen!!' En dan bijna troostend vervolgde hij 'De Centrale Macht is een leugen jongen. Daarom zijn we vertrokken en daarom willen we niets van de Federatie en alles wat daarbij hoort weten.'
Plotseling bulderde de oude opnieuw 'Maar geef antwoord op mijn vraag! Waarom zijn wij niet vernietigd? Heeft de kolonisatiekoorts ook in de gelederen van de Federatieve inspectiedienst toegeslagen? Heh? Hebben de verhalen over het wondermooie ORAS ook jullie bereikt!? En dat nog wel voor een inspectiemissie. Nou donder maar op. ORAS heeft kolonisten niets te bieden. Ga naar Prota-4 of Eros. Dat zijn pas lustoorden!'
De Wit strekte zijn arm beschuldigend uit. 'We zijn hier ouwe, omdat jullie ons aanvielen op Prota-1. De Centrale Macht is helemaal niet op jullie vernietiging uit maar op handhaving van de Wet.'
Het gezicht van de oude vertrok tot een grimas die het midden leek te houden tussen een lach en een woedeaanval.
'De Wet.' bulderde het door de ruimte. 'Ik ken de basilica van dat oude verdrag uit mijn hoofd jongen.' En dan nog luider 'Ik Junior van ORAS leerde die Wet net zoals iedereen in de Nevel uit mijn hoofd.'
Met een retorische stem dreunde hij de regels een voor een op: 'Onbeperkte kenniscommunicatie; algehele culturele vrijheid; demilitarisering van de Nevel, interplanetaire bewegingsvrijheid; verificatie door de Centrale Macht.' En zacht bijna berustend voegde hij eraan toe 'Dit alles jongen werd de basis van de huidige problemen van de Federatie.'
- 'Je weet net zo goed als ik dat het Federatieve verdrag niets waard is als planeten zich eraan onttrekken.' antwoordde De Wit rustig. 'Een gedemilitariseerde Federatie kan niet het risico lopen van het ontstaan van een planetaire militaire macht. Het machtstreven moet voor altijd gebroken blijven.'
- 'Ach jongen, wie wil er nu nog macht als er van alles overvloed is, als er niets meer is om naar te streven. Alleen de kolonisten hebben nog een ideaal: culturele vrijheid, ontsnappen aan de alles uniformerende Centrale Macht. Nee jongen niet de kolonisten hebben problemen, de Federatie is in de problemen. De Federatie is een lamme kolos die bang is uit elkaar te vallen. Die bang is dat ergens in een uithoek van de Nevel de bewoners van een planeet wetenschappelijke kennis ontwikkelen en tegen haar zullen gebruiken waardoor het desintegratie proces wordt versnelt. Maar ach jongen niemand wil de Federatie bestrijden. Dat is een waanbeeld van de Centrale Macht. De kolonisten proberen slechts te ontsnappen.'
De Wit vulde sarcastisch aan 'En als ze eenmaal hun paradijs hebben ontdekt dan blijkt na enige tijd dat ook daar alles hetzelfde is.' Vurig vervolgde hij 'De Centrale Macht haalt ze telkens weer in en de kolonisten-planeten worden steevast de meest stabiele en trouwe planeten van de Federatieve Nevel, want ze hebben reeds voor we ze achterhalen ervaren dat hun streven naar vrijheid een ilusie was.'
- 'Niet de bevolking van ORAS en dat weet de Centrale Macht maar al te goed. Dat is de reden waarom jij nu hier bent. Weet je eigenlijk waarom je hier bent?' Hij wachtte het antwoord van De Wit niet af. 'Je bent hier om onze wetenschappelijke kennis te stelen want die is verder dan waar ook in de Nevel. En daarna moet je ORAS vernietigen.'

Hij was gaan staan, zijn ogen straalde vuur. 'Overal in de Nevel behalve bij ons zijn filosofie en de rest van de wetenschappen van elkaar gescheiden. Weten jullie wat het gevolg daarvan is?'
Het leek alsof hij de meester was die de vraag stelde aan de leerlingen van zijn klas. 'Het gevolg was dat de filosofie zichzelf degradeerde. Ze wil nu alleen nog maar de vraag beantwoorden of de wereld reëel bestaat of dat we hem slechts bedenken. En de rest van de wetenschappen interesseert zich alleen nog maar voor de wiskundige beschrijving van verschijnselen.' Met driftige passen liep hij nu voor zijn zetel op en neer. 'De natuurkundige geleerde Sparks leerde dat de aantrekkingskracht tussen twee lichamen gelijk is aan de wiskundige vermenigvuldiging van de massa's van die lichamen gedeeld door het kwadraat van hun onderlinge afstand. En zie, de ruimtevaart was geboren. Maar het is een belabberd soort ruimtevaart, die zich het onmogelijke doel stelde om zich aan haar eigen mathematische grenzen te ontworstelen. Sparks construeerde een wiskundige wet die niet de minste inzicht biedt in de eigenlijke oorzaak van de aantrekking tussen de massa's. Daarom zal de ruimtevaart die zich op deze kennis baseert zich nooit aan die aantrekkingskracht kunnen ontworstelen. De natuurkunde van de Federatie was niet geïnteresseerd in de oplossing van deze basisvraag.' Plotseling hield hij stil. Hij staarde hen aan. De Wit zag dat hij helemaal in gedachten was. 'Met de biologie verging het net zo. Die stelt niet meer de fundamentele vraag naar het waarom van het leven.' Zijn vinger priemde naar De Wit. 'Weet jij wat het betekent dat de levende materie zich voortplant en zich naar een steeds hogere vorm van zelfbewustzijn ontwikkelt?'
De Wit bleef het antwoord schuldig.
'Wel donders nog an toe. Dat is toch duidelijk!' Het leek alsof hij alle geduld met zijn toehoorders had verloren. 'Dat betekent dat het helemaal niet zeker is dat de mensheid de meest ontwikkelde levensvorm van het heelal is.' Hij peilde het effect van zijn woorden. 'En wat betekent het dat de levende materie zich tracht te ontworstelen aan de zwaartekracht?' Hij zag dat De Wit het antwoord wederom schuldig bleef. 'Denk je in! Dat betekent dat hogere vormen van leven zich verder hebben losgemaakt van de zwaartekracht dan wij.' Triomfantelijk keek hij in het rond.
Voorzichtig waagde De Wit een tegenwerping. 'Maar, als die hogere vormen van leven bestaan, waarom merken wij er dan niets van?'
Junior van ORAS zeeg in zijn zetel.
'Dat is een goede vraag.' mompelde hij waarderend. 'Daarover zijn de meningen verdeeld. Er zijn mensen die menen daar wel wat van te merken, hoewel ze het in andere woorden gieten als ik zojuist deed. Ze praten over God en over buitenaardse krachten en wezens. Anderen daarentegen beweren dat het allemaal onzin is.....' Het leek alsof hij nu alleen nog voor zichzelf sprak. 'Ik geloof niet dat er een hogere vorm van leven is dan de onze. Als er een hogere vorm van leven is, dan merken we er maar erg weinig van. Of ze bestaat niet, of er moet een goede reden zijn voor die 'wezens' om zich niet over de hele Nevel te verspreiden en zich met ons te bemoeien.' Zijn blik richtte zich weer op de groep voor hem. 'Ik heb je niets meer te vertellen jongen. Kijk maar eens goed rond op ORAS en je zult zien dat dit geen paradijs voor kolonisten is.' De zetel draaide weer weg en Junior van ORAS staarde naar het rood en blauw gekleurde symbool aan de andere kant van de ronde zaal en mompelde 'Macht; bah, wat een ouderwetse imbecielen!'

Susan de Terra stelde zich voor de groep op. 'Jullie hoorden het. Je kunt rondkijken op ORAS. Ik zal jullie begeleiden. Maar begrijp goed, dit is geen Federatieve inspectie. Je kunt niet overal zonder toestemming komen en we zullen zelf beoordelen met wie je kunt spreken en op welke vragen we antwoord geven.' Ze draaide zich om en de stoet zette zich in beweging.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 


DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

6. De ontmoeting

'Waar zitten we nu?' vroeg Natascha aan Alain.
De dienstwagen suisde laag boven het woeste oppervlak van ORAS. Kale bergketens wisselden begroeide laagvlakten af waardoor zich talloze rivieren slingerden. Ze naderden de kust van het grote continent waarover ze nu al enkele uren vlogen. Er was geen enkel teken van menselijke bewoning. Het licht werd schemerig.
'We naderen de avondkant. ORAS is kennelijk spaarzaam bewoond.'
- 'Laten we de kustlijn volgen.' stelde Natascha voor. 'Alle beschavingen hebben hun belangrijkste nederzettingen van oudsher langs de kust. Dat zal ook wel voor kolonisten gelden.'
- 'Het is geen prehistorie hier.' sprak Alain. 'Die kolonisten hebben de middelen om te gaan en te staan waar ze willen. Als ze langs de kust zitten is dat vanwege de aantrekkelijke woon- en leefomgeving. Bijvoorbeeld het klimaat. Ik stel voor dat we in de gebieden met een mild klimaat gaan kijken. Waar het ruimtependel landde is het klimaat siberisch. Hier komen we al in gematigde streken.'
De scanner piepte. Natascha en Alain veerden op en riepen tegelijk 'Zie je wel ik heb gelijk.'
- 'Ja zeg, mag ik ook weten wat er aan de hand is?'
'Oh, niks Rod. We naderen de bewoonde wereld. Kijk maar of je ergens een rustige plek kunt vinden om te landen.'
Rodger tuurde op zijn ruimtescan. Na enige tijd mompelde hij 'Een brutaal mens heeft de halve wereld.' En hardop 'Ik denk dat ik de juiste plek heb gevonden.'
- 'Waar zitten we dan?'
- 'Aan de rand van de centrale ruimtehaven. Misschien kunnen wij op eigen houtje een bezoek aan dat grote bouwwerk brengen.'

Hoewel het schemerdonker was hoefden ze de goede richting niet te zoeken. De hemel in het oosten was fel verlicht. Het bouwwerk domineerde de horizon. Schijnwerpers zettte het in een witte gloed. Ze naderden een controle post: rood-witte slagbomen, een hoog hek, daarachter rollen prikkeldraad. Om de ongeveer honderd meter was een wachttoren opgericht. Bovenin zag Alain achter de zoeklichten vaag gestalten bewegen. Zo van dichtbij was het bouwwerk geweldig imposant. Het leek alsof je tegen een stijle rotswand aankeek. Blauw-grijs van kleur en bijna stijl omhoog tot in de donkere avondhemel.
'Hier komen we niet verder.' concludeerde Natasch. 'Laten we eens ergens navragen hoe je er in komt.' Ze liepen naar rechts in de richting van een groot laag gebouw. Het wegdek was op vele plaatsen kapot. De ouderwetse voertuigen die langs reden rammelden aan alle kanten. Ze bereikten het gebouw en gingen naar binnen. Niemand sloeg acht op hen. Het was er druk. Ze volgden het spoor dat in de kapot gelopen vloerbedekking was uitgesleten. Er hing een muffe geur. Ze liepen langs de beduimelde en kapotte wachtbanken die zonder een duidelijk patroon door de hele ruimte verspreid stonden. De banken waren allemaal bezet met vrouwen, mannen en kinderen. Het leek alsof iedereen in werkkleding was. Nergens zag je mensen met schone of sjieke kleding. Alain stootte Rodger aan. 'Hier zullen we geen nieuwe technologische kennis aantreffen.'
Rodger schudde zijn hoofd. 'Nee we moeten het anders aanpakken.' Hij hield een arbeider in overal aan en wees achter zich. 'Hoe kom je buiten lans die slagbomen?'
- 'Zijn jullie nieuw hier?'
Rodger knikte slechts.
'Dat gaat niet. Dat stuk van de centrale ruimtehaven is het best beschermde deel van ORAS. Alleen migrantarbeiders met een elektronisch pas en ORASsianen hebben er toegang.'
- 'Ken je daar de weg?'
De man knikte.
'Breng ons dan maar naar binnen.' Natascha toonde de man een ogenblik haar laserpistool.
'Wie zijn jullie en wat zijn jullie van plan?'
Natascha lachte hem toe. 'Wees niet bang we doen niets.'
Met de arbeider als gids tussen hen in liepen ze naar buiten.
'Wat is het eigenlijk voor een bouwwerk?' vroeg Alain.
'Ik weet ook niet precies wat het is. Ik ben maar een tijdelijke migrantarbeider. De ORASsianen houden hun mond. We weten niet waarom ze het bouwen. We weten wel waarvoor ze het gebruiken. Het is een groot wooncomplex. We denken dat ze er permanent in willen gaan wonen. Voor een groot deel wonen ze er al. Misschien kun je beter in plaats van 'woon-complex', 'leef-complex' zeggen want er zijn ook fabrieken in gevestigd, tot zelfs een hoogoven en staal bedrijf aan toe. Je vindt er ook tuinbouw, veeteelt en noem maar op.'
- 'Permanente bewoning?' vroeg Natascha. 'Op zo'n goddelijk mooie planeet?'
De man haalde zijn schouders op.
'Het is een raar volkje. Ze werken dag en nacht aan de bouw van dit kunstwerk. Bovendien recruteren ze zoveel mogelijk migrantarbeiders van de andere planeten. Het ding is echter nu al zo groot dat de huidige bevolking van ORAS er tien keer in kan. Ze willen er kennelijk genoeg ruimte hebben voor volgende generaties.'
Ze stopten voor de zware slagbomen. Rodger zwaaide naar de beambte bij de wachtpost. Deze kwam aangeslenterd.
'Wat is er?'
- 'Onze passen werken niet.' antwoordde Rodger.
'Nou dat is dan simpel. Dan kom je er niet in. Dat zijn de regels.'
- 'Het is dringend.' Rodger rijkte met zijn hand naar zijn rug ter hoogte van zijn broekriem en trok voorzichtig zijn laserpistool.
De beambte maakte een geërgerd gebaar. 'Dat zeggen ze allemaal. Nieuwe passen kun je bij me krijgen na inlevering van een volledig ingevuld aanvraagformulier voorzien van de vingercode van de chef van de wachtdienst.' Hij draaide zich om en .... zakte in elkaar.
Rodger liep snel op hem toe en wenkte de anderen. Samen sleepten ze de bewusteloze beambte naar het wachtlokaal en zetten hem in zijn stoel.
'Waar worden de passen normaal gesproken opgeborgen?'
Hun gids wees naar een grote ouderwetse kluis.
'Je zult er hoogstens tijdelijke bezoekerspassen aantreffen. Daarmee mag je alleen in de openbare zones komen.'
Alain stelde zijn laserpistool in en begon het slot eruit te branden. Een alarmsignaal ging af. 'Kom we moeten gaan.' zei hij teleurgesteld. Hij trok hard aan de kluisdeur. Deze viel op de grond. Een stapel tijdelijke bezoekerspassen viel mee. 'Kijk nou. Zo rot als een mispel.'
Het viertal spoedde zich naar buiten. Er was niemand te zien. Een zoeklicht bewoog in de richting van het wachtlokaal.
'Schiet op. Zo dadelijk staan ze hier.' siste Natascha.
Gehaasd liepen ze verder in de richting van het bouwwerk.
'Waar kunnen we ons verbergen?' vroeg Rodger.
Hun gids wees en sprak 'Naar de liften.'
Een sirene begon te loeien. Ze waren nu heel dichtbij het bouwwerk. Alain keek omhoog en zag een tiental ronde glazen buizen met liften erin die aan de buitenkant van het bouwwerk plakten. Liften zoefden met grote snelheid omhoog en omlaag. Ze stapten een soort hal binnen. Drie liften kwamen juist naar beneden. In zwart geklede gewapende mannen en vrouwen renden naar buiten. Niemand sloeg acht op hen. Ze stapten in een lege lift. Hun gids drukte op een knop. De deuren sloten zich en ze schoten omhoog. Met een lichte schok stopte de lift. Ze liepen de grote gang binnen. Op dat moment klonk er weer een alarmsignaal. Twee gewapende wachters sprongen naar voren. 'Uw passen!' Ze bekeken de passen. 'Dit zijn bezoekerspassen u kunt niet verder.'
- 'Oh, pardon.' zei Rodger. 'Dan zijn we verkeerd afgeslagen. We zoeken een Telecom installatie om onze thuisbasis te melden dat we veilig zijn aangekomen.'
- 'U kunt dit gedeelte niet betreden met deze passen.'
Natascha mengde zich in het gesprek. 'Hoe moeten we ons bericht dan verzenden?' Ze keek de man met haar meest onschuldige gezicht recht in de ogen aan.
'Hm. Nu ja. Eh.' stamelde deze. 'Eigenlijk moet je elk bericht aanbieden via loket vier van de openbare Telecom in de volgende gang. Maar 's-avonds is het wel erg druk. Er staat een rij mensen te wachten. 'Oh.' zei Natascha, en glimlachte 'Wat nu, en ik heb haast. Kunt u mij niet helpen? Wat moet ik doen? Ik ben hier onbekend.'
- 'Hm, nu ja. Eh. Voor deze keer wil ik wel een uitzondering maken. Waar moet die boodschap naar toe?' Natascha gaf hem de frequentie en het codewoord. 'Sein maar dat we veilig zijn aangekomen in het....... Hoe heet dit bouwwerk eigenlijk?
''Het LAM' Dat is de afkorting voor...'
- 'Oh, dat snappen ze toch niet. Geef maar door dat we veilig zijn aangekomen in het bouwwerk op de centrale ruimtehaven.'
- 'Kun je de boodschap voor me opschrijven?' vroeg de wachter.
- 'Is hier een spreek-schrijver?'
- 'Nee.' antwoordde hij. 'Die zijn nog niet geïnstalleerd.'
- 'Dan zul je het moeten onthouden.' En Natascha herhaalde de boodschap. 'Alvast bedankt, we lopen door.'
- 'Wil je het antwoord dan niet afwachten.' zei hij met enige teleurstelling in zijn stem.
'Geen tijd, maar bedankt hè!' Ze schonk hem nog een glimlach en draaide zich om en liep naar de anderen.
'Ik heb een boodschap naar het ruimtependel laten verzenden, maar wat nu?'
Rodger en Alain zwegen.
'Mij heb je niet meer nodig neem ik aan.' probeerde hun gids voorzichtig.
- 'Dat ligt eraan.' antwoordde Rodger. 'Als we snel weg willen kunnen we wel hulp gebruiken. Ken je hier binnen de weg?'
- 'Nee. Ik werkte ooit eens mee aan de constructie van de hoogovens, maar verder was ik altijd in de buitendiensten gestationeerd. Maar jullie komen toch niet ver. Het wemelt hier van de wachters.'
- 'We zullen zien, we zullen zien.' Mompelde Rodger. Hij keek vragend naar Alain en Natascha. Deze knikten instemmend.
'Laat hem maar gaan Rod, we zullen het verder alleen wel uitzoeken.'
- 'Je hoort het....' sprak Natascha.

'Hoe vinden we de weg in dit doolhof?' sprak Alain. 'Hoe groot is de kans dat we een patrouille tegen het lijf lopen?' Nieuwsgierig keek hij om zich heen.
Rodger haalde zijn schouders op. 'Ik weet het ook niet. Maar we hebben nog ruim de tijd. Laten we eerste eens rustig rondkijken. Misschien ontdekken we een structuur in dit geheel.'
Ze liepen speurend verder tot ze op een rond plein aankwamen met in het midden doorzichtige buizen die naar boven en beneden liepen. 'Liften.' Ze hadden dezelfde vorm als de eindeloze glazen buizen aan de buitenkant. Hier liepen ze met twintig tegelijk in een cirkel naast elkaar tegen de wand van de grote ronde koker.
'We moeten in het centrale deel komen.' mompelde Alain. 'Overal waar we tot nu toe liepen was kennelijk openbare ruimte. Het is hier openbare ruimte. Overal zijn woongebieden. Nergens zie ik wegwijzers die duiden op de aanwezigheid van militaire of technologische afdelingen.'
- 'Toch wel.' Natascha wees op een van de wegwijzers. 'Deze verwijst naar het coördinatiecentrum, en deze naar de fabrieksterreinen. Het coördinatiecentrum lijkt me veelbelovend. Er moet toch ergens een punt zijn van waaruit bijvoorbeeld de gevechtsschepen worden gedirigeerd.'
Ze sloegen de aangeduide gang in. Tweehonderd meter verder passeerden ze automatische schuifdeuren. Er was niemand te zien.
Alain liep terug en voelde aan de deuren. 'Dat dacht ik al. Ze hebben ons in de gaten. De deuren zijn gesloten. Wat nu?'
- 'Gewoon vooruit antwoordde Rodger.'
- 'U heeft ook weinig keuze.' kraakte een stem door de gang. Alain stond met een schok stil. Het leek alsof hij weer terug was in zijn jeugd. 'Die stem ken ik' dacht hij.
Ze keken om zich heen maar zagen niemand. Rodger stootte hem aan.
'Sta niet te dromen.' fluisterde hij en beduidde hem niet te spreken. Hij wees de gang in. Deze splitste zich in tweeën. Aan beide kanten waren automatische schuifdeuren. Terwijl ze naderden schoven de deuren aan de rechterkant open. Aan het einde van de gang stond een gewapende wachtpatrouille.
'Rustig blijven.' fluisterde Rodger. 'We doen net of we langzaam op hen toe lopen, Alain, jij en ik. Ondertussen draai jij je om Natascha en brand die andere deur open.'
Natascha maakte zich klein achter de ruggen van de beide mannen. Ze zette haar laserpistool op maximale spreiding en maximale capaciteit en vuurde. De schuifdeuren bezweken onder de hitte, en in de rookwolk die ontstond vluchtte het drietal de nieuwe gang in. Een alarmsignaal ging over. Ze bereikten opnieuw een liften koker. Een lift arriveerde. Ze stapten in. 'Waar naar toe?'
Alain bestudeerde de namen die achter elk niveau stonden aangegeven. Hij drukte op niveau 'Vluchtcentrum / Militaire Zaken'. Tussen haakjes stond 'Alleen personeel'. Op het moment dat de lift zich in beweging zette verschenen hun achtervolgers.
'We moeten ze eerst van ons afschudden, Alain. Pas daarna kunnen we ons in het hol van de leeuw wagen. Bij Militaire Zaken staat er vast een horde wachters klaar die ons inrekenen op het moment dat we uit de lift stappen.'
Nogmaals bestudeerde Alain de namen die achter de niveaus aangegeven stonden. Ondertussen maakte de lift vaart. Het was een rij met wel tweehonderd namen. Alain koos de vetgedrukte aanduiding 'Geestelijk centrum'. Hij had geen seconde te laat gekozen. De lift remde sterk af en stopte. De drie sprongen naar buiten en doken in de beschutting van een van de vele gangen die naar de centrale liften koker leidden. De liftdeuren sloten zich achter hen en de lift zoefde leeg door naar de volgende bestemming. Een paar seconden later schoten vijf liften met wachtpatrouilles voorbij.
'Ik geloof niet dat ze in de gaten hadden dat we uitstapten.' zei Natascha. 'Laten we maar eens rustig in het geestelijk centrum rondkijken. Er is geen mens te bekennen. Erg godsdienstig is het volkje hier op ORAS niet.' grinnikte ze.
Al snel kwamen ze in een enorme ringvormige hal die een grote cirkelvormige ruimte omsloot. Op alle borden die in de richting van deze centrale ruimte wezen stond: 'Gravitatie zaal'. Voorzichtig voelde Rodger aan een van de vele deuren. Deze gaf mee en het drietal sloop naar binnen.
In het midden van de slecht verlichte zaal zat in een bundel van licht een figuur in een zetel.
'Wat bedoel je.' donderde een kwaad klinkende stem door de ruimte 'Ze zaten toch in de lift?' Even viel een stilte. Dan vervolgde de stem 'Ze zijn uitgestapt zonder dat jullie het merkten, sukkels! Nu kun je met je patrouilles opnieuw alle niveaus doorzoeken en hopen dat er een stil alarm overgaat. Laat me weten waar ze zitten zodra je ze gelokaliseerd hebt.'
Weer stond Alain als aan de grond genageld bij het horen van de stem. 'Junior Vader.' riep hij uit en liep naar de zetel.
Junior van ORAS draaide zich met een ruk om in de richting van Alain en staarde hem verward aan. Dan sprak hij zacht en onzeker. 'Ik ben junior van ORAS. Er is een tijd geweest dat.....' Toen schreeuwde hij 'Wie waagt het mijn verleden overhoop te halen? Wie ben jij?
- 'Ik ben het, Alain, Alain Chamin.' Alain strekte zijn handen uit.
Het gezicht van de oude vertrok. Zijn ogen priemden de donkere zaal in waar de gestalte van Alain fel oplichte in het blauwe licht dat de zetel omgaf.
'Dat kan niet.' stamelde hij. 'Alain Chamin is dood.' Zijn stem stokte. Niets was er over van de arrogante zekerheid in zijn stem en houding.
'Luister naar me vader, ik ben het Alain.' Hij voelde zich weer het kind in de troostende armen van Junior Vader. 'Ik zal het lied voor je zingen dat jij altijd voor mij zong.' En met een vaste stem zong Alain het lied van de bevrijding. De akoestiek van de zaal versterkte de passie waarmee hij zong. Eerst zacht dan steeds harder.
Junior van ORAS kreunde. 'Alain.' fluisterde hij hees terwijl de tranen over zijn wangen rolden.
De mannen keken elkaar in de ogen. Ze herkenden elkaar en beleefden hun gezamenlijk verleden als in een film.

'Chris, Chris, Alain..... Chris, Alain waar zijn jullie?' riep een mannenstem. 'Chris, Alain waar zijn jullie?' Het was een rijzige man in de kracht van zijn leven, zijn lange haren wapperden in de wind. 'Chris, Alain.' Hij keek in het rond of hij de twee jongens ergens zag. Hij keek over de vlakte. Zijn ogen volgden de horizon. Daar stond het huis even buiten het dorp. Daarachter in de verte zag je tegen de horizon de silhouetten van de grote stad. Hij kwam bij de kliffen. Hij liep snel de trap af die in de rotsen was uitgehouwen. Hij kwam op het strand. Een ogenblik moest hij wennen aan de nieuwe omgeving. De zee zond in een constant ritme zijn zacht ruisende golven naar het kiezelstrand. Zonder blijvend succes, want ze vielen een voor een met een spattend geraas uiteen en trokken zich weer terug. Alleen de prikkelende geur van de het aan de vloedlijn verdampende zoute zeewater bleef hangen. Maar hij was te gehaasd om dat alles goed op zich te laten inwerken. 'Chris, Alain!' Hij keek spiedend in het rond. Het kiezelstrand was leeg. Dan ontdekte hij achter een rotspunt een deel van de boot van de jongens. 'Ah daar zijn ze.' dacht hij. Met een zucht van verlichting stelde hij vast dat ze niet de zee op waren gegaan. 'Ze zullen in de grotten zitten.' 'Chris, Alain.' riep hij nog eens. Dan liep hij de grot binnen die het dichtst bij de boot lag. 'Chris, Alain!' Het schalde in het rond.
Plotseling kwam triomfantelijk het hoofd van Chris omhoog. 'Hier ben ik vader.'
- 'Hier ben ik vader.' Daar dook ook het hoofd van Alain omhoog.
'Waarom antwoorden jullie niet als ik roep?'
- 'We hebben toch geantwoord toen je riep.'
Hij bedacht zich dat ze hem inderdaad niet hadden kunnen horen in de grot. 'Ok, jongens kom vlug met me mee. We moeten weg.'
- 'Maar we willen hier blijven spelen, we mochten hier blijven spelen! We mochten toch naar het strand. Waarom moeten we weg?
- 'Nee, we moeten nu gaan, we moeten opschieten.'
- 'Maar....' probeerde Alain nogmaals. Hij keek Chris aan.
'Ik ga met vader mee.' zei Chris.
Alain slofte er achter aan. 'Het is niet eerlijk. Waarom mogen we niet blijven spelen? Vader! Waarom mogen we niet blijven spelen?' herhaalde hij.
Junior Vader stopte en draaide zich om. 'Alain ik kan het je nu niet uitleggen. Er is geen tijd. We moeten ons haasten, we moeten weg. De anderen wachten. Jullie kleren zijn al ingepakt.'
- 'Maar vader waar gaan we dan naar toe?'
- 'kom mee jongen! Er is nu geen tijd voor uitleg.'
Alain wilde opnieuw vragen waarom. Ze waren vlak bij de opening van de grot. Er klonk een diep gerommel. Het leek alsof de aarde diep van binnen kreunde. De wanden van de grot beefden. Uit het plafond vielen brokken steen. Junior trok de jongens naar buiten. Bijna in paniek keek hij naar de lucht die betrok met zwarte wolken die een rode gloed aan de randen vertoonden. Hij rende naar de rotstrap. Dan aarzelde hij. Hij draaide zich om. 'Kom nu snel, Chris, Alain. Kom achter me aan.' Zonder nog om te kijken begon hij snel de trap te beklimmen. Chris holde met angstig gezicht erachter aan. Alain keek naar de boot en naar de grot.
Weer leek het alsof de aarde kreunde. Angstig draaide Alain zich om en rende in de richting van de trap. De aarde beefde, rotsen denderden van de klif naar beneden. Junior Vader en Chris waren bijna boven. De rots waarin de trap was uitgehouwen scheurde. Alain sprong achteruit. 'Vader.' gilde hij. 'Vader! Vader!'

'Toen ik boven kwam,' fluisterde Junior 'was alles weg. Alles brandde. De laatste onafhankelijke planeet van de Nevel.'
- 'En Mireille en Albert?'
Junior huiverde. 'Alles was weg, alles brandde.' prevelde hij bijna onverstaanbaar. De emotie overmande hem. Door zijn tranen keek Junior naar Alain en hervond zijn stem. 'Toen ik terugliep vond ik Chris waar de trap ophield. Ik schreeuwde je naam. Maar je gaf geen antwoord. Ik zag alleen een grote stapel neergestorte rotsblokken. We konden niet buiten blijven vanwege de radioactiviteit. We zijn diep de bovenste grotten in gevlucht.'
Alain liep naar Junior. 'Heb je ze gevonden, Mireille en Albert?'
- 'Je moeder en vader waren niet thuis.' fluisterde Junior Vader. 'Ze waren in de hoofdstad. Albert had de onderhandelingen met de Federatie geleid....' Dan kwam hij met een schok overeind, bezwerend stak hij zijn armen uit. 'Kom niet dichterbij.'
Alain stopte verward. Hij keek de oude aan en stamelde 'Vader.'
- 'Kom niet dichterbij Alain!' Schreeuwde Junior. 'Niet over de witte lijn.'
Nog een stap maakte Alain in de richting van Junior en het was alsof hij met een geweldige klap tegen een onzichtbare rubberen wand liep. 'Vader! vader!' gilde hij terwijl hij viel op de grond. De rotsblokken vielen om hem heen. In de verte zag hij Junior de rand van de klif bereiken. De hemel stond in brand. Dan doofde het licht.

Rodger en Natascha liepen tastend naar Alain en vonden hem snikkend op de grond. Op vier plaatsen werden de deuren open geworpen. Zwaar gewapende wachters renden als zwarte silhouetten tegen het felle achtergrondlicht van de geopende deuren naar binnen. 'Handen omhoog. Maak geen verdachte beweging.' Toen hun ogen aan het licht waren gewend zagen ze tot hun verbijstering dat de witte cirkel in het midden van de zaal leeg was. Van Junior van ORAS was geen spoor te meer te bekennen.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 


DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

7. Het ruimtependel

Joop van Zijl zat geconcentreerd te werken in de commandohut van het ruimtependel. De middagzon scheen naar binnen. Hier en daar flikkerde rode, gele en groene lampjes op de vele controle panelen. Hij zat achter een soort bureau, het toetsenbord binnen handbereik, het beeldscherm op ooghoogte. Zachtjes speelde pretentieloze muziek uit de luidspreker van de boordradio. Hij kon niet goed tegen de stilte als hij aan het werk was. Tegenover hem, aan de andere kant van de commandoruimte, zag hij nog net een klein stukje van de voeten van Mario. Die zat zeker onderuitgezakt achter het controlepaneel. Joop voelde zich niet op zijn gemak. Het leek wel een eeuw geleden dat De Wit naar ORAS was vertrokken. Hij keek op zijn polstransmitter hij was al zeven uur onafgebroken aan het werk. De stem van De Wit echode nog in zijn hoofd: 'Jij krijgt hier de verantwoordelijkheid. Verder moet je de faseopdrachten van de Centrale Macht die we aan boord hebben deblokkeren. De volgende deblokkering is afgesteld op de officiële aankomsttijd op ORAS volgens het vluchtprogramma. We zijn anderhalve dag te vroeg dus als je snel bent kunnen we een informatievoorprong nemen op de Centrale Macht.'
Mismoedig dacht hij 'Alles is beter dan het oncijferen van een fase-opdracht van de Centrale Macht.' Hij boog zich weer over zijn werk. Zo nu en dan mompelde hij wat in zichzelf. 'Waarom is Natascha er niet om me te helpen?' Hij staarde af en toe naar het schitterende sneeuwlandschap rond de ruimtehaven. 'Hoe zat het ook al weer?' hij staarde voor zich uit en dacht aan de tijd dat hij zelf in het hoofdkwartier van de Centrale Macht de opdrachten in codevorm goot. Die gecodeerde opdrachten namen de inspectieteams mee aan boord, en werden gedurende de nauwkeurig geplande missies een voor een automatisch gedeblokkeerd.
'Toen moest ik een sluitende code ontwierp om buitenstaanders af te schermen van de Federatieve informatiestromen. Nu moet ik in een ander deel van de Nevel de code breken en het werk van mijn opvolgers zien te doorgronden.' Hij lachte zuur. 'En ik begrijp nu maar al te goed waarom de Centrale Macht gebruik maakt van gecodeerde fase-opdrachten.'
'En? gaat het?' Mario stak van de andere kant zijn hoofd boven het controlepaneel uit.
'Ik weet het niet.' sprak Joop. 'Ik ken de computer van de Centrale Macht. Het was niet moeilijk om alle fase-opdrachten in tijdsvolgorde te zetten. Daarvoor kon ik gebruik maken van alle reeds gedeblokkeerde fase-opdrachten.' Meer tegen zichzelf dan tegen Mario vervolgde hij. 'Ik weet welke van de computerbestanden de volgende opdracht verborgen houdt. Het probleem is nu om de opdracht zelf te ontcijferen.' Hij schudde zijn hoofd. 'Was Natascha maar hier want die heeft toch recentere ervaring dan ik.' Voor hem op het scherm stonden getallen reeksen. Telkens opnieuw typte hij een reeks codes in. Elke keer constateerde hij mismoedig 'Ik zit vast.' Hij schoof achteruit en sprak zichzelf vermanend toe. 'Éérst nadenken in plaats van iedere keer een toevallig idee uitproberen.' Hij schakelde het beeldscherm uit, plaatste zijn voeten op de rand van het werkblad en leunde achterover in de bureaustoel. 'Het zoeken van de sleutel van de computercode is eigenlijk precies hetzelfde als het speuren naar de zoekgeraakte sleutel van je huisdeur' hield hij zichzelf voor. 'De beste methode om hem te vinden is stap voor stap nagaan wat je deed vanaf het moment dat je hem nog in je hand had. Elke handeling terugroepen in je geest tot je precies weet waar de sleutel is.'
Hij dacht na. 'Hoe heb ik mijn werk bij de Centrale Macht ook al weer aangepakt? Ik moest een sluitende code ontwikkelen. Er was weinig tijd. Lang ben ik niet bezig geweest.'
'De Computer van de Centrale Macht kan elke code ontcijferen.' hadden de andere programmeurs hem vol overtuiging toevertrouwd. 'Een nieuwkomer met zo weinig tijd lukt het toch niet. Als we maar langer dan 24 uur nodig hebben om jouw code te breken.' hadden ze gezegd. 'Dan voldoet de code en zijn wij tevreden.' Hij had een code ontworpen. Ze waren er vol zelfvertrouwen mee aan de slag gegaan. Daarna had hij een maand niets meer gehoord. Wel merkte hij dat plotseling de meest gerenommeerde programmeurs hem als gelijke gingen behandelen.
Joop lachte. 'Zo was het gegaan, ja. Elke systhematische, gestructureerde of ongestructureerde code konden ze breken.......'
In plaats van aan het werk te gaan was hij naar huis gegaan. Hij was gaan liggen op zijn bed. Hij had zich ontspannen... en een lumineus idee gekregen. 'Waar het om gaat' had hij zich bedacht 'is de tekortkomingen van de computer van de Centrale Macht in het breken van codes te achterhalen.' Hij veerde rechtop. 'Ja. Zo was het.'
Twee dagen lang had hij de logica en de rekenroutines van de computer van de Centrale Macht bestudeerd. Nu wist hij het weer.
'Het zwakke punt van dat ding was de kloksnelheid van de centrale rekeneenheden.'
'Zouden ze hem nog steeds gebruiken?' vroeg hij zich hardop af.
'Wat zeg je?' klonk het van de andere kant van de commandoruimte.
'Niks Mario, ik sprak in mezelf.' Koortsachtig begon hij weer te werken. Op vier plaatsen in elke opdracht had hij toentertijd de verstoring ingebouwd. Hij verdeelde het bestand in vier gelijke delen. Elimineerde vervolgens de onderste vier gecodeerde programmaregels van elk afzonderlijk deel. Voegde het bestand weer bijeen. Dacht nogmaals diep na. Typte enkele commando's in, en keek gespannen naar het beeldscherm. Enkele seconden later verscheen duidelijk leesbaar op het beeldscherm:

    *Fase-opdracht 21.*
    *Deblokkering volgens vluchtschema 5.*
    *ORAS.*

'Gelukt.' schreeuwde hij buiten zichzelf van opwinding.
'Wat is gelukt?' vroeg Mario die nieuwsgierig kwam kijken.
Joop lachte sarcastisch. 'Ze hebben nog steeds geen betere coderings methode gevonden.'
- 'Wat bedoel je?'
- 'Nou, simpel, ik heb de volgende faseopdracht gedeblokkeerd. kijk maar.' Joop sloeg de eerste bladzijde op.

    *ORAS. Alert 2 en 3.*
    *Stap 1. Neem alle wetenschappelijke kennis op het gebied van 'aandrijftechniek' en 'communicatie' in beslag.*
    *Stap 2. Verzendt alle wetenschappelijke kennis via een lichtboodschap naar de Derde Planeet.*
    *Stap 3. Wacht op deblokkering van nieuwe koersopdrachten.*

Mario floot tussen zijn tanden. 'Ze zitten achter de technologie van ORAS aan.'
Het enthousiasme van Joop luwde. Geërgerd keek hij Mario aan. 'Had je wat anders verwacht dan. Daar zijn we toch voor.'
'Wat ga je nu doen?' sprak Mario 'Ga je nu contact opnemen met De Wit?'
- 'Ja, Ja. Eerst even rustig kijken of dit alles was. Ga jij maar weer terug naar je plek.' Hij wachtte tot Mario weer aan de andere kant was. Dan paste hij dezelfde procedure toe op de volgende faseopdracht.
Het scherm flitste op.

    *Fase-opdracht 22.*
    *Deblokkering volgens vluchtschema 5.*
    *ORAS.*

Joop riep de eerste bladzijde op.

*Attentie. Na effectuering van de koersopdracht dient u deze niet te onderbreken en het ruimtependel niet te verlaten wegens stralingsgevaar.*

    *ORAS. Alert 2 en 3.*
    *Stap 1. Scherm de vensters af met stralingsschilden.*
    *Stap 2. Wacht op deblokkering van koersopdrachten.*

Joop staarde naar het scherm. 'Zoiets heb ik nog nooit gezien.' sprak hij in zichzelf. Dan schakelde hij de microfoon in en sprak op gedempte toon. 'Hallo De Wit, kun je me verstaan, hier is het Ruimtependel, met Joop van Zijl.'

- 'Ja, Joop.' hoorde hij door de hoofdtelefoon. 'Schiet je al op met de decodering?' - 'Het valt niet mee.' antwoordde Joop. 'Ik ben nieuwsgierig naar hoe het jullie vergaat. Weet je al wat dat grote bouwwerk voor een functie heeft?'
- 'Voor zover we het tot nu toe konden nagaan is het een groot wooncomplex inclusief fabrieken, winkels en noem maar op. Het grootste deel van de inwoners van ORAS leeft er in.'
- 'Oh. Is dat het?' sprak Joop. Dan stelde hij de vraag die op zijn lippen brandde. 'Heb je misschien sterke straling gemeten?'
- 'Nee.' antwoordde De Wit. 'Het stralings niveau was overal waar we waren laag.
- 'OK, bedankt. Over en uit.' Joop verbrak de verbinding.

Hij leunde weer achterover, maar nu minder op zijn gemak dan zoëven. 'Zo.' mompelde hij. 'Geen straling.' Nogmaals las hij de fase-opdracht en de intrigerende slotzin. Hij verzonk in een diep gepeins. 'Er blijft maar een ding over.... De Wit op de hoogte brengen.. of...' in gedachten aarzelde hij. 'Kan ik De Wit vertrouwen? Je wordt alleen gezagvoerder als je bereid was rigoureus de opdrachten van de Controledienst uit te voeren.' Hij schoof onrustig op zijn stoel. Hij keek rond. Mario zat aan de andere kant van de commando ruimte. Joop draaide de muziek uit. Hij liet zijn hoofd tussen zijn handen zinken. 'Waar halen anderen hun kracht tot beslissen vandaan.' vroeg hij zich af. 'Kan ik De Wit vertrouwen?'
'En Joop? Was er nog meer?' tetterde de stem van Mario bij zijn oor.
'Wat? Eh, ja... nog een bladzijde met opdrachten.'
Mario las over zijn schouder mee. 'Hier begrijp ik niks van. Ga je nu contact opnemen met De Wit?'
- 'Nee, dat kan niet zomaar. Op ORAS luisteren ze mee.'
Mario knikte begrijpend. 'Wat dan? Hoe wil je dan dat we de opdracht uitvoeren? Nog een expeditie uitrusten?' De woorden van Mario galmden door de commandoruimte. 'Zullen we de anderen er bij halen?' suggereerde Mario.
Joop zweeg, en peinsde 'Wie van de bemanning kan ik eigenlijk vertrouwen?' Zijn gedachten waren onsamenhangend. 'Over twee dagen is dit allemaal voorbij' hield hij zichzelf voor. 'Dan lach je om de zorgen die je nu hebt. Zo gaat het toch altijd?'
- 'Wat wil je dat ik doe Joop?' sprak mario dwingend.
Joop zuchtte diep. Dan knikte hij naar Mario. 'Rood alarm.' Energiek draaide Mario zich om en gaf een rood alarm. Joop volgde zijn bewegingen. Het leek alsof hij alles op grote afstand waarnam. Alsof hij er zelf geen deel aan nam. Hij voelde zich moe en ziek.

De bemanning van de ruimtependel druppelde de commandohut binnen. Erg fris zag het stel er niet uit. 'Dat is nu al de tweede keer binnen 12 uur dat ik wordt wakker gemaakt.' bromde Johan. 'Zo kom ik nooit over mijn ruimte-lag heen.'
'Is er koffie?'
Mario nam het woord. 'Joop is erin geslaagd de volgende faseopdracht te decoderen.'
- 'Nou en? Waarschuw De Wit! Kan ik nu weer gaan slapen?'
- 'Bespaar me je humeur Johan en lees de opdracht.'
Mario zette de eerste fase-opdracht op het grote beeldscherm.

Els was de eerste die wat zei. 'Joop, waarom bracht je De Wit niet direct op de hoogte?'
- 'Dat kan niet zomaar. Op ORAS luisteren ze mee.' antwoordde Mario voor Joop en vervolgde 'We moeten een andere oplossing zoeken. Daarom riepen we jullie op.'
Opnieuw richtte Els zich tot Joop. 'Wat had je in gedachte?' Joop zat er afwezig bij en haalde zijn schouders op.
Nu nam de oude Misha het woord. 'Waarom vroeg je De Wit niet om terug te komen. Je hoeft toch niet die opdracht over de Telecom te bespreken!'
Mario hief de armen omhoog. 'Terugroepen...? Maar nu is De Wit op ORAS, nu kan hij de nieuwe opdracht uitvoeren.' Hij keek even naar Joop. Deze maakte geen aanstalte om enig initiatief te nemen. Daarom vervolgde hij. 'We kunnen een expeditie vormen en naar De Wit toegaan, hem op de hoogte brengen en de opdracht uitvoeren.'
Voor het eerst nam Joop het woord. 'Waarom wil je zo vlug die opdracht uitvoeren? We zouden officieel pas morgenmiddag om één uur van inhoud op de hoogte zijn gebracht.'
- 'Wat is er aan de hand, Joop?' vroeg Els. 'Het is niet de eerste keer dat de Centrale Macht de wetenschappelijke kennis van een kolonistenplaneet opeist, waarom aarzel je?'
Joop zuchtte. Hij ontweek de blik van Els.
'Wat is er aan de hand Joop.' vroeg Misha zacht.
Joop besefte dat hij open kaart moest spelen. Hij voelde zich direct beter toen hij die beslissing had genomen. Zelfverzekerd nu sprak hij zacht 'De Centrale Macht gebruikt ons voor een vuil spel vrienden. Ze voegt de informatie slechts toe aan de eigen computers. Of er wat van doorsijpelt naar de Federatie is maar zeer de vraag.'
Mario deed zijn mond open.
'Hou je mond Mario.' sprak Misha 'Denk eerst een na voor je wat zegt.'
- 'Nou moe.' sprak deze beledigd.
Misha sprak nog langzamer dan hij gewend was. 'Het is niet mis wat je nu zegt Joop.'
- 'Je hebt nog nooit binnen de Centrale Macht gewerkt Misha.' antwoordde deze.
- 'Jawel, jawel.' antwoordde Misha. 'Maar bij de Federatieve Controledienst werkte ik altijd in de buitendienst. Wat jij nu suggereert heb ik nog nooit meegemaakt. De Centrale Macht stelt altijd alle informatie van achterhaalde kolonistenplaneten beschikbaar aan de hele Federatie. Dat is de Wet.' - 'Ik kan het je niet uitleggen Misha. Ik zeg niet dat de mensen die bij de Centrale Macht werken misdadigers zijn. Ze geloven werkelijk in de Wet zoals wij bij de inspectieteams erin geloven. Ze leven hun leven met hun gezinnen. Het zijn allemaal brave vaders en moeders. Ze doen hun best om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Maar, wij controleren de Federatie.... maar niemand van de Federatie controleert de Centrale Macht.' Joop stopte. Keek om zich heen. Hij zag dat zijn woorden ergernis wekten.
'Je zult met iets beters aan moeten komen Joop.' sprak Els.
'Ja, ja natuurlijk.' Joop speelde zijn laatste kaart uit. 'Kijk maar eens naar de volgende faseopdracht.' Zijn woorden kwamen als miterailleurvuur uit zijn mond. 'Er is geen straling op ORAS. Waarom is er dan stralingsgevaar?... ORAS zal ten onder gaan.' Hij keek om zich heen en peilde het effect van zijn woorden. Ongeloof was de overheersende uitdrukking op de gezichten. Joop sprong op. 'Stelletje onbenullen.' schreeuwde hij nu uit en keek vertwijfeld de tafel rond.
Iedereen praatte door elkaar.
'Stilte.' riep Misha, en langzaam sprak hij 'Ik denk dat Joop gelijk heeft. Stralingsgevaar is er alleen na een atoomaanval.' Zijn handen trilden.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

8. Gevangenen van ORAS I

Het enige wat je hoorde waren de holle klanken afkomstig van twaalf paar voetstappen. Voorop liep Susan de Terra. Daarachter Marc, onrustig rondkijkend. Daarna De Wit en de rest van de expeditieleden. May sloot de rij. Ze keek bijna evenveel achterom als vooruit. Ze kwamen aan bij de centrale liftenkoker. Susan de Terra draaide zich om. 'Indrukwekkend, niet waar?'
- 'Dat is het zeker.' beaamde De Wit. 'Maar ik kan niet geloven dat het slechte klimaat de reden is om bij elkaar in één groot gebouw te kruipen. Volgens onze boordcomputer zijn de omstandigheden voor permanente bewoning zijn ideaal. Dat was toch de reden waarom de eerste kolonisten zich hier vestigden?' Susan de Terra beet op haar lip. Ze keek De Wit aan en vroeg.
'Hoe heet je eigenlij met je voornaam?'
- 'Je mag me Tim noemen als dat makkelijker is.'
Bijna alsof ze tegen een kind sprak vervolgde Susan 'Hoe lang ben je bij de Federatieve Controledienst Tim?'
- 'Ruim veertig jaar.' antwoordde De Wit. 'Merendeels in de buitendienst, op inspectiemissies.'
- 'En wat weet je van de geschiedenis van onze bevolking?'
Tim de Wit ontweek de vraag. 'Ik heb de inspecteur van geschiedenis niet bij me.'
- 'En jij zelf Tim?'
Een lichte zucht ontsnapte uit zijn mond. 'Weinig. Sinds ons vluchtschema is gewijzigd op Prota-1 en de faseopdracht deblokkeerde weet ik een beetje.'
Susan de Terra knikte. 'Hoe kun je een inspectie uitvoeren als je niet de informatie hebt om te begrijpen wat er op een planeet gebeurt?'
Tim de Wit haalde de schouders op. 'Overal op de planeten van de Nevel tref je dezelfde situatie aan. Overal houdt men zich aan de Wet. Alleen op pas ontdekte kolonistenplaneten komen wel eens wat onregelmatigheden aan het licht maar over het algemeen gaat het om onbetekenende zaken.'
Voor hij verder kon spreken vroeg Susan de Terra 'Weet je eigenlijk wel wat van de bevolking van de andere planeten waar je komt? Waarom ben je eigenlijk gezagvoerder Tim de Wit?'
Zijn mensen stonden in een kring om hen heen en luisterden aandachtig mee. Tim De Wit wreef even met zijn hand over zijn voorhoofd.
'En wat weet jij van de Federatie Susan? Hoe oud was je toen je met de rest van de kolonisten op ORAS arriveerde?
- 'Ik zie dat je niet op mijn vraag kunt antwoorden Tim.' Ging ze onverstoorbaar verder. 'Hoe kan een inspectieteam ooit begrip voor een situatie opbrengen? Hoe kun je ORAS begrijpen?'
Ze greep zijn hand. 'Kom mee. Dan zal ik jouw vraag beantwoorden en je laten zien wat ik van de Federatie weet.' Samen liepen ze om de liftenkoker heen naar een vitrine. De rest van de groep volgde aarzelend op een afstandje.
'Ik was nog een klein meisje toen ik met de eerste ruimteschepen hier op ORAS kwam. We kwamen van Terra. En dit kwam mee van onze vroegere planeet.'
Tim de Wit moest zich voorover buigen. Hij zag een roestbruine metalen plaat met daarop duidelijk zichtbaar in een lichtere kleur de vorm van een arm met een hand die naar de hemel reikte. 'Wat is dat?' vroeg hij niet begrijpend.
'Het is een foto van de bevolking van Terra en het is het symbool van hoop voor de huidige bevolking van ORAS.'
- 'Wat heeft dit te maken met de Federatie?'
- 'De Federatie verzwijgt onze geschiedenis en ons bestaan angstvallig. Vraag het aan je geschiedenis inspecteur. Waarschijnlijk weet hij niet eens van het bestaan van Terra af. De Centrale Macht slaagde er in ons te reduceren tot een voetnoot in de geschiedenis. Het enige wat over ons in de Federatieve lesmodules staat is dat de laatste onafhankelijke planeet van de Nevel zich 70 jaar geleden bij de Federatie aansloot.' De Wit kon het zich nog herinneren. Hij wist dat overal in de Nevel grootse feesten waren aangericht. In de toespraken was het eindeloos herhaald. 'Het tijdperk van de eeuwige vrede is aangebroken. De inspanningen van de mens zullen zich nooit meer richten op ontwikkeling van zijn destructieve vermogens maar op ontwikkeling van zijn creatieve vermogens.'
- 'Ik kan het jullie eigenlijk niet eens kwalijk nemen.' Vervolgde Susan de Terra. 'Terwijl men overal de feesten van het jaar van de vrede vierde, rouwden de overlevenden van Terra.'
- 'Overlevenden? Wat bedoel je?' vroeg De Wit.
'Terra telde drie miljoen zielen. Er bleven een paar honderdduizend over. De ramp was volledig. Voor de zieken en gewonden waren geen voorzieningen.Slechts een klein deel van de bevolking besefte het gevaar van de radioactieve straling. Dat waren vooral de natuurkundigen, scheikundigen en andere geschoolden in de exacte wetenschappen en hun families. Zij overleefden het. Van de doden vonden we vaak niets anders dan een afdruk op een stuk steen of metaal, veroorzaakt door de intense straling. Wie de eerste dagen na de vernietigingsaanval uit zijn schuilplaats tevoorschijn kwam en buiten kwam stierf binnen een jaar.'
- 'Verschrikkelijk.' fluisterde De Wit.'
- 'Ja. Dat was het. Maar niet voor kinderen zoals ik. Toen ze me uit het puin haalden, twee weken na de aanval, vond ik het ergste van alles dat ik niet buiten mocht spelen. Gelukkig vertrokken we na korte tijd. En ORAS... ORAS is een heerlijke planeet. Ik had er een heerlijke tijd en.....' Ze stopte. 'Ze konden niet blijven op Terra, Tim. Na korte tijd zijn de overlevenden vertrokken. Ruimtevaartuigen waren er genoeg. De Centrale Macht had alleen burgerdoelen laten bombarderen. Jaren later kwam de vloot op ORAS aan. Met tachtigduizend kwamen we aan. Nu zijn we met honderd vierenveertig duizend.'
Er viel een stilte. Susan de Terra bleef hem aankijken. Tim de Wit keek naar zijn handen. 'De rest weet ik.' zei hij tenslotte. 'Vijf jaar geleden ontdekte de Centrale Macht kolonisten op de Prota-1. Ze kregen bezoek van een inspectiemissie. De Federatie lijfde ze weer in samen met de andere Prota's. En kort daarop kwamen de eerste berichten over gele ruimtejagers. Jullie waren ontdekt.'
Susan knikte. 'We vestigden ons hier op ORAS vanwege de grote afstand tot het centrum van de Federatieve Nevel. Toen de Prota's weer lid werden van de Federatie wisten we dat jullie ons onvermijdelijk ook zouden ontdekken. We probeerden het te verhinderen, maar het was onmogelijk alle informatiestromen op de Prota's te controleren.'
Ze stonden tegenover elkaar. Susan met de hand van Tim de Wit in haar hand.
'Laat ORAS voortleven in haar eigen vrijheid Tim!'
De Wit keek om zich heen. 'Wat doe ik hier.' vroeg hij zich af. Zijn bemanning stond een paar meter verderop. 'Maar jullie overtraden de Wet, waarom?'
De greep van Susan verslapte. 'Welke Wet?'
De hand van De Wit viel naar beneden. 'De overdracht van informatie, van technologie. Het aandrijvingssysteem van jullie ruimtejagers?'
Susan de Terra gaf geen antwoord. Ze schudde alleen met haar hoofd. 'Kom mee.' was het enige wat ze zei.
De groep stapte in een van de liften van de centrale liftenkoker en zweefde met duizelingwekkende vaart omhoog. Ze kwamen in een met glas overkoepelde ruimte.
'Ik mag jullie nog twee dingen laten zien. Dit hier is het meteorologisch centrum. Hier houden we de weerssituatie op de hele planeet in de gaten.'
Het uitzicht was overweldigend.
'Op deze hoogte reikt het zicht bij helder weer meer dan tweehonderd kilometer.' Weer richtte Susan de Terra zich nadrukkelijk tot Tim de Wit. 'Je vroeg me waarom we allemaal in één groot gebouw wonen. Het antwoord is simpel het klimaat van ORAS verandert. Toen we een aantal jaren hier waren ontdekten we dat de planeet zich met toenemende snelheid uit het zonnestelsel verwijdert. Elk jaar neemt de gemiddelde temperatuur een beetje af. Nu nog met kleine beetjes, maar over enkele jaren zal er niet veel meer over zijn van dit prachtige landschap.'
- 'Waarom vestigen jullie je dan niet op een van de Prota's?'
Susan de Terra keek Tim de Wit gelaten aan. Ze draaide zich om en liep zonder te kijken of de anderen volgden naar de liften.
De Wit haaste zich achter haar aan. 'Wat is er? Wat was het tweede wat je ons nog wilde laten zien?' - 'Kom maar mee dan zul je het zien.'
De lift zoefde naar het centrum van het LAM. Ze stapten uit. Susan liep naar een deur met het opschrift 'wachtkamer'. De groep ging binnen.
Toen iedereen binnen was keek ze achterom. 'Wacht hier even.' was alles wat ze zei en verdween door een andere deur.
Er viel een stilte. De Wit keek de kale ruimte rond. Toen pas rook hij onraad.
Op dat moment klonk de stem van Susan de Terra door een luidspreker. 'We besloten dat het veiliger is jullie te ontwapenen.
Tim de Wit keek naar Marc en May en wees op de deur. De twee inspecteurs trokken hun laserpistolen. Nog voor ze deze konden heffen klonk opnieuw de stem van Susan de Terra. 'Die dingen kun je beter laten vallen. Nog een beweging en jullie zijn er geweest.'
De gevangenen stonden roerloos.
'Goed zo.' klonk opnieuw de stem. 'Laat maar voorzichtig vallen en schop ze in de hoek.'
Van beide kanten kwamen nu gewapende wachters de kamer binnen. Ze fouilleerden iedereen en ontdeden de groep van ruimtewapens en communicatieapparatuur. Daarna sloten ze elk bemanningslid een metalen band om de pols. De Wit kreeg een metalen band om zijn enkel. De wachters verlieten de ruimte en Susan de Terra kwam weer binnen.
Tim de Wit stelde zich voor haar op met de handen in de zij. 'Je realiseert je zeker wel dat dit bouwwerk de lucht in gaat als we niet vrij komen?'
Susan knikte. 'Daar zijn we ons van bewust. Je bent ook niet gevangen genomen. We ontdeden jullie alleen van al die gevaarlijke wapens. We zullen aan de achtergebleven bemanning van het ruimtependel berichten dat jij en je collega's hier veilig binnen zitten. Ondertussen hebben jullie volledige bewegingsvrijheid in de openbare ruimten van het LAM, tot julie weer vertrekken. We houden jullie wel permanent in de gaten. Naar buiten gaan of je verbergen heeft geen zin. De zenders in de metalen banden verraden jullie positie.' Susan glimlachte verontschuldigend terwijl ze de bedremmelde groep rondkeek. 'Maak het je maar gemakkelijk hier. Ik zal jullie naar de gastenverblijven laten brengen.' Nu keek ze Tim de Wit aan. 'De Raad wil met jouw spreken Tim, kom mee.'
- 'Waarom zou ik meekomen?'
- 'Ze willen onderhandelen. Kom, doe niet koppig of stom. Je kunt toch minstens aanhoren wat ze te zeggen hebben?!'
Tim de Wit dacht na. Hij keek naar de stoere Susan de Terra. 'Hoe heb ik me zo gemakkelijk door haar in de val kunnen laten lokken. Als Joop van Zijl volgens het boekje handelt .... Heb ik nog een keuze?' Hij draaide zich naar zijn groep. 'Blijf bij elkaar zodat ik jullie snel kan vinden.' Hij knikte ze bemoedigend toe en volgde dan Susan de Terra die de wachtkamer verliet.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

9. Gevangenen van ORAS II

Op de gang haalde hij haar in. 'Wat willen ze van mij?.'
- 'Dat kun je je toch wel bedenken: overgave van het ruimtependel.'
- 'Er valt niets te onderhandelen. Wat kan de Raad mij in ruil bieden? Een vrije aftocht? Dan hebben jullie over vijf jaar een Federatieve ruimtevloot voor de poort.'
Susan antwoordde niet. In plaats daarvan liep ze met stevige pas door. Enkele ogenblikken later betraden ze een zaal die het midden hield tussen een amfitheater en een vergaderzaal. Waar je normaal het kale podium van het theater zou verwachten stond in de vorm van een halve cirkel een vergadertafel opgesteld. Alle twaalf de zetels waren bezet. Het waren mannen en vrouwen van verschillende leeftijd en huidskleur. De zaal was gevuld met wat op het eerste gezicht toeschouwers leken. Er heerste een rommelige sfeer. Iedereen praatte door elkaar heen. Niemand lette op de binnenkomst van Susan de Terra en Tim de Wit.
Een van de leden van Raad riep tevergeefs om stilte. Ze ging weer zitten en raadpleegde haar buurman. Deze haalde zijn schouders op, greep in zijn binnenzak, en overhandigde haar een stevige houten voorzittershamer. Tim de Wit had het gesprek tussen de twee niet kunnen volgen hoewel hij en Susan vlakbij op de voorste rij zaten. Nu begon de vrouw met de hamer op de tafel te timmeren. Even verstomde het lawaai en iedereen keek naar waar het geluid vandaan kwam. Met een rood hoofd schreeuwde de vrouw 'Kunnen jullie nu even je kakel houden dan gaan we verder. Ik heb nog wel een paar andere dingen te doen.' Het geroezemoes zwol weer aan. Verwoed klopte de hamer op de tafel. 'Koppen dicht anders laat ik de zaal ontruimen.' Dit hielp. 'Kunnen we dan nooit eens ordelijk de agenda afhandelen?...' Dan vervolgde ze op zakelijke toon 'Er is een ordevoorstel om dit punt uit te stellen tot de volgende raadsvergadering over twee dagen, en het laatste uur te besteden aan de landing van het Federatieve Ruimtependel... We zijn namelijk bedreigd. De gezagvoerder van het ruimtpendel dreigt het LAM te vernietigen.'
Een baardige jong uitziende man nam het woord. 'Vrienden' sprak hij. Hij had lange haren en een ernstig, bijna vroom gezicht. Met een melodieuze en krachtige stem zei hij nogmaals 'Vrienden, luistert naar mij. We moeten inderdaad ordelijk de agenda afwerken. Ik stel voor om vijf minuten aan het incident met het ruimtependel te besteden en weer verder te gaan waar we waren. Namelijk de ongelijke verdeling van cafés tussen de woonmodules. Dit is een bron van onrust. Het verdraagt geen uitstel.'
- 'Waarom maar vijf minuten Chris?' vroeg de voorzitter.
- 'Wel, beminde vrienden, dat lijkt me simpel: we overmeesteren dat ruimtependel en als dat niet snel genoeg lukt dan schieten we ze aan puin. Dat was toch de opdracht die we de ruimtejagers gaven?'
De voorzitter maakte een gebaar van ongeduld. 'Dat besluit is inderdaad genomen, maar onuitvoerbaar gebleken. Ze laten zich niet overmeesteren. De Federatie beschikt tegenwoordig net als wij over een effectieve afweer tegen laservuur. Het ruimtependel is geland in sector drie, de gezagvoerder zal zo binnen komen.'
Susan de Terra stond op, zwaaide naar de voorzitter en wees op Tim de Wit.
'Oh, ze zijn er al. Goed, ik stel voor de gezagvoerder het woord te geven en te vragen wat hij op ORAS komt doen.'
Tim de Wit ging staan......
- 'Ik protesteer.' Een ander raadslid had het woord genomen. 'Ik weiger te spreken met een gezagvoerder die met vernietiging van het LAM dreigt.'
- 'Ik ook.' vielen twee raadsleden de spreker bij.
Tim de Wit ging weer zitten.
De voorzitter keek vertwijfeld de kring rond. 'Dames en heren.....' verder kwam ze niet. Het opkomende geroezemoes veranderde in luid gepraat. Het publiek in de zaal mengden zich in de discussie. Een oude man schreeuwde onder luide instemming van een groot deel van de aanwezigen 'Neem die gezagvoerder gevangen dan kan hij ook geen bevel tot vernietiging van het LAM geven.' Niet iedereen was het daar kennelijk mee eens want over en weer riep men elkaar en de voorzitter van alles toe. De voorzitter was nu de enige die nog zat. Haar hoofd rustte moedeloos op haar handen.
Susan de Terra schudde haar hoofd en riep Tim de Wit in zijn oor 'Kom laten we gaan, dit wordt niks.'
Samen verlieten ze de zaal waarin de partijen elkaar met hese stem hun mening toeschreeuwden zonder dat men elkaar in de kakofonie van geluid nog verstond. De deuren sloegen achter hen dicht. De rust van de gang was een verademing.
'Kom, we gaan samen wat eten.'
Tim de Wit knikte instemmend. Hij voelde plotseling zijn maag knorren.

In de raadszaal daalde intussen de hamer van de voorzitter rusteloos met harde slagen op de tafel en vergrootte de chaos. Plotseling brak de steel af. De hamer zeilde omhoog en raakte een van de lampen. De glassplinters vielen met donderend geraas midden in de halve cirkel van de vergadertafel. De voorzitter slaakte een luide gil van schrik. Iedereen hield zijn mond om te kijken wat er gebeurde.
Het raadslid met de lange haren en het vrome gezicht maakte van de gelegenheid gebruik en nam het woord. 'Vrienden, ik heb een voorstel. Laten we een commissie benoemen die met de gezagvoerder gaat praten, ondertussen gaan we door met de agenda.'
De strijdende partijen keken elkaar enigszins beschaamd aan. Er werd gekucht. Kleren rechtgetrokken. Iedereen zocht zijn of haar plaats op en ging zitten. De voorzitter hernam het woord. 'Welke drie raadsleden willen de commissie vormen? Jij zelf Chris?'
Chris Vader maakte een afwerend gebaar. 'Ik wil over de verdeling van cafés praten. Laat de vaste Commissie voor Militaire en Veiligheids aangelegenheden maar gaan.' De andere raadsleden tikten instemmend met hun hand op de tafel. Drie leden stonden met een somber gezicht op. De jongste van hen keek geërgerd naar Chris Vader en siste hem op weg naar de deur toe 'Dat is weer een van jouw trucs om je zin te krijgen over die cafés hè Vader?!'
Chris Vader deed net of hij niets hoorde en keek met een uitgestreken gezicht voor zich uit.

'Er bestaat geen gevaar voor vernietiging, als u mijn manschappen en mij maar rustig laat terugkeren naar het ruimtependel.'
Alle tafeltjes in het restaurant waren bezet. Op gedempte toon werden geanimeerde gesprekken gevoerd. Kinderen renden in het rond of speelden met speelgoed op de tafels en op de grond. Obers spoedden zich tussen de tafeltjes door om de bestellingen op te nemen of af te leveren.
De Wit had langzaam en duidelijk geformuleerd en wachtte geduldig het antwoord van de commissieleden af. Ondertussen at hij van zijn avondmaal. Susan de Terra had haar stoel naar achter geschoven en keek met een gezicht waarop hij haar slechte humeur kon aflezen naar het tafereel dat zich vlak voor haar afspeelde. De leden van de onderhandelingscommissie zaten onhandig met hun spreek/schrijvers op schoot bij het tafeltje. De jonde vrouw met de lange zwarte haren leek zich niet te storen aan de omgeving en sprak 'Wat komt u op ORAS doen?
- 'Gewoon een Federatieve inspectie uitvoeren. Kennelijk wilt u dat niet. Daarmee overtreedt u de Wet. U overtreedt de Wet op meer punten. Uw ruimtejagers beschikken over een aandrijfsysteem waarvan de technologie niet bekend is bij de Centrale Macht. Bovendien vielen diezelfde ruimtejagers een van onze dienstwagens aan en ondernamen een poging om het Federatieve ruimtependel te vernietigen. Tenslotte had u de brutaliteit mij en een deel van de bemanning gevangen te nemen.'
Enkele muzikanten waren bezig met het neerzetten van hun instrumenten op het podium. Tim de Wit bracht zijn vol glas met bier aan zijn mond en dacht 'Zo daar hebben ze niet van terug'.
Een muzikant begon zijn instrument te stemmen. Een spreek/schrijver gleed van de schoot van een van de ondervragers. De Jonge vrouw met de lange zwarte haren keek nu geërgerd om zich heen. 'Kunnen we niet naar een rustige ruimte verhuizen?' vroeg ze.
Bijna venijnig antwoordde Susan de Terra 'We hadden honger en we eten rustig ons eten op. Laat je niet in de war brengen door de lulkoek van De Wit.'
- 'Daar kan ik zelf ook wel op letten mevrouw De Terra.' beet de ander terug. Ze schraapte haar keel. 'Ik heb geen zin om veel woorden vuil te maken aan de naleving van de Wet. De Centrale Macht handhaaft de Wet door er zich zelf buiten te stellen. Laat ik liever uw eigen situatie onder uw aandacht brengen.'
Het ijle geluid van een hobo klonk op. Het was een lieflijke meeslepende melodie. De aanwezigen in het restaurant draaiden zich naar het podium en luisterden aandachtig. Susan de Terra zuchtte diep. De andere muzikanten vielen de hoboïst nu bij. De muziek zwol aan tot een hoogtepunt. Stopte dan even zoals de verteller van een verhaal soms midden in een zin kan inhouden om de spanning op te voeren. De aanwezigen in het restaurant wisten wat volgen ging, want iedereen zette met volle borst in, en zong het lied nu mee.
De leden van de onderhandelingscommissie keken elkaar aan. De jonge vrouw met de zwarte haren fluisterde naar de andere twee 'Zo gaat het niet.' Ze beet Susan de Terra toe 'Over een uur in de commissiekamer van de raadszaal!' Daarop stond het drietal op en vertrok.
Susan de Terra zong nu ook uit volle borst mee, met een glimlacht op haar gezicht. Tim de Wit nam bedachtzaam een hapje. Hij keek het gezellige restaurant rond tot zijn ogen op Susan bleven rusten. Ze wreef een traan uit haar ogen. Ze boog zich naar hem toe en vroeg 'Zingen ze bij jouw thuis ook in de cafés en restaurants, Tim?'
- 'Nee. De mensen gaan wel uit, maar samen zingen, nee.'
- 'Waarom niet?'
De Wit haalde zijn schouders op. 'Waarom zou je samen zingen als je buren vreemden voor je zijn. We hebben geen liederen die we samen zouden willen zingen. Niets bindt ons samen, geen enkel lied kan zoiets tot uitdrukking brengen. Men speelt ons volkslied alleen nog maar bij officiële gelegenheden. Voor de vorm. Niemand zingt meer mee. Alleen bij voetbal wedstrijden, bij kerkdiensten....'
- 'En in het ruimtependel?'
Tim de Wit schudde zijn hoofd.
Het lied was ten einde. Men draaide zich weer terug. Gesprekken hernamen hun loop. De muzikanten speelden op de achtergrond.
'Waarom werd je eigenlijk gezagvoerder?'
Hij voelde zich nu niet belaagd door die vraag en rustig antwoordde hij 'ORAS is anders dan de andere planeten waar ik kwam. Ik stelde die vraag nooit aan mezelf. Anderen stelden hem evenmin. Ze vroegen me alleen 'Wil je hoger op Tim de Wit? Wil je meer zien van de Nevel?' Hij zuchtte even. 'Altijd vroegen ze erbij of ik in de Wet geloofde en de handhaving ervan wilde controleren. En nu vraag jij me waarom ik gezagvoerder werd en ik weet voor het eerst niet meer zo zeker òf ik de Wet moet handhaven.' Hij keek Susan aan en vroeg zich af waarom hij haar dat allemaal vertelde. Het gedempte licht gaf haar stoere uiterlijk een geheimzinnige uitdrukking. 'Waarom werd jij hoofd van Ruimtezaken op ORAS?'
Ze keek hem recht in zijn ogen aan en antwoorde 'Omdat ik geloof in het doel waarvoor ik werk.' Ze aarzelde even en sprak toen 'Maar, ik wil niet alleen leven om te werken. Niet alles opzij zetten en van de vroege ochtend tot de late avond in touw zijn, terwijl de mooie momenten van elke dag als zand door mijn hand gaan.'
- 'Wat is het doel waarvoor je zo hard wilt werken?'
- 'Dat kan ik je niet zeggen Tim. Niet zolang jij hier bent voor de handhaving van de Federatieve Wet en je opstelt als een dienstklopper.' Terwijl ze dat zei streelde ze zijn hand. 'Maar ik wil wel met jou van dit moment genieten.'
Hij legde zijn hand op die van haar. 'Hoe kan ik besluiten om de Wet te negeren als ik dat doel niet ken?' Susan keek peinzend voor zich uit. 'Misschien heb je wel gelijk. Misschien kunnen we alleen maar de tijd voor elkaar nemen als je weet waarvoor ik werk.' Ze lachte. 'Ik kan je alleen zeggen dat we vredelievend zijn en er niet op uit zijn om de Centrale Macht omver te werpen of de Federatie te ondermijnen. Ons doel doet geen afbreuk aan jouw geloof in de Wet.' Ze stond op. 'Kom ze wachten op je in de commissiekamer.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 



 
DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

10. Contact verbroken

Iedereen keek ontsteld naar Misha. 'Zijn we hier voor een atoomaanval!?' fluisterde Els.
De avond was over het ruimtependel gedaald. De lichten in de commandohut gingen automatisch aan. 'Piep, piep, piep.'
Mario sprong op. 'Iemand zoekt contact met ons op de Telecom.'
- 'Schakel maar op het grote beeldscherm Mario dan kunnen we allemaal meekijken.' Joop van Zijl zette zich voor de Telecom en schakelde de monitor aan. 'Ja? Hier Joop van Zijl, plaatsvervangend gezagvoerder van het Federatieve ruimtependel.'
Het hoofd op het beeldscherm antwoordde 'Ik heet Michael Kafida. Ik ben chef van de Interne Veiligheidsdienst. Ik wilde u mededelen dat de bewegingsvrijheid van uw gezagvoerder en bemanning tot nader order is beperkt tot het LAM.'
- 'Bewegingsvrijheid? Het LAM? Tot nader order?' echode Joop van Zijl.
'Jawel in het bouwwerk op de centrale ruimtehaven, totdat de Raad anders besluit.'
Joop deed zijn mond open, en sloot hem weer. Kafida verdween uit beeld. Joop draaide zich naar de rest. Mario sloeg met zijn vuist op tafel. 'Gevangen zitten ze, niets meer en niets minder. We moeten onmiddellijk actie ondernemen Joop. Dit heb ik niet eerder meegemaakt in mijn loopbaan bij de Controledienst.'
Joop draaide zich weer naar het Telecom-scherm en riep De Wit op. Er kwam geen antwoord. 'Shit.' vloekte hij hardgrondig. Hij dacht verder niet meer na, zijn woorden waren kort en droog. 'Iedereen op de posten. Alle Telecomkanalen open voor een oproep aan Kafida. Johan, jij doet de besturing.'
Het hoofd van een vrouw verscheen op het beeldscherm. 'Dit is de communicatiecentrale Telecom. Waarom geeft u geen specifiek signaal.'
- 'Dit is het Federatieve ruimtependel, van Zijl. Ik wil contact met Kafida, chef Interne Veiligheid ik ken zijn frequentie en code niet.'
De vrouw gaf zonder aarzeling de gegevens. Even later werd Kafida zichtbaar op het grote beeldscherm van de commandoruimte.
'Kafida!' siste Joop 'Ik wil onmiddellijk met De Wit spreken.'
Beleeft doch beslist antwoordde Kafida 'Dat kan op dit moment niet meneer van Zijl, uw gezagvoerder is momenteel in bespreking met vertegenwoordigers van de Raad. Ik zal echter uw wens aan hem doorgeven. Zo gauw de bespreking is afgelopen zal hij contact met u opnemen.'
- 'Ik wil hem nú spreken.' schreeuwde Joop met een van woede rood aanlopend hoofd.
- 'Zoals ik al zei uw gezagvoerder is in be.....'
- 'Kafida.' onderbrak Joop 'We stijgen nu op om hem te komen halen, als je hem en de bemanning niet onmiddellijk vrij laat dan...' Hij maakte zijn zin niet af. 'Ja, wat dan?' dacht hij bij zichzelf. 'Eerst nadenken, dan pas handelen.' hield hij zichzelf voor.
'De gezagvoerder en de bemanning zijn niet gevangen.' reageerde Kafida. 'Ze kunnen gaan wanneer ze maar willen. Ze kunnen alleen niet overal naar toe op ORAS. Doet u alstublieft geen onverstandige dingen die het leven van de bewoners van het LAM in gevaar brengen! Bedenk wel dat uw gezagvoerder en uw collega's dan ook risico's lopen.'
- 'Je kunt het hebben zoals je wil Kafida. We stijgen op....' Joop verbrak het contact. 'Opstijgen Johan naar de centrale ruimtehaven.' Hij draaide zijn stoel naar de rest van de bemanning en mompelde 'Niet gevangen, ik geloof er niets van.'
'Wat wil je nu doen Joop?' vroeg Els.
Alle gezichten waren naar hem gericht. Joop hield zijn mond en dacht 'Wat kan ik doen?'
'Misschien is er niets aan de hand en maken we het De Wit alleen maar lastig.' zei Johan vanachter het controlepaneel.
'Nee Johan, er is wel wat aan de hand.' sprak Mario. 'De directe verbinding is verbroken. Volgens mij zijn ze gevangen genomen.' Hij keek de kring rond. 'We moeten ons geen verhaaltjes op de mouw laten spelden. Laten we maar eens wat druk op de ketel zetten.'
Joop keek hem vragend aan. 'Hoe dan Mario?'
Deze haalde zijn schouders op. 'Weet ik veel. Ik neem aan dat we niet dat hele bouwwerk aan gruzels hoeven te schieten om een gesprek met De Wit te krijgen. Misschien een heel klein hoekje. Ja, misschien een klein stukje en dan eens kijken hoe ze reageren. We hebben nog tot morgen middag 1 uur de tijd om De Wit en de rest uit dat 'LAM' te krijgen. Daarna zien we wel verder.'
De stem van Johan klonk. 'We zijn er, wat nu Joop?'

De Telecom piepte. Joop draaide zich naar het scherm en schakelde in. Het hoofd van Kafida verscheen. 'Meneer van Zijl, wat denkt u ervan als ik me aanbied als gijzelaar zolang uw gezagvoerder onderhandelt met de vertegenwoordigers van de Raad?'
Joop keek naar Mario. Deze schudde zijn hoofd. 'Een ogenblik.'
Hij schakelde de Telecom uit.
'Niet intrappen Joop.' sprak Mario. 'Vraag De Wit te spreken.'
Joop schakelde de Telecom weer in. 'Kafida. Ik wil nu met De Wit spreken.'
Kafida schudde glimlachend zijn hoofd. 'Ik heb u al gezegd meneer van Zijl. Uw gezagvoerder is in bespreking met leden van de Raad ik mag niet storen.'
Joop knikte naar Johan en schakelde de Telecom uit. 'Voorzichtig hè!?' Johan tuurde op de ruimtescan en richtte het laserkanon en vuurde. Een lichtflits onttrok het zicht op het bouwwerk.
De Telecom piepte. Een donker kijkende Kafida verscheen in beeld. 'Mag ik u er op attent maken dat u de levens van uw collega's in gevaar brengt.'
Dreigend keek Kafida hen aan. Joop rilde. 'Dit pokerspel is niks voor mij' dacht hij. Snel schakelde hij de Telecom uit. 'Wat nu Mario?'
Mario keek verlegen de groep rond.
'Hè?! Wat krijgen we nou.' riep Johan.
- 'Wat is er?'
- 'Die koepel zit er nog op.'
- 'Wat bedoel je?'
- 'Ik vuurde op een glazen koepel in de top van het bouwwerk, maar ik miste. Ik zal het nog eens proberen, en beter richten.'
'Nee stop.' Misha hief bezwerend de armen op. 'Stop Johan, ze hebben net zoiets als alert-2, een soort ruimteschild. Waarschijnlijk komen we daar alleen met zwaardere middelen doorheen.'

De Telecom piepte. Joop schakelde in, en weer verscheen Kafida in beeld. 'Meneer van Zijl, ik verzoek u dringend om deze zaak niet te laten escaleren. Ik biedt u nogmaals aan om als gijzelaar enige tijd in uw ruimteschip te verblijven, totdat u met uw gezagvoerder hebt gesproken. Misschien acht u mijzelf niet van genoeg gewicht. Ik vroeg daarom aan een van de leden van de Raad van Twaalf om mij te vergezellen.' Hij kuchte, 'ongewapend natuurlijk.'
Joop draaide zich om en keek vertwijfeld naar de andere bemanningsleden. Niemand zei wat. Mario meed zijn blik en haalde zijn schouders op. Alleen Els keek hem aan en fluisterde 'Wat hebben we te verliezen?!' Kafida keek zelfverzekerd door de Telecom.
'Wat moet ik met hem aan boord?' dacht Joop. Verschillende gedachten flitsten door zijn hoofd. 'Voorlopig kan ik het schieten uitstellen, misschien dat De Wit snel klaar is, of is dit een valstrik?'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

11. De gijzelaars

Joop van Zijl staarde voor zich uit. 'Ik roep Natascha, Alain en Rodger op. Volgens de laatste melding zitten zij tenslotte ook in dat gebouw...' sprak hij. 'Misschien kunnen zij duidelijkheid verschaffen over de positie van De Wit en de anderen.'
- 'Wees voorzichtig Joop, breng ze niet in gevaar.' zei Els. Maar Joop zat al achter de Telecom, toetste de code in, en wachtte. 'Geen antwoord. Wat nu?'
Niemand deed zijn mond open.
'Laten we De Wit nog een half uur de tijd geven.' hoorde Joop zichzelf zeggen. Niemand sprak hem tegen.
Een voor een verlieten ze de commandohut. Joop bleef alleen achter, en wachtte. 'Geef toch alsjeblieft snel een levensteken De Wit.' Hij verloor alle gevoel voor tijd.

Els kwam weer als eerste terug in de commandohut. De anderen volgenden. 'Het is tijd.' sprak ze voorzichtig.
- 'Nu al? De tijd vliegt.'
- 'Ik heb er diep over nagedacht,' sprak Els toen ze allemaal weer rond de vergadertafel zaten 'maar ik denk dat we er het verstandigste aan doen om meneer Kafida uit te nodigen om hierheen te komen.'
- 'Kunnen we niet wat anders proberen?' vroeg Johan.
Niemand reageerde.
Joop toetste de code van Kafida in. 'Is De Wit uit de onderhandelingen?' vroeg hij zo gauw het hoofd van Kafida op de monitor verscheen.
'Ik vrees van niet.' antwoordde Kafida behoedzaam.
'Hoe lang gaat het nog duren?'
- 'Dat kan ik u niet zeggen. Ik mag ze niet storen....'
Joop aarzelde. Dan hakte hij de knoop door. 'We nemen jullie aanbod om als gijzelaars te dienen aan. Jullie kunnen komen.'
- 'U kunt ons ophalen op het grote oostelijke platform.' antwoordde Kafida.
Joop schudde zijn hoofd. 'Nee u kunt komen met een van uw ruimtejagers, ik blijf liever op enige afstand.' Kafida lachte. 'In orde we komen eraan.'

Kafida en Chris Vader stapten de commandohut van het ruimtependel binnen. Beide waren gekleed in een lange witte mantel. Over hun hoofd droegen ze een doek die met een soort touw om zijn plaats werd gehouden. De volle stem van Chris Vader galmde terwijl hij een voorzichtige buiging maakte naar de bemanningsleden. Hij had zijn handen voor zijn borst tegen elkaar gevouwen. Zijn lange haren vielen van onder zijn hoofddoek over zijn schouders. Zijn lichtende ogen keken de bemanningsleden een voor een aan. Zijn gezicht stond ernstig, bijna vroom. 'Ik hoop dat u zich realiseert dat ik mij ter Uwer beschikking stel terwijl mijn aanwezigheid ook elders is gewenst?' galmde hij. Hij liep door naar de vergadertafel en ging aan het hoofd zitten.
Kafida liep op Joop toe en sprak bijna fluisterend 'Mag ik een ogenblik met u spreken. Deze situatie is te precair om ook maar de geringste hoeveelheid wantrouwen te laten bestaan.'
Joop knikte wezenloos en wees op een tafel in de hoek.
'Ik denk dat gezagvoerder De Wit over niet al te lange tijd klaar is met zijn besprekingen.' vervolgde Kafida zo gauw hij zat. 'Ik stel u voor om tot die tijd niets te ondernemen.'
- 'Waarom kan ik niet direct met hem communiceren. Waar is zijn apparatuur gebleven?' vroeg Joop op scherpe toon.
'Wel de reden daarvoor is simpel. Gewapend bezoek is nooit prettig, maar we voelden ons pas echt genoodzaakt hen te ontwapenen toen we ontdekte dat een commandoeenheid van uw ruimtependel het LAM was binnengedrongen. We ontdeden De Wit en de anderen van communicatieapparatuur om onderling contact te verhinderen ......' Kafida lachte zelfverzekerd.
Joop zweeg en keek naar het lege scherm van de Telecom. 'Waar blijft De Wit?' dacht hij en zuchtte diep. 'Hoe ben ik hierin verzeild geraakt?' Hij keek de commandohut rond. 'Er is niets veranderd' hield hij zichzelf voor. 'Alles is onder controle'.
Chris Vader was in gesprek met de bemanningsleden die aan de vergadertafel zaten.
Kafida stond op en vroeg 'Mag ik even van de Telecom gebruik maken?' Zijn stem klonk poeslief. Joop knikte en dacht 'Wat moet ik met die twee?' Hij draaide zich om, wenkte Mario en liep de deur uit. Buiten de commandohut sprak hij pas. 'Mario, we zijn een stelletje uilskuikens. Zolang die twee hier zijn kunnen we niets doen en dat is precies hun bedoeling.'
Mario knikte. 'Wat wil je dan?'
- 'Ik weet het niet.' Joop zuchtte. 'We laten ons door hun aanwezigheid overdonderen. Over ten hoogste twintig minuten wil ik contact met De Wit hebben. We moeten zekerheid krijgen over zijn situatie. Hij moet de volgende faseopdrachten van de Centrale Macht kennen en dat kan alleen als hij hierheen komt.' Hij dacht even na. 'Waar heb jij je laser pistool?'
- 'In mijn wooncabine.'
- 'Die halen we eerst op, dan gaan we de ruimtejager waar die twee mee zijn gekomen nader bekijken. Misschien dat we wat over dat aandrijfsysteem te weet kunnen komen.'
Het tweetal haastte zich de lange witte gang in.

'Dat is de reden waarom we nu allemaal in het LAM wonen.' Chris Vader keek met zijn doordringende blik naar zijn toehoorders.
Johan knikte begrijpend. 'Nu begrijp ik waarom we veel vroeger dan het vluchtschema aangaf bij ORAS aankwamen. Uw planeet raakt langzaam uit zijn baan om de zon.'
Els keek nadenkend 'Uw volk heeft veel geleden?!'
- 'Ja.' bevestigde Chris Vader. 'En de Centrale Macht speelde daarin de hoofdrol. Begrijpt u nu onze houding ten aanzien van de Federatie en ten aanzien van een Controledienst als de uwe?!'
- 'Eh, ja,... Nee.' sprak Els. 'ORAS is een vredelievende planeet zegt u meneer Vader. Maar waarom dan die aanval op een van onze dienstwagens en op het ruimtependel?'
Chris Vader lachte ontwapenend. Het leek alsof hij groeide en zijn persoonlijkheid de ruimte vulde. 'Dat waren geen vernietigingsaanvallen. Nee dat waren slechts waarschuwingen. We wilden U afschrikken met enig machtsvertoon en hoge snelheden. Nee beste vrienden, we schoten niet om te vernietigen maar om een speldeprik uit te delen. We hadden echter niet verwacht dat uw ruimtevaartuigen tegenwoordig zijn uitgerust met een effectieve bescherming tegen laservuur. U liet zich niet overdonderen of afschrikken. We hoopten dat U rechtsomkeer zou maken. Maar U, U koos moedig Uw eigen koers en ging controleren wat er op ORAS gaande is.'
Johan deed zijn mond open en deed hem weer dicht.... dan sprak hij aarzelend 'En die tweede aanval?'
- 'Tja.' glimlachte Chris Vader. 'We moesten natuurlijk uitproberen of dit grote ruimtependel eveneens bestand was tegen een speldeprik. Jullie koersten recht op ORAS af. We moesten het opnieuw proberen.'
De stem van Chris Vader golfde door de ruimte. 'En ziet vrienden, we faalden in onze opzet. U landde op ORAS. We zijn nu over geleverd aan U en aan de Centrale Macht. Er rest ons niets anders dan een volledige opening van zaken te geven. We kunnen ons niet veroorloven om de Centrale Macht tegen ons in te nemen. Het verleden heeft ons wat dat betreft getekend. Uw gezagvoerder spreekt momenteel met het hoogste gezagsorgaan op ORAS.'

'Daar staat hij.' Mario en Joop stonden op landingsplatform drie. In een hoek, naast twee dienstwagens stond het gele ruimtetoestel van de ORASsianen. Ze liepen erop af. 'Voorzichtig Joop.' Mario pakte een metalen staaf en stak die voor zich uit. Tien meter voor het ruimteschip stuitte de staaf. Mario probeerde opnieuw. 'Het is omgeven door een onzichtbare afscherming. Pak eens een doorlichtings apparaat van afdeling 'Ruimtevaart' Joop.'
Joop klom in een van de dienstwagens en kwam even later terug met een apparaat dat nog het meeste leek op een verrekijker die op een statief was geschroefd. Hij stelde het apparaat op en keek door het vizier. Hij floot tussen zijn tanden. 'Dit heb ik nog nooit gezien. Het heeft geen motor of aandrijfsysteem.' Hij bleef even turen. 'Wat een vreemde constructie. Alles is opgehangen aan een centraal deel van ongeveer dertig bij dertig centimeter.'
- 'Laat mij ook eens.' Mario keek op zijn beurt door de kijker. 'Er is nauwelijks technische uitrusting aan boord.'
Joop keek op zijn polstransmitter. 'Kom Mario, de tijd is bijna om. Laat de boel staan, we gaan nu zaken doen met de heren.'

Ze renden naar de commandohut. Voor de schuifdeur trokken ze hun laserpistolen. Niemand had hen opgemerkt. Kafida sprak op gedempte toon met iemand via de Telecom. Chris Vader sprak de bemanning toe. Hij stond nu. Zijn handen in de lucht geheven. Hij leek wel in gebed. De aandacht van de bemanning was volledig op hem gericht.
Joop aanschouwde korte tijd het tafereel. Dan riep hij met scherpe stem 'De tijd is om.'
Het leek alsof er een ballon knalde. Verschrikt keken de bamanningsleden om.
'Verbindt me nu door met De Wit, Kafida.'
- 'Ik heb nog geen toestemm....' begon deze.
'Nu Kafida!' Joop richtte zijn laser pistool op hem. Kafida keek naar Chris Vader. Deze reageerde niet, het leek alsof hij in hogere sferen was. Zijn blik was buiten de commandohut.
Vertwijfeld keek Kafida naar de Telecom. 'Ik wacht op een bericht. Wat bent u van plan meneer van Zijl.' Chris Vader kwam tot leven. 'Als U schiet zal onze wraak vreselijk zijn. We zijn vredelievend maar dit kan ik niet accepteren.'
Joop rilde en dacht 'Nu moet ik de knoop doorhakken..... Maar hoe? ... Elk moment van aarzeling buit die kerel uit' Langzaam sprak hij 'Doe wat we hebben afgesproken Mario!'
Mario hief zijn laserpistool.
'Nee! gilde Kafida en dook van zijn stoel achter de Telecom.
'Laat die wapens zakken.' In de hand van Chris Vader blonk een mes waarvan de punt in de nek van Johan prikte. Opnieuw maakte Kafida een duik. Nu naar de benen van Joop en Mario. Deze rolden om. Mario drukte af. De laserstraal raakte een sensor van de brandbeveiliging. De sprinklerinstallatie begon te sproeien terwijl het luide geloei van de sirene alle andere geluid overstemde. In de verwarring trok Chris Vader Johan naar de deur van de commandohut. 'Moordenaars!' schreeuwde hij 'Moordenaars!.' Kafida glipte naar buiten. Chris Vader volgde terwijl hij achteruit stappend Johan voor zich hield. Op de drempel van de deur gaf hij Johan een geweldige trap. Deze vloog tegen Joop en Mario die net bezig waren op te krabbelen. Joop viel opnieuw om, krabbelde weer op en rende het tweetal achterna. Een bocht in de gang onttrok ze aan het zicht. Hij volgde het geluid van rennende voetstappen voor hem uit. Hijgend bereikte hij het ruimteplatform. Chris Vader was al vlak bij het ruimteschip en sprong net lenig de trap op. Kafida strompelde op enige tientallen meters achter hem aan.
Joop richtte zijn laserpistool. Op het moment dat hij afdrukte struikelde Kafida over het statief van het doorlichtingsapparaat en viel met een schreeuw languit op de grond. Chris Vader stond in de ingang van de ruimtejager. Opnieuw richtte Joop. De deur sloot zich. Joop wist wat volgen zou. Hij dook weg in een van de anticompressieschermen. 'Kafida.' Schreeuwde hij. Kafida begreep zijn gebaar en kroop eveneens in een anticompressiescherm. Geruisloos zette de gele ruimtejager zich in beweging. Een felle lichtflits was zichtbaar. Een luid geraas volgde. De buitensluis lag aan flarden. Een seconde later was het ruimteschip door het gat verdwenen.
Joop trok een ruimtepak aan en stapte uit het anticompressie scherm. Door het venster wees hij Kafida om ook een ruimtepak aan te trekken. Toen stapte Joop naar binnen. Kafida trilde als een riet.

'Els heeft de brandzekering vervangen.' sprak Misha toen Joop met Kafida de commandoruimte betrad. 'Er is geen schade. Het water is al opgeruimd.'
- 'Goed.' bromde Joop. 'Die andere vogel is gevlogen. Johan ga jij eens kijken of je de buitensluis van landingsplatform drie kunt repareren?' Dan draaide hij zich naar de bevende Kafida. 'Achter de Telecom jij! en zoek nu contact met De Wit.'
Kafida stelde code en frequentie in. Er gebeurde niets. Kafida's gezicht trok in een grimas. 'Ze reageren niet!'
Joop keek hem dreigend aan. 'Mario!'
Nog voor Mario zijn laserpistool helemaal kon heffen viel Kafida van zijn stoel af. Joop liep op hem toe. Hij hield zijn polstransmitter tegen Kafida's voorhoofd. 'Hm, flauw gevallen.' constateerde hij. 'Nou ja, ik kan hem geen ongelijk geven; drie keer in één kwartier de dood in de ogen kijken is wel wat veel.'
Plotseling verscheen het verwilderde gezicht van Chris Vader op het grote scherm van de commandohut. 'U hebt een grote domheid begaan.' brulde hij beschuldigend naar de bemanning van het ruimtependel. 'Maar we zijn een vredelievend volk. Zo gauw uw gezagvoerder zijn besprekingen met de vertegenwoordigers van de Raad van Twaalf heeft beëindigd zal hij contact met U opnemen.'
De verbinding werd verbroken. Niemand zei wat. Joop ging aan de vergadertafel zitten. Kafida kreunde.
'Dat had ik niet van jullie verwacht Joop.' Els had het woord genomen.
'Wat?' vroeg Joop.
'In koele bloede een weerloos man vermoorden.'
Joop keek naar Mario. 'We hadden helemaal niets afgesproken. En de laserpistolen stonden op verdoven.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 




DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

12. De onderhandelingen I

De deur van de commissiekamer kreeg nauwelijks de tijd om open te schuiven. Chris Vader drong naar binnen. Achter hem volgden tien zwaar bewapende wachters. Voor de tafel hield hij stil.
Geërgerd keek de jonge vrouw met de zwarte haren naar hem op. 'Ik zie dat je verslag komt uitbrengen van het beraad over de cafés.'
- 'Hoe ver zijn jullie?' Chris Vader's stem klonk afgemeten.
- 'We zijn net begonnen.'
- 'Hij komt met ons mee Olivia.'
- 'We zijn net begonnen.' herhaalde de vrouw met de lange zwarte haren. 'Je hebt geen recht om de beslissing van de Raad te doorkruisen. Eerst maken we dit gesprek af. Dan rapporteren we aan de Raad en daarna volgt een beslissing van de Raad. Tot die tijd is gezagvoerder De Wit gast van de Raad en van ORAS. Je kunt nu beter gaan.'
Even leek het alsof Chris Vader zou ontploffen. Hij haalde diep adem. Hij kreeg zichzelf weer onder controle. Zijn stem klonk weer even melodieus als vroeger, maar nu met een dreigende ondertoon. 'Ik biedt geen gastvrijheid aan moordenaars! We gijzelen hem en als de rest zich niet overgeeft zullen we zijn nek omdraaien.' Dreigend wees hij naar De Wit. Dan draaide hij zich om naar de wachters en gaf een teken.
De jonge vrouw sprong op en stelde zich voor De Wit op. 'Over mijn lijk! Ik beveel jullie als lid van de Raad van Twaalf en voorzitter van de Commissie voor Militaire en Veiligheidszaken deze ruimte te verlaten.' De wachters aarzelden.
'Nu waar wachten jullie op?!' drong Chris Vader aan.
Ze aarzelden nog steeds.
'Ingerukt mars, en eruit.' klonk de venijnige stem van de jonge vrouw. De wachters draaiden zich om en verdwenen uit de commissiekamer.
'Privé legertjes zijn verboden Chris Vader, ook al ben je de zoon van Junior van ORAS!'
- 'Dit zal ik je betaald zetten Olivia.' Chris Vader verviel in een machteloze woede.
- 'Ach ventje hoepel op.' was alles wat Olivia luchtigjes zei en ze draaide hem haar rug toe.
'Dit zal ik je betaald zetten!' Hij stapte naar de uitgang. 'Ik zal de Raad van Twaalf in spoedberaad bijeen roepen.'
- 'Daarvoor heb je drie raadsleden nodig en die zul je zo laat op de avond niet vinden.' riep Olivia hem achterna.
Chris Vader lette in zijn woede niet op de half geopende schuifdeur die hij op zijn weg naar buiten versplinterde.

De Wit had alles rustig aangezien.'Wie is die gek?' vroeg hij.
- 'Trekt u zich niets aan van die Chris Vader. Die is altijd een beetje eigenzinnig. Hij denkt dat hij alles kan omdat Junior van ORAS toevallig zijn vader is. Maar zoals u zag heeft niet hij, maar de Raad hier de touwtjes in handen.' Ze had dit met een geamuseerde glimlach op haar gezicht gezegd. Ze ging nu zitten, kuchte en ging op formele toon verder. 'Goed, waar zijn we gebleven.'
- 'U wilde mij net mijn eigen positie onder de aandacht brengen.' antwoordde Tim de Wit.
'Ja. U bent hier te gast, maar u zag zoëven al dat er raadsleden zijn die daar anders over denken. Als deze raadsleden de meerderheid krijgen dan bent u geen gast meer maar een gevangene. Dan bereiken ze de overgave van het ruimtependel op de daarnet geschetste wijze.'
- 'Aan die overgave heeft u niets.' antwoordde De Wit. 'Vóór het laatste bemanningslid het pendel heeft verlaten zal er een boodschap met de snelheid van het licht naar de Controledienst van de Centrale Macht zijn verzonden. Die boodschap doet er ruim twee jaar over. De Centrale Macht zal nieuwe ruimteschepen naar ORAS zenden. Dat zullen geen inspectieteams zijn.... Binnen drie jaar na aankomst van de boodschap zal ORAS bezet zijn door militairen van de Centrale Macht. Het lijkt me dus beter dat wij gewoon ons werk gaan doen. Alle achtergehouden technologie zult u naar de Centrale Macht en de Federatie door moeten geven. Daarna zal u in vrede kunnen leven. Er zullen in het begin hoogstens af en toe inspectieteams op de stoep staan.'
Olivia en haar secondanten leken niet erg geïmponeerd door zijn woorden. 'U vergeet wat, gezagvoerder De Wit. Onze ruimtejagers gaan sneller dan het licht. Met gemak halen we die boodschap in en blokkeren of verminken haar.'
De Wit wreef met zijn hand over zijn voorhoofd en zweeg.
'Wij stellen u voor om u over te geven, en het ruimtependel te verlaten. U heeft dan de keuze: of op ORAS blijven, of u krijgt een vrijgeleide met een ouderwets type ruimtevaartuig. Met dit ruimtevaartuig bent u in staat om in een half jaar naar de dichtstbijzijnde bewoonde planeet te gaan. Dat is Prota-1. Vandaar uit bestaat de mogelijkheid om met een sneller ruimteschip naar de Centrale Macht te reizen. Over optische communicatiemiddelen beschikken ze niet in het zonnestelsel van de Prota's. We schatten daarom dat het eerste bericht dat u vanaf Prota naar de Centrale Macht zendt over ongeveer vijf jaar zal aankomen. Dan duurt het nog eens twee en een half jaar voor de Centrale Macht hier kan zijn. Bij elkaar zijn we dus zeven en een half jaar voorbij voor de Centrale Macht kan reageren met een militaire tegenactie. Tegen die tijd denken wij in staat te zijn om elke aanval van buiten te weerstaan.'
De Wit dacht na. Hij hoorde rennende voetstappen. Even later kwam Susan de Terra binnen gehaast. 'Wat is er nu weer aan de hand.' begon Olivia geërgerd.
Susan maakte een bezwerend gebaar. 'Olivia luister, dit is ernstig. Ik weet dat het tussen ons niet erg botert, maar alsjeblieft luister.' Ze gaf zichzelf even de tijd om op adem te komen. 'Chris Vader is wachters aan het ronselen. Hij wil De Wit en zijn bemanningsleden met geweld gevangen nemen en de overgave van het ruimtependel forceren. De voorzitter van de Raad van Twaalf was wel bereid om een spoedvergadering bijeen te roepen maar pas morgenochtend. Chris Vader vindt dat te lang duren. Hij neemt het heft in eigen handen. Help me, we moeten De Wit en zijn bemanningsleden beschermen.'
- 'De adder.' siste Olivia. Fluisterend overlegde ze met de twee andere raadsleden. 'Goed, je kunt hem meenemen en met de anderen verbergen. Maar onder voorwaarde dat ze absoluut geen contact hebben met het ruimtependel. Ik neem contact met je op als de Raad van Twaalf een uitspraak heeft gedaan.'
Susan knikte. 'Afgesproken.' was alles wat ze tegen Olivia zei. Tegen De Wit zei ze 'Kom, haast je, ze kunnen zo hier zijn.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 




DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

13. Susan de Terra

'Waar gaan we naar toe?' vroeg Tim de Wit terwijl ze haastig door de gangen van het LAM liepen. Susan liep een grillige route en De Wit raakte elk gevoel voor richting kwijt.
'Ik moet de hoofdgangen en de centrale liftenkoker zoveel mogelijk mijden omdat we daar in de armen van Chris Vader lopen. We kunnen nu geen enkele wachter meer vertrouwen.'
- 'En die polszenders die ons lokaliseren?'
- 'Die zijn uitgeschakeld.'
De gang verbreedde zich tot een boulevard met aan weerszijden woonblokken en winkels. Susan stopte bij de ingang van een woonblok. Ze gingen naar binnen. Op de eerste verdieping opende ze een deur en liet hem voorgaan terwijl ze zei 'Welkom in mijn huis.'
Verbaasd keek Tim de Wit de luxueus ingerichte ruimte rond. Alles was keurig opgeruimd, schoon en onversleten. 'Kom je hier wel eens?' vroeg hij.
Susan ging voor hem staan en zei zacht 'We kregen opnieuw wat tijd voor elkaar. Misschien is het wel de laatste keer. Ik weet niet wat de Raad gaat beslissen en wat Chris Vader wil. Laten we onze tijd goed gebruiken.'
Tim de Wit sloeg een arm om haar heen en streelde haar gezicht. 'We kunnen in ieder geval deze woning in gebruik nemen.'
Susan knikte. 'Ik werk van de vroege ochtend tot de late avond, er is niemand die op me wacht.' - 'Bij mij is het ruimtependel mijn woning.' Dan aarzelde hij. 'De bemanning van het ruimtependel verwacht een levensteken van me.'
- 'Dat kan niet Tim. Vraag dat niet van me. De orders waren strikt.'
Tim zuchtte. 'Als ik morgen middag om één uur geen contact met Joop en de anderen daar heb gehad kan ik niet instaan voor de gevolgen.'
- 'Er kan tot die tijd nog veel gebeuren Tim!'
- 'En de bamanningsleden die met mij mee waren, waar zitten die op dit moment?'
- 'Die zitten in een ruimtejager op een van de landingsplatforms. Dat deel van het LAM valt onder afdeling Ruimtezaken. Het personeel staat direct onder mij. Ik ken ze en ik kan ze vertrouwen. Ik heb geregeld dat je met je mensen kan spreken.' Ze wees naar haar Telecom en gaf hem de code. 'Ga je gang.'

Het gezicht van Marc verscheen op het scherm. 'Goddank De Wit. Je leeft dus nog.' was het eerste dat deze zei. 'Van die lui hier begreep ik dat enkele raadsleden ons als gijzelaars willen gebruiken om het ruimtependel tot overgave te dwingen. We dachten dat ze jou te pakken hadden.'
- 'Maak je geen zorgen Marc. Het redelijk denkende deel van ORAS houdt ons voorlopig verborgen voor het militante deel. Morgenochtend zal de Raad van Twaalf een ingelaste vergadering houden. Dan zal blijken hoe de politieke krachten zijn verdeeld.' Hij glimlachte naar Susan. 'Ondertussen zijn we in goede handen! Ik zal weer contact met jullie opnemen als het nodig is.' Hij sloot de verbinding af. 'Bedankt.' zei hij tegen Susan terwijl ze elkaar omarmden.

Ze lagen stil naast elkaar. 'Heb je ooit een vaste vriend gehad Susan?' Ze schudde haar hoofd.
'Niet wat jij bedoelt.... Ach, als je er een beetje leuk uitziet....' Ze keek voor zich uit. 'Overal waar ik kom ontmoet ik mannen die aardig voor me zijn. Hun blikken richten zich op mijn lichaam. Ik hoef hun gedachten niet te lezen om te weten wat ze willen. Als ik een keer in een goede bui ben en als ik naar de wereld lach dan krijg ik uitnodigingen om te lunchen, om naar het café te gaan.... En om te blijven slapen en te vrijen. Af en toe laat ik dat gebeuren. Het liefst met iemand die daarna niet blijft plakken. En elke keer heb ik na afloop spijt. Dan kijk ik naar die vreemde in mijn bed waarvan ik niet houd. Dan voel ik de leegte in mijn hart als nooit tevoren. Dan neem ik mezelf voor te wachten op mijn grote liefde.' Ze kuste Tim op zijn neus. 'Maar die liefde kwam niet. En langzaam voel ik het weer kriebelen en de geschiedenis herhaalt zich.... Tot ik jou zag.'
Tim liet het haar van Susan door zijn handen glijden. 'Het is bij mij niet anders. De behoefte aan aandacht en liefde heeft iedereen even sterk denk ik. Soms maakt het niet meer uit wie zich aandient. En als niemand zich aandient zijn er altijd nog de seksmachines in het ruimtependel.'
Hij trok een vies gezicht.
Susan lachte. 'Ach Stommerd. Terwijl ik hier op je wacht.'
Hij zwaaide haar woorden weg. 'Dat weet ik nog niet zo lang. Ik wilde zeggen dat alles verder precies zo gaat als bij jouw. De wereld is weer eenzaam nadat de liefde is bedreven. En in je bed vind je een vreemde vrouw waarvan je je afvraagt wat je in haar zag. En je hoopt dat je geen verwachtingen wekte. Want niets is zo ellendig als een onbeantwoorde liefde.' Hij keek in haar ogen. 'Alles zal nu anders zijn Susan. De wereld is niet meer leeg. Er is geen leegte meer, maar alleen nog maar verlangen naar jouw. Je bent...' Hij zocht naar woorden 'Hoe kan ik je........' Verbaasd luisterde hij naar de woorden die zij voor hem vond.
'Ik hou van je. Ik hield van je vanaf het moment dat ik je zag. Nooit zal ik ophouden van jou te houden. Als je van me weggaat zal ik altijd bij je zijn en zul jij in mijn hart zijn. Als de sintels in het vuur blijft m'n liefde voor jouw gloeien ook al ga je weg. Ook al zie ik je nooit meer terug. Mijn liefde voor jouw overbrugt de eeuwigheid.' Susan streelde zijn wang. Haar vinger raakte zijn lippen.
Hij kuste ze in het voorbijgaan. Een traan rolde langzaam van zijn wang op het kussen. 'Ik kan niet bij je blijven. Ik kan mijn woord niet breken. Ik moet mijn missie afmaken. Mijn mensen rekenen op mij. Maar ik kom naar je terug. Ik zal je zoeken tot in de verste uithoeken van de Nevel.'
Susan stopte zijn woorden met haar kussen. Met haar knieën in zijn zij bewoog ze langzaam boven op hem gezeten op en neer terwijl zijn hand haar zachtjes streelde. 'Oh, Tim.' Ze voelde hoe zijn lid nog stijver werd dan daarvoor, drukte haar borsten tegen zijn lijf, en voelde hoe haar bloed naar haar vagina stroomde. 'Oh, Tim.'
'Susan.' Met schokken kwam hij klaar terwijl hij haar naam fluisterde en haar voorzichtig bleef strelen. Net op het moment dat ze haar hoogtepunt zou bereiken stopte zijn hand. 'Oh, Tim.'
Hij richtte zich op en ze vleidde zich naar achter. Zonder contact met haar te verliezen boog hij over haar heen, streelde haar borsten en de binnenkant van haar dijen. Heel voorzichtig kwam hij steeds dichterbij.
Haar hart klopte snel. Ze trok hem tegen zich aan en toen hij weer haar vagina raakte voelde ze de vloedgolf over zich heenkomen. Voor die voorbij was volgde een tweede golf, een derde.....
Toen vond ook hij de woorden die hij zocht. 'Ik hou van je, tot het einde van de sterren. Je vulde de leegte in mijn hart met een eeuwig verlangen naar jouw.'

Hij kroop dicht tegen haar aan nadat ze het witte vocht had weggeveegd.
Ze rook zijn geur en dacht 'Wat zal het leven zijn als hij weg is?' 'Tim, ons volk is door de Centrale Macht opgejaagd. Gaat de geschiedenis zich weer herhalen? Staan wij straks tegenover elkaar?'
- 'Ik weet niet wat de Centrale Macht van me verlangt. De vervolgorders moeten nog deblokkeren. Daarom moet ik terug naar mijn ruimteschip om de vervolgorders af te wachten. Ik weet niet wat de bedoeling van de Centrale Macht is, maar ik vertrouw het niet... We zijn doelbewust op ORAS afgestuurd.' Plotseling begon hij te lachten.
'Waarom lach je?'
- 'Ik begrijp nu pas waarom die band om mijn enkel zit en niet om mijn pols.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

14. Chris Vader

Chris Vader ijlde door de gangen van het LAM naar de Raadszaal.
'Daar is hij eindelijk.' sprak Olivia spottend. 'Iedereen is aanwezig en degene met de grootste haast komt het laatst.'
De publieke tribune was deze keer leeg. Alleen de twaalf raadsleden waren aanwezig. 'Ik open deze extra vergadering.' sprak de voorzitter. 'Drie raadsleden verzochten om deze ingelaste zitting, wie kan ik het woord geven.'
Chris Vader stond op. 'Beste vrienden. Ik begrijp dat deze vergadering ongelegen voor u komt. Maar het is niet anders. Het gaat om het Federatieve ruimtependel dat hier gisterochtend landde. Toen we dat ruimtependel voor het eerst ontdekten op Prota-1 was onze opdracht voor de militairen en veiligheidsmensen simpel en duidelijk: stop het ruimtependel als het koers zet naar ORAS; neem de bemanning gevangen, en als dat niet lukt, vernietig het ruimtependel. Sinds die opdracht is de ene fout op de andere gestapeld. Ze zijn niet gestopt maar op ORAS geland. Het is zelfs zover gekomen dat we met de gezagvoerder aan de onderhandelingstafel zitten terwijl hij ons bedreigt met algehele vernietiging. Op dit moment hangt het Federatieve ruimtependel recht boven het LAM. Het ruimtependel heeft het LAM zelfs beschoten. Gelukkig bewees het ruimteschild zijn dienst. Door mijn persoonlijke inzet kon ik een zwaardere beschieting verhinderen. Ik heb mezelf aangeboden als gijzelaar evenals Kafida, hoofd van Interne Veiligheid. Ik heb geprobeerd om tijd te rekken om de onderhandelingsdelegatie hier meer tijd te geven. Ik heb getracht de bemanningsleden van het Federatieve ruimtependel te overtuigen van onze vredelievende bedoelingen. Maar vrienden als antwoord daarop is mijn vriend Michael Kafida,' en hier pinkte hij een traan weg. 'op laaghartige wijze onder mijn ogen vermoord. Met gevaar voor eigen leven slaagde ik erin uit het ruimtependel te ontsnappen. Hier aangekomen heb ik direct de functie van Kafida op me genomen. Het eerste wat ik hoorde was dat de onderhandelingen met de gezagvoerder van het ruimtependel nog maar net begonnen waren. En waarom, beste vrienden - ja u hoort het goed - omdat de gezagvoerder van het ruimtependel eerst rustig wilde eten. Wat kon ik doen beste vrienden, de situatie is explosief. Elk moment kan men in het Federatieve ruimtependel besluiten om het LAM met zwaar geschut onder vuur te nemen en niemand weet of het ruimteschild het dan nog uithoudt. Gelukkig kon ik snel drie raadsleden vinden om een spoedvergadering te beleggen, maar een vergadering van de voltallige Raad bleek pas hedenochtend mogelijk. In deze explosieve situatie moesten we handelen. Kost wat kost moesten we een doorbraak forceren in de onderhandelingen. En nu beste vrienden komt het meest verbijsterende van mijn betoog: toen ik poolshoogte ging nemen bleek dat er helemaal geen onderhandelingen meer gaande waren. Niemand kon mij zeggen waar de gezagvoerder en de bemanning verblijven. Ze zijn verdwenen!'

De raadsleden reageerden verschillend op het betoog. Een aantal stond op hief de vuist en schreeuwde door elkaar. Olivia en de rest van de raadsleden bleven daarentegen onbewogen onder de woorden van Chris Vader. Olivia leunde achterover en vroeg het woord.
'Voorzitter, ik beschouw de woorden van Chris Vader als een directe aanval op de vaste Commissie van Militaire en Veiligheidzaken. Het is een aaneenrijging van aantijgingen, halve waarheden en uit hun context gerukte weergave van de feitelijke gebeurtenissen. Met uw goedkeuring zal ik uiteenzetten wat er werkelijk gaande is.
In de eerste plaats is er geen gevaar voor het LAM. Het is juist dat de gezagvoerder van het ruimtependel met vernietiging van het LAM dreigt, maar alleen indien hij niet voor vanmiddag één uur naar het ruimtependel kan terugkeren. Het is juist dat de achtergebleven bemanning van het ruimtependel gisteravond een beschieting uitvoerde op het LAM. Ze wisten echter dat de gezagvoerder en een deel van de bemanning in het LAM vastzaten. Met deze beschieting beoogden ze ons niet te vernietigen. Ze wilden ons slechts onder druk zetten om contact met de gezagvoerder mogelijk te maken. Dit contact hadden we afgesneden om de twee groepen tegen elkaar uit te kunnen spelen. Om toch het risico van een zware aanval tot een minimum te beperken besloot de Commissie voor Militaire en Veiligheidzaken in overleg met het hoofd van Interne Veiligheid een gijzelaar naar het ruimtependel af te vaardigen. We besloten dat Kafida zou gaan. In de tussentijd begonnen de onderhandelingen met de gezagvoerder. Voorts verijdelden we gisteravond een infiltratiepoging van een Federatieve commandoeenheid in het LAM. De drie infiltranten zijn overgebracht naar het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst. Ook hier is dus het gevaar geweken. De bewaking van het LAM is inmiddels aanmerkelijk verscherpt om herhaling te voorkomen.
In de tweede plaats voorzitter wil ik benadrukken dat alle acties van afdeling Interne Veiligheid in goed overleg met de commissie verliepen totdat het raadslid Chris Vader zich ermee meende te moeten bemoeien. Zoals u weet heeft het geachte raadslid Vader vele kwaliteiten, maar ik acht hem voor militaire- en veiligheidsaangelegenheden volstrekt ongeschikt. Dat blijkt uit zijn handelen gisteravond. Toen hem ter ore kwam dat er een beschieting van het LAM had plaatsgevonden raakte hij in paniek. Hij wilde met Kafida mee als gijzelaar om de bemanning van het ruimtependel te bewerken. Helaas zijn we gezwicht voor zijn aandringen. Wat er precies voorviel in het ruimtependel weet ik niet. Wat ik inmiddels wel weet is dat Kafida helemaal niet is gedood en zich in uitstekende gezondheid in het ruimtependel bevindt. Vijf minuten geleden had ik via de Telecom contact met hem. Eenmaal terug in het LAM bombardeerde het raadslid Vader zichzelf zonder overleg met de Commissie voor Militaire en Veiligheidzaken tot hoofd van de afdeling Interne Veiligheid. Hij misbruikte daartoe zijn autoriteit als raadslid, en combineerde ten onrechte zijn politieke taak met een uitvoerende taak. Vervolgens poogde het raadslid Vader gisteravond met geweld gezagvoerder De Wit te kidnappen uit de onderhandelingen. Ik kon dit op het nippertje voorkomen door de gewapende wachters te overtuigen dat het raadslid Vader niet bevoegd was tot deze actie en ermee inging tegen het laatste Raadsbesluit. Toen ons ter ore kwam dat Chris Vader opnieuw de bemanning en de gezagvoerder wilde gijzelen en daartoe wachters ronselde, besloten we om de onderhandelingen af te breken en de gezagvoerder en zijn bemanning op een veilige plek onder te brengen.
In de Derde plaats, voorzitter en geachte raadsleden, kan ik u mededelen dat de onderhandelingen voorspoedig verliepen. Door de acties van raadslid Vader konden we ze echter niet afronden. En inderdaad door deze gebeurtenissen staan we steeds meer onder tijdsdruk. Een tijdsdruk die in ons nadeel werkt. Ik stel u daarom voor volgens de eerder uitgezette koers de onderhandelingen af te ronden. Als alles goed gaat dan hoop ik u in de volgende reguliere Raadsvergadering te kunnen mededelen dat het incident met het ruimtependel bevredigend én vredelievend is opgelost.'

Na deze woorden keken alle raadsleden naar Chris Vader. Hij was tijdens het betoog van Olivia steeds roder geworden. Zijn stem klonk zo rauw als die van zijn vader. 'Ongelukkigen.' schreeuwde hij verhit. 'Zijn jullie de gruwelen van het verleden vergeten?! De Centrale Macht is er op uit om ons te vernietigen. Ze zijn gewetenloos, zonder scrupules. Slechts met bovenmenselijke inspanningen lukte het ons om met alle overlevenden naar de rand van de Nevel te vluchten. Het Kwaad is er niet in geslaagd om ons uit te roeien. Al ons werk is erop gericht om ons te kunnen verdedigen tegen deze duivels, en een herhaling te voorkomen. We kunnen ons daarbij geen enkele fout veroorloven. Juist nu niet, nu we op het punt staan om met de bouw van het LAM onze verdediging te vervolmaken.' Hij keek om zich heen. De raadsleden die hun steun aan hem hadden betuigd zwegen en ontweken zijn blik. De anderen keken nors voor zich uit. Woedend schreeuwde hij 'Mijn vader zal het met me eens zijn!'
Niemand reageerde.
Abrupt stond hij op en liep naar de deur. 'Ongelukkigen.' schreeuwde hij nog eenmaal, en verliet de zaal.

'Volg me.' commandeerde hij de groep wachters die buiten de zaal stond te wachten. 'Naar het hoofdkwartier van dienst Interne Veiligheid.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

15. Twee broers

'Uw pas.' Een jonge wachter voor de ingang van het hoofdkwartier versperde de doorgang.
'Uit de weg jonge vriend.' mispelde Chris Vader. 'Voor je staat het tijdelijk hoofd van de dienst Interne Veiligheid.'
- 'Het spijt me meneer Vader, maar we vernamen vanochtend vroeg van Olivia dat u kolonel Kafida niet meer vervangt. In uw plaats benoemde de Militaire- en Veiligheidscommissie Olivia als tijdelijk hoofd Interne Veiligheid.'
Chris Vader dacht na. Dan zei hij 'Toch moet ik er echt door. Je wilt toch zeker niet een raadslid tegenhouden? Ik wil met de drie gevangen genomen Federatieve infiltranten spreken.'
De jonge man haalde diep adem. 'Ik heb strikte orders meneer Vader om u niet toe te laten tot de dienstruimten.'
- 'Zijn die drie gevangenen er nog?'
- 'Jawel meneer Vader.'
De ogen van Chris Vader vonkten gevaarlijk. 'Goed, ik zal niet aandringen om binnen te komen, dan hoeven we hierover verder geen misverstanden uit de weg te ruimen.' Hij glimlachte naar de jonge man. 'Je houdt je prima aan je orders, wat is je naam?'
- 'Carl Rodal, meneer.'
- 'In orde Carl. Als iemand me zoekt, dan kun je zeggen dat ik op weg ben naar de gravitatiezaal voor overleg met mijn vader.'

'Naar de gravitatiezaal.' commandeerde hij. De patrouille zette zich weer in beweging. Bij de liften aangekomen draaide Chris Vader zich om en richtte zicht tot de commandant van de groep. 'Laat alle getrouwe wachters oproepen. Laat ze zich verzamelen in de grote zaal van het congrescentrum op het vierenveertigste niveau.'
De commandant aarzelde. 'Wachten we op u tot u terug bent van de gravitatiezaal meneer Vader?' Chris Vader schudde zijn hoofd. 'Nee. Ik ga helemaal niet naar de gravitatiezaal. Dat zei ik alleen maar om achtervolgers te misleiden. Je moet na de oproep zo snel mogelijk die Federatieve infiltranten uit het hoofdkwartier van Interne Veiligheid halen. Laat ze zich als wachters verkleden, geef ze elektronische passen en smokkel ze naar buiten.' Chris Vader wees drie wachters aan die hun passen aan de commandant overhandigde. 'Breng ze naar een veilige plek.' Hij liep een lift in en zoefde omlaag.

Alain keek op. De deur van zijn cel ging open. Een wachter in zwarte kleding kwam binnen.
'Hier trek dit aan.' Hij trok een bundel zwarte kleding uit een plunjezak en wierp deze naar Alain.
'Waarom?' vroeg deze.
'We smokkelen jullie naar buiten.'
- 'Wie is 'we'? Waar zijn mijn vrienden?'
- 'Als je dat spul snel aantrekt, breng ik je naar hen toe.'
Alain maakte geen aanstalte. 'Wat zijn ze van plan?' dacht hij. 'Kan ik niet eerst met ze spreken?'
De wachter keek nerveus achter zich. 'Schiet liever op.' antwoordde hij.
'Ik wil eerst mijn vrienden spreken!'
Alain ging op de grond zitten.
- 'Alstublieft, maak dit niet moeilijker dan het al is. Als u de kleren aantrekt en het elektronische pas bij u steekt dan kunnen we u uit het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst smokkelen.'
Alain bleef koppig zitten. 'Ik wil eerst met mijn vrienden praten, waar zitten die en waar wil je ons naar toe brengen?'
De wachter liep naar de deur en keek naar buiten. Dan draaide hij zich om en antwoordde met nerveuze stem. 'In de kamers hiernaast, maar treuzelt nu niet langer ik breng u naar hen toe zo gauw u dit uniform aan heeft. Daarna gaan we naar het congrescentrum op het vierenveertigste niveau. Daar is onze baas, het plaatsvervangend hoofd van de Interne Veiligheidsdienst en die brengt u in veiligheid.' Er kwam een geluid uit de gang. De wachter stapte verder naar binnen. Hij pakte de bundel kleren van de grond, sloot voorzichtig de deur met zijn elektronische sleutel en stelde zich verdekt op naast de deur.
'Gevangene sta op.' klonk door de luidspreker in de deur. Langzaam stond Alain op. Een oog spiedde door het kleine deurluik. 'Maak u klaar voor vertrek. We transporteren u over tien minuten naar afdeling Ruimtezaken.' De deur ging op een kier open. Een ruimtepak werd naar binnen gegooid.
Alain moest lachen. 'Ik heb blijkbaar de keus tussen twee alternatieven.' Dan richtte hij zich tot de nerveuze wachter die nog steeds naast de deur stond. 'Help me even wil je?' Hij pakte het ruimtepak op.
'Nee dit pak.' sprak deze en liep op Alain toe met het zwarte uniform. 'Alstublieft, meneer .....'
Verder kwam hij niet. Met een snelle gerichte slag tegen de kin schakelde Alain de wachter uit. Vlug trok hij de zwarte kleren aan. Vervolgens gespte hij de uitrusting van de wachter om, pakte zijn elektronische pas en de sleutel en de plunjezak, en rende de gang in. Hij opende de eerste de beste deur die hij tegenkwam.
Natascha maakte juist aanstalte om in het ruimtepak te stappen. Verbaast keek ze op naar de zwarte gestalte van de wachter.
Deze opende zijn helm. Het lachende gezicht van Alain werd zichtbaar. 'Nee liefje.' sprak hij bijna spottend. 'We gaan onze eigen weg, ik neem het ruimtepak wel mee.' Hij wierp de verbaasde Natascha een zwart uniform en helm toe. Daarna stopte hij het ruimtepak in de plunjezak en rende de kamer uit terwijl hij nog riep 'Haast je! ik heb een idee om uit het LAM te ontsnappen.' Even later kwam hij met Rodger terug. 'Over een paar minuten komen ze ons ophalen, dan moeten we weg zijn, kom mee.'

De grote zaal van het congrescentrum op het vierenveertigste niveau was bijna geheel volgestroomd met mannen en vrouwen in zwarte uniformen. Chris Vader stak schril tegen hen af in zijn witte woestijn kleding.
'Vrienden.' begon hij met zijn indringende stem. 'Ik prijs me gelukkig met jullie aanwezigheid. In de jaren dat we voorbereidingen troffen tot de vorming van dit korps heb ik nooit getwijfeld over het nut ervan. Ik vreesde wel altijd de dag dat ik u moest oproepen. Niet omdat ik ook maar in het geringste twijfel aan uw loyaliteit. Nee ik vreesde deze dag omdat het een dag is van grote gevaren voor ons volk. Uw hulp is nu van het allergrootste belang. Ons voortbestaan en onze toekomst hangen van u af. Treedt dus met mij naar voren uit ons verborgen bestaan.' Hij pauzeerde een ogenblik. 'De opdracht die u nu krijgt is in overeenstemming met de besluiten van de Raad van Twaalf. Daarvoor sta ik als raadslid garant. Het probleem is echter dat de Raad pas weer over een paar dagen bijeenkomt. De situatie van dit moment vereist dat we onmiddellijk handelen.'
De wachters stonden in een halve cirkel om hem heen. De helm in de hand, in afwachting wat hij verder te zeggen had.
Chris Vader hief de armen omhoog. 'We moeten het Federatieve ruimtependel tegen elke prijs stoppen. De gezagvoerder die dreigt met onze vernietiging verblijft ergens in het LAM. Het is uw taak hem en zijn bemanning zo snel mogelijk op te sporen en gevangen te nemen. Ga nu! Voeg u bij uw commandanten.'
Orders werden door de zaal geschreeuwd. De wachters zetten hun helmen op en dromden naar buiten.
Chris Vader ging zitten en verzonk in gepeins. Drie gehelmde wachters liepen gehaasd op hem toe. Pas toen ze voor hem stonden hief hij zijn hoofd op.
'Bent u het plaatsvervangend hoofd van de Interne Veiligheidsdienst?' vroeg een van hen.
Hij knikte wezenloos met zijn hoofd.
'Komt u met ons mee?'
- 'Waarom, wat is er?'
- 'De drie gevangenen zijn uit het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst ontsnapt.'
De ogen van Chris Vader sperden zich wijd open. Als door een slang gebeten sprong hij op. 'Wat zei je!?'
- 'De gevangenen zijn ontsnapt, en we komen u....' probeerde een van de wachters opnieuw.
- 'Wanneer, hoe is dat gebeurd? Waar zijn ze naar toe gevlucht' onderbrak Chris Vader hem.
'Ze ontsnapten toen een van de commandanten ze naar buiten probeerde te smokkelen. We vermoeden dat ze naar een van de ruimteplatforms zijn gevlucht.'
- 'Waar is de verantwoordelijke commandant?'
- 'Die is bij de uitbraak door de gevangenen neergeslagen. Hij is gearresteerd.'
Chris Vader plofte weer neer op zijn stoel. Zweetdruppels parelden over zijn voorhoofd. 'We moeten ze gaan zoeken.' mompelde hij. Dan schudde hij zijn hoofd. 'Nee, Olivia zal ze ook zoeken.' Hij rilde even en fluisterde 'Als die commandant doorslaat zullen ze mij zoeken.'
- 'U wordt al gezocht.' Het wapen was op zijn borst gericht.

Met een ongelovig gezicht keek hij het drietal een voor een aan.
'Komt u met ons mee?'
Hij reageerde niet direct.
'Komt u mee?!'
Dan stond hij langzaam op.
'U zult dit aan moeten trekken omdat we niemand meer kunnen vertrouwen.'
Als verdoofd pakte hij het zwarte uniform aan dat een van de wachters hem gaf en begon zich met een trieste trek om zijn mond om te kleden.

Zonder een woord te spreken liepen ze naar de liften. Chris Vader loerde om zich heen. De drie wachters liepen naast hem en achter hem. Het was rustig bij de liftenkoker. Een man met twee kinderen hield hen staande. 'Hebben ze hem al gevonden? Ik zag het op het beeldjournaal. Moet je bedenken. Die Chris Vader is altijd betrokken bij moeilijkheden! Als tijdelijk hoofd van de dienst Interne Veiligheid nog wel.'
Alains adem stokte bij het horen van die naam. Hij keek naar de figuur rechts van hem. 'Chris! Mijn broer!'
'Nee.' hoorde hij Rodger zeggen 'We zoeken de drie ontsnapte bemanningsleden van het ruimtependel van de Federatieve Controledienst. We vermoeden dat ze zich op dit niveau ophouden.'
- 'Zo, zo.' De man schudde zijn hoofd. 'Ik heb hier geen vreemden gezien.' Hij liep door, zijn zoons volgden hem hand in hand.

'We moeten een plechtige eed zweren Alain.' Alain haalde zijn schouders op.
'Waarom dan?' De twee jongens waren in de tuin achter het huis. 'We zweren dat we altijd vrienden blijven en elkaar altijd bij zullen staan.'
Alain begreep niet wat Chris wilde. 'We zijn toch broers? Is dat niet genoeg?!'
'We sluiten een eeuwig en heilig verbond.' ging Chris geestdriftig verder. 'Het is een groot geheim tussen jou en mij.'
'Ik wil naar de stad. Vanmiddag gaat de kermis open.' Van Albert hadden ze geld gekregen. 'Als Chris zich iets in zijn hoofd haalde.....' 'Goed dan, snel.' zei hij.
Chris ging voor hem staan. 'Spreek me na en maak hetzelfde teken met je hand.'
Alain stak zijn hand uit en maakte de beweging na. 'Voor eeuwig zult u mijn broeder en vriend zijn. Uw vijanden zijn de mijne en uw vrienden zijn mijn vrienden.'

Chris Vader bleef als genageld aan de grond staan. Natascha botste tegen hem op. Rodger draaide zich naar hem om. 'Wie ben jij?' stamelde hij.
Alain pakte de helm van zijn hoofd. Hij lachte naar zijn halfbroer. 'Ik ben Alain Chamin. Zoon van Mireille en Albert Chamin. Ik ben op ORAS gekomen met het ruimtependel van de Federatieve Controledienst, en nu mag jij ons met een van jullie ruimtejagers terug brengen naar het ruimtependel.'

In de verte naderde een groep wachters. Zonder zich een ogenblik te bedenken plakte Rodger de mond van Chris Vader met een grote pleister dicht en schoof de helm ver over zijn hoofd.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

16. De onderhandelingen II

Ze stond op van het bed. In het schemerige licht zag ze er betoverend uit. 'Kom Tim de Wit het is al ochtend, trek je kleren aan. We hebben zo weinig tijd.' Ze rekte zich uit. Zuchtte. 'Ik zal eens contact opnemen met Olivia. Ze moest eens weten.'
Even later verscheen Olivia voor het beeldscherm van de Telecom. 'De Raad heeft zojuist beslist dat de onderhandelingen door moeten gaan. Haal jij gezagvoerder De Wit op en breng hem naar de commissiekamer.'
- 'We komen direct.' antwoordde Susan met een volle lach op haar gezicht.
Olivia keek indringend in de Telecom. Zweeg even. Een glimlach speelde om haar mond. 'Ik zie wat je bedoelt. Je hoeft hem niet op te halen.'
Het beeld viel weg. Susan keek even peinzend voor zich uit. 'Ik denk dat Olivia en ik het nog eens goed met elkaar zullen kunnen vinden.'

Hij zat weer in dezelfde ruimte, wederom met Olivia en de twee raadsleden tegenover zich. 'U stelt me voor een moeilijke keuze.' Hij keek Olivia recht in de ogen aan. 'Als gezagvoerder van deze Federatieve controlemissie kan ik onmogelijk besluiten de opdracht te staken, het ruimtependel over te geven, en van ORAS te vertrekken. Uiteindelijk zal ik me moeten verantwoorden voor de Centrale Macht. De eerste vraag die ze bij de Centrale Macht zullen stellen is: 'Waarom gaf u zich over, of beter: wat dwong u tot overgave?' Tot nu toe zijn er geen omstandigheden die mij tot overgave dwingen. Zolang ik hier een gast ben van ORAS, zoals u zelf zei, kunt u niet van mij verwachten dat ik een dergelijke beslissing neem. Indien u mij en mijn collega's gevangen neemt dan neemt u een groot risico.'

Olivia keek naar de deur. Zes gehelmde wachters drongen naar binnen. 'Wat moeten die hier?' mompelde ze.
Het zestal stopte op enkele meters afstand van de tafel en richtten hun wapens.
'Wat komen jullie hier doen?'
Een van de wachters wees op De Wit.
'De gezagvoerder ophalen.'
Olivia liep rood aan. 'Wie gaf daartoe opdracht? Realiseren jullie je niet dat ik momenteel hoofd van Interne Veiligheidzaken ben, en alleen ik dit soort bevelen geef!'
- 'We handelen in opdracht van raadslid Vader. Indien u ons tegenwerkt moeten we geweld gebruiken.'
Nu gingen ook de beide andere commissieleden staan. 'Geen sprake van.' sprak een van hen. 'Chris Vader maakte zichzelf belachelijk in de Raad. Hij liet de onderhandelingen nodeloos vertragen. Verdere vertraging kunnen we niet tolereren.' De ander sprak 'Verwijdert u zich onmiddellijk!'
De wachters verroerden zich niet.
'Eruit jullie.' sprak Olivia met stemverheffing en maakte aanstalte op de rode knop in de muur achter haar te drukken.
De voorste richtte zijn wapen en vuurde. Olivia zakte met een zucht in elkaar. De beide andere raadsleden hielden verbluft hun mond en zegen op hun stoel neer. Voor ze hun mond opnieuw konden openen trof een vuurstraal uit de wapens van de wachters ook hen.
'Meekomen jij.' klonk het korte harde bevel.
Tim de Wit haalde zijn schouders en stond op. 'Weten jullie wat het risico is als ik niet voor één uur vanmiddag contact kan opnemen met de bemanning in het ruimtependel?' De wachters zwegen. 'Ze hebben opdracht om dit bouwwerk te vernietigen als ik niets van me laat horen.' Het was alsof hij tegen robots sprak. 'Zelfs al weten ze dat ik in dit gebouw zit dan...'
- 'Wilt u zwijgen?! Het uiten van dreigementen verbetert u positie niet. In tegendeel! Als wij niet strikte orders hadden gekregen om u levend gevangen te nemen dan liep u hier niet.'
Tim de Wit zweeg.

De de liften stopten op het vierenveertigste niveau. Alain, Natascha, Rodger en Chris Vader stapten uit, een andere groep wachters maakte aanstalte om de lift te betreden. Een van hen was geboeid en zonder helm. Alain keek Rodger en Natascha veelbetekenend van onder zijn helm aan.
De commandant van het groepje met De Wit vroeg hen 'Weten jullie waar raadslid Vader is?'
- 'Die ging zojuist naar de gravitatiezaal voor overleg met zijn vader.' antwoordde Rodger zonder blikken of blozen. 'We zijn naar hem op weg met deze gevangene.' Hij wees op de geboeide Chris Vader. Onder diens helm klonk een woest gesnuif. 'Wie is dat?' vroeg Rodger en wees op De Wit.
'Hij is de gezagvoerder van het ruimtependel. We hebben hem opgepakt.' antwoordde de commandant. 'De opdracht was hem zo snel mogelijk naar raadslid Vader toe te brengen.'
Met een rustige stem sprak Rodger 'Wij zullen hem wel meenemen. Jullie kunnen hem aan ons overdragen.'
De Wit werd naar voren geschoven. Chris Vader begon woest te snuiven en te trekken.
'Hebben jullie assistentie nodig'? vroeg de commandant.
- 'Nee bedankt het is maar een klein stukje.' antwoordde Rodger en drukte snel op de liftknop. De liftdeuren sloten zich en onttrokken de andere patrouille aan het oog. Ze zoefden omhoog.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

17. De ontsnapping

Zo gauw de lift in beweging was schoof Rodger zijn helm open en keek grijnzend naar De Wit.
'Rodger!' riep deze uit. 'En Alain, en Natascha!' vulde deze lachend aan.
'En wie is dat?' Tim de Wit wees op de snuivende gevangene.
- 'Het geachte raadslid Chris Vader.' Rodger schoof de helm open en het verwrongen gezicht van Chris Vader werd zichtbaar. Rodger schoof de helm weer dicht. 'Alain kan er niet zo goed tegen. Het is zijn halfbroer.' sprak hij verontschuldigend.
- 'Wat zeg je?' was alles wat De Wit kon uitbrengen.
'Er is nu geen tijd om dat uit te leggen.' sprak Alain. 'We moeten zo snel mogelijk uit dit gebouw verdwijnen. De ene helft van de wachters is op zoek naar ons drie en de andere helft naar jouw en naar hem.' Hij wees op Chris Vader.
Tim de Wit protesteerde. 'We moeten onze mensen ophalen die verstopt zitten in een ruimtejager op een van de ruimteplatforms. Als alleen wij hier weggaan worden ze zeker tegen ons uitgespeeld.'
Alain knikte. 'Des te beter. Wij wilden ook naar een ruimteplatform.' Ze stapten de lift uit. 'Weet jij dan waar ze precies zitten?'
Tim de Wit schudde zijn hoofd. 'Vraag het aan hem.' Hij wees op Chris Vader.
'Hij weet het ook niet. Hij wilde ze ook opsporen en had juist opdracht gegeven tot een zoekactie.
Misschien kan hij wél de weg wijzen naar de ruimteplatforms.' Alain schoof de helm van zijn broer open en verwijderde de pleister. Chris Vader keek hem zwijgzaam aan. 'Wel?' vroeg Alain. 'Je hoorde waar we naar toe willen. Kun je ons de weg wijzen?!'
Chris Vader schudde zijn hoofd en sprak 'We beschikken over ruim vierhonderd ruimtejagers. Die zijn gestationeerd op ongeveer twintig ruimteplatforms. Die platforms bevinden zich op verschillende niveaus aan de buitenkant van het LAM. Voor één patrouille is het ondoenlijk om in korte tijd alle platforms te inspecteren.'
- 'Wacht even.' zei De Wit plotseling. 'Ik sprak met ze over de Telecom. Ik ken de code en de frequentie.' Hij keek met spanning naar Chris Vader.
'Dat zegt niets.' sprak deze. 'De codes zijn niet ingedeeld naar geografisch gebied. Je kunt er niets mee.'
- 'Je kunt ermee de Telecom gebruiken.' Alle vier de mannen keken naar Natascha. Die haalde haar schouders op. 'Gewoon bellen en vragen waar ze precies zitten.'
De Wit knikte. 'Waar is de dichtstbijzijnde Telecom?' vroeg hij aan Chris Vader. Deze hield zijn mond. 'Wil je dat we je overleveren aan de veiligheidstroepen?'
- 'Wat is het alternatief?' sprak Chris Vader sarcastisch. 'Meegaan naar het ruimtependel en van daaruit de vernietiging van het LAM meemaken? Nee bedankt. Dan ben ik liever gevangene van mijn eigen mensen met de wetenschap dat jullie hier niet wegkomen.'
De Wit schudde meewarig zijn hoofd. 'Je denkt nog steeds dat we uit zijn op de vernietiging van jouw volk? Is het niet?'
Chris Vader keek hem scherp aan. 'kun je mij dan garanderen dat de Centrale Macht jullie geen bevel zal geven tot vernietiging van het LAM.'
De Wit aarzelde.
'Je hoeft al niets meer te zeggen. Je aarzeling spreekt boekdelen. Je kunt dat niet garanderen. Sterker nog. Je acht net als ik de Centrale Macht er toe in staat. Dat is de reden waarom je er zelf ook mee dreigde. Je bent niets meer en niet minder dan het verlengstuk van de Centrale Macht. Een machine die slechts leerde bevelen op te volgen. Op elke planeet waar je komt laat je inspecteurs de Wet controleren. De Wet volgens het boekje. Daarbuiten is niets getolereerd, mag niets getolereerd worden, en zal niets getolereerd worden.'
Tim de Wit voelde dat zijn hart steeds sneller ging kloppen. Het koude zweet brak hem uit. Hij voelde een razende woede in zich opkomen. 'Ik kon toch niet weten dat dat bouwwerk de hele bevolking van ORAS herbergde.' dacht hij bij zichzelf maar tegelijkertijd realiseerde hij zich dat hij het dreigement zo net nog had herhaald. 'Ik ben geen massamoordenaar.' dacht hij terwijl de herinnering aan Susan zijn gedachte vulde. 'Stop nu eens je te gedragen als een dienstklopper.' had ze gezegd. 'Ik ben geen moordenaar.' gromde hij naar Chris Vader.
Weer lachte Chris Vader sarcastisch. 'Dat zeggen ze allemaal. Al die brave huisvaders en huismoeders. We zijn geen moordenaars. We willen vrede. En vervolgens schieten ze hun kanonnen leeg op alles wat leeft.'
Met een geërgerd gezicht had Rodger de discussie gevolgd. Hij liep op Chris Vader toe en met een snelle beweging plakte hij de pleister weer op zijn plaats. Dat kwam hem op een vernietigende blik te staan. 'We verbeuzelen onze tijd. We gaan naar een publieke Telecom, die zijn op elk niveau. Alain, Natascha en ik zijn er gisteravond ook bij geweest.'
Ze liepen een woonwijk binnen. Rodger sprak de eerste de beste passant aan en vroeg de weg. Even later stapten ze het overvolle communicatiekantoor van de wijk binnen. Er stond een lange rij mensen te wachten voor de Telecomcel. Bijna automatisch maakte de mensen de weg vrij toen ze zich naar voren drongen.
Rodger opende de cel. De vrouw keek op. 'Dit is een noodgeval. Wij vorderen de Telecom.'
De vrouw knikte wezenloos, sloot de verbinding af en verliet de cel. De Wit stelde de frequentie in en typte de cijfercode op de toetsen. Marc verscheen op het beeldscherm. De Wit sprak snel. 'Op welk niveau zitten jullie, en waar precies?'
- 'Niveau 807 in de oostelijke hoek.'
- 'Worden jullie bewaakt?'
- 'Door twee vliegeniers van afdeling Ruimtezaken. We hebben polsbanden aan die onze...'
- 'Ok. Over tien minuten ben ik bij jullie.' De Wit sloot abrupt de verbinding af.

Nog geen tien minuten later stonden ze voor de ingang van het ruimteplatform. Er was geen mens te zien. 'Waar is jullie dienstwagen?' vroeg De Wit aan Natascha.
'Die staat ergens in de buurt van de centrale ruimtehaven.'
- 'Hm.' kuchte hij. 'Laten we hier eens rondkijken. Ze moeten hier ergens zijn.'
Ze liepen verder en kwamen in een geweldig grote hal. Aan het einde was een grote sluis naar buiten. Aan de zijkant stonden, ongeveer vijftig meter van elkaar, vier gele ruimtejagers. In de grote ruimte vielen ze bijna in het niet.
De Wit liep voorop. 'In een van de jagers zullen ze zitten.' riep hij.
Toen ze dicht genaderd waren schoof de deur van de eerste ruimtejager open. Marc zwaaide. Naast hem stond een onbekende. De Wit hoorde Marc zeggen 'Ja dat is hem, geen twijfel mogelijk.'
Ze staptende trap op naar binnen. Door een korte steile gang kwamen ze in wat leek op een commandoruimte. Deze was helemaal kaal. Alleen in het midden stonden drie ruimtestoelen voor een klein paneel met knoppen, meters en lichtjes. Een klein raam bood uitzicht naar buiten.
De Wit stelde zich voor aan de twee vliegeniers, terwijl zijn metgezellen in zwart uniform zwijgend bij de ingang bleven staan. 'Waar zijn de anderen Marc?'
Marc wees 'Hierachter in de verblijven voor de bemanning. We verveelden ons stierlijk. Slapen leek daar tegen de beste oplossing.'
De Wit richtte zich tot de vliegeniers. 'Jullie kunnen mij en de rest van de bemanning nu naar het Federatieve ruimtependel brengen.'
De twee keken hem onzeker aan. 'We hebben geen vliegorders. We moesten alleen zorgen dat jullie niet in verkeerde handen zouden vallen.' zei een van hen.
- 'Daarvoor ben ik jullie dankbaar. Ik wil echter nu ons bezoek aan ORAS beëindigen en teruggaan naar het ruimtependel. Kunnen jullie daarvoor contact opnemen met de vliegleiding?'
Het tweetal aarzelende wederom. Een van hen wees op de wachters. 'En zij?'
- 'Zij hebben opdracht om ons te begeleiden naar het ruimtependel.'
De eerste vliegenier knikte, ging achter het paneel zitten en schakelde de Telecom in. Het gezicht van Susan de Terra werd zichtbaar. 'De Wit en zijn mensen willen vertrekken.'
'De Wit?' sprak Susan verrast. 'Die wordt overal gezocht. Zit hij bij jullie?! Kan ik hem spreken?'
Tim de Wit schoof achter de Telecom. 'Hoi.' sprak hij met schorre stem. 'Hoe is het met Olivia en de raadsleden?'
- 'Ze liggen in het ziekenhuis bij te komen van de laser-verdoving.'
- 'Ben je gevangen genomen door Chris Vader?'
- 'Ja, maar ik ben bevrijd door mijn eigen mensen. Kun je de vliegeniers toestemming geven om te vertrekken?'
Susan schudde haar hoofd. 'Olivia beslist in dit geval als laatste. Je moet met haar contact opnemen ik zal je de code en de frequentie van het ziekenhuis geven.' Plotseling vervolgde ze heftig 'Tim, ik denk dat je zonder problemen weg kan komen als je haar belooft onder geen enkel beding over te gaan tot beschieting of vernietiging van het LAM, en als je haar verdere onderhandelingen in het vooruitzicht stelt in het ruimtependel.'
Tim lachte. 'Ik kan nu ook wegkomen. We schieten de toegangssluis aan stukken en vliegen weg. Waarom zou ik verdere toezeggingen doen.'
- 'Omdat je dan alle goodwill bij ons verspeelt. Als je mijn plan volgt verlies je niets en win je vertrouwen.' Ze gaf hem de code en de frequentie van Olivia en verdween uit beeld.
De Wit toetste de code in. Olivia verscheen in beeld. Niets in haar gezicht wees erop dat ze kort daarvoor nog bewusteloos was geweest. 'Ik zie dat je de aanslag goed hebt overleeft.' begon De Wit.
'Hou op met die onzin De Wit.' sprak Olivia ruw. 'Wat wil Chris Vader van me?'
Verbaasd keek Tim de Wit haar aan. Toen realiseerde hij zich dat Olivia niet op de hoogte was van zijn situatie. 'Ik ben geen gevangene meer van Chris Vader. Momenteel zit ik met twee vliegeniers en al mijn mensen in een ruimtejager. We kunnen zonder veel moeite uitbreken. Maar ik heb geen zin om mensen te dwingen en schade aan te richten. Ik heb een ander voorstel. Ik wil onze besprekingen voortzetten maar dan wel in het Federatieve ruimtependel. Ik wil daarom dat je toestemming geeft voor mijn vertrek. Je zei laatst nog dat ik gast was op ORAS en vrij was te vertrekken wanneer ik maar wilde....'
Olivia staarde even voor zich uit. 'Gasten dreigen niet met vernietiging.' sprak ze scherp. 'Als je vertrekt zal ik met liefde opdracht geven om de ruimtejager inclusief mijn eigen vliegeniers neer te schieten.'
- 'En als ik je garandeer dat we het LAM onder geen enkele voorwaarde zullen aangevallen?'
Olivia hield haar adem in. 'Onafhankelijk van de uitkomst van de verdere onderhandelingen?' vroeg ze. 'Ja.' knikte De Wit. 'Geen bedreigingen, geen aanvallen.'
- 'Dat is veel waard.' mompelde Olivia. 'Ik zal aan Susan de Terra doorgeven dat jullie zijn vertrokken.'
Het beeld viel weg. 'Zo, dat was dat.' Tim de Wit keerde zich naar de vliegeniers. 'Jullie hoorden het. We hebben toestemming om te vertrekken naar het ruimtependel.'
De twee vliegeniers knikten. Een van hen sprak 'We wachten op een officiële bevestiging van de vluchtleiding. Jullie moeten ondertussen naar de verblijfsvertrekken en je tijdens de start installeren in de ruststoelen. Volg alle instructies precies op.'
Het gezelschap verliet de commandoruimte. De Wit achteraan. Hij stopte, keerde zich om en liep terug. 'Kan ik niet hier blijven kijken?'
- 'Ga dan hier zitten.'
De Wit ging in de derde stoel zitten en volgde aandachtig de handelingen van de vliegeniers. Wat hij zag overtrof zijn stoutste verwachtingen. De hoofdvlieger zette een schakelaar om. Het leek alsof plotseling alle wanden, het plafond en de vloer wegvielen en alsof hij samen met hen op ongeveer tien meter hoogte boven de vloer van het ruimteplatform zweefde. Voor hem ging de sluis open en geruisloos zweefden ze het luchtruim van ORAS in. 'Fantastisch.' zuchtte hij.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

18. Misha

Er viel een stilte na de woorden van Joop van Zijl. Op het grote scherm van de centrale commandoruimte stonden twee faseopdrachten geprojecteerd. Alain keek naar Tim de Wit. Deze leek als altijd onverstoorbaar en vroeg aan Joop 'Heb je de rest van de faseopdrachten ook bekeken?'
Joop kreeg een rood hoofd. 'Nee. Alleen de eerste twee. We hebben ons suf geprakkiseerd hoe we jou zouden moeten waarschuwen. Ik had geen tijd voor andere zaken.'
- 'Schiet dan op met de rest van de faseopdrachten, ik wil geen nieuwe verrassingen.'
Joop haastte zich weg.
'Goed, dames en heren.' vervolgde De Wit, terwijl hij het beeldscherm uitschakelde 'We hebben nog één uur voor de officiële aankomst op ORAS. Ik verwacht elk moment een onderhandelingsdelegatie. Hebben jullie commentaar op de situatie of adviezen?'
Alain nam het woord. 'Chris Vader had dus toch gelijk. De Centrale Macht is uit op de vernietiging van de bevolking van ORAS. Jij gaf je woord dat we hen niet zouden vernietigen. Kunnen we voorkomen dat de atoomraketen worden gelanceerd?'
Tim de Wit haalde zijn schouders op. 'Ik weet het niet. Misha wat denk jij ervan?'
- 'Ik?'
Alle ogen richtten zich op Misha.
'Ja, jij.' Tim de Wit keek de oude man recht in de ogen aan. 'Jij hebt jarenlange ervaring als oorlogsvlieger bij de Centrale Macht. Vertel ons wat we kunnen verwachten.'
- 'Hoe, .. hoe weet je dat?' stotterde Misha.
De woorden van De Wit klonken hard en rauw. 'Wordt wakker Misha. Dit is geen gewone inspectietocht. Ik selecteerde jullie niet voor niets.'
Misha begon te beven. 'Ik ben afgekeurd voor actieve militaire dienst.'
- 'Ja dat weet ik.' sprak De Wit. 'Ik ben er niet achter gekomen waarom. Wat ik wel weet is dat je jarenlange militaire vlieg-ervaring hebt.'
Misha schrompelde ineen tot een zielig hoopje mens. Het zweet stond op zijn voorhoofd en hij zag lijkbleek.
'Ik heb hier niets mee te maken.' kreunde hij. 'Alsjeblieft. Laat me met rust.' Hij wilde opstaan.
'Zitten.' commandeerde De Wit. 'Was je ooit betrokken bij een atoomaanval?'
Misha kromp in elkaar toen De Wit het woord uitsprak. 'Ik heb zwijgplicht.' steunde hij.
Tim de Wit schreeuwde hem nu toe. 'Maar man, zie je dan niet dat het opnieuw gaat gebeuren.'
'Nee.' zuchtte Misha, 'Niet opnieuw. Dan wordt ik gek.'
'Vertel op!' De woorden van de gezagvoerder klonken als mitrailleurvuur. 'Wat gebeurt er bij een atoomaanval?!'

Alle ogen waren op Misha gericht. Hij huilde.
'Haal Kafida en Chris Vader hier Mario' sprak De Wit. 'Ik wil dat zij dit ook horen.'
Misha zuchtte diep. 'Het spijt me Alain. We konden er niets aan doen.'
Alain begreep er niets meer van. 'Waar heb je spijt van?'
Kafida en Chris Vader kwamen binnen. Chris Vader haalde adem om wat te zeggen te zeggen....
'Kop dicht Vader' snoerde De Wit hem de mond. Hij liep naar het bedieningspaneel. 'Kijk goed Vader! Dit zijn de opdrachten die we officieel pas over een uur van de Centrale Macht zullen ontvangen. Let vooral op de tweede.' Opnieuw projecteerde hij beide opdrachten op het grote scherm van de commandoruimte.
Chris Vader las de regels. 'Het verbaast me niets.' sprak hij. 'De tweede opdracht snap ik niet. Het is geen opdracht het is een waarschuwing.' Hij keek vragend naar De Wit.
'Misha vertel aan raadslid Vader wat dit betekent!'
- 'Een atoomaanval.' fluisterde Misha.
Chris Vader bleef schijnbaar onbewogen. 'Het verbaast me niets dat ik gelijk had.' Hij keek Tim de Wit uit de hoogte aan. 'Het verbaast me wel dat je me dit vertelt.'
- 'De reden daarvoor is simpel en die vertelde ik je eerder al eens uitdrukkelijk: we zijn geen moordenaars. Ik gaf mijn woord aan Olivia. Geen bedreigingen, geen aanvallen. We zitten alleen met een 'klein' probleempje. Toen ik de opdracht kreeg om deze inspectiemissie voor te bereiden vertrouwde ik de zaak niet. Dat we gebruikt worden om een vernietigingsactie uit te voeren hield ik niet voor mogelijk.' Hij pauzeerde even. Keek Chris Vader nadrukkelijk aan en vervolgde 'Niet bewust in ieder geval. Ik moet weten hoe we die aanval kunnen voorkomen.' Hij draaide zich naar Misha. 'Misha! vertel op.'

Misha haalde de schouders op. 'Dat kan niet De Wit.'
- 'Vertel op Misha wat gebeurt er bij een atoomaanval. Hoe kunnen we die voorkomen?'
Misha begon opnieuw langzaam en zacht te spreken. 'Ik was op Terra. Zeventig jaar geleden was ik op Terra. Ik ben gestorven op Terra.'
Chris Vader draaide zijn gezicht met een blik vol walging weg. 'Waarom moet ik hier bij zijn?'
- 'Hou je mond Vader.' Chris Vader slikte. 'Luister goed want het voortbestaan van je volk hangt ervan af.'
- 'Toen het achter de rug was,' vervolgde Misha nauwelijks hoorbaar 'zijn enkele gevechtsschepen tegen de regels in teruggekeerd. Ze pikten overlevenden op. Vooral kinderen.' Misha's stem stokte. Tranen vloeide over zijn wangen. Hij lachte schamper. 'We wilde wat goedmaken, maar ze stierven bijna allemaal op de terugweg.... De bemanningen zijn oneervol uit dienst ontslagen.' Dan richtte hij zich heftig tot De Wit. 'We konden er niets aan doen. Helemaal niets. We konden alleen maar toekijken.'
- 'Wat bedoel je Misha?' klonken de harde woorden van Tim de Wit. 'Wist je niet dat je op weg was naar Terra.'
Misha knikte. 'We wisten het.'
- 'Wist je dat er atoomraketten aan boord waren?'
Misha knikte weer.
'Wist je dat Terra het doelwit was van een atoomaanval?'
- 'Nee, Ja' huilde Misha. 'Maar alleen als de onderhandelingen zouden mislukken.'
- 'Waarom lieten jullie het gebeuren?'
- 'Ik weet het niet De Wit, ik weet het echt niet. We konden er niets aan doen.'
- 'Hou op De Wit. Zie je dan niet dat je hiermee niets verder komt?'
- 'Bemoei je er niet mee Vader. Ik moet precies weten wat er gebeurde. Misha is de sleutel voor jullie toekomst.'
Chris Vader schudde meewarig zijn hoofd. 'Wat maak je een eenvoudig probleem toch ingewikkeld De Wit. Je vliegt gewoon weg met het ruimtependel en de atoomkoppen zullen hun doel niet treffen.'
Tim de Wit keek een ogenblik peinzend voor zich uit. 'Ik denk niet dat de Centrale Macht deze hele missie zo eenvoudig laat stuk lopen. Ik maakte een deel van de voorbereidingen mee. Ze duurden bijna twee jaar. Ze waren minitieus.' Hij richtte zich weer tot Misha. 'Misha, waarom vlogen jullie niet weg?'
De schouders van de oude man schokten. 'We zijn weggevlogen. De onderhandelingen waren succesvol afgerond. Toen we weggingen gebeurde het gewoon. We konden er niets aan doen. Toen het was afgelopen kregen we een faseopdracht om niet terug te keren vanwege het stralingsgevaar. Net als nu. Daarom wist ik dat het waar was wat Joop vermoedde.'

Het grote scherm flitste. Olivia verscheen in beeld. 'Ik vraag toestemming om te landen.'
Tim de Wit knikte. 'Platform drie. Je wordt opgehaald.' Hij keek naar Marc. 'Neem jij de honneurs waar?!'
Terwijl hij afsloot kwam Joop van Zijl binnen. Diens gezicht stond somber.
'En, Joop? Nieuwe verrassingen?'
- 'Ik weet het niet. Het zijn drie opdrachten. Het vreemde is dat ze alle drie identiek zijn. Kijk zelf maar.' Hij koppelde de boordcomputer aan het grote scherm. Er verschenen drie dezelfde codes onder elkaar in beeld.
'Is het dat?' vroeg De Wit teleurgesteld. 'Dat zijn de gebruikelijke koersopdrachten aan de centrale computer.'
- 'Ik had ze ook al herkend.' beaamde Joop. 'Ik heb de computer laten uitrekenen waar we uitkomen als we deze koersopdracht uitvoeren. Het vreemde is dat er niets is.'
- 'Wat bedoel je, dat er niets is?'
- 'Precies wat ik zeg. Op de plaats waar we dan uitkomen is niets. Geen zon, geen planeet, geen maan. Niets, geen korrel ruimtestof, helemaal niets.'

Olivia stapte de commandoruimte binnen. Ze kreeg direct Chris Vader in de gaten. Haar vinger priemde in de lucht. 'Hier zit je dus. Daarom konden we je niet vinden. Jou staat een proces wegens hoogverraad te wachten, of je nu Vader heet of niet.'
- 'Daar zal het wel niet van komen Olivia' zei Chris Vader op bijna verzoenende toon. 'Ik had gelijk. Als de dames en heren van deze Federatieve Controle Missie besluiten om te vertrekken en hun nieuwe koersopdracht opgeven aan de computer activeren ze de atoomraketten die aan boord zijn. Ik verwacht dat van ORAS niet veel meer zal overblijven dan wat ruimtegruis, want met de atoombom techniek zullen die duivels van de Centrale Macht ook wel niet stil gezeten hebben.'
Olivia stond perplex. 'De Wit.... Je had beloofd....'
Tim de Wit stond er bedremmeld bij. Chris Vader keek bijna triomfantelijk om zich heen. 'Ze kunnen er ook niets aan doen Olivia. Niemand bij de Centrale Macht kan er wat aan doen. Het zijn allemaal hardwerkende, onschuldige, goedwillende vaders en moeders.' Zijn stem had een onheilspellende klank gekregen. 'Ze voeren slechts uit wat hen wordt opgedragen zonder te weten wat ze krijgen opgedragen. En als ze het wel weten zoals deze schepsels hier,' Hij wees naar de bemanning van het ruimtependel. 'dan weten ze niet wat ze moeten doen. Vanaf het moment dat de Federatie zijn grondwetten opstelde wordt alles wat afwijkt van deze wetten onderdrukt en vernietigd. Maar deze wetten, de basilica van de Federatie, die zo vanzelfsprekend, redelijk, goed, en eerlijk zijn voor de Federatie en zijn bevolking, zijn tevens de bron van hun tegendeel. Het goede bracht het kwade voort. De Federatie kan alleen voortbestaan door een Centrale Macht die zich buiten de Wet stelt. Door de planeten en bevolkingen in de Federatie te dwingen zich aan de Wet te houden richt de Federatie zichzelf ten gronde. Elke ziel die geboren wordt in de Federatie is onderworpen aan de Centrale Macht. Er is geen ruimte voor een eigen toekomst. De drang naar vrijheid krijgt geen uitweg.'
Met ongeduld op haar gezicht volgde Olivia de woorden van Chris Vader. Nu hij even pauzeerde richtte ze zich tot De Wit. 'We hebben je belofte: geen bedreigingen, geen aanvallen. Hoe kun je die gestand doen?' - 'Ik denk' sprak De Wit langzaam 'dat zolang we geen vertrekkoers opgeven aan de boordcomputer er niets gebeurt. De eerste faseopdracht betrof de in beslagname van al jullie wetenschappelijke kennis op het gebied van aandrijftechniek en communicatie. Dat kost tijd, maar hoeveel is niet van te voren te overzien. Daarom is de atoomaanval gekoppeld aan de vertrekkoers.'
- 'Weet je het zeker De Wit?'
'Nee. Denkbaar is dat er een soort maximum tijd aan de opdracht is gesteld.'
- 'Een tijdbom.' mompelde Olivia.
De Wit keek naar Joop van Zijl. 'Joop, zit er een tijdsmechanisme in de laatste drie faseopdrachten?'
- 'Ik ben bang van wel De Wit. De drie laatste faseopdrachten zijn alle drie gekoppeld aan de geplande aankomsttijd op ORAS. De eerste op 24 uur na aankomst. De tweede op 30 uur na aankomst en de laatste op 36 uur na aankomst. Na 36 uur is de laatste waarschuwing om te vertrekken. Ik vermoed dat als we daarna nog niet vertrekken, zelfontsteking van de atoomraketten volgt.'

Er klonk een piepsignaal. Tim de Wit veerde op. Op het grote beeldscherm verscheen een tekst.

    *Attentie faseopdracht*

'De officiële aankomsttijd op ORAS' fluisterde Alain naar Chris Vader. 'Zo dadelijk volgt de faseopdracht.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

19. De evacuatie van ORAS

'Het zint me niet. Ze voeren iets in hun schild. We wachten nu al meer dan een dag op een bericht.'
Tim de Wit ijsbeerde in de commandoruimte op en neer. Alain en Rodger waren juist binnen gekomen. 'Hebben jullie iets opvallends waargenomen?'
Rodger knikte. 'Het viel ons op dat het op de ruimtehaven erg druk was. Veel en veel drukker dan de eerste keer toen we er waren. We zagen drommen gastarbeiders die voor groot verlof vertrokken naar de Prota's. Er waren onvoldoende ruimtevaartuigen. De vluchtleiding vroeg zelfs of ze van onze dienstwagen gebruik kon maken. We kregen interessante aanbiedingen.'
'Hm.' mompelde De Wit. 'Ze evacueren de migrantarbeiders. Ze nemen het zekere voor het onzekere.' Hij richtte zich tot Alain. 'Waren er ook ORASsianen bij?'
Alain dacht na. 'Nee ik heb inderdaad helemaal geen ORASsianen op de ruimtehaven gezien. De gebouwen en de apparatuur zagen er nog armzaliger uit dan tijdens ons eerste bezoek. Het leek wel of alles van waarde was gedemonteerd en afgevoerd. Alleen de vluchtleider was een ORASsiaan.'
- 'Vreemd. Je zou zeggen dat ze nu toch wel moeten beginnen met de evacuatie van de eigen bevolking.'
- 'Waarom neem je zelf geen contact met ze op?' vroeg Rodger.
'Dat heb ik gedaan.' antwoordde De Wit. 'Maar ik kreeg niemand aan de Telecom.' 'Zelfs Susan niet.' dacht hij er achter aan. 'Bijna elk half uur heb het geprobeerd.' Hij zuchtte. 'Op de Telecomcentrale zeiden ze dat iedereen het erg druk heeft en dat we niemand konden storen.' Hij ijsbeerde verder door de commandoruimte. 'Waarom wachten ze zolang? Hebben jullie nog andere bijzonderheden ontdekt?'
- 'Nee' sprak Alain. 'Zoals we al rapporteerden lijkt het erop dat bijna de hele bevolking van ORAS in het LAM woont. Dat is vreemd want ORAS is een schitterende planeet. Met mooie...'
De Wit onderbrak hem. 'We lieten de boordcomputer de positie van het zonnestelsel van ORAS ten opzichte van de Prota's uitrekenen. Het klopt precies wat ze zeggen. Het hele stelsel is in beweging. Gevolg daarvan is dat de baan van ORAS om zijn zon steeds groter wordt. De planeet beweegt zich naar buiten in het zonnestelsel. Het gaat tamelijk snel, maar toch niet zo snel....' Hij verzonk in gepeins.
Alain wachtte op meer, maar toen De Wit bleef zwijgen, vroeg hij 'Hoever zijn Natascha en Joop? Wat doen ze precies. Ze zijn al meer dan een dag bezig.'
'Ik heb ze gevraagd uit te zoeken of we het pendel onafhankelijk van de boordcomputer kunnen besturen.' De Wit schakelde de Intercom. 'En Joop?' Joop schudde het hoofd.
'Geen resultaat. We weten nog niet eens wat er gebeurt als we een eigen koers uitzetten en de faseopdrachten negeren.' Joops hoofd verdween.
'En Mario?' drong Alain aan.
- 'Ook negatief. De ruimten met de lanceerinstallaties zijn verzegeld. Het is niet eenvoudig om door de veiligheidsystemen heen te komen zonder een onomkeerbare reactie op gang te brengen.'

De Telecom piepte. Kafida werd zichtbaar.
'Eindelijk.' gromde De Wit.
- 'Het spijt ons gezagvoerder, dat we niet eerder contact opnamen, maar de toestand hier is nogal chaotisch. We moesten op de kortst mogelijke termijn de migrantarbeiders van de planeet krijgen, en tegelijk alle ruimtejagers gereed houden voor een gedwongen vroegtijdige evacuatie van de bewoners van het LAM.'
Tim de Wit gaf hem nauwelijks de tijd uit te spreken en vroeg 'Wanneer starten jullie met de evacuatie?' - 'Daarvoor heb ik informatie van u nodig.' antwoordde Kafida. 'Alleen als het absoluut noodzakelijk is evacureren we de bevolking van ORAS. Bijna alle voorbereidingen voor een snel vertrek zijn getroffen. Ik wilde echter eerst weten hoe het aan uw kant staat. Is het bijvoorbeeld mogelijk om het ruimtependel met handbesturing te laten vertrekken?'
De Wit schudde zijn hoofd. 'Handbesturing is wel mogelijk, maar in dat geval kunnen we niet sneller dan 30.000 kilometer per uur. Dat is een fractie van onze kruissnelheid. Als de atoomraketten over zes uur automatisch af gaan zullen ze ORAS zeker bereiken.'
- 'En de lanceerinrichting?'
- 'Die is verzegeld, en heeft een eigen beveiliging. Onze hoofdtechnicus durft niet te knoeien met het veiligheidsysteem uit angst dat de raketten vroegtijdig af gaan. U heeft dus weinig andere keus dan zo snel mogelijk de evacuatie te starten.'
Kafida, keek even voor zich uit alsof hij het advies van De Wit niet had gehoord. 'We vertrekken alleen als het echt nodig is. Vanaf het moment dat we die beslissing nemen hebben we daarvoor twee uur nodig. Ik vraag u daarom dringend om al het mogelijke te doen om een raketaanval te voorkomen zodat we niet weg hoeven.'
- 'Natuurlijk.' knikte De Wit. 'We zijn nog steeds bezig om de hoofdcomputer los te koppelen van het besturingssysteem, maar of dat lukt is onzeker.'
Zonder nog iets te zeggen verbrak Kafida de verbinding.

Alain keek Rodger aan. 'Als ORAS niet op tijd ontruimd is dan.....' Hij durfde er niet aan te denken. Rodger bevestigden zijn gedachten. 'Ze speelden met vuur op ORAS'
'Kunnen we niet iets anders bedenken?' vroeg Rodger.
- 'Doe maar een voorstel.' antwoordde De Wit droog.
- 'Dat heb ik niet. Alleen als Joop en Natascha slagen is er nog een kans om ORAS te behouden.' sprak Alain. 'Maar ik had gedacht dat het geen kwaad kon om nog eens te gaan kijken in het LAM en aandringen op een snelle evacuatie.'
Alain zag dat De Wit bedenkelijk keek. 'Wat heeft dat voor zin?'
- 'Ik kan op zijn minst proberen mijn broer te spreken te krijgen. Heb jij hem intussen nog gesproken?'
De Wit schudde ontkennend met zijn hoofd. 'Na alles wat die heeft klaargestoofd...'
Alain schoof achter de Telecom en vroeg bij de centrale de code en frequentie van Chris Vader op.
'Het spijt me meneer maar we hebben opdracht om alle externe communicatie tot een minimum te beperken. De Raad van Twaalf vergadert bijna permanent. Ik mag raadslid Vader daar niet wegroepen.'
- 'Kan ik hem dan niet bezoeken?'
- 'Nee mijnheer alle bezoek van buiten en van de planeten in de aangrenzende zonnestelsels is afgelast.'
Alain zuchtte, 'wat nu' dacht hij. Dan hoorde hij zichzelf plotseling zeggen 'Kan ik mijn vader bezoeken?'
De omroeper aarzelde. 'Familiebezoek is onder dringende omstandigheden mogelijk.'
- 'Mijn ruimteschip vertrekt binnen zes uur. Ik zie hem misschien niet meer terug. Ik wil afscheid nemen.'
Alain voelde zijn hart kloppen. Hij hield zijn adem in.
Er viel een korte stilte. De omroeper draaide zich weg van het scherm. Even later draaide hij zich weer terug. 'U valt inderdaad binnen de uitzonderingscategorie.'
Alain glimlachte. 'Hoe kan ik het LAM binnenkomen?'
'Als u uw persoonsgegevens doorseint dan kunt u bij ingang vier binnen.'
Alain knikte en zond zijn persoonsgegevens over.
'Wie wilt u bezoeken?'
- 'Junior van ORAS.'
Aan de andere kant van de lijn viel een stilte. De omroeper keek met grote ogen door het scherm. 'Maakt u een grap? Daar hebben we nu absoluut geen behoefte aan?'
- 'Wacht, wacht.' riep Alain. 'Schakel niet uit. Ik heet Alain Chamin. Chris Vader is mijn broer. Vraag het aan Junior van ORAS.'
Weer verdween de omroeper uit beeld. Hij vergat zijn microfoon uit te zetten. Alain hoorde flarden van het gesprek dat hij op de achtergrond met een onzichtbare persoon voerde. 'Je kunt het risico niet nemen.' hoorde hij. 'Stel dat het klopt, dan ben je je baan kwijt. Als het niet klopt dan heb je alleen maar een kwade Junior van ORAS die morgen de zaak al weer is vergeten.'
De omroeper kwam terug in beeld. 'Ik neem contact met u op als ik uw beweringen heb gecontroleerd.'
Het beeld viel weg. Alain keek de anderen aan en trommelde op de armleuning van de stoel. 'En, wat denk je ervan?' vroeg hij aan Tim de Wit.
'Alles wat de evacuatie kan bespoedigen is meegenomen.' antwoordde deze. 'Maar, ze willen vast en zeker niemand toelaten.' voorspelde hij somber.
Alain keek Rodger vragend aan. Deze haalde alleen zijn schouders op.
De Telecom piepte. Het scherm flitste op. 'Meneer Chamin,' begon de omroeper met een gewichtige stem. 'Ik moet u van Junior van ORAS doorgeven dat u welkom bent.' Hier stopte de man even. Alain zuchtte diep. 'Maar niet voor een bezoek.' vervolgde de omroeper.
- 'Wat? Wat bedoelt u, niet voor een bezoek?'
- 'Als u komt, dan komt u om te blijven bij de bevolking van ORAS.' sprak de omroeper plechtig. 'De keus is geheel aan u. Over een kwartier kunt u weer contact met mij opnemen en uw beslissing kenbaar maken. Als u toestemt moet u binnen een uur in het LAM arriveren.'
Het beeld van de omroeper viel weg. Het drietal in de commandohut keek elkaar verbaasd aan. De Wit was de eerste die weer sprak. 'Komen om te blijven? Wat bedoelen ze? Denken ze dat jij daar zal blijven terwijl elk moment de planeet vernietigd kan zijn? Ze moeten zo snel mogelijk maken dat ze wegkomen!'

Gehaasd liep Alain naar het computercentrum en dacht aan de gebeurtenissen van de afgelopen week. Aan het sensationele schijngevecht met de gele ruimtejager op Prota-1. Zijn liefde voor Natascha. De verkenningsmissie op ORAS en, in het LAM, de ontmoeting met Junior Vader en zijn halfbroer Chris, en de gewaagde ontsnapping. Hij grinnikte. 'Mijn leven is veranderd van een rustig kabbelend watertje in een woest stromende rivier. En het was alsof de maalstroom steeds sneller gaat stromen. Rodger houdt onder alle omstandigheden het hoofd koel. Niet voor niets heeft hij ook nu weer een plan bedacht. Rodger zoekt actie, en geniet ervan.'
'Het gaat erom te weten te komen wat ze gaan doen.' hield hij zichzelf voor. 'Als ze niet willen vertrekken moet ik hen er van overtuigen dat zo snel mogelijk van ORAS moeten vluchten..... Honderd vierenveertig duizend inwoners.' Zijn gedachte stokte bij dat aantal. 'En als ze niet van plan zijn om te evacueren?' Hij rilde bij de gedachte. 'Rodger staat klaar met een dienstwagen. We kunnen altijd vluchten als dat nodig is.' Hij keek om zich heen en merkte dat hij in een verkeerde gang liep. 'Het computercentrum was links af, niet rechts af.' Hij keerde om en liep terug. 'Ze evacueerden honderdduizenden gastarbeiders binnen een dag.' probeerde hij zichzelf gerust te stellen. 'Beschikken ze over genoeg ruimtejagers?' Hij begon te rekenen 'stel dat ze tien keer sneller dan het licht kunnen gaan en zeker vijftig mensen per ruimtejager per keer vervoeren. Heen en terug naar Prota-1 duurt maar een paar minuten ook al liggen de Prota's niet in hetzelfde zonnestelsel als ORAS.' Weer liep hij bijna verkeerd. 'Stel tien minuten per vlucht. Met vierhonderd ruimtejagers. Dat is elke tien minuten twintigduizend mensen.' Zijn gezicht klaarde op. 'Ze kunnen in een uur en tien minuten het Hele LAM evacueren als ze het goed organiseren. Kafida had twee uur gezegd. Dat kan dus wel kloppen.'

'Hallo, Joop, Natscha, lukt het?' riep hij met opgeluchte stem. Natascha en Joop tuurden ingespannen naar een beeldscherm en gaven geen antwoord.
'En?' vroeg hij.
Verstoord keken ze op. Joop keek weer terug en bromde iets onverstaanbaars. Een glimlach verscheen op het gezicht van Natascha.
'lukt het?' vroeg hij nog eens.
Natascha schudde haar hoofd terwijl ze opstond. 'Ze gingen niet over één nacht ijs. Ook als we een andere koers opgeven activeren we de fatale koerscode. Joop probeert nu of hij de centrale computer helemaal los kan koppelen van het besturingssysteem.'
Snel wisselden ze een kus.
'Joop. Natascha gaat met mij mee.'
Joop keek nauwelijks op, knikte, en tuurde weer naar het scherm.
'Ik heb geen verstand van waar hij nu mee bezig is. Dat is zijn specialiteit.' fluisterde Natascha.

Ze sloeg een arm om hem heen. Samen gingen ze zachtjes naar buiten. 'Ik ga het LAM bezoeken.' zei Alain. 'Het is een laatste poging om ze tot spoed te manen, om zo snel mogelijk van ORAS te vertrekken. De Wit wil dat ik in mijn eentje ga, omdat alleen ik uitgenodigd ben, ik moet van hem zo snel mogelijk terugkomen. Maar ik wil er alleen naar toe als jij met me mee gaat.'
- 'Waarom' vroeg Natascha. 'Je komt toch zeker weer snel terug?! Zullen ze ons samen toelaten?'
Alain knikte alleen. 'Kom.' sprak hij. Ze kwamen bij zijn wooncabine. 'Ik krijg niet veel bezoek.' sprak hij verontschuldigend terwijl ze de ruimte binnen gingen. Meer kon hij niet zeggen. Hij voelde hoe haar tong langs zijn gehemelte gleed en haar lichaam zich tegen het zijne drukte. Hij voelde haar lange krullende haar over zijn wang strijken en rook haar aangename geur. 'Lilian'. Hij kwam weer tot zichzelf. 'We hebben geen tijd.' Hij maakte zich uit haar armen los, maar ze liet hem niet gaan.
'Ik heb naar je verlangd.' fluisterde ze in zijn oor. Haar hand gleed in zijn ruimtepak.
'Natascha, we hebben niet veel tijd.'
- 'Dat was het enige wat Joop kon zeggen terwijl we met die saaie computercodes bezig waren. Voor de liefde is altijd tijd.'
'Ik wil je wat laten zien.' probeerde hij nog.
- 'Waarom denk je dat ik weg ging bij de Centrale Macht?' sprak ze terwijl haar hand naar beneden kroop. Hij kreunde.
'Ze waren daar zo druk bezig met hun computerprogramma's dat ze vergaten dat ze buiten hun hersens ook nog beschikten over een lijf. Één keer kreeg ik bij toeval de kans om met een controlemissie mee te gaan. Die kans heb ik niet voorbij laten gaan.'
Ze ritste zijn pak verder open en hij voelde hoe haar tong en haar mond zich voegde bij haar strelende hand en hij streelde haar haren.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

20. De gele koffer

Alain wees op de grote gele hutkoffer die midden in de wooncabine stond, en zei 'Eerst wilde De Wit helemaal niet dat ik met jou en met Rodger zou gaan. Toen stelde Rodger voor de koffer te gebruiken.'
- 'Moet ik daar in?' vroeg Natascha verschrikt.
'Nee, alleen Rodger. Even maar. Alleen als we het LAM binnen gaan.'
- 'En dan?'
- 'Rodger blijft op de achtergrond voor noodgevallen om een snel vertrek mogelijk te maken. We houden radiocontact.'
Natascha trok aan de deksel van de hutkoffer. 'Waarom gaf De Wit toe? Mijn computerkennis heeft hij hier nodig.'
Krakend ging de deksel open. Een muffe geur van oud papier verspreidde zich over de ruimte.
Alain haalde zijn schouders op. 'Ik heb je hulp nodig om weer terug te komen. Als ik alleen ga kom ik misschien niet meer weg. Ze deden niet moeilijk op ORAS. Ze begrepen wel dat je mee zou komen als ik besloot me voorgoed bij hen te voegen.'
Natascha keek naar binnen. De koffer was half vol.
'Je wìl toch wel terug komen?!' vroeg ze terwijl ze schijnbaar nonchalant iets oppakte en het met gefronste wenkbrauwen bekeek.
'Dat is een boek.' zei Alain. Bijna eerbiedig pakte hij het aan en sloeg het open.
'Jongste geschiedenis van de oorsprongplaneten.' las hij hardop, en hij dacht aan de grote bibliotheek.

'Het is verboden boeken te lezen!'
Alain schrok op van de harde stem.
Zachter nu vervolgde de suppoost 'Als u wilt lezen kunt u gebruik maken van de leesmonitor.'
- 'Niet alle boeken zijn opgenomen in de computer' protesteerde Alain.
'Misschien zijn er boeken over het hoofd gezien, dat kan op een collectie van bijna twintig miljoen exemplaren. Maar ik verzeker u dat is toeval.'
Alain keek hem ongelovig aan. 'Een jaar geleden kon ik een ander boek niet meer terugvinden in het computer bestand. En ik weet zeker dat ik het ooit hier had geleend.'
De suppoost glimlachte. 'Een jaar geleden was het inleesproces in de centrale computer nog niet voltooid. Het is zeer goed mogelijk dat u toen nog titels miste.'
- 'Maar waarom mag ik die boeken niet meer lezen? Ze staan hier zo voor het grijpen.'
'Niet lang meer, niet lang meer.' sprak de suppoost. 'Alles gaat weg en wordt vernietigd.... In de hele Federatie.' voegde hij er aan toe.
'Waarom?'
De suppoost krabde zich op zijn achterhoofd. Hij pakte zijn zakdoek en veegde het zweet van zijn voorhoofd. Alle ramen van de leeszaal stonden open. Er waren maar enkele bezoekers. Hij keek rond. Schoof een stoel bij en ging zitten. 'Ik ben de laatste die over blijft. Naast de directeur natuurlijk. Maar die zie je hier nooit. Volgende week sluit het uitleenbureau. Volgende maand gaat het gebouw dicht. Er is nog geen nieuwe bestemming voor.'
Alain had erover gehoord toen hij op de planeet was aangekomen. 'Wat zonde, de grootste boekbibliotheek van de Nevel.'
- 'Ach zo erg is het niet. Het personeel van de uitleenbalie en de schoonmakers behouden een goede uitkering. Ik wordt omgeschoold tot technicus. Ik ga het onderhoud doen van de leesmonitoren. Veel werk is het niet, en het lijkt me leuk om bij de mensen thuis langs te gaan.' Opnieuw veegde hij zijn voorhoofd. Hij keek Alain aan. 'U hoeft niet meer naar ons toe te komen in de toekomst. Niemand hoeft meer te wachten op uitgeleende boeken. Vanaf volgende maand kan iedereen in de Nevel thuis alle boeken uit onze beroemde bibliotheek selecteren.'
- 'Niet allemaal! dit boek bijvoorbeeld niet. Dit gaat verloren.' Alain wees op het boek dat opengeslagen voor hem lag.
'Dat is toeval. Dat zei ik al.' De suppoost maakte aanstalte om op te staan.
'Wacht even.' Zei Alain 'Ik wil een weddenschap met je aangaan. Ik wed dat ik in staat ben om meer dan honderd documenten en boeken uit de bibliotheek te halen die ontbreken in het computersysteem.'
De suppoost grijnsde. 'Wat win ik van je?'
Alain pakte uit zijn tas zijn reiscoupons. 'Vijf lichtmaanden enkele reis.'
Begerig keek de suppoost naar de kaartjes.
'Eentje.' sprak Alain.
De suppoost schudde zijn hoofd. 'Daar heb ik niets aan. Ik moet ook weer terug kunnen: twee tickets.'
Alain deed of hij twijfelde. 'Als ik de boeken kan meenemen en je niets meldt.'
- 'Ok. Die boeken vindt je toch niet. En alle boeken gaan volgende week naar de papier vernietiging.'

'Ik won de weddenschap..... Maar ik heb voor de zekerheid die suppoost toch maar die twee retourtjes gegeven. Voor mijn studie hoefde ik toch niet meer naar de bibliotheek. Hij zou zijn mond houden. Toen heb ik deze koffer op de kop getikt. Ik heb ze aan de binnenkant met drie lagen verschillende metalen bekleed om de controles met X-straling te misleiden. Bij controle is het net alsof de kist vol kleding zit.' Alain lachte. 'Ik moest wel, de suppoost had orders gekregen geen enkel boek meer uit te lenen, laat staan weg te geven.'
- 'Hoe wist je al die boeken te vinden tussen die twintig miljoen andere?'
Alain keek haar verlegen aan. 'Lilian vroeg ooit hetzelfde.... Er waren geen boeken die op trefwoord 'Terra' waren gerangschikt. Het was kennelijk makkelijk geweest om die te verwijderen omdat ze bij elkaar hadden gestaan in dezelfde kast. Maar veel boeken die maar gedeeltelijk over Terra gingen waren onder andere trefwoorden opgeslagen en stonden in andere kasten. Ze hadden niet de moeite genomen om ze tussen die andere uit te halen omdat men toch alles zou vernietigen. In de computer vond ik zelfs het woord 'Terra' niet meer terug. Alles was er systhematisch uit gezeefd. Maar ik kende de titels van vroeger. Ik kende er nog veel meer dan ik in deze koffer heb meegenomen. Ik moest selecteren.'
Natascha keek hem onderzoekend aan.
'Terra.' mompelde ze. 'Waarom? Je wist toch dat de Federatie de bevolking van Terra had vernietigd?' Alain keek voor zich uit. 'Ik wist niet wat er gebeurd was. Ik was een jongen van tien jaar oud toen het gebeurde. Een Federatieve gevechtseenheid die op zoek was naar overlevenden pikte me op. Later pas reconstrueerden we stukje bij beetje de gebeurtenissen.'
- 'We?'
- 'Lilian, onze geschiedenis leraar Henri, en ik. Het werd een obsessie. We zochten in alle bibliotheken en archieven van de Nevel, overal zochten we naar gegevens.' Hij stopte. 'Nu moet ik doorgaan.' dacht hij. 'Ze moet alles weten voor we naar ORAS vertrekken.' 'Ja, het was een gezamenlijke obsessie geworden. Alleen de obsessie van mij was anders dan die van Lilian en Henri, en dat werd hun ondergang.'
Natascha keek Alain gespannen aan. 'Wat bedoel je?'
- 'Ik wilde alleen maar weten hoe het oude Terra eruit had gezien en wat er met mijn ouders was gebeurd, of ze de aanval hadden overleefd. Maar Lilian en Henri wilden ontdekken welke rol de Centrale Macht had gespeeld. Ik zocht naar boeken over het oude Terra. Ik zocht naar waar in de Nevel Terra zich precies bevond. Zij zochten naar gegevens over het hoe en het waarom van de vernietigingsaanval. Ik weet niet wat ze ontdekten op hun laatste reis, maar ze keerden in ieder geval niet meer terug. Hoe dichter ze bij de waarheid kwamen hoe gevaarlijker ze voor de Centrale Macht werden. Overal waar ik kwam was of werd de geschiedenis vernietigd. Zij werkten aan de reconstructie ervan.' Alain sloot het boek. 'Volgens het overlijdensregister van de Federatie waren ze al gestorven voor ze op reis gingen. Toen ik dat ontdekte stopte ik met mijn naspeuringen.'
- 'Je gaf het op!' verbeterde Natascha. 'En je sleept je verleden als een zware last met je mee!'
Hij keek voor zich uit en hoorde zichzelf weer zeggen 'Het heeft geen zin Lilian. We zijn nu jaren aan het zoeken naar gegevens over Terra. Alles wat we vinden is oude literatuur. Het enige bewijs van de atoomaanval ben ik zelf, en het feit dat overal de documenten over Terra vanaf dat tijdstip ontbreken. We konden niet eens ontdekken waar Terra in de Nevel ligt.'
Hij zag haar gebalde vuist en hoorde haar fluisterde stem die haar ingehouden woede verraadde 'Waar is de Alain Chamin gebleven die ik tien jaar geleden voor het eerst ontmoette. De man die op zoek was naar zijn planeet en zijn familie en daarvoor alles opzij zette?!'

'Ja. Ik gaf het zoeken op, maar niet de hoop om Terra en mijn familie te vinden. Ik raakte ervan overtuigd dat de Centrale Macht elk spoor van de bloedige gebeurtenissen op Terra had uitgewist. Ik zag dat langzaam ook elke spoor van het oude Terra, elk geschreven of gedrukt document, uit de geschiedenis werd geëlimineerd. Zoeken naar gegevens werd een zinloze bezigheid ze bestonden niet meer. Alleen de mensen leven voort en zij vergeten.'
- 'En Lilian en Henri?'
- 'Die bleven zoeken naar historische bewijzen terwijl ik er steeds meer van overtuigd raakte dat er maar een enkel bewijs zou overblijven: Terra zelf met zijn overlevenden.'
- 'En nu je ze hebt gevonden wil je bij ze blijven?' vroeg Natascha.
Alain haalde zijn schouders op. 'Ze weten niet of mijn ouders zijn omgekomen. Ze zijn vaag over de overlevenden. Junior van ORAS en mijn vader hadden verschil van mening over de onderhandelingen met de Centrale Macht. Mijn Vader leidde de delegatie die onderhandelde met de Federatie. Junior van ORAS was thuis gebleven en lette op ons. De planeet was in twee kampen gesplitst. Ik weet niet wat er is gebeurd. Toen ik Vader en Chris hier ontdekte had ik het gevoel dat ze iets voor me verzwegen. Ik voelde dat Vader onmachtig was om onze oude band te laten herleven. En toch.... We zijn onafscheidelijk. Zijn stem en zijn ogen herinneren me aan een ver verleden. Het zijn vreemden en tegelijk bekenden in een vreemd bouwwerk. Ze komen van Terra waar ik ook vandaan kom..... Op Terra ligt het antwoord.' Hij keek haar aan en vervolgde 'Ik snap niet waarom ze zo lang op ORAS blijven. Het is zo vreemd. Ze bouwen aan hun toekomst en nu kan het verleden hen elk moment inhalen met algehele vernietiging..... Misschien krijgen wij een laatste kans om het geheim van ORAS te ontdekken. De laatste dagen ben ik meer over de strijd tussen de Federatie en Terra te weten gekomen dan in al die jaren van intensief zoeken.'

Natascha keek hem onderzoekend aan. 'Laatste kans..?' vroeg ze met opgetrokken wenkbrauwen. 'Bedoel je,.... denk je,.... dat ze niet zullen vluchten voor de atoomaanval?'
- 'Ik weet het niet. Ze spelen met vuur, ze willen pas op het allerlaatste moment het LAM ontruimen.' Hij zuchtte onhoorbaar terwijl hij dacht 'Ze moet weten waarom ik ernaartoe ga', en hij sprak 'Zij zijn de enigen buiten de Centrale Macht die weten waar in de Nevel Terra ligt.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel I. DE WET
 

21. Het einde van ORAS

Alain keek rond. De gravitatiezaal zag er anders uit. In het midden, vlak bij de witte cirkel, waren negen stoelen geplaatst. Ze stonden in drie rijen van drie met pal daarvoor een langwerpig tafel.
'Neemt u plaats.' zei de man die hen had begeleid met eerbiedige toon in zijn stem. Hij wees op twee stoelen op de achterste rij.
'Komt Junior van ORAS....? waagde Alain.
De man knikte. 'Over ongeveer een half uur. U moet hier wachten.'
Er heerste een diepe stilte. Overal in het LAM was het stil geweest. Zelfs de liften in de centrale liftenkoker hadden stilgestaan.
'Waar is iedereen?' had hij gevraagd.
De man had eerst gezwegen. Toen Alain aandrong had hij om zich heen gewezen. 'Iedereen is thuis, in de woonwijken. Behalve natuurlijk de Interne Veiligheidsdienst en de mensen van Ruimtezaken.'
- 'Waarom?'
- 'Iedereen moet zich klaar houden voor de evacuatie. Dat moet uiterst snel en ordelijk kunnen verlopen. Ik hoef u daarover niets te vertellen...' Hij keek beurtelings Natascha en Alain doordringend aan. Vervolgens liep hij langzaam door.
Alain knikte alleen.
'Iedereen houdt zich gereed voor een snel vertrek.' herhaalde de man overbodig. Meer wilde hij klaarblijkelijk niet kwijt want hij versnelde zijn pas en bleef het tweetal de rest van de tocht voortdurend een paar passen voor.
De zaal ademde een andere sfeer zonder dat Alain onmiddellijk kon zeggen waardoor. Het grote symbool aan de wand hing er nog steeds. De witte cirkel in het midden van de vloer was leeg. Er brandde geen verlichting. Dat maakte de ruimte nog somberder dan tijdens zijn eerste bezoek. Alleen het witte licht afkomstig van de gang viel door de openstaande deuren naar binnen en trok zilveren banen dwars over de zwarte vloer. De man vertrok nadat hij zich er van vergewist had dat ze in hun stoel plaats hadden genomen. Er viel een diepe stilte.
Ze keken elkaar aan. 'Geen ontvangst comité, en geen gastenverblijven.' fluisterde Natascha.
Ook Alain kreeg de neiging om te fluisteren. 'Nee, misschien komt dat nog.' Hij greep naar zijn polstransmitter. 'Ik zal Rodger eens oproepen.'
Rodger meldde zich. 'Waar zitten jullie?'
- 'In de gravitatiezaal. We wachten op het officiële ontvangst door Junior van ORAS... Zit je nog in de koffer?'
- 'Nee. Ik ben er in een onbewaakt ogenblik uitgestapt toen ik hoorde dat ze hem uit de dienstwagen wilde gaan halen. Ik zit nu gewoon in de stuurhut.'
Alain onderbrak hem. Bij de oostelijke ingang had hij een gerucht gehoord. 'Ik neem opnieuw contact met je op Rodger.'
Er verschenen twee silhouetten in de deuropening die hun lange schaduwen door de zaal lieten bewegen. Het drietal stapte doelbewust op Natascha en Alain af.
'Ik ben blij dat jullie bij ons gekomen bent.' zei de voorste. Ze schudden handen. Nog eens vier personen kwamen binnen en zetten zich na een korte kennismaking in de zetels voor Natascha en Alain. Niemand sprak een woord. Weer kwam een gestalte binnen. Ditmaal gehaast. Hij had een baard en lange wapperende haren en was gekleed in witte woestijnkleding. Alain herkende zijn halfbroer. 'Dag broertje' was alles wat deze tegen Alain zei terwijl hij even de hand van Natascha aanraakte. Hij plofte naast haar neer. Keek op zijn polstransmitter. 'Net op tijd.'
- 'Waarvoor?' vroeg Alain.
Op dat moment klonk een zware gongslag.
'Let maar op.'
Alain zag dat de deuren van de zaal zich automatisch sloten. Toch werd het niet helemaal donker. Toen hij terug keek naar het midden van de zaal zag hij waarom. In de witte cirkel stond de zetel van Junior van ORAS. Een zacht blauwachtig schijnsel verlichte de gestalte die op de zetel zat. Het licht werd snel intenser en Alain herkende nu duidelijk de oude man in de felle bundel oranje geel licht.

'Welkom Junior van ORAS, namens de gezamenlijke Raad van Twaalf.' sprak een vrouwestem.
'Gaat u zitten voorzitter, gaat u zitten.' sprak Junior van ORAS terwijl hij een gebaar maakte waarmee hij alle formele plichtplegingen afsneed. 'Hoe ver zijn de voorbereidingen?'
- 'Alles is klaar. De Raad van Twaalf besloot gisteren om de planeet onmiddellijk te verlaten als zou blijken dat de bemanning van het ruimtependel niet in staat is een atoomaanval te voorkomen.'
- 'Hm, hm.' gromde de oude man. 'En hoe staat het daarmee. Kunnen ze een atoomaanval vermijden?'
- 'Tot nu toe zeggen ze van niet. Ze bekijken op dit moment of ze de centrale computer van het besturingssysteem kunnen loskoppelen. Of het lukt is maar de vraag. De tijd dringt. Over vijf uur worden de atoomraketten automatisch gelanceerd.' De voorzitter van de Raad pauzeerde even. 'Er bestaat voortdurend het risico dat ze fouten maken. De Raad is daarom op het besluit van gisteren teruggekomen. We willen nu ORAS zo snel mogelijk verlaten. We vragen u hetzelfde te beslissen zodat we een formeel dubbelbesluit hebben en de planeet onmiddellijk kunnen verlaten.'

Junior van ORAS staarde naar het symbool aan de wand. Dan vonden zijn ogen die van Alain. Het leek of ze vuur spuwden. 'Het zij zo.' Hij gaf een teken.
Alain hoorde het drietal op de voorste rij op gedempte toon spreken. Het blad schoof van de langwerpige tafel. De lampjes op het controlepaneel lichtten op.
Plotseling leek het alsof de muren, het plafond en de vloer van de zaal smolten. Hij greep de hand van Natascha. De schitterende sterrenhemel van ORAS brak door. De negen zetels zweefden hoog boven het oppervlakte van ORAS. De fel verlichte Junior van ORAS zweefde in een lichtblauwe bol ervoor. Zo'n achthonderd meter onder zich ontwaarde hij de vage contouren van de centrale ruimtehaven. Sprakeloos aanschouwde hij het overweldigende nachtelijke panorama van ORAS. Heel langzaam begon het landschap te verschuiven. Hij klemde zich vast aan zijn stoel. Het leek alsof hij keek naar een driedimensionale film waarvan hij zelf onderdeel was geworden.
'Wat gebeurt er?' sprak Natascha benauwd.
- 'We vertrekken van ORAS.' sprak Chris Vader bedaard.
Plotseling herinnerde Alain zich de woorden van De Wit: 'het leek alsof de wanden wegvielen terwijl we met duizelingwekkende snelheid naar het ruimtependel vlogen'. 'Je bedoelt dat het L.. L.. LAM...' stotterde Alain. Zijn polstransmitter piepte zachtjes en Rodger meldde zich. Alain raakte in paniek. 'Kunnen we hier uit?'
Geamuseerd keek Chris Vader opzij. 'Het is verstandiger om tijdens de versnelling op je plaats te blijven. Deze ruimte is speciaal afgeschermd net zoals de wooneenheden. Als we eenmaal de kruissnelheid bereiken is er geen gevaar meer.'
Weer piepte zijn polstransmitter. Hij draaide zich van zijn broer weg. Hij hervond zijn stem en fluisterde gejaagd in de microfoon 'Rodger, maak dat je wegkomt.'
- 'Ok.' hoorde hij zijn maat zeggen.
Gespannen keek Alain in westelijke richting. Een paar tellen later zag hij de dienstwagen die in een flits uit het oog verdween.

De Wit keek woedend naar het Telecomscherm waarop Rodgers gezicht zichtbaar was. 'Maak een scan en sein die door.'
- 'Ik ben niet gek.' fluisterde Rodger. Zijn dienstwagen zweefde hoog boven de lege centrale ruimtehaven.
'Shit.' De Wit sloeg met zijn vuist op de monitor. 'Susan is veilig...... Susan.... Susan .... ze is weg.' Plotseling veerde hij op. Hij schakelde de Telecom in op de code en de frequentie van het ruimteplatform waar zijn bemanning verborgen had gezeten. Een bekend gezicht meldde zich.
'Gezagvoerder De Wit. Wat kan ik voor u doen?'
- 'Kunt u mij de code en frequentie geven van uw diensthoofd, Susan de Terra?'
De man aarzelde. Het is geen openbaar kanaal.....'
De Wit onderbrak hem. 'Het is dringend. Het is mijn laatste kans!'
De man aarzelde niet langer en gaf de gegevens. Vliegensvlug toetste De Wit ze in. Een seconde later keek hij haar aan.
'Tim..... ' was alles wat ze uitbracht.
'Jullie zijn vertrokken.' zei hij.
Ze kon alleen knikken. Ze keken elkaar zwijgend aan.
'Je bent veilig.'
Weer knikte ze met tranen in haar ogen. 'Ik wist dat het ging gebeuren, maar niet nu al.... zo snel al. Ik kan niet komen Tim, de versnelling....' Haar stem stokte. Het beeld van de monitor begon te storen. 'Ik hou van je tot het eind van de sterren.' Het beeld ebde weg. Susan's stem was onverstaanbaar.
Hij greep naar de monitor. Zijn hoofd zeeg neer op zijn vuisten. Pas toen Rodger de commandoruimte binnen stapte kwam hij tot zichzelf. Ze keken elkaar aan.
Rodger nam plaats achter de ruimtescan. 'Er is niets meer te zien. Ze hebben de lichtsnelheid bereikt.'

Alleen de sterren die recht vooruit stonden waren als heldere witte stippen zichtbaar. Meer naar opzij werden de stippen steeds meer strepen en kringen die langzaam van kleur veranderden. Aan de achterzijde waren vage lichte witte vlekken zichtbaar.
'Let op.' sprak Chris Vader. 'We doorbreken de lichtbarière.'
Aan de achterkant en de zijkanten viel alle licht weg. Recht vooruit sloten de heldere sterren zich langzaam aaneen tot één grote intense lichtbron die aan de randen via alle kleuren van de regenboog overging in het donker.

'Joop. Wil je boven komen?!'
- 'Ik ben bezig.'
- 'Stop maar Joop, het is niet meer nodig. Ze zijn vertrokken.... En wij vertrekken ook zo snel mogelijk.'
Met een vragend gezicht stapte Joop even later de commandohut binnen.
'Is de hoofdcomputer vrij?'
Joop knikte.
De Wit zuchtte. 'Goed, dan vertrekken we nu.' Hij gaf Rodger een teken.
Deze tikte de code van de faseopdracht in. Op het grote scherm verscheen een code. Dit was het eerst het deel waarmee alle koersopdrachten begonnen.

    *71/141118*

Daarna volgde de bestemmingscode.

    *20518181*

'En de anderen?'
- 'Maak ze wakker, we zullen allemaal getuige zijn van de vernietiging van ORAS.'


				

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

1. Het archief

Alain keek dromerig voor zich uit. In de ruimte waar hij werkte was alleen het geluid van zacht mompelende stemmen hoorbaar. Af en toe bewoog een hand naar de paginaknop van een leesschrijver. Dat gebeurde met de linkerhand. De rechterhand had de microfoon vast. Behalve bij de linkshandigen. Bij hen was het precies andersom. Ze waren met z'n achten. De ruimte was niet groot. Ze zaten samen aan acht bureaus die tot een grote langwerpige tafel bijeen waren geschoven. Iedereen was aan het werk. De ogen gericht op de tekst op het scherm van de eigen lees/schrijver.
Alain keek op, recht in de ogen van zijn overbuurvrouw. Snel sloeg hij zijn ogen weer neer. 'Waarom kijkt ze zo? Of denkt ze hetzelfde van mij?' Voorzichtig keek hij weer op. Ze was weer verdiept in haar werk. Plotseling keek ze even op en sloeg haar ogen direct weer neer. 'Bruine ogen en blond haar.' dacht hij en verdiepte zich weer in zijn werk. Even werkte hij geconcentreerd door. Dan dwaalde zijn gedachten opnieuw af. Hij dacht aan Natascha. 'Wat zou ze nu doen?'
'Waar ben ik terecht gekomen?' Hij keek om zich heen naar de anderen. Iedereen zat stug door te werken. 'Waar vliegen we in hemelsnaam naar toe?' De jonge jongen met de spitse neus keek hem even aan, staarde dan weer voor zich uit, en boog zich vervolgens over zijn scherm. De ochtend kroop verder als een slak op zondag. Alain zuchtte. Hij opende een nieuw bestand. 'Verslag van de commissie van goede diensten inzake het conflict rond de benoeming van het hoofd van de afdeling natuurkundig onderwijs sectie drie.' Hij indexeerde drie termen: 'onderwijs', 'natuurkunde' en 'benoeming'. Dan dwaalde zijn gedachten weer af. 'Zouden ze hier ook geschiedenis onderwijs geven? Dan zeker toch wel de echte geschiedenis. Of zouden de bewoners van het LAM net zoals de Federatie de geschiedenis vervalsen, maar dan op hun eigen manier?' Hij haalde zijn schouders op. 'mijn geschiedenis zit alleen in mijn hoofd en nergens anders.' Zijn monitor piept. Er verscheen een tekst in beeld.

    *Meneer Chamin uw werktempo valt sterk terug!*

Hij keek naar het afdelingshoofd. Deze gaf hem een blik van verstandhouding. Hij knikte en drukte op een toets. 'Verslag van de bijzondere vergadering van de Commissie Woningtoezicht in verband met de schade aan de gemeenschapsruimte van sectie vijfentwintig.' Hij gaapte. 'Het is net alsof ik sinds ik in het archief werk voortdurend slaaptekort heb.'

'Ben je nieuw hier?'
Hij schrok op en realiseerde zich dat hij bijna in slaap was gevallen. 'Nieuw?' klonk het nog na in zijn oren. Hij knikte. Zijn overbuurvrouw stond naast hem.
Twee bruine ogen keken hem vragend aan. 'Ik ga pauzeren.'
Bijna automatisch stond Alain op en liep met haar naar buiten.
'We hebben het weer gehaald.'
- 'Wat?' vroeg Alain niet begrijpend.
'De koffiepauze.'
Hij lachte. Langzaam trok het duffe gevoel uit zijn lichaam. 'Een goed idee om er even uit te stappen.' En terwijl hij haar aankeek trok de wereld zich even terug. Haar gezicht en haar ogen bleven over. Die lachten hem toe. 'Ik ken je al jaren want ik zie je ziel'.
Haar mond bewoog. Langzaam keerde de wereld terug, en hij hoorde haar zeggen. '........... tot de koffiepauze van 11 uur. En zelfs dan. Als je de kring rondkijkt. Iedereen staart naar zijn kop koffie. Niemand spreekt een woord. En opeens verbreekt iemand de stilte en begint te praten: 'in West-401 is men er nog steeds niet in geslaagd om een goede regeling te treffen voor de openingstijden van de cafés....' - 'nog steeds niet? terwijl ze in de rest van West al zo'n goede regeling hebben.' Dan volgt er steevast een grap. Iedereen lacht over de ineffectiviteit van de deelraden. Daarna valt er opnieuw een stilte waarin iedereen naar zijn koffie staart. Na enige tijd wordt de stilte onhoudbaar. Op dat moment schraapt het afdelingshoofd zijn keel. Iemand probeert het nog: 'heb jij de verslagen van Commissie Groenvoorziening al gezien?' Maar het lawaai van schuivende stoelen smoort de reactie van degene aan wie de vraag was gesteld. Pauze afgelopen. Iedereen begeeft zich weer naar zijn bureau om verder te gaan met indexeren. Zo gaat het dag in dag uit, bah! Kan jij daartegen?! Op een bepaald moment ben ik maar gaan wandelen tijdens de koffiepauzes.' Ze keek hem onderzoekend aan. 'Ik heb je nooit gezien voor je kwam werken bij het archief. Waar kom je vandaan? Waar woon je?'
'Ben je daar echt in geinteresseerd?' vroeg hij plompverloren. Ze knikte.
'Goed. Ik kom van buiten. Ze hebben me na het vertrek een woning toegewezen. Een dag later stond iemand van Sociale Zaken voor de deur om te overleggen wat voor werkzaamheden we in het LAM wilden verrichten. Sindsdien werk ik hier. Veel is er niet gebeurd. Elke ochtend nemen we afscheid 'Tot vanavond mijn liefste.'
Ze onderbrak hem. 'We?'
'Ja, zij heeft werk in het computer centrum.' antwoordde hij en vervolgde zijn relaas 'De weg naar mijn werk kende ik snel uit mijn hoofd. Soms betrapte ik mezelf erop dat ik ben aangekomen zonder me te herinneren hoe. Dan weet ik niet meer wat er onderweg is gebeurd of wie ik tegen ben gekomen. Evengoed kan ik in gedachten verzonken fout lopen. Dan zou ik verdwalen in het eindeloze gangenstelsel. Maar tot mijn verbazing sta ik elke morgen weer voor dezelfde deur. Dan duw ik hem open. Alles is er nog precies zoals ik het de dag ervoor heb achtergelaten. Dan zie ik de bekende glimlach van het afdelingshoofd. 'Goede morgen Alain.' Altijd dezelfde opgewekte stem. Dan schud ik de handen van mijn collega's. Dat is een goed excuus om elkaar de rest van de dag niet meer aan te hoeven spreken. Er vallen gaten in mijn herinnering. Dat heb ik nog nooit gehad. De dagen rijgen zich aaneen. Als ik terugdenk aan vorige week dan zou ik je niet kunnen vertellen wat er allemaal is gebeurd.' Hij lachte om zichzelf. 'Ik bedoel eigenlijk te zeggen dat ik je precies kan vertellen wat ik vorige week deed: elke dag hetzelfde!'
Ze zuchtte en zei 'Overal in de Nevel is vast werk afgeschaft, en wij zitten in deze klomp metaal en werken tot we er bij neervallen.'
- 'We moesten van ORAS vertrekken, de Centrale Macht zal niet rusten voor ze ons heeft uitgeroeid.'
- 'Ja, ja het oude verhaal.' viel ze hem in de rede. 'Maar de mensen worden moe. Ze willen weten waar ze aan toe zijn. Hoe lang nog vluchten? Waar gaan we naar toe?'
Alain gaf geen antwoord.
'Is je niets opgevallen bij het indexeren?'
Verbaasd keek hij haar aan. 'Wat bedoel je?' In een flits passeerde alle rapporten die hij had geïndexeerd zijn gedachte. Aarzelend sprak hij 'Wat me in het begin opviel was dat we niet gespecialiseerd zijn. We krijgen steeds verslagen van andere vergaderingen. Men houdt bewust opeenvolgende verslagen weg bij een afzonderlijke archivaris.'
- 'Dat was altijd al zo. Nee dat bedoel ik niet. Merkte je niet dat alle verslagen tegenwoordig gaan over conflicten, bemiddelingspogingen, onlusten en wrijvingen. Iedereen is met zichzelf bezig, met z'n eigen problemen en belangen. het lijkt wel of belangstelling voor een ander of solidariteit taboe zijn.'
Alain glimlachte. 'Zo lang ik in het LAM woon heb ik niet anders meegemaakt. De bewoners van mijn woonblok hebben permanent ruzie. Voordat het ene conflict is bijgelegd is het volgende al weer in volle gang. Ik volg wel eens de vergadering van de Raad van Twaalf op het grote scherm. Volgens mij is er altijd ruzie en conflict.'
Ze keek voor zich uit en schudde haar hoofd. 'Nog nooit was het zo erg.' Ze draaide zich weer naar hem toe. 'Waarom kwam jij bij het archief werken en niet ergens anders?'
'Je bent de eerste die dat aan me vraagt. Ik had kennis van archieven en documentatie systemen en ik... ' - 'Ach dat kun je ook niet weten.' onderbrak ze hem nu bijna ongeduldig. 'We konden het werk niet meer aan. Al een week nadat we vertrokken waren begon de stroom verslagen van vergaderingen toe te nemen. De besluitvorming in de reguliere vergaderingen verloopt steeds moeilijker.'
Nieuwsgierig keek hij haar aan. 'Wat bedoel je?'
Ze haalde haar schouders op. 'Er is onrust, er broeit wat onder de mensen.'

Ze stond op. Bijna ongeïnteresseerd vroeg ze 'Ik weet niet eens hoe je heet.'
- 'Alain Chamin.'
'Weet je mijn naam?'
Hij glimlachte en knikte. 'Monique.'
Verbaasd keek ze hem aan. 'Het afdelingshoofd heeft me de eerste dag iedereen aangewezen en de namen genoemd. Die onthield ik.'
- 'Allemaal?'
- 'Ja.' Hij knikte en kreeg een rood hoofd en stamelde 'Ik heb een goed geheugen.'

Ze liepen naar hun plaats. De anderen zaten al weer geduldig te werken. Alain keek opzij naar het geïrriteerd gezicht van het afdelingshoofd. Hij lachte en zwaaide. Met een ruk draaide de man zich van hem af. Hij drukte op de paginaknop. 'Verslag van de commissie van goede diensten in het conflict rond de geluidsoverlast in sector 75.' Voor het eerst begon hij geïnteresseerd te lezen. Ze keek niet één keer meer op. Ook de anderen niet.

Het werd vier uur. Iedereen stond langzaam op, gaf elkaar een hand en schoof de deur uit. Monique schonk hem een vluchtig lachje.
'Tot morgen.' riep hij.
Ze knikte alleen.
Hij was de laatste die vertrok. 'Chamin.' Achter hem hoorde hij de stem van het afdelingshoofd, er klonk ingehouden woede in door. 'Wat bezielt jou?'
Glimlachend keek Alain hem aan. 'Ze zijn erg interessant, die verslagen.'
- 'Je wordt geacht hier te indexeren, niet te lezen!'
Bijna treiterend sprak Alain 'Hoe kan ik nu indexeren zonder te lezen?'
Het leek wel of de man uit zijn vel barstte. 'Je haalt bij lange na de norm niet!' bracht hij er grommend uit. Alain bleef glimlachen, gaf hem onverwacht een hand en vertrok.
'Ik zal een klacht bij de toezichtsraad indienen.' schreeuwde het hoofd hem achterna.
'Hm.' mompelde Alain. 'Extra werk!' en liep fluitend naar zijn woning. 'Ik zal nog eens proberen om mijn broer te spreken te krijgen.' dacht hij 'Dat is een crisismanager bij uitstek'.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

2. De wijkvergadering

'En daarom beste mensen moeten we hier tegen protesteren.' Op het podium stond een wat oudere vrouw. Haar haar viel met slierten over het gezicht. Onder haar oksels tekende zich grote zweetplekken af. Zweetdruppels parelden op haar voorhoofd. 'Hoe dan moeke?' schreeuwde een van de aanwezigen uit de rumoerige zaal. Natascha en Alain worstelden zich met moeite naar voren tot ze bijna recht voor het podium stonden.
'Onze aanwezigheid hier is het eerste protest.' Een luid applaus volgde. 'We zullen een petitie aanbieden aan de Raad van Twaalf. We hebben een tekst opgesteld. Iedereen kan ze ondertekenen!' Weer luid applaus. De vrouw keek onderzoekend in het rond. Ondertussen deinde de opeen gepropte massa heen en weer in de vergaderzaal van het wijkgebouw. Het condenswater droop van de wanden. De vrouw begon weer te spreken. 'Kan iemand de petitie geprojecteren?' vroeg ze. Weer opende ze haar mond. Maar er volgde geen geluid. Ze wees naar de microfoon en zaaide naar iemand achter in de zaal.
'De geluidsinstallatie heeft het begeven.' grinnikte iemand naast Alain.
Plotseling klonk een doordringend gezoem. 'Test, één, twee, drie, test, test.'
- 'Ok, hij doet het weer.' Ze veegde een sliert haar weg en keek achterom. 'Laat maar zien.' Op het grote scherm achter haar verscheen een tekst.

    'BEWONERS VAN DE GROENE WIJK OP DE VIERHONDERSTE LAAG, IN VERGADERING BIJEEN OP DE 49e DAG, PROTESTEREN MET KLEM TEGEN HET VERBOD OP HET VIEREN VAN HET NIEUWJAARSFEEST EN HET VERVALLEN VAN DE TRADITIONELE VRIJE DAGEN.'
De zaal werd rumoeriger. Alain hoorde om zich heen mensen discussiëren over de protestverklaring. 'Met zo'n slappe verklaring krijg je nooit die vrije dagen.'
- 'Waarom mogen we die feesten niet meer vieren?' hoorde hij Natascha vragen.
De man haalde zijn schouders op. 'Beslissing van de Raad van Twaalf.'
Plotseling zag Alain in een flits Monique tussen de mensenmassa. Een ogenblik later was ze niet meer zichtbaar. 'Ik zie iemand van het archief.' fluisterde hij Natascha in het oor.
Verbaasd keek Natascha hem aan. 'En je zei dat in deze wijk geen collega's wonen.'
- 'Nee.' mompelde hij terwijl zijn ogen opnieuw de menigte afzochten.
Een vrouw klom op een stoel en gebaarde naar de spreekster op het podium. Die deed net of ze niets zag..... 'Ik wil tot stemming overgaan. Bij het verlaten van de zaal kun je dan straks met je pas je handtekening zetten.' Het werd nog onrustiger. Diverse handen wezen in de richting van de vrouw op de stoel die nu breed zwaaiend boven het lawaai uit schreeuwde en om het woord vroeg. 'Niet stemmen.' riepen diverse aanwezigen.
Alain kreeg een por in zijn rug. Geërgerd draaide hij zich om en keek recht in de stralende glimlach van Monique. 'Hoi Alain! Warm hier hè?'
- 'Woon jij ook in deze wijk?' Haar antwoord kon hij niet verstaan omdat zijn buurman plotseling voluit begon te roepen en te klappen.
'Wie is vóór de geprojecteerde tekst?' De stem van de vrouw met de slierten haar klonk niet meer zo vast en strijdbaar als in het begin van de vergadering. Rondom Alain had iedereen het geklap en boe-geroep overgenomen. Ze probeerde het nog een keer maar staakte halverwege de zin haar poging om boven het lawaai uit te komen. 'Weer kapot.' grinnikte de buurman van Alain. Een tweede persoon beklom het podium. Hij maakte een bezwerend gebaar en wees naar de zwaaiende vrouw op de stoel. Het lawaai verstomde. Een microfoon werd doorgegeven. Even later bereikte de microfoon de vrouw. Bijna buiten adem begon ze. 'Het gaat helemaal niet om feestvieren en vrije dagen. We moeten weten waar we aan toe zijn. Hoelang zijn we nog onderweg? Waar gaan we naar toe? Wie beslist over onze toekomst, de Raad van Twaalf of Junior van ORAS?' Luid applaus volgde op haar woorden. 'We hoeven geen vage verhalen.' vervolgde ze met vuur. 'Één zin in die petitie is genoeg: WE EISEN OPENHEID EN BESLISSINGSRECHT.' Er ging een luid gejuich op dat langzaam overging in een ritmisch handen geklap.
Er liep een rilling over Alains rug. Hij boog zich naar Natascha en fluisterde in haar oor 'Kom, laten we gaan, hier kan ik niet tegen.' Langzaam werkten ze zich door de klappende en zingende menigte heen in de richting van de uitgang achter in de zaal. Toen ze vlak bij de uitgang waren gooide iemand de deur open. Een zwarte wachter stapte binnen. Hij bracht een megafoon aan zijn mond. 'In opdracht van de brandveiligheidsdienst verzoek ik u zich te verwijderen uit deze zaal!'
Verschrikt keken de achterste mensen om. Enkelen maakten dat ze wegkwamen. Hun plaats werd ingenomen door nieuwe wachters. Anderen reageerden kwaad en begonnen te schelden. Vastbesloten haakten de achtersten nu de armen in elkaar en vormden een levende keten. Alain klom vlak naast de uitgang op een verhoging. De nooddeuren aan de zijkant gingen nu eveneens open. Overal waren gehelmde wachters met getrokken wapenstokken zichtbaar.
De vrouw met de microfoon keek in het rond. 'Op deze manier geeft de Raad van Twaalf dus zijn eigen bevolking antwoord: met de helm en de wapenstok!' Er ging een schok door de mensenmassa. 'Voor de tweede maal sommeer ik u deze zaal.....'
Het gefluit en getier overstemde alles. Alain kon nauwelijks het snerpende fluitje horen. De zwarte gehelmde wachters begonnen vanuit de ingang met geheven wapenstok op te dringen. De massa deinde achteruit. Voor in de zaal waar meer ruimte was gingen mensen op de grond zitten. De wachters begonnen nu op de aan elkaar geketende eerste rij in te hakken. De mensen konden niet wegkomen. Ze struikelden, en vielen over elkaar. De wachters sloegen zich een weg naar voren naar het podium. Iedereen probeerde tegelijk via de nooduitgangen aan de zijkanten weg te komen.
De uitgang was even vrij. Natascha en Alain glipten naar buiten. Alain kon een uitval van een wachter ontwijken. Dat lukte Natascha maar half. De wapenstok raakte haar in de nek. Ze voegden zich bij de menigte die buiten op het grote plein luidkeels protesteerde. Weer zag Alain Monique. Ze stond vooraan en schreeuwde met verhit gezicht naar de wachters die in slagorde voor het wijkgebouw stonden opgesteld. Het plein raakte steeds verder gevuld met nieuwsgierigen en weggevluchte bezoekers van de wijkvergadering. Aan de zijkant van het plein kwam een nieuwe colonne gehelmde en gewapende wachters in dribbelpas aangelopen. Een fluitje snerpte. Ze hielden halt en stelden zich in een lange rij schouder aan schouder op. Weer snerpte het fluitje. De wapenstok werd geheven. Langzaam, stap voor stap kwamen ze dreigend op de menigte af. Opnieuw trachtten mensen een levende muur te vormen. Ook deze keer zonder veel overtuiging. Achter de brokkelige keten vluchtte de menigte weg naar de talloze toegangswegen tot het plein. De moed zakte zelfs de dappersten in de schoenen toen de wachters in looppas overgingen. In enkele ogenblikken was het plein schoongeveegd. Een cameraploeg liep achter de optrekkende wachters aan.
Natascha en Alain vluchtten een zijgang in en renden met vele anderen in de richting van hun woning aan de rand van de wijk. Plotseling hielden de voorsten hun pas in. Aan het eind van de straat was een versperring opgericht. Van achter drong de menigte op. 'Oh jeh.' hoorde hij naast zich. 'Ze grendelen de uitgangen van de woonwijk af. We kunnen geen kant op.' Alain keek opzij en zag Monique op hen toekomen. Haar gezicht stond angstig en gespannen. 'Kennen jullie hier de weg?'
Natascha knikte. 'Kom mee.' Ze gingen een schuifdeur door. Via een smalle gang kwamen ze in de parallelstraat waar hun woning was. Het was er stil in vergelijking met de grote doorgaande straat. Ze gingen binnen in de kleine wooneenheid, en ploften neer op de kussens van de zithoek. Geen van drie sprak een woord. Monique zat stil te snikken. Alain en Natascha staarden overrompeld in het luchtledige.

'Er broei zeker wat.' mompelde Alain na een tijdje. Dan keek hij op zijn polstransmitter. 'Half elf. Ik heb alle gevoel voor dag en nacht verloren. Zelfs het dimmen van de lichten zegt me niets meer. Alleen het werk zorgt nog voor een dag- en nachtritme.' Natascha en Monique knikten. 'Misschien is dat de reden waarom de bevolking aan het werk wordt gehouden.'
Hij liep naar de hoofdschakelaar en schakelde het grote scherm in voor het laatste nieuws. Het licht in de kamer verflauwde. Plotseling leek het alsof ze weer midden in de rellen stonden. Nu echter van achter de oprukkende wachters in plaats van ervoor. Een stem becommentarieerde op zakelijke en nuchtere toon de beelden. 'Vanavond liep in de groene wijk op de vierhonderste woonlaag een protestdemonstratie van wijkbewoners uit de hand. De bijeenkomst eindigde in een massale vechtpartij met de veiligheidspolitie. Volgens een woordvoerder van de Interne Veiligheidsdienst hitsten infiltranten van buiten de wijk de aanvankelijk vreedzame betoging op tot een anti-regeringsdemonstratie. Nadat de dreigende menigte niet reageerde op aanwijzingen van de dienst is ze verspreid. Bij de uitgangen van de wijk arresteerden veiligheidsbeambten een tiental verdachte personen afkomstig van buiten de wijk. Het organiserende wijkcomité distantieerde zich van de gewelddadige gang van zaken. Het comité diende bij de Raad van Twaalf een protestverklaring in tegen het verbod op het vieren van het nieuwjaarsfeest en het vervallen van de traditionele vrije dagen. De voorzitter van de Raad van Twaalf verklaarde daarop de maatregel nog eens goed te willen laten bekijken door de Sociale Commissie.'
De laatste beelden toonden de arrestatie van een demonstrant. De man werd afgevoerd door drie wachters.
Alain drukte het scherm uit en keek naar Monique. 'Infiltranten?' sprak hij op vragende toon.
Monique haalde haar schouders op. 'We hadden besloten om het wijkcomité een handje te helpen.' Ze moest lachen om haar eigen woorden. 'We konden ook niet vermoeden dat de veiligheidsdienst zou komen opdraven. Dit hadden we nooit verwacht....'

Het ochtendlicht was alweer ontstoken toen de bel van de voordeur ging. Natascha deed open en keek verbaasd naar de man en de vrouw die op de stoep stonden. 'U wenst?'
De vrouw trok een ernstig gezicht. 'We zijn van de medische Controledienst, U heeft zich vanmorgen ziek gemeld....'
Natascha knikte voorzichtig met haar hoofd. 'Dat klopt.'
- 'Wat mankeert u?'
Voorzichtig maakte Natascha de onderkant van haar nek vrij. Een grote blauwe plek werd zichtbaar. 'Ik kan mijn hoofd bijna niet bewegen.'
De vrouw kwam dichterbij en wierp een vakkundige blik op de beurse plek. Voorzichtig betastte ze de spieren. 'Doet dit pijn? Buigt u eens voorzichtig naar voren. Doet dit pijn?' Natascha schudde voorzichtig haar hoofd. 'Alleen spieren.' sprak ze meer naar haar collega dan naar Natascha. De man sprak enkele woorden in de microfoon van zijn polscomputer. 'Vijf dagen rust. Mag ik uw pas even hebben dan zal ik het inprogrammeren.'
Natascha liep naar binnen, het tweetal volgde haar ongevraagd. 'Doet u zich geen moeite.' sprak de man toen hij Natascha in de zakken van haar kleding zag zoeken. 'Volgens de centrale personeelscomputer passeerde u vanmorgen de controlepost bij de wijkuitgang.'
- 'controlepost? Wijkuitgang? Ik ben het huis niet uit geweest. Toen mijn man vanmorgen vertrok heeft hij mij ziek gemeld.'
Streng nu sprak de vrouw 'Waar had u uw pas opgeborgen?'
Natascha kreeg een rode kleur en voelde dat ze langzaam kwaad begon te worden.
'In mijn colbertjasje..... Gisteravond voelde ik mijn pas nog in mijn zak.'
- 'Was u gisteravond op de wijkvergadering?'
Sarcastisch bijna sprak Natascha 'Willen jullie nog meer bewijzen zien?'
Het tweetal zweeg. Ze keken elkaar aan. De man keek nog eens goed naar Natascha en haalde zijn schouders op. De vrouw gaf zich niet zo makkelijk gewonnen. 'Zag u gisterenavond op weg naar huis onbekenden, of misschien vanmorgen vroeg?'
- 'Bent u van de medische Controledienst?' vroeg Natascha nu geïrriteerd. De vrouw knikte zonder overtuiging. De man keek voor zich uit.
'Mag ik uw legitimatie zien?'
De vrouw maakte een ontwijkende gebaar. 'We maken onderdeel uit van een extra eenheid voor medische huis aan huis controle in verband met de ongeregeldheden van gisteravond. We hebben opdracht om de medische gevolgen te inventariseren.' Ze pauzeerde even. Ze wilde weer haar mond open doen. Natacha keek haar schamper aan. Ze schraapte haar keel. 'U krijgt van ons een tijdelijke pas.'
Natascha schoot in de lach. 'Van de medische Controledienst!? U maakt zich belachelijk met die banale smoesjes. Zeg liever dat u gewoon van de Interne Veiligheidsdienst bent en op zoek bent naar infiltranten in de wijkvergadering van gisteravond.'
Nu was het de vrouw die zich boos toonde. Terwijl ze Natascha de pas overhandigde beet ze haar toe 'We houden u in de gaten!' Ze draaide zich met een ruk om en stapte kordaat weg. 'Kom.' sprak ze tot haar collega. De man bracht een hand omhoog. Lachte naar Natascha, gaf haar een knipoog en liep achter zijn collega aan.

Alain keek haar met een gezicht vol ongeloof aan. 'Ik geloof je niet! Weet helemaal niemand de eindbestemming?' Hij zat met zijn koffie in de hand samen met Monique in het stadsdeelpark. Het was er rustig, terwijl het park toch midden in de woonwijk lag.
'Het is echt waar.' sprak Monique. 'Voor zover wij konden nagaan weet niemand van de volksvertegenwoordiging de eindbestemming. We hadden contact met leden van de Raad van Twaalf. Ook zij weten het niet.' Ze keek hem aan. 'Je gelooft me niet hè!' sprak ze 'Nou ja. Dat moet je zelf maar weten. Ik wilde je in ieder geval nog bedanken dat jullie me hebben gered uit handen van de Interne Veiligheidsdienst.' Ze gaf hem een kus.
Alain keek haar verward aan. 'Helemaal niemand?' vroeg hij. 'Weet alleen Junior van ORAS waar we naar toe vliegen?' Hij zag de oude man weer voor zich. Op zijn zetel. Alsof een schijnwerper hem van boven verlichtte, gezeten in een doorschijnende lichtblauwe bol. Overal om hen heen straalden de sterren. Beneden hem lag ORAS dat langzaam uit zicht verdween. Het was alsof de oude man dwars door hem heen had gekeken naar een verre toekomst. Daarna was het sprookjesachtige beeld veranderd. Plotseling was de blauwe bol en Junior van ORAS weer verdwenen. Iedereen was opgestaan.
'Misschien.' sprak Monique aarzelend. 'Weten er meer mensen wat onze eindbestemming is. Van hem is het zeker. Hij legde de weg al eens eerder af met een ruimtejager. Dat was jaren geleden. Na vijf jaar was hij terug. Toen is besloten dat we zouden vertrekken zo gauw er een dubbelbesluit genomen was.'
Alain schudde zijn hoofd. 'En de hele bevolking van ORAS heeft zich hierbij neergelegd?'
Monique knikte. 'De Raad van Twaalf besliste of en wanneer we van ORAS zouden vertrekken. Junior van ORAS bepaalde de bestemming. Hij is er geweest. Het was een dubbelbesluit. Als de Raad de tijd rijp achtte om te vertrekken zou hij de geheime koers opgeven aan de centrale besturingscomputer van het LAM.'
- 'Maar waarom al die geheimzinnigheid?'
Nu was het Monique die Alain verbaasd aankeek. 'Snap je dat dan niet? De Centrale Macht trachtte ons eenmaal te vernietigen op Terra. Ze achterhaalde ons op ORAS en poogde ons opnieuw te vernietigen. Onze eindbestemming is het best bewaarde geheim in de Nevel. Het moest het best bewaarde geheim in de Nevel zijn. Er mocht geen enkel risico zijn dat de Centrale Macht het te weten zou krijgen. Iedereen was daarvan doordrongen.'
- 'Was....?'
- 'Ja 'was'. Nu vliegen we sneller dan het licht door de Nevel. Niemand kan ons achterhalen. We zitten opgesloten in het LAM. Wegvliegen in een ruimtejager kan niet zolang we boven de lichtsnelheid zitten. Lichtboodschappen verzenden kan niet, ze zouden met ons meereizen. Niemand weet hoelang de reis duurt. Vijf jaar? Één jaar? De mensen gaan twijfelen aan het nut van het nog langer geheim houden van de eindbestemming.' Ze keek op haar polstransmitter. 'We zijn te laat.'

Snel liepen ze terug naar het Centrale Archief.
'Kunt u beide even meekomen.' De stem van de afdelingschef klonk bijna vriendelijk. Ze liepen naar zijn kantoor dat via een raam uitkeek op de werkruimte.
Monique begon te spreken. 'Ik kan het u uitleggen het is mijn schuld.'
Met een handgebaar legde hij haar het zwijgen op. Hij richtte zijn wijsvinger dreigend op Alain. 'Meneer Chamin.... U mag dan wel goede relaties hebben met raadslid Chris Vader, maar dit is de laatste keer dat ik u waarschuw.' Hij keek even dreigend naar Monique en vervolgde 'U gaat nu beide aan de slag en ik wil dat u me niet meer stoort, anders vliegt u eruit.' Hij zette zijn woorden kracht bij door demonstratief achter zijn eigen lees/schrijver bij het raam te gaan zitten alsof er niemand meer in het kantoor aanwezig was. Pas toen ze enige tijd roerloos bleven staan wachten, wuifde hij hen met een handbeweging weg. Ze verlieten zijn kantoor.
'Heb jij relaties met Chris Vader?' fluisterde Monique nog voor ze bij hun bureau's waren.
Alain knikte en fluisterde terug 'Chris Vader is mijn halfbroer.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

3. Op bezoek

Nieuwsgierig keek Alain in het rond. De wooneenheid van Chris Vader was zo mogelijk nog eenvoudiger ingericht dan die van hemzelf. Ze lag op geringe afstand van de vergaderzaal van de Raad van Twaalf. Hij had een afspraak moeten maken.
'Je hebt het zeker erg druk.' Chris Vader gaf geen antwoorde. Alain probeerde opnieuw het gesprek op gang te brengen. 'Hoeveel tijd is er nu al verstreken?'
- 'Wat wil je eigenlijk?' vroeg Chris Vader ruw. Hij zat in een ontspannen houding voor Alain.
'Je weet best wat ik bedoel Chris. Hoelang zijn we onderweg?'
Hij maakte een wijds gebaar. 'We zijn nu bijna tien lichtjaren van ORAS verwijderd.'
Alain verzonk in gepeins. 'De kruissnelheid van het LAM is twintig keer de lichtsnelheid. We zijn dus bijna een half jaar onderweg.... Het lijken maar een paar weken.'
'Ik weet wat je denkt.' zei Chris Vader geamuseerd. 'Je denkt dat we nog maar enkele weken onderweg zijn. Dat is maar schijn. Onze tijdsbeleving is recht evenredig met de snelheid en de massa van het LAM.' Alain keek zijn broer een ogenblik aan en dacht 'Nu heb ik hem verleid tot allerlei saaie betogen over tijdsperceptie.'
'Je kan het ook vanuit het standpunt van een buitenstaander bekijken.' Vervolgde Chris Vader 'Als die van buiten af in het LAM zou kijken zou het net zijn alsof zich alles in het LAM uiterst langzaam afspeelt; de bewegingen, het denken, alles, terwijl het ruimteschip voort raast met een enorme snelheid.'
Alain onderbrak hem. 'Hoever gaan we? Hoelang duurt het nog?' Hij kon de bitse toon in zijn woorden nauwelijks verhullen.
Chris Vader glimlachte. 'Wat een ongeduld broertje. Het is geheime informatie. Ik kan je daarover niets mededelen. We gaan in ieder geval zó ver dat de Centrale Macht ons niet meer kan achterhalen.'
- 'Waar gaan we dan precies naar toe. Wat voor soort planeet is het? Lijkt ze op ORAS of Terra?'
Chris Vader haalde zijn schouders op. 'Alleen vader weet precies waar het is en hoe het er daar uitziet. Hij is de enige die het met eigen ogen aanschouwde. Hij zegt dat het er een paradijs is, een hemel.'
Alain keek zijn broer indringend aan. 'Chris. Er is onrust in het LAM. De mensen willen meer weten over hun eindbestemming.'
Weer speelde een geamuseerd glimlachje om de mondhoeken van Chris Vader. 'Jij weet kennelijk precies wat er omgaat in de ORASsianen, is het niet broertje.....?'
- 'Je weet best wat ik bedoel Chris. Als Junior dat paradijs bezocht waarom laat hij er dan niet wat beelden van zien dan is iedereen tevreden.'
- 'Jij weet ook wat ík bedoel broertje. Mij bereikte informatie dat je omgaat met oproerkraaiers.'
Alain keek nu peinzend naar zijn broer. 'Waar brengen jullie het LAM naar toe Chris, waarom toont vader geen beelden van het nieuwe paradijs? Wat zit er achter al die geheimzinnigheid? Wat houden jullie verborgen? Wat mag zelfs nu niemand weten, nu toch alle risico voor uitlekken van informatie is verdwenen?'
Chris Vader stond op. 'Wat begrijp jij daarvan? De afspraken zijn duidelijk. Pas als we zijn aangekomen zal iedereen weten wat onze eindbestemming is. Er blijft gevaar voor uitlekken. Stel dat we oponthoud hebben of dat we tijdelijk langzamer dan de lichtsnelheid gaan. Elke idioot kan ons dan met een lichtboodschap verraden.'
Onnozel vroeg Alain 'Zijn er dan plannen om onderweg te stoppen?'
- 'Nee.' klonk het kortaf. Chris Vader ging weer zitten. En alsof hij een kind toesprak vervolgde hij geduldiger 'We gaan met een snelheid die het minste risico oplevert. Het LAM kan zonder problemen 100 keer de snelheid van het licht halen. Dat zou wel handig zijn, want in onze beleving zou de reistijd evenredig teruglopen. Maar de risico's van botsingen met meteorieten of oververhitting door de wrijving van ruimtestof zijn te groot voor zo'n kolossaal ruimteschip als het LAM. Met de huidige kruissnelheid kunnen de computers de juiste baan berekenen om grote obstakels te vermijden. Hogere snelheden zijn bovendien te riskant omdat we te traag op problemen en gevaren reageren.'

Alain's gedachten dwaalden af. 'Die verhalen over de gevaren van hoge snelheden heb ik al eerder gehoord.' dacht hij. 'Het zijn allemaal excuses en uitvluchten'. En nog voor de volgende gedachte zich volledig in zijn hoofd had gevormd gooide hij hem eruit. 'Waarom kan in Junior niet te spreken krijgen...? Waarom laat die zich aan niemand meer zien? Waarom heeft Junior zich opgesloten in de gravitatiezaal en waarom mag niemand naar binnen?'
Chris Vader sprong op alsof hij door een slang werd gebeten. 'Geloof je niet wat ik je vertel? Denk je dat je van onze vader wat anders te horen zult krijgen?'
Alain begreep dat hij niet wijzer zou worden van zijn broer. 'Misschien.' zei hij bedaard terwijl ook hij nu opstond. 'Van jouw wordt ik in ieder geval niks wijzer. Je houdt informatie achter waarop iedereen recht heeft. Straks blijkt dat het beloofde paradijs maar een fictie is in het hoofd van een oude man. Dan kunnen we met z'n allen teruggaan. Allemaal verloren tijd.'
Chris Vader liep rood aan bij de laatste woorden van Alain. 'Wat weet jij ervan meneer Alain Chamin, die praat over tijdverlies terwijl hij zijn dagen in onbenul sleet op de planeten van de Federatie?' siste hij. 'Eenmaal was er verdeeldheid onder het volk van Terra, eenmaal gaf vader toe aan jouw vader en nodigden ze de Federatie uit om te onderhandelen. Dat was een moment van zwakte, en miljoenen hebben daarvoor geboet met hun leven. Die fout maken we niet weer opnieuw.'
- 'En jij grote broer die alles weet en niets zegt. Vertelde pappie jouw wel alles of heeft hij voor jouw ook nog geheimen. Heb jij geen twijfels? Mag jij soms ook niet met hem spreken?'
Het vrome gezicht van Chris Vader maakte plaats voor een kwaadaardige uitdrukking 'Verdwijn uit mijn ogen.' schreeuwde hij. Hij wees naar de deur. 'Ik zal jullie bij de eerste volgende gelegenheid uit het LAM laten zetten. Let op mijn woorden. Bij de eerst volgende gelegenheid. Jullie zullen het paradijs niet aanschouwen. Zowaar als ik hier sta. En vader zal achter mij staan.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

4. De samenzwering

'Hoeveel van ons zijn aangehouden?' De gemaskerde man keek de kring rond. 'Er ontbreekt niemand. Twee leden zijn nieuw. Op de nieuwsberichten was sprake van tien aanhoudingen.' Hij zweeg en keek weer de kring rond. 'Weer bluf van de veiligheidsdienst?' Niemand sprak een woord.
'Misschien waren het toevallige bezoekers.' probeerde Alain voorzichtig. 'Van buiten de wijk die nieuwsgierig waren naar de bijeenkomst.'
De man keek hem aan. Alleen zijn ogen waren vaag zichtbaar. Ze waren allemaal gemaskerd.
'We mogen elkaar niet herkennen.' had Monique uitgelegd. 'Alleen de voornamen zijn bekend, en niemand weet of die vals zijn of echt.'
- 'Waarom?' had Natascha gevraagd.
'Leugendetectoren bij de veiligheidsdienst.' was alles wat ze zei.
'En wij drieën dan.' vroeg Alain.
'Ja dat is een risico. Ik kan er voortaan niet meer bij zijn en niet meer meedoen met risicovolle acties.' Er klonk spijt in haar stem.

'De Interne Veiligheidsdienst heeft lucht van onze organisatie. Dat maakt alles wel moeilijker.' De man stond voor de groep. Naast hem stond een soort schildersezel met daarop een wit metalen bord. In zijn hand had hij iets dat op een viltstift leek. 'Ik stel jullie voor aan onze twee nieuwe groepsleden. Alain en Natascha. Monique is hier vandaag voor het laatst. Ze zal zich over enige tijd voegen bij de bovengrondse 'burgerlijke ongehoorzaamheids' tak.' Hij pauzeerde even alsof hij de groep de gelegenheid wilde geven om vragen te stellen. Het bleef stil. Het was alsof iedereen zelfs bang was om later elkaars stemgeluid te kunnen verraden. 'Goed.' vervolgde hij. 'Nu de eigenlijk reden van deze bijeenkomst. Alain mag ik jou het woord geven.'
Aarzelend stond Alain op, alsof hij moed moest verzamelen om te spreken. Bedroefd bijna dacht hij 'Alles wat ik tot nu toe heb ondernomen kan ik naar Junior Vader verdedigen. Als ik nu spreek speel ik dubbel spel.' Hij zuchtte diep en dacht 'Waarom zijn ze dan toch ook met die reis naar de eeuwigheid begonnen?' De beeltenis van zijn vader en moeder speelde door zijn hoofd. De vallende rotsblokken en de hemel die in brand stond. Hij keek naar Natascha en naar Monique. Natacha gaf hem een bemoedigende glimlach. 'Ik heb gesproken met Chris Vader.' De gemaskerde groepsleden schoven onrustig op hun stoel bij deze mededeling. 'Erg spraakzaam was hij niet.' vervolgde Alain met onvaste stem. 'Hij wilde niets kwijt over de eindbestemming en niets over de reisduur of reisafstand. Hij wilde alleen kwijt dat het volgens Junior van ORAS een paradijs is waar we naar toe gaan. En, dat we niet stoppen uit veiligheidsoverwegingen.'
Ze schoven weer onrustig over hun stoel.
'Ik vertel ze niets nieuws.' besefte Alain. 'Ze zitten op hete kolen....' 'Toen kregen we ruzie. Wie de oprechtheid van Junior Vader in twijfel trekt krijgt gegarandeerd ruzie met Chris Vader. Daar kan hij niet tegen.' Alain keek opnieuw naar Natascha. 'We hebben lang nagedacht over wat hij tijdens die ruzie zei. Als mensen emotioneel zijn zeggen ze soms onbewust dingen die ze anders zouden verzwijgen.... Hij bezwoer dat hij mij bij de eerstvolgende gelegenheid uit het LAM zou verbannen.' Hij peilde de reactie van de groep.
Alleen de gemaskerde man voor het schildersezel sprak 'Wat wil je zeggen Alain?'
- 'We denken dat Chris Vader ons in zijn driftbui belangrijke informatie gaf zonder dat hij zich ervan bewust was: er is kennelijk een eerst volgende gelegenheid waarop de mogelijkheid bestaat om het LAM te verlaten.'
- 'Heb je enig idee wanneer?'
Alain schudde zijn hoofd. 'Er is nog wat.' vervolgde hij. 'Chris Vader besloot zijn tirade met de mededeling dat Junior van ORAS achter hem zou staan. Dat kan van alles betekenen. Misschien wil dat zeggen dat Chris Vader regelmatig contact met Junior van ORAS heeft.'
Nu nam een van de groepsleden het woord. 'Zelfs de leden van de Raad van Twaalf hebben geen contact met Junior van ORAS gehad sinds we zijn vertrokken van ORAS. Dat bezweer ik jullie. De afspraak met de Raad van Twaalf is dat tijdens de reis niemand met Junior van ORAS contact heeft. De gravitatiezaal is verzegeld en hermetisch gesloten. Hij heeft de besturingscomputer geprogrammeerd en is sindsdien onbereikbaar. Niemand kan hem dwingen om de koers te veranderen. Elk risico is uitgesloten.'
- 'Misschien zijn er uitzonderingen...' waagde Alain.
Heftig nu sprak dezelfde vrouwestem. 'Dat is onmogelijk. We namen een duidelijk dubbelbesluit. De volksvertegenwoordiging vervulde zijn democratisch taak. De taakverdeling was helder. De afspraken waren helder. We moesten elk risico uitbannen. Geen uitzonderingen.'
Peinzend keek Alain in haar richting en dacht 'We'?.... 'Als ze emotioneel zijn zeggen mensen onbewust dingen die ze anders zouden verzwijgen'.
'Deze discussie brengt ons niet verder.' onderbrak de gemaskerde man. 'Laten we de praktische betekenis van de conclusies van Alain bespreken. Wie wil het woord.'
Uit de verste hoek kwam een zachte stem. 'De eerste conclusie heeft voor ons geen waarde. Ook al komt er een gelegenheid om het LAM te verlaten.......dan zou niemand dat willen. We zijn één volk met één bestemming. Die bestemming moeten we kennen zodat we weten wat ons te wachten staat. De tweede conclusie is veel interessanter. Als contact met Junior van ORAS bestaat of mogelijk is, dan kunnen we eisen dat hij de eindbestemming bekend maakt.... Als er iemand is die contact met hem heeft dan moet dat Chris Vader zijn..... Onze acties moeten zich richten op Chris Vader.'
De gemaskerde man knikte instemmend. 'Nog meer meningen?' Niemand zei meer wat. 'Goed. Ik zal hierover overleggen met de bovengrondse tak. Jullie krijgen nog instructies voor de ondergrondse activiteiten.' Hij pakte het witte bord van het schildersezel en plaatste het terug op het onderstel van de tafel.
Een voor een verlieten ze het zaaltje door een tussendeur die leidde naar het drukke café. Als laatste gingen Alain en Natascha.

'Zullen we nog een biertje drinken?'
Natascha knikte. 'Ja, daar heb ik zin in. Het was er warm.'
Ze gingen aan de bar zitten. Alain zag haar vermoeide uiterlijk en vroeg 'Hoe was jouw dag?'
- 'Saai en vermoeiend. Ik ben het niet gewend om acht uur aan een stuk te werken. Ik ben niet geschikt voor informatica.'
Alain moest lachen.
'Waarom lach je. Ik meen het! Goed, ik geef toe dat ik er pas laat achter ben gekomen. Toen zat ik al bij het ambtenarenkorps van de Centrale Macht op de Derde Planeet.... Maar het lijkt wel of de pech me achtervolgt. In het ruimtependel moest ik weer met die informatica aan de slag. Vreselijk. Ik zou graag willen dat het LAM werkelijk een tussenstop maakt. In de buurt van een bewoonbare planeet. Dan zouden we daar kunnen blijven, tot we er genoeg van kregen. Dan gingen we elke dag zwemmen in een gebied met een mooi klimaat. Of lekker in de zon liggen. En 's avonds zouden we een vuur maken en met onze vrienden zingen en eten en drinken tot het ochtendlicht.... Stel je voor een rode zon die langzaam uit het water komt....'
Alain pakte haar hand. 'Zullen we hier ook een hapje blijven eten?'
Natascha knikte. 'Alles is beter dan de kantine op mijn werk.' sprak ze lusteloos.
Alain keek haar onderzoekend aan. 'Ik voel me ook opgesloten. Bovendien kan ik niet wennen aan het idee dat we met een vaart van twintig keer de lichtsnelheid naar een onbekende bestemming vliegen.'
Overal om hen heen waren drukke gesprekken gaande. Er hing een rokerige warme benauwde atmosfeer. Ze keek hem vertwijfeld aan. 'Het is alsof we na het doorbreken van de lichtbarrière in een cocon zitten opgesloten. Het is alsof ik in een droom leef en er niet uit wakker wordt. Hoe komen we hieruit weg Alain? Als dit nog lang duurt wordt ik gek.'
Hij haalde moedeloos zijn schouders op. 'Misschien is er een kansje. Maar we zullen op eigen kracht moeten vertrouwen.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

5. Het feest

'Wat vindt jij ervan?' vroeg Alain aan Natascha.
'Het is gewaagd.' antwoordde ze 'Maar misschien bereiken ze in één klap hun doel.'
- 'Maar waarom kozen ze òns uit?'
- 'Dat lijkt me niet moeilijk te bedenken. We horen immers niet tot de ORASsianen.' zei Natascha nuchter. 'We zijn buitenstaanders.'
Alain schudde zijn hoofd 'We komen allemaal van Terra.'
- 'Ze namen afscheid van Terra én van ORAS.' Natascha zei het bijna terloops.
Zijn maag kromp ineen. 'Lilian, Henri .... Is alles voor niets geweest?...'
'Als ze óns arresteren verliezen ze niets.' besloot Natascha. 'Kom het is tijd. Dit is onze enige kans. We moeten hem grijpen.'
Ze stonden op. Ze liepen naar de centrale liftenkoker. De gangen waren vol volk. allemaal liepen ze in dezelfde richting. Alain merkte het niet. Zijn gedachten waren elders. 'ORAS is vernietigd, maar Terra bestaat nog. Twee jaar hebben ze gewerkt aan de operatie tegen ORAS. Op Terra was de Centrale Macht niet uit op algehele vernietiging, ook al denken de ORASsianen van wel.'
Hij schrok op van Natascha's stem. 'De bovengrondse tak deed zijn werk goed. De Raad van Twaalf organiseert het feest op het 44e niveau.'
Hij knikte. Een lift stopte. Ze stapten in. Natascha drukte op het cijfer 44. De lift was vol met feestgangers. Ze zoefden omlaag en stopte even later. De liftdeuren openden zich. Ze kwamen in de brede cirkelvormige hal die de liftenkoker omsloot. Het was er helemaal vol met mensen die in rijen voor de loketten stonden. 'Daarheen.' Natascha wees op het bordje 'congrescentrum' en liep precies de andere kant op.
Op dat moment baande een viertal werklieden met een kar vol houten kisten zich een weg door de menigte. 'Even openmaken.' riep er een naar de dichtstbijzijnde lokettist. Een grote schuifdeur ging langzaam open. Ze konden in de grote zaal kijken. Deze was al aardig gevuld. Langzaam schoof de deur weer dicht. 'Ik zou wel even willen meedoen met het feest.' zei Natascha zachtjes en kneep Alain in zijn hand. 'Is dit nog niet spannend genoeg?'
Ze moest lachen. Ze bereikten het trappenhuis. Hier was het veel rustiger. Niemand keek toen ze de deur open duwden en snel door de opening glipten. De deur viel met een zachte plof achter hen dicht. Het was er koud. Hier en daar brandde een lamp. De buizen van de airconditioning maken het typische geluid van schurende luchtstromen.
'Dit trappenhuis wordt zo te zien niet veel gebruikt.' fluisterde Alain. 'Zeker omdat we zo dicht bij de centrale liftenkoker zitten.' opperde Natascha. 'Verderop zijn nog meer trappen. Die zullen wel meer gebruikt worden.' Vanuit het trappenhuis waren slecht verlichte gangen zichtbaar. 'Alleen voor onderhoudspersoneel' stond er boven. Hier en daar brandde een lamp. Het geluid van druppelend water overstemde de schurende luchtstroom. Buizen en leidingen verdwenen in het verre niets.
Boven hen ging een deur open. Een felle lichtstraal viel naar binnen. Ze doken in een nis. Een vijftal wachters in hun typische zwarte kleding daalde de trap af. Het gedreun van laarzen galmde in het rond en overstemde het gefluit van de airconditioning. 'Hier zijn dus ook controles.' fluisterde Natascha. Halverwege de trap stopte de colonne. Een voor een klommen de zwarte gestalten in een onderhoudsgang. Toen de laatste was verdwenen slopen Alain en Natascha verder omhoog en openden de deur waaruit de wachtpatrouille was gekomen. '45' stond er boven de deurpost aangegeven. Ze kwamen uit in de brede ronde gang die de gravitatiezaal omsloot. Voorzichtig keek Natascha in het rond. Er was geen mens te zien. Vijftig meter verderop waren de deuren van de gravitatiezaal zichtbaar. Meer naar rechts lagen midden in de hel verlichte gang de toiletruimten. Ze keken elkaar aan. 'Nu.' Zachtjes slopen ze langs de muur. Op hun tenen renden ze naar de overkant. Natascha opende met een elektronische sleutel de deur van de toiletruimte. Snel sloten ze zich op in een toilet. Alain plakte een stikker op de buitendeur. 'Defect.' Natascha klom op WC-bril en tuurde door het luchtrooster de gang in. 'Perfect.' fluisterde ze. 'Vlak bij de toegangsdeuren.' Een licht gerucht van voetstappen klonk. Een patrouille kwam de bocht om. De drie wachters wandelden rustig naast elkaar door de brede gang. Toen ze uit het gezicht waren fluisterde Natascha 'Ja de kust is veilig.'
Alain sloop naar buiten en plakte snel een plat wit doosje net onder het midden van de deur van de zaal. Nu liep hij achter de wachtpatrouille aan. Op elke volgende deur plakte hij eenzelfde wit doosje. Vlak bij, voor zich, hoorde hij de wachters lopen zonder dat hij ze door de kromming van de gang kon zien.
Plotseling werd het stil. Hij hield zijn pas in. Zijn hart klopte in zijn keel. Ze waren bijna helemaal rond gegaan. 'Zijn ze gestopt? Draaien ze zich om?' Gespannen als een veer bleef hij staan.
'Waar blijft patrouille acht.' hoorde hij voorbij de bocht iemand zeggen. 'Misschien zijn ze vertraagd....... Nee ik denk eerder dat wij te snel liepen.' zei een ander.
Plotseling hoorde hij een vreemd tikkend geluid.
'Wat is dat?' vroeg de derde stem. De wachters liepen nu snel van hem vandaan. Zachtjes sloop Alain achter hen aan. Schuin achter zich hoorde hij voetstappen in het trappenhuis. 'Nu of nooit'. Hij rende geruisloos de laatste tien meters naar de toiletruimten en glipte naar binnen. De wachters draaide zich om. Door de deur van het trappenhuis kwam patrouille acht luidruchtig de brede gang binnen. 'Wat is er? Waarom zijn jullie te laat?'
- 'Maak je niet druk. We moesten een lekkage doorgegeven aan de onderhoudsdienst.'

De grote zaal van het congrescentrum was nu bijna vol gestroomd met feestgangers. Overal stonden tafels, overal verspreid waren podia. De barman liet de tap open staan en vulde zonder ophouden de glazen die zijn collega vervolgens in de vele uitgestrekte handen drukte. Midden in de zaal speelde een groot orkest dansmuziek. De dansvloer was vol met zwierende paren. De verlichting was aangepast. In plaats van het gebruikelijke witte licht stonden nu overal lantarens die gekleurd licht uitstraalden. In de zijzalen waren eveneens podia opgericht. Hier speelden muzikanten andere soorten muziek variërend van Jazz, Blues, Rock & Roll tot New Wave en Hip Hop. Het was duidelijk waar de jeugd zich toe aangetrokken voelde. In de hoeken waar het geluid wat minder doordrong waren drukke gesprekken gaande. Vrienden en bekenden ontmoetten elkaar. Iedereen was speciaal gekleed voor deze bijzondere gelegenheid.

Het dansorkest stopte met spelen. De voorzitter van de Raad van Twaalf klom onder luid applaus op het podium. 'Dames en heren, beste mensen. Het is ons een groot genoegen dat u in zo grote getale hierheen bent gekomen. De Raad van Twaalf beseft dat de weken en dagen vlak voor ons vertrek voor iedereen spannend en enerverend waren. Die spanningen moesten zich ontladen. De Raad van Twaalf heeft er begrip voor. Werk alleen is geen oplossing daarom zijn we nu hier.'
Achter in de zaal ontstond een vechtpartij tussen twee mannen. Twee wachters verschenen uit het niets en probeerden de vechtenden te scheiden.
'Zoals U weet zijn we op weg naar een nieuwe toekomst.' Iemand uit de menigte schreeuwde 'Hoe lang nog?' De voorzitter negeerde de kreet. 'Junior Vader ging ons voor.....' vervolgde ze. 'Waar naar toe?' riep een andere stem uit de massa. 'Ons vertrek is bespoedigd door de Centrale Macht.'
De vechtpartij achter in de zaal ging ondertussen door. Meer mensen mengden zich erin. Een nieuwe groep wachters verscheen. 'Wat moeten die wachters hier op ons feest.' schreeuwde een stem boven de massa uit. Er ging een schok door de menigte. De voorzitter verdween van het podium en het orkest begon te spelen. Er klonk een knal en er steeg rook uit de loudspeakers. Vertwijfeld keek de dirigent in het rond. Het orkest speelde door maar het was net alsof de samenhang uit het muziekstuk was verdwenen. De koperblazers speelde een ander ritme dan de strijkers. De krampachtig doorspelende musici verzorgde een bijna surrealistisch geluidsdecor. Weer klonk een knal. Een deel van de verlichting viel uit.
'Naar buiten.' schreeuwde iemand. De schuifdeuren gleden open. De menigte stroomde naar buiten de hal in. Daar kwamen net uit de richting van de centrale liftenkoker versterkingen van de veiligheidsdienst aangelopen. De trappenhuizen werden geopend.

'Daar komen ze.' Alain en Natascha hoorde het geluid van voetstappen in het trappenhuis. Natascha drukte op de automatische ontsteking. Met een serie lichte knallen vlogen de deuren van de gravitatiezaal open. De eerste feestgangers verschenen in de hal en hielden verbaasd stil bij het schouwspel van de geopende deuren. Achter hen drong de menigte op. Voorzichtig liepen de voorsten door en keken de donkere zaal binnen. De brede gang vulde zich. Een vrouw draaide zich om. Op haar gezicht was verbijstering af te lezen. 'De zaal is leeg.' fluisterde ze bijna onhoorbaar. Langzaam groeide de menigte aan en vulde de gang rond de gravitatiezaal. Het was onnatuurlijk stil. Door de aan weerszijden geopende deuren was zichtbaar hoe ook de andere kant van de gang zich vulde met verdwaasde feestgangers. Natascha en Alain glipten de toiletruimten uit de mensenmassa in. Vanuit de grote zijgang klonk geluid van marcherende laarzen. Een colonne zwarte wachters kwam de ruimte binnen lopen. De menigte week uiteen. In het midden liepen Chris Vader en Kafida. Ze liepen de gravitatiezaal binnen. Vanuit de gang was zichtbaar dat er licht werd ontstoken.
Kafida kwam weer naar buiten. 'Komt u binnen.' Hij wuifde met zijn hand, zijn stem was vriendelijk. Voorzichtig liepen de voorsten, meer van achter geduwd dan op eigen kracht, de zaal binnen. Midden in de zaal in de witte cirkel stond Chris Vader op een verhoging. Van boven scheen een schijnwerper recht naar beneden en zette hem in een witte, bijna blauwe, gloed. Zijn donker golvend haar glinsterde, zijn helle blauwe ogen priemden de zaal in. Hij wachtte tot er niemand meer bij kon.
Hij hief één arm op. Zijn stem rolde als de donder. Een beschuldigende vinger wees naar de menigte. 'U bent het slachtoffer van een duivels komplot. Zelfs hier nog is er twijfel en tweedracht die alleen de Centrale Macht in de kaart kan spelen.' De stilte die viel na zijn woorden was bijna even indrukwekkend als zijn stemvolume. 'We zullen de schuldigen achterhalen en mijn vader zal beslissen wat met hen gebeurt.' Bij zijn laatste woorden had hij zijn beide armen omhoog geheven. Dreigend brulde hij 'Alleen de uitverkorenen zullen onze einddoel halen en voor altijd zijn bevrijd van de Centrale Macht.' Nu leek het even of hij aarzelde. 'Morgen is er een korte onderbreking van onze reis. Dan zal ook mijn vader tot u spreken.' Rustig peilde hij het effect van zijn woorden.
'Lang leve Chris Vader.' riep plotseling een stem. Anderen namen de kreet over. En even later juichte en klapte de hele menigte hartstochtelijk. Chris Vader keek met een zegevierende glimlach in het rond. Dan stapte hij van het podium af en werd omringd door wachters.

'Kom.' zei Alain tegen Natascha. Met afkeer keek hij om zich heen. Natascha knikte en ze schuifelden naar buiten. De hal stond vol met mensen die probeerden een glimp op te vangen van wat er binnen in de gravitatiezaal gebeurde. Ze liepen in de richting van de centrale liftenkoker. Achter hen klonk het gedreun van soldatenlaarzen. Ze keken om en zagen de colonne wachters uit de menigte te voorschijn komen. Snel liepen ze door en bereikten de centrale liftenkoker. Plotseling verstomde het geluid achter hen. Natascha en Alain keken elkaar aan. Zachtjes liepen ze terug en gluurden om de hoek de gang in. 'Ze stoppen.'
fluisterde Natascha. 'Ze sluiten de gang af.'
Alain zag dat Kafida de wachters aanwijzingen gaf terwijl Chris Vader op hem wachtte. Even later kwam het tweetal in hun richting. 'Weg hier.' fluisterde Alain verschrikt. Ze renden naar een zijgang en verscholen zich.
'Zo gaan ze tenminste weer terug naar de feestruimte.' hoorde ze Chris Vader zeggen.
'Brood en spelen.' gniffelde Kafida.
'En hoe vond je mijn optreden, Michael?'
- 'Indrukwekkend, zonder meer effectief en indrukwekkend...'
Er klonk een zweem van onzekerheid in de stem van Kafida.
'Zeg op Michael, wat ligt er op je hart?' Chris Vader had het ook gehoord.
'Wel..' begon Kafida. 'Wel... Ik vond het niet zo verstandig dat je ons oponthoud bekend maakte.'
- 'Ik heb er even over geaarzeld. Maar ik moest de angel uit de onrust halen. Die oproerkraaiers hebben nu geen poot meer om op te staan.'
Kafida deed er het zwijgen toe.
'Je bent het niet met me eens?'
- 'Jawel, jawel, murmelde Kafida. 'Maar toch, de veiligheid, we zijn pas op een honderdste deel van de afstand, ik vrees....' De woorden vielen weg. De liftdeuren sloten zich en het tweetal zoefde omhoog.

Alain rekende automatisch. 'Tien lichtjaren hebben we afgelegd en we zijn op een honderdste deel van de totaal af te leggen afstand. Een Federatief ruimteschip zou er meer dan 1000 jaar over doen om hen op de eindbestemming te achterhalen.'
Natascha raadde zijn gedachten. 'Dergelijke tochten onderneemt de Centrale Macht niet, tenminste, niet zolang ze daartoe de snelle ruimtevaart technologie mist. En die kennis is aan boord van het LAM en is nergens anders.'
Alain knikte. 'Ik kan er nog steeds niet aan wennen. En het kan volgens Chris nog veel sneller.'

Ze bereikten hun woning. De zoemtoon van het interne communicatienetwerk klonk. Natascha schakelde het grote beeldscherm in. Chris Vader verscheen in beeld. Hij was van top tot teen zichtbaar. Alain staarde hem aan. 'Hallo Chris.' zei hij terwijl hij zijn handen op zijn rug vouwde en afwachtte.
Zijn broer had alleen zijn hand opgestoken als teken van groet. Hij was nog steeds gekleed in zijn witte woestijn outfit. Het leek alsof zijn lange haren wapperden in de wind. 'Jullie hebben het waarschijnlijk al vernomen?'
- 'Wat?' vroeg Alain. Achter hem hoorde hij Natascha gaan zitten.
- 'We houden een tussenstop.....'
Alain onderbrak hem. 'Je had gezegd dat er geen oponthoud zou zijn.'
Chris Vader maakte een afwerend gebaar. 'Maak je niet druk broertje. Veiligheid gaat voor alles.' Direct vervolgde hij 'Vader vroeg me of jullie erbij zouden willen zijn in de gravitatiezaal... Je hoeft natuurlijk niet te komen....' Hij vertrok geen spier in zijn ondoorgrondelijke vrome uiterlijk.
'Heb je dan toch contact met Junior?'
- 'Niemand heeft contact met vader.' Sprak Chris Vader met nadruk. 'Alles is vooraf geregeld.'
'Goed.' zei Alain 'Als vader onze aanwezigheid op prijs stelt zal ik er graag zijn.'
- 'Zoals je wilt.' antwoordde Chris Vader. Hij bleef staan terwijl zijn beeld langzaam vervaagde.

'Als het aan je broer ligt dan waren wij er niet bij.'
Alain knikt en bleef naar het scherm staren.
'Ik snap het niet.' vervolgde Natascha. 'Hij hoeft Junior alleen maar te vertellen dat we in verbinding staan met de ondergrondse en dan krijgt hij zijn zin? Zou hij dan toch geen contact met hem hebben? Wat wil Junior?'
Hij lette maar half op haar woorden. Vragen vulden zijn gedachten. 'Waarom loopt hij maar aldoor rond in die vreemde woestijn kleding? Hij lijkt op Junior Vader van vroeger. Wat is er met Junior Vader gebeurd. Waarom is hij zo sterk verouderd? Junior Vader heeft altijd geweten wat hij wilde. Albert was zo heel anders. Een wetenschapper. Onzeker. Wat heeft Mireille in die twee gezien? Beide hadden ze dezelfde gedrevenheid en vasthoudendheid om de vrijheid van het volk van Terra te behouden. Daarin vulden ze elkaar prima aan. Beiden hebben ze verloren.' Peinzend keek hij voor zich uit. 'Wat ik nu meemaak is een wanhopige vlucht van de volgelingen van Junior van ORAS voor de Centrale Macht. Moet ik met hen mee gaan naar het nieuwe paradijs en het verleden vergeten... Of moet ik naar Terra.... Maar wat tref ik daar aan?' Hij keek naar Natascha. 'Een tijdelijke stop. Dat is onze kans om terug te keren.'
- 'Hoe dan?' vroeg Natascha. 'Er is maar één manier om weer terug te gaan en dat is met een ruimtejager. En daar komen we niet bij.'
Op het grote scherm verscheen een oproep waarin nieuwe rekruten werden opgeroepen bij de Interne Veiligheidsdienst. 'Kijk.' sprak Natascha 'Vroegen ze maar rekruten bij de ruimtemacht, dan is ontsnappen eenvoudig.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

6. Junior van ORAS grijpt in

Langzaam verschoven de kleuren. Iedereen in de gravitatiezaal keek geboeid naar het schouwspel. Alleen het tweetal vooraan in geel ruimteuniform keek gespannen naar het scherm van het controlepaneel. De kleuren vervormden tot strepen. De strepen gingen over in vlekken, alsof er van buitenaf witte lichtbundels op het doorzichtige plafond, de wanden en de vloer schenen. Langzaam kwamen de vlekken tot rust. De lichtbundels krompen ineen. Er vormde zich een sterrenhemel waarin ze vrij leken te zweven.
Alain had het gevoel alsof iemand een kap van zijn hoofd wegtrok. Opgelucht haalde hij adem. Hij keek naar Natascha die naast hem zat en zag dat ze hetzelfde voelde. Hij volgde de richting van haar wijzende vinger. Junior van ORAS zweefde weer in zijn lichtblauwe bol vijftig meter voor hen. 'Waar komt die opeens vandaan?' vroeg Alain zich af. De oude zat met zijn rug naar hen toegekeerd.
Voor hen was een planeet zichtbaar. Langzaam groeide de bol. fijne structuren werden op het oppervlak zichtbaar.
'Heb je de sterrenhemel al gezien.' vroeg Natascha fluisterend.
Alain draaide zich om en keek naar achteren en opzij. 'Waar?' Hij begreep niet waar ze op doelde. Het was een gewone sterrenhemel zoals je die overal in de Nevel zag.
'Nee, niet daar, maar achter die planeet.'
Nu zag hij wat ze bedoelde. Nu pas zag hij dat er achter de planeet geen sterren stonden. Het hemellichaam lichtte zwak op in het licht van zijn zon tegen een egaal zwarte achtergrond. 'Wat is er achter die planeet Chris?'
Chris Vader keek hen van opzij aan. 'Niets....' Hij kuchte en verbeterde zichzelf. 'Nou ja... Dit is de rand van de Nevel, daarachter ligt onze eindbestemming.'
- 'Wat bedoel je?' vroeg Natascha.
Chris Vader gaf geen antwoord. Junior van ORAS had zich omgedraaid. Op een gebaar van de oude man stond Chris Vader op van zijn stoel en liep met drie anderen over de doorzichtige vloer naar de zetel.

De sterrenhemel en de planeet verbleekten en maakten plaats voor de sombere wanden van de gravitatiezaal. Boven de zetel van Junior ging het licht aan. Zijn stem klonk ontspannen, bijna vriendelijk. 'Rapport van de vluchtleiding?' beval hij met vaste stem.
Een vrouw in uniform maakte een stap naar voren. 'De afgelegde afstand is tien lichtjaar in een half jaar. We vlogen precies op snelheid. Geen technische problemen, geen stof of meteoriet problemen. Vanaf dit punt op de rand van de nevel zijn geen obstakels, planeten of sterren meer en kunnen we de snelheid verhogen tot 100 keer de lichtsnelheid'
Junior van ORAS knikte alleen maar. 'Interne Veiligheid?'
Kafida stapte naar voren. Alain zag dat hij een rood hoofd kreeg voor hij begon te spreken. 'Geen problemen. De veiligheidsdienst moest eenmaal ingrijpen om feestgangers bij de gravitatiezaal te verwijderen. We zijn geïnfiltreerd in een ondergrondse organisatie die wijkbewoners trachtte op te zetten tegen de Raad van Twaalf.' Hij zweeg.
Junior van ORAS fronste zijn wenkbrauwen. 'Ik wil zo snel mogelijk een gedetailleerde rapportage!'
Kafida knikte en stapte achteruit.
'Raad van Twaalf.' bulderde Junior van ORAS. De vriendelijkheid was uit zijn stem verdwenen.
De voorzitster van de Raad nam het woord. 'Er vonden vijf reguliere vergaderingen plaats. Hierover zijn geen bijzondere zaken te melden. De twee spoedvergaderingen gingen over de onrust in de woonwijken. Een aantal wijkcomitees verzocht om meer informatie over de eindbestemming.' Ze stapte onzeker naar achter.
- 'Wat is hier gebeurd?' bulderde Junior van ORAS.
Iedereen zweeg. Chris Vader stapte naar voren....
'Houd je mond Chris... Eerst wil ik de notulen van de Raad zien.' Hij keek de aanwezigen met zijn van woede fonkelende ogen aan. 'We blijven hier twee weken. Daarna maken we de grote sprong.' Met een kort gebaar met zijn arm maakte hij een eind aan de bijeenkomst.
Gespannen bleef Alain naar de zetel kijken. Plotseling kwam er een geel en oranje gevlekte wolk over de zetel. Het leek alsof hij naar een grote brand keek die zich op mysterieuze wijze beperkte binnen een onzichtbare halve bol midden in de gravitatiezaal. Gefascineerd bleef hij zitten terwijl de anderen opstonden. Dan, even plotseling als het was ontstaan, verdween het vuur. De zwarte vloer in het midden van de zaal was leeg. Alleen de witte cirkel was nog zichtbaar.
Alain knipperde met zijn ogen. Alles bij elkaar had de verdwijning van Junior van ORAS niet meer dan enkele seconden geduurd. 'Zag je dat?'
- 'Wat?' vroeg Natascha.
- 'Hoe hij wegging.'
Natascha schudde haar hoofd terwijl ze haar blik in de richting van de lege cirkel wendde. 'Nee.'

Ze stonden op en volgden de anderen die zwijgzaam de zaal uit liepen. Buiten stond Kafida. Hij wachtte kennelijk op hen, want zodra ze naar buiten kwamen stapte hij op hen af. Hij glimlachte hen vriendelijk toe. Alain keek hem recht in de ogen en zag de koude blik achter de glimlach. 'Wilt u mij volgen naar het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst.'
- 'Waarom?'
- 'Dat zult u wel zien. En mocht u niet vrijwillig meegaan dan zal ik geweld moeten gebruiken.' Hij wees op de wachtpatrouille die net aankwam door de brede gang rond de gravitatiezaal.
Alain keek naar Natascha. 'We willen best wel even meekomen, maar kunt u niet zeggen waar het over gaat?'
De patrouille liep langs. Er klonk een gerucht. De deur van het trappenhuis ging open. De tweede patrouille kwam tevoorschijn. Koortsachtig dacht Alain na. 'Junior is kennelijk niet op de hoogte van wat er zich de laatste weken heeft afgespeeld. Nu wordt hij gedetailleerd ingelicht. Zouden al onze activiteiten in de ondergrondse organisatie bekend zijn? Dan kunnen we wel inpakken. Chris heeft er wel op gezinspeeld.'
'Komt u nu maar mee het is een heel verhaal, dat kan ik beter rustig op mijn kantoor aan u uitleggen.'
Na een kort gesprek tussen de commandanten van de eerste en de tweede patouille, liep de tweede patrouille weer terug naar het trappenhuis en vervolgden de eerste weer zijn weg door de ronde gang. 'Mag ik eerst even naar het toilet?'
Kafida keek om zich heen en aarzelde. 'Goed maar geen grapjes, de zaak is afgegrendeld.'
Ze liepen naar de toiletruimte. Kafida in het midden. Hij ging hen voor door de deur. Terwijl hij binnen stapte stak Natascha haar voet uit. Alain gaf hem een zetje. Met een schreeuw duikelde hij naar binnen. Natascha sloot de deur aan de buitenkant af. 'Maar goed dat ik die sleutel nog had.'
Alain knikte. 'Maar wat nu? Straks hebben we de veiligheidsdienst achter ons aan. Ze zullen overal zoeken, dan is het nergens meer veilig.'
Natascha's gezicht lichtte op. 'Er is maar één plek in het hele LAM waar ze niet zullen zoeken: de rekrutering...'
Alain begreep wat ze bedoelde en knikte. 'De zwarte uniformen liggen in de koffer.' Ze renden naar het trappenhuis. Snel daalden ze de grote trap af. Ze kwamen op de vierenveertigste etage. Er was geen mens te zien. Het congrescentrum was gesloten. De lichten waren overal gedoofd. Alleen de noodverlichting brandde. Ze haasten zich naar de centrale liftenkoker. Tien seconden later stopte de lift op de etage van hun woonwijk.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

7. Wachters

Bij het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst was het een komen en gaan. Het was net een bijenkorf. Aarzelend liepen ze naar de ingang.
'Hé daar.' riep een wachter achter de balie.
Ze waren gekleed in het zwarte uniform van de veiligheidspolitie. De helm op, het vizier opengeklapt.
'Wat moeten jullie daarmee?' Hij wees naar de gele koffer die ze op een karretje achter zich aan trokken. Hij liep op hen af en keek hen onderzoekend aan. 'Nieuw hier hè?'
Alain en Natascha knikten. 'We zijn net opgeroepen.'
De man knikte. 'Junior van ORAS is zich met de zaak gaan bemoeien. Dat merk je direct. Die pakt het meteen grondig aan. Voegen jullie je maar bij de groep die in wachtlokaal 1 zit te wachten.'
- 'En onze spullen?' Natascha wees op de gele koffer.
'Jullie krijgen een eigen kamer toegewezen. Neem dat ding maar zolang mee.'

In het wachtlokaal heerste een bedompte sfeer die zo typisch is voor veelgebruikte openbare ruimten. De grond was vies en bezaaid met rommel. Een veertigtal in het zwart geklede mannen en vrouwen zaten op het onbreekbare meubilair. Persoonlijke spullen hield men binnen handbereik, de helm op de schoot. Het was er warm. Alain en Natascha schoven de helm van hun hoofd en leunden op de gele koffer. Twee wachters gingen de groep rond. 'Naam, adres, oproepperiode, laatste medische keuring.' Bij iedereen stelden ze dezelfde vragen. Ze kregen een elektronische pas in de hand gedrukt, het oude moesten ze inleveren. 'Doorlopen naar de corridor links....'
Ze sloten aan in de rij. 'Samen?' vroeg een stem achter een glazen loket. Ze knikten.
'Woonblok HI12 en HI13. Je persoonlijke spullen kun je daar laten. Het middagmaal is in de kantine. Om 14.00 uur moet je bij de wapenkamer zijn.'
- 'Waar is dat?'
Terwijl Alain het vroeg kreeg hij een platte grond door de gleuf in het glas toegeschoven. 'Volgende.'
Alles was vaal wit en grijs. De gangen, het licht. Alleen de wachters liepen als scherp afgetekende zwarte vlekken door het kleurloze decor. Alle gangen en deuren waren genummerd. De nieuwelingen liepen allemaal met de kaart in de hand in dezelfde richting. Een voor een stapten ze de woonruimten binnen.
'HI12, hier is het, naast elkaar.' Alain drukte zijn pas tegen de sensor. De deur schoof open. Hij stapte de kleine efficiënt ingerichte sobere ruimte binnen. Even later kwam Natascha binnen door de verbindingsdeur. 'We hebben de passen.' fluisterde hij tegen haar 'Nu moeten we er weer zo snel mogelijk uit, voor we worden ontdekt, ze hebben onze oude passen.'
'Rustig aan, we krijgen onze kans.' mompelde Natascha.
Ze kon haar zin nauwelijks afmaken. Het grote beeldscherm flikkerde op. Kafida werd zichtbaar. 'Welkom aan alle nieuwe rekruten. Michael Kafida is mijn naam. Ik ben het hoofd van de Interne Veiligheidsdienst. U zult mij waarschijnlijk niet vaak zien, de dagelijkse orders komen van uw commandanten. U dient zich nu direct te vervoegen in de grote kantine. Na het middagmaal wordt u ingedeeld en krijgt u een korte instructie. We hebben geen tijd voor uitvoerige oefeningen. U wordt direct ingedeeld bij bestaande commando's. Uw kamernummer is tevens uw codenaam. U dient zich bij uw commandanten te melden met deze codenaam. Vanmiddag gaat u deelnemen aan de lopende zoekactie naar leden van de ondergrondse organisatie.' Het beeld viel weg en het scherm schakelde automatisch uit.
'We moeten hier weg.' sprak Alain ongeduldig.
Natascha stond op. 'Waarom die haast?' sprak ze 'Ik heb honger! Laten we eerst maar eens rustig in de kantine gaan eten. Daarna zien we wel weer verder.'
- 'En de koffer? Wat doen we met de koffer?'

De kantine van de veiligheidsdienst ademde dezelfde sfeer als de wachtkamer. De ruimte was alleen veel groter. Overal stonden vaal witte tafeltjes met grijze plastic stoelen. Hier en daar waren ze tegen elkaar aan geschoven en vormden ze een lange rij. Er hing een doordringende niet te identificeren etenslucht. Het was druk. Overal waren geanimeerde gesprekken gaande. Af en toe klonk een schaterlach. Een lied klonk uit een hoek. Ze stonden met hun dienblad en bestek in de hand in de rij voor het eten. 'Eindelijk.' zuchtte Natacha.
'Vlees?' Vroeg de man die met een grote lepel in de hand achter de stomende bakken met eten stond. Natascha knikte. Ze kreeg een kwak vleesragout op haar bord. In het tweede vakje kwam iets dat leek op aardappelpuree. In het derde vak kreeg ze een substantie die aan rode kool deed denken.
'Waar is nog plaats?' Alain keek rond. Hier en daar waren plaatsen vrij. Van waar ze stonden kon hij ook een deel van de tafels en stoeltjes op de entresol zien. Hij wees omhoog. 'Daar lijkt het minder druk.' Ze liepen de metalen wenteltrap op en gingen zitten aan het dichtstbijzijnde tafeltje dat uitkeek over de eetzaal.

In een paar happen at Alain zijn eten op en keek spiedend om zich heen. Natascha peuzelde voorzichtig aan de rode kool.
'Kun je niet wat opschieten?' vroeg hij.
Ze keek hem geërgerd aan.
'Het is alsof die muur van geluid en etenslucht mijn zintuigen afsluit.' verontschuldigde hij zich. 'Zelfs het zicht is slecht door die rokerige atmosfeer.'
Bij de ingang van de kantine kwamen gehelmde wachters binnen. Ze stelden zich op in een rij. Het geroezemoes ging door. Bedachtzaam proefde Natascha aan de ragoût. Op dat moment doorbrak een neutrale omroepstem de muur van geluid. 'Lichting HI0 tot en met HI20 melden bij de ingang van de kantine.'
Natascha keek op. 'Dat zijn wij.'
Alain knikte en zag dat de wachters bij de deur passen controleerden.
'Interne controle?' mompelde hij. Hij stond op. 'We moeten nu weg. Ik denk dat ze achter ons aan zijn.' Hij wees op de controlerende wachters bij de ingang. Vlug wierp hij zijn bord en het bestek in een gereedstaand karretje voor vuile afwas. 'Ze controleren iedereen die daar langs gaat.' Ongeduldig keek hij haar aan, terwijl hij ook het dienblad wegborg.
Natascha bleef rustig zitten en nam weer een klein hapje van de ragoût. 'En jij wou daar naar toe? Nu ze net controleren?' vroeg ze glimlachend.
Een nieuwe groep wachters kwam luidruchtig de zaal binnen met plateaus vol met dampend voedsel in de hand, op zoek naar een plaatsje aan een tafel. Van bovenaf leek de kantine nu meer dan ooit op één grote mierenhoop. Alain keek zoekend om zich heen. Aan de muurzijde van de entresol waren grote ramen uitgespaard. Ze keken uit over de entreehal bij de hoofdingang. Hij liep erheen. In een hoekje bij de ingang stond, van boven af nog net zichtbaar, de gele koffer.
'Kom zitten, strak ben je je plaatsje kwijt.' riep Natascha hem toe.
Hij bleef staan en keek door het raam de hal in. Hij had zich nog maar half teruggedraaid toen zijn oog viel op een een groep wachters die door de ingang binnenkwam. In hun midden liep een geboeide vrouw in het gele uniform van de ruimtemacht. 'Die is zeker opgepakt' dacht hij. Hij draaide zich nu helemaal terug. Hij schrok. Een groep wachters omringde hun tafel. Hij zag dat Natascha haar schouders ophaalde terwijl ze naar haar pas tastte. Op dat moment stroomde de entresol vol met de nieuwe eters op zoek naar een vrij tafeltje. Hij gluurde tussen hen door. Hun dampende borden benamen hem vrijwel het zicht. Natascha stond op. Hij zag dat een hand van een wachter haar bovenarm vasthield. Ze keek niet in zijn richting. De groep zette zich in beweging. Vanaf de balustrade volgde hij ze naar de uitgang van de eetzaal. Ze hielden stil. Er werd gewezen en gepraat. Een van de wachters hield een walky-talky aan zijn mond. Even later klonk de neutrale omroepstem weer. 'Zoekgroepen naar de kantineuitgang.' Even verstomde het geroezemoes. Iedereen keek verbaasd om zich heen om vervolgens de gesprekken weer in volle hevigheid te hervatten.
Alain liep weer in de richting van de ramen. Zijn oog viel nu voor het eerst op het groen verlichtte bordje 'nooduitgang' half verscholen achter een grote plant in de hoek van de entresol. Hij liep terug. Hij pakte het volle dienblad van Natascha en liep rustig naar het tafeltje in de hoek. Hij ging zitten op de enige stoel en keek verdwaasd voor zich uit.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

8. Onbekenden

'Nee.' kreunde ze.
- 'Het doet geen pijn.' zei een vriendelijke stem.
- 'Nee, ik wil niet, nee.... ah.' De naald drong in haar arm. Ze voelde hoe de vloeistof zich verspreidde door haar aderen. 'Het is verboden tegen mijn wil.....' fluisterde ze. Ze zat met banden vastgesnoerd op een stoel. 'Het is verboden...'

'Naam?' sprak dwingend de stem aan de ander zijde van het licht.
'Het is...' Ze voelde hoe de vloeistof begon te werken.
'Naam?!' sprak de dwingende stem opnieuw.
'Een naam kan geen kwaad.' bedacht ze zich. 'Mijn gevoelens kunnen ze me niet afnemen.'
'Naam?' De stem klonk hard en doorbrak de stroom van gedachten en beelden die plotseling als een niet te stuiten vloedgolf op haar afkwamen.
- 'Susan de Terra.' antwoordde ze bedeesd.

'Hoe zullen we haar noemen?'
Een man stond bij haar bed. 'Hoe heet je meisje? Het gezicht boog naar haar toe. 'Susan.' klonk haar bedeesde stem.
'Wat een mooie naam,... Susan. Heb je een achternaam Susan?'
- 'Achternaam..?'
- 'Ja, de naam van je vader en moeder?'
Tranen kwamen op haar wangen. 'Pappa,... Mamma?'
- 'Pappa en mamma zijn er niet meer Susan.'

'Standplaats en nummer?!' Ze schudde haar hoofd.

'Ik weet het niet, echt niet!'
- 'Maar iedereen heeft toch een huis en een straat waar hij woont?'
Ze knikte instinctmatig. Ze dacht aan de grote tuin met de schommel en de zandbak. Aan haar bed. Aan het rode glas boven de voordeur. Aan de rozenstruiken buiten bij de overburen. Aan de straat waar ze niet verder mocht dan de hoek. Ze zweeg.
De vrouw had een vriendelijke stem 'Heb je een vriendje of vriendinnetje?'
Ze knikte met haar hoofd. Toen ze haar uit het huis droegen had ze hem gezien. 'Jan? Jan.' Hij had niet geantwoord. 'Jan slaapt!'

'Wie heb je ontmoet in het café op het vijfhonderdste niveau?' Weer die harde stem die de glazen bol om haar hoofd verbreizelde.
'Ze hadden allemaal maskers op, alleen hun stem herkende ik van de keer daarvoor.'

Een van de gemaskerden boog zich over haar heen. Voorzichtig tilde hij haar op. Ze kreeg een deken omgeslagen. 'Jan, Jan!' Maar haar speelkameraad bleef liggen. Ze kreeg ook een masker op. Ze begon te huilen. Niemand zei wat. Ze voelde een injectienaald in haar arm dringen.

Verbaasd keek ze om zich heen. De gemaskerden zaten in een kring in de kamer. Drie nieuwe personen kwamen binnen. 'Ik stel jullie voor aan onze twee nieuwe groepsleden. Alain en Natascha. Monique is vandaag voor het laatst.'

- 'Achternamen?!' dreunde het door de kamer.
Susan moest lachen om zijn naïviteit. 'Die mogen ze toch niet zeggen.' mompelde ze. 'Het zijn de enige voornamen die ik ken, ze zijn vals!' Ze barstte in een schaterlach uit. 'Niemand kan de groep verraden.'
Iemand maakte de banden waarmee ze vastzat los. Ze stond op. Een hand leidde haar uit het felle licht naar de deur. Alles werd donker toen ze de stoffen kap weer over haar hoofd kreeg.
'Haal de volgende.' hoorde ze nog zeggen voordat de deur achter haar dicht sloeg. Ze voelde hoe de hand haar bovenarm omklemde. Plotseling hoorde ze naast zich een doffe klap. De greep van de hand verslapte en liet los.
'Deze kant op.' zei een stem. 'Snel. Ik zal de kap van je hoofd halen.'
Ze herkende de stem. Weer greep een hand haar arm en trok haar opzij. 'Ben jij het Alain.' sprak ze onzeker. Ze voelde zich zweven. 'Je hoorde toch bij onze groep?

Alain's adem stokte even bij het horen van zijn naam. 'Hoe weet je hoe ik heet?' vroeg hij terwijl hij de kap van haar hoofd haalde.
'Het is je stem. Ik herkende je stem. Ik herkende je stem van onze groepsbijeenkomst in het café.' Ze wankelde. Hij keek in haar ogen. 'Je bent verdoofd. Je pupillen staan wagenwijd open.' hoorde ze hem zeggen. 'Ik zag dat je vanmiddag werd binnen gebracht, hoe heet je?'
Ze bekeek wantrouwend zijn zwarte uniform en aarzelde. 'Hij heeft contacten met Chris Vader.' bedacht ze zich. Haar ogen dwaalden weg. Plotseling zag ze naast zich op de grond de zwarte gestalte van een wachter. 'Ah....'
- 'Je begeleider.' sprak Alain droog. 'Hij is uitgeschakeld. Waar bracht hij je naar toe? naar de cellen?' Ze knikte slechts.
'Waar zijn die cellen, ik was er naar op zoek? Je zag zeker niets toen ze je hierheen brachten?' - 'Ik heb de stappen geteld en de hoeken onthouden.'
Ze zag zijn verraste blik en kon hem bijna horen denken: 'Niet zomaar een onervaren rekruut'. 'Wat wil je bij de cellen. Daar kom je nooit in?'
- 'Natascha is gevangen genomen....'
Ze keek hem recht in zijn ogen aan. 'Heet ze echt zo.....? En jij? Heb jij geen valse naam? En Monique?' Alain schudde zijn hoofd.
'Voor ik de ondervragingsruimte verliet kreeg hij daar,' ze wees op de wachter op de grond. 'de opdracht om een nieuwe gevangene op te halen.' Ze liet hem geen tijd om over haar woorden na te denken en sprak gedecideerd 'Fouilleer hem.'
Alain bukte zich automatisch.
'Het spul raakt uitgewerkt.' sprakse met kille stem. Met de ene hand pakte ze het laserpistool, met de andere de elektronische pas die Alain haar aangereikte.
'Dit is een universele veiligheidspas. kom mee.' Resoluut stapte ze de zijkamer uit, de gang op, en rende zonder verder op Alain te letten geruisloos de gang in.

Vijf minuten later stonden ze weer op dezelfde plaats. Nu waren ze met zijn drieën. Natascha had haar zwarte wachtersuitrusting nog aan. Zelfs de helm was niet afgenomen. Snel verwisselde Susan haar gele ruimtepak met het zwarte uniform van de bewusteloze wachter.
'En nu naar buiten.' sprak Alain.
'Nee.' zei Susan. 'Eerst nog wat anders. Ze verwachten een nieuwe gevangene in het ondervragingscentrum.' Met haar veiligheidspas opende ze een deur. Ze zag de man in de witte jas voor een spreek/schrijver zitten. Hij draaide zich half om. Ze hief haar laserpistool.
De man keek haar met een halve blik aan en sprak 'Bindt de gevangene maar vast op de stoel en richt het licht op ....' Hij brak midden in de zin af. 'Wat moet dat?' Zijn hand gleed naar een knop op de tafel. Als in een vertraagde film zag ze hoe de hand langzaam de knop naderde. Ze vuurde. Een kreet van pijn klonk. Nogmaals vuurde ze.
'Mijn handen.' gilde de man 'mijn handen.'
Zonder een woord te spreken wenkte ze hem met haar pistool in de richting van de stoel. Hij volgde haar bevel nu haastig op.
Ze boog zich naar Alain's oor. 'Vastsnoeren.' fluisterde ze. Ze richtte het licht en keek in het rond. Haar oog viel op een rekje met vloeistof gevulde injectienaalden. Ze gaf hem twee injecties. Dan vroeg ze met een verdraaide stem. 'Waar is Monique?'
Hij begon bijna hysterisch te lachen en krijste triomfantelijk 'Allemaal slaan ze door. Allemaal krijgen we ze te pakken. Ook Monique pakken we op. Iedereen slaat door....'
- 'Waar is Monique?' onderbrak ze hem ongeduldig.
'Allemaal praten ze, allemaal slaan ze door.' grinnikte hij. 'En daarna gaan ze op transport.' Ze keek om. Alain en Natascha stonden er bedremmeld bij. 'Op transport?' mompelde ze.
'Op transport.' zong de man haar na. 'Ze zullen onze eindbestemming niet bereiken. We verwijderen ze uit het LAM. Chris Vader straft de ongelovigen.'
- 'Waar gaan ze naar toe?' vroeg ze met scherpe stem.
'Ze gaan op transport. Eerst naar Charles van der Bild. Die houdt ze tijdelijk gevangen. Daarna gaan ze op transport. Ze zullen het paradijselijke oord niet zien. Ze worden op de planeet achtergelaten.'
- 'Hm.' mompelde Susan. 'Charles van der Bild.' En ze vroeg 'Zijn ze al vertrokken?'
Glunderend herhaalde hij 'Ze zullen het paradijs niet zien.'
- 'Hij weet het niet.' fluisterde ze naar Natascha en Alain.
Voorzichtig maakte ze de banden los. Hij begon met zijn armen te zwaaien.
Susan draaide zich om. 'Kom.' zei ze op gedempte toon. We kunnen Monique misschien nog achterhalen.'
De man op de stoel hield zijn geraas in en hief zijn hoofd luisterend op.
'Gaan jullie weg? lafaards. We krijgen jullie toch wel te pakken! Één injectie is genoeg en we weten alles.'
Susan stopte bij de deur en keek naar zijn triomfantelijke gezicht. Weer sprak ze met een verdraaide stem. 'Er vliegt een wesp rond je hoofd.' Dan trok ze de deur dicht en hield de pas er twee keer tegenaan. Een rode lamp lichtte op. Meer voor zichzelf dan voor Alain en Natascha sprak ze 'Zo, een koekje van eigen deeg.' Ze keek rond en vroeg 'Hoe komen we hier uit?'
- 'We hebben een kaart.' sprak Alain.
Ze schudde haar hoofd. 'We zijn met zijn drieën maar we hebben maar één veiligheidspas.' - 'Ik heb er ook nog één.'
'Laat eens zien?' sprak Susan geschrokken. Aandachtig bekeek ze de pas die Alain haar voor hield. 'Laagste niveau ' mompelde ze. 'Wat was je functie?'
- 'De veiligheidspolitie zocht ons. Daarom leek ons het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst zelf de veiligste plek om ons te verbergen. We hebben ons als rekruten aangemeld.
'Rekruten.' mompelde ze en keek hen onderzoekend aan. Dan hardop 'Deze pas verschaft niet alleen overal toegang, ze is tegelijkertijd een middel om precies de gangen na te gaan van nieuwe rekruten. Als je die bij je houdt weten ze precies waar je je bevindt. Ze weten het direct als je afwijkt van de route die je superieuren hebben uitgezet.' Ze stopte haar uitleg en dacht na. 'Zonder pas komen we echter het hoofdkwartier niet uit. Bij de ingang detecteren sensors alle passanten.'
- 'Hoe weet je dat allemaal?'
Susan haalde haar schouders op.
'Het lijkt wel of je hier werkt. Weet je soms ook op welk type golven die sensoren werken?'
- 'Op radiogolven.' antwoordde ze zonder aarzeling. 'Bij de ingang is waarschijnlijk ook een controle met X-straling in verband met wapensmokkel.'
Alain en Natascha keken elkaar met een blik van verstandhouding aan. 'De gele koffer.' zeiden ze tegelijkertijd en liepen in de richting van de uitgang.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

9. Tweespalt

Alain klom uit de gele koffer. Natascha volgde hem. Ze bevonden zich even buiten het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst. De straat was leeg. De vrouw met het stoere uiterlijk zette zich al weer in beweging.
'Wie is Charles van der Bild?'
Ze liep door zonder hem te antwoorden. Ze koos welbewust haar weg.
'Hoe denk je de wachtpatrouilles te ontwijken?' probeerde hij nog eens. En dacht 'Waar komt ze vandaan? 'Wie is ze? Waar wil ze naar toe?'
Ze keek hem aan en sprak 'Het LAM is groot en er zijn veel tussendoor weggetjes.'
- 'Waar loop je dan naar toe?' vroeg nu ook Natascha.
Ze bereikten de liften. Overal was het rustig. Ze negeerde de vraag en schakelde over op een ander onderwerp. 'Ze hebben de zoekacties kennelijk opgeschort tijdens de grote rustperiode.' Ze dacht hardop na. 'Ik vraag me alleen af waarom Monique niet gevangen is gezet in het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst. En waarom gebruiken ze dat alleen voor de ondervragingen?'
- 'Misschien is ze al 'op transport'' waagde Natascha.
- 'Niet voor ze mij gevangen namen.' sprak hun metgezel gedecideerd. 'Want dan zou ik het weten.'
De liften stopte op het zeshonderdste niveau. Ze stapten uit. Alain hield zijn pas in. 'Hoe kan jij dat weten? Wie ben je? Waar breng je ons naar toe? Wie is Charles van der Bild? Zeg ons waar je naar toe gaat!'
Ze reageerde niet op zijn woorden en liep door.
'Nu is het genoeg.' dacht Alain en bleef staan. Natascha botste tegen hem aan. 'Je lijkt Junior van ORAS wel! die zegt ook niet waar hij jullie naar toe brengt.' schreeuwde hij haar met woedende stem toe.
Zijn woorden leken eindelijk tot haar door te dringen. Ze keek om. 'Wat bedoel je?' vroeg ze met een scherpe blik in haar ogen.
Alain stond perplex. 'Begrijp je werkelijk niet wat we aan je vragen?'
'Wat bedoel je met 'jullie'' vroeg ze bijna dreigend.
'Die stomkoppen van ORASsianen natuurlijk.' schreeuwde Alain met rood hoofd. 'Wie had je anders ged.....?' Midden in de zin hield hij op. Plotseling besefte hij dat de vrouw ook niet wist wie zij waren en waar zij vandaan kwamen. Hij zag dat ze hen beide indringend opnam.
Ze schraapte haar keel en vroeg toen alsof ze hen voor het eerst ontmoette 'Wie zijn jullie? Komen jullie niet van ORAS?'
- 'Ja, we vroegen jouw ook al wie je was.' Hij barste uit in een schaterlach. Natascha lachte uitbundig met hem mee. Susan de Terra lachte schaapachtig mee. Dan herstelde hij zich. 'Ik kan begrijpen dat je ons je ware naam niet wilt zeggen zolang de kans bestaat dat ze een van ons oppakken.'
Ze knikte bevestigend en sprak 'We kunnen beter niet van elkaar weten wat onze werkelijke identiteit is. Dat jullie niet van ORAS zijn en relaties hebben met Chris Vader kon ik eigenlijk beter ook niet weten.' - 'Maar je kunt ons op zijn minst meedelen waar je precies naar toe gaat.' drong Alain aan.
Het leek alsof ze aarzelde. Ze nam kennelijk een beslissing. 'Charles van der Bild is commandant van het ruimteplatform dat zich op deze etage bevindt. Monique zit daar waarschijnlijk vast. Misschien zijn er nog meer leden van de ondergrondse opgepakt. We moeten verhinderen dat de veiligheidsdienst ze deporteert, zodat iedereen in het LAM de grote sprong kan meemaken.'
Alain's hart begon sneller te kloppen. 'Op een ruimteplatform zijn ruimtejagers.' Flitste door zijn gedachten. 'Zouden we toch nog een kans krijgen om te ontsnappen?' Hij keek Natascha met een blik van verstandhouding aan.
Susan wees naar de gele koffer. 'Als het klopt wat ik denk dan kan ik jullie hulp en die reiskoffer goed gebruiken.'

Ze zette zich weer in beweging. 'Jullie komen dus niet van ORAS.' sprak ze nadenkend. 'Dan weten jullie zeker ook niet wat er precies gaande is?' Alain en Natascha schudden ontkennend met hun hoofd. 'Wel, het is maar een kleine wereld op ORAS. Al jaren lang zijn het dezelfde personen die de dienst uitmaken, dezelfde die moeilijkheden maken. Dezelfde groepen die strijden. De meeste bewoners van het LAM hebben geen interesse in de politiek. Ze komen bijna allemaal voort uit een wetenschappelijke traditie. Ze zijn wars van het politieke gekonkel van dat klein groepje. Maar sinds er verdeeldheid ontstond nam ook de interesse voor de politiek toe.'
- 'Verdeeldheid?'
- 'Ja verdeeldheid. Ik neem aan dat jullie dat toch wel hebben waargenomen.'
Alain haalde zijn schouder op. 'Monique had het daar ook al over. Volgens mij is het jullie volksaard om overal conflicten en ruzies over te krijgen.'

Ze liepen een zijgang in. Alain keek om. Hij schrok. 'Wachters.' riep hij. 'Er stopten juist drie liften vol met wachters.'
Ze renden nu verder.
'Deze kant op.' hijgde Susan. 'Hier zullen ze niet zo snel zoeken.'
Ze passeerden een grote glazen luchtsluis. Daarachter heerste een hogere temperatuur. De lucht voelde tropisch vochtig aan. Overal zover als het oog reikte zag Alain struiken vol met tomaten. Het leek alsof ze onder de brandende zon liepen. Het felle licht dat uit het plafond kwam was te scherp om in te kijken. Ze liepen over een smal pad. De struiken reikten bijna zo hoog als zijzelf.

'Het begon allemaal kort nadat we waren gevlucht.' vervolgde Susan haar verhaal. 'Een kleine vloot met overvolle ruimteschepen was vertrokken van Terra. Het merendeel van de reizigers was ziek.' 'Terra.' Herhaalde Alain langzaam.
'Ja, en ik zat bij Chris Vader in de klas. Net als Olivia. Die is nu lid van de Raad van Twaalf, en voorzitter van de permanente Commissie voor....' Ze onderbrak zichzelf. 'En Kafida, die ken je waarschijnlijk wel van de Interne Veiligheidsdienst. En nog een vriendje van Chris Vader, Charles van der Bild geheten. Die is commandant van het ruimteplatform waar we nu naar toe gaan.' Susan de Terra keek wazig voor zich uit. 'We waren nog jong. Het was een select clubje van ongeveer twintig leerlingen dat les kreeg van Junior van ORAS zelf. Daar begon het.' Ze zag hem weer voor de klas staan.

'Hebben jullie er ooit over nagedacht wat de essentie van het leven is? Niet de essentie zoals we die projecteren vanuit onze alledaagse tijd- en plaatsgebonden problemen. Nee de universele essentie van het leven?' Voor hem zaten de leerlingen van de derde klas. Jongens en meisjes van vijftien jaar. Het waren geen kinderen meer. De gezichten stonden ernstig. 'Wel, je hoeft niet bang te zijn voor een fout antwoord.'
Voorzichtig stak er één zijn hand op. 'Alle levende materie plant zichzelf voort meneer Vader.'
Junior Vader knikte. 'Dat is een heel goed antwoord Olivia. Wie weet er nog een essentieel kenmerk?... Chris?'
- 'Alle leven gaat weer ten gronde. Alles wat leeft sterft.'
Junior lachte en schudde zijn hoofd. 'Nee Chris, dat is geen kenmerk van de levende materie. Het leven is onuitroeibaar. Misschien sterven er individuen maar de levende materie blijft bestaan en vermenigvuldigt zich. We moeten het doodgaan opvatten als een tijd- en plaatsgebonden probleem van afzonderlijke levende wezens. Het is echter beslist niet een universeel kenmerk en ook geen probleem van de levende materie.' Het gezicht van Chris Vader betrok.

'Toen is het zaad van de verdeeldheid gezaaid. Chris Vader dacht dat hij alles het beste wist. Hij kon er niet tegen dat hij het antwoord op vragen schuldig bleef of fouten maakte, zeker niet in het bijzijn van zijn vader.'

'Wie wil nog eens proberen. Denk aan wat ik jullie de vorige les vertelde over de grondeigenschappen van alle materie.'
De klas zweeg. 'Susan, herhaal ze eens.'
Ze stond op, haalde diep adem en zei 'De materie kent drie fundamentele eigenschappen: de eerste is ruimtevulling ook wel substantie of stof genoemd. De tweede is gewaarwording ook wel geest of wereldziel genaamd. De derde is beweging of mechanica, ook wel kracht of energie genaamd.'
- 'Heel goed Susan.' sprak Junior Vader. 'Probeer nu die drie kenmerken toe te passen op de levende materie. Het eerste antwoord gaf Olivia zojuist al: 'ruimtevulling of uitgebreidheid' vertaalt zich in voortplanting en uitbreiding van de levende materie.'
Chris Vader draaide zijn hoofd naar haar om en keek haar met een vreemde blik in zijn ogen aan. Ze zweeg evenals de andere leerlingen.

'Hij intimideerde ons. We vreesden allemaal dat Junior Vader ons door zijn toedoen uit de klas zou zetten. We vormden een selecte groep. Er was eigenlijk geen tijd voor ons soort onderwijs. Iedereen werd geacht om een toegepaste medicijnen-studie te volgen in verband met de stralingsziekten. Er bevonden zich te veel zieken aan boord van de ruimteschepen om ergens anders mee bezig te zijn. Slechts dit kleine groepje mocht verder met filosofie en natuurkunde. Junior van ORAS had ons te verstaan gegeven onze kans te grijpen. Hij had gedreigd iedereen uit de klas te gooien die het studieklimaat zou verpesten.'

Susan hield haar pas in en keek uit over het schijnbaar eindeloze veld met tomaten. 'Het lijkt alsof deze kas met tomaten oneindig groot is, maar dat komt omdat de wanden bestaan uit isolerend en spiegelend glas.' Ze stak haar hand omhoog en overal om hen heen verscheen in de verte een zelfde hand. Ze lachte. 'Ik denk dat Olivia als eerste begreep dat onze angst alleen maar zo groot leek door de spiegels in ons eigen innerlijk.'

Olivia stak haar hand op. Junior Vader knikte haar toe. 'Alle levende materie beschikt over het vermogen tot bewuste gewaarwording.'
- 'Heel goed Olivia. Dat is inderdaad het tweede kenmerk van de levende materie. Alle dode én levende materie kent het verschijnsel gewaarwording. Een onbewuste wederzijdse aantrekkingsgevoeligheid. Het kreeg de misleidende naam 'zwaartekracht' of 'gravitatie'. Een andere naam ervoor is geest of wereldziel. Bij levende wezens bestempelen we deze gewaarwording van de omgeving als waarneming. Dat is de bewuste zintuiglijke gewaarwording.' Junior Vader liet zijn leerlingen niet meer aan het woord. Met geestdriftige stem ging hij voort. 'Het derde kenmerk, beweging, activiteit of energie, vertaalt zich bij de levende wezens in vele vormen. De meest algemene vorm die we bij alle levende wezens kunnen waarnemen is de drang om zich los te maken van de zwaartekracht. Het volk van Terra is met zijn ruimtevaarttechniek hierin het verst gevorderd.'
Hij keek in het rond en vervolgde 'Maar er zijn ook andere vormen van activiteit of energie. De hoogste vorm van activiteit van de levende materie waartoe alleen de mensheid in staat is is zelfreflectie en zelfbewustzijn. Ze speelt zich af in onze hersenen. Het is de spiegeling of reflectie van de waarneming, waarmee we nieuwe denkbeelden vormen of waarmee we oude denkbeelden bevestigen. Het is de hoogste en meest creatieve activiteit maar vaak ook de meest misleidende activiteit.'

Alain keek in het rond. Overal rond hen zwaaiden armen boven de tomatenplanten uit.
'Ik zou zweren dat we omsingeld zijn.' mompelde hij.
Ze bereikten het einde van de kas. Ze liepen door de luchtsluis en kwamen weer in een van de vele gangen van het LAM.
Susan begon weer te spreken. 'Olivia daagde Chris Vader uit. Ze vernederde hem door haar goede antwoorden. Daartegen had hij geen verweer. De slimmere leerlingen doorzagen het spel al snel en kozen haar zijde. Chris Vader werd de leider van het minder slimme deel van de klas. Junior Vader had geen oog voor de tweespalt. Die was vol van zijn theorieën en dacht er niet aan om zijn beste leerlingen uit de klas te zetten.

'En jij?' vroeg Natascha.
Ze haalde haar schouders op. 'Ik wilde er niets mee te maken hebben. Ik behoor tot die groep bewoners van het LAM die wars is van het politieke gekonkel. Chris Vader en Olivia begrepen nooit waarom ik niet voor een van hen koos. Dat nemen ze me nog altijd kwalijk.' Ze hief haar hand op. 'We naderen het ruimteplatform.' Ze spiedde in het rond. In de verte was de ingang zichtbaar. Alain en Natascha klommen in de gele koffer. 'Ik ga eerst polshoogte nemen in het vluchtleidingscentrum.' sprak Susan, sloot de deksel en liep door de ingang. De reiskoffer trok ze op het karretje achter zich aan.
'Waar zijn we?' Vroeg Alain terwijl ze weer uit de koffer klommen. Susan de Terra wees. De grote hal van het platform leek geheel verlaten. In de verte ontwaarde Alain gele ruimtejagers. Vooraan in het midden van de hal stond een soort kantoorgebouwtje. 'Daarin zit de vluchtleiding van het platform. Volg me op enige afstand. Als ik over een kwartier niet naar buiten kom dan is er iets misgelopen. Kom me dan te hulp.' Ze liep zonder hun antwoord af te wachten op de deur van het vluchtleidingscentrum af.

'Goede morgen dames en heren.' De aanwezigen in het kleine kantoor staarden haar met open mond aan. 'Ga rustig zitten.'
Ze stonden met z'n drieën rondom een tafel waarop een kaart was uitgespreid.
'Het spijt me dat ik mijn bezoek niet vooraf aankondigde. Maar ik was gearresteerd door de veiligheidsdienst. Daarna lieten ze me weer vrij en ik ben vervolgens onmiddelijk hierheen gekomen, en jullie begrijpen wel waarom. Niet waar?'
Charles van der Bild bekwam van zijn verbazing. 'Vrijgelaten?' stamelde hij. 'We ontvingen alleen een melding dat je was vastgezet. Ik ben benoemd tot interim hoofd van de ruimtemacht...'
- 'Door Chris Vader.' vulde Susan de Terra sarcastisch aan.
Hij kreeg een rood hoofd. 'Wat kom je doen?' bracht hij er krampachtig uit. 'Ben je alleen?' Hij keek naar de vrouw die aan de andere kant van de tafel stond. 'Anita!?' commandeerde hij op afgemeten toon. 'Kijk of ze alleen is gekomen.'
De vrouw liep naar het schakelpaneel.
'Ik kom gewoon even kijken hoe de zaken ervoor staan op jouw ruimteplatform.' hervatte Susan. Ze liep naar de tafel waarop de kaart lag. Het was een Federatieve standaardkaart van een planeet.
Anita richtte zich op. 'Het afgelopen uur is maar één persoon de ingang gepasseerd.'
Een sluw lachje speelde rond de mond van Charles van der Bild.
Susan negeerde hem en richtte zich tot de vrouw. 'Welke planeet is dit?'
- 'GT-1015, commandant.'
- 'Wat gaan jullie daar uitvoeren?'
Anita keek hulpeloos naar de commandant van het platform.
'Een verkenningsvlucht.' klonk zijn zelfverzekerde stem.
Onverwacht sloeg Susan haar vuist met een daverende klap op de tafel. 'Leugens!' sprak ze dreigend. Ze draaide zich langzaam naar Charles van der Bild. 'Waarom wist ik niks van deze verkenningsvlucht.'
- 'Je was opgepakt op verdenking van lidmaatschap van een ondergrondse terroristische organisatie. Ik hoefde niets te melden. Chris Vader verzocht mij.....'
- 'Ja, Ja.' onderbrak ze hem. 'Dat zei je zojuist al. Maar sinds wanneer benoemt Chris Vader het hoofd van Ruimtezaken.'
- 'Interim hoofd.' verbeterde van der Bild. 'Vooruitlopend op een besluit van de Raad van Twaalf en een advies van de Veiligheidscommissie...'
- 'Ook daar heeft Chris Vader niets mee te maken.' onderbrak Susan de Terra hem scherp.
- 'Zijn vader autoriseerde hem, Junior Vader heeft.....'
Weer onderbrak Susan hem scherp. 'Junior Vader heeft geen enkel recht om taken of bevoegdheden van de Raad van Twaalf over te nemen. Behalve als de Raad van Twaalf ze zelf overdraagt en daarvoor is een tweederde meerderheid nodig..... Zoals je ziet onthield ik mijn lesje beter dan jij.'
Bedremmeld bleef Charles van der Bild staan en zocht met zijn hand steun aan de tafel. Opnieuw herstelde hij zich. 'Kan ik even controleren of je inderdaad na je arrestatie bent vrijgelaten. Voor het zelfde geld ben je uitgebroken of bevrijd door leden van de ondergrondse.'
'Je hebt lef.' siste Susan en kreeg een vuurrood hoofd.
'Grijp haar Dirk.' commandeerde Van der Bild.
Susan de Terra vuurde met haar laserpistool maar miste omdat Dirk haar tegelijkertijd van achter vast greep. Van der Bild snelde naar de Telecom en toetste een cijfercode in. Het beeldscherm flikkerde op maar er verscheen niemand. Op de achtergrond was een ondefinieerbaar geluid hoorbaar. Het leek alsof iemand onregelmatig ergens op sloeg. 'Hebbes.' klonk het opeens triomfantelijk. Een diepe zucht volgde. Dan een bijna ijselijke schreeuw. 'Nog één.'
- 'Hallo, kolonel! hier Telecom.' schreeuwde Van der Bild door de microfoon. Er was weer een klap hoorbaar. Daarna verscheen het verwrongen gezicht van een man in een witte jas in beeld. 'Alsjeblieft.' klonk het smekend. 'Haal me hier weg. Ik zit in een wespennest en de deur is op slot.'
- 'Welke gevangenen kan ik nog verwachten kolonel?' De man in de witte jas sloeg ergens naar. 'Ik moet er nog één ondervragen, maar alsjeblieft bevrijdt me uit dit wespennest.'
- 'Wie moet je nog ondervragen? Susan de Terra?'
'Nee, Nee.' antwoordde de man in de witte jas, terwijl hij met zijn handen om zich heen sloeg. 'Susan de Terra wordt zo dadelijk bij je afgeleverd. Alleen nog Natascha. Die was in gezelschap van een zekere Alain. Die Alain is nog voortvluchtig.' Er volgde weer een klap en de verbinding was verbroken.
'Mijn intuïtie heeft me nog nooit bedrogen.' grijnsde Van der Bild. Even later verscheen het bovenlichaam van de portier van het hoofdkwartier van de Interne Veiligheidsdienst op het scherm.
'Ga eens kijken bij de kolonel op het ondervragingsbureau. Hij zegt dat er een wespenplaag heerst. Verder kun je Kafida melden dat Susan de Terra bij mij op het platform is. Ik houd haar zolang vast tot de anderen zijn overgebracht voor transport naar de planeet.'

Er klonk een doffe knal. De deur vloog open. Charles van der Bild greep naar zijn wapen. Twee lichtflitsen waren zichtbaar. Bewusteloos zakten Dirk en hij ineen.
'Hallo, Hallo. Klonk de stem van de portier door de Telecom. Wat gebeurt daar.'
Natascha verbrak de verbinding. 'Sorry. We wisten niet dat hij net met de Telecom bezig was.'
- 'Geeft niets.' antwoordde Susan. 'We kunnen nu alleen spoedig bezoek verwachten.' Ze richtte zich tot de vrouw. 'Waar zitten de gevangenen Anita?'
- 'Er zijn geen gevangenen commandant. Van der Bild had ons zojuist meegedeeld dat er gevangen op komst waren. Hij zei dat jij daar deel van uitmaakte omdat je lid zou zijn van een ondergrondse organisatie.' Susan staarde voor zich uit. 'Ze hebben Monique dus niet te pakken.' concludeerde ze.
- 'Wat zegt je commandant?'
Susan de Terra keek op. 'Niets, ik dacht hard op. Zo dadelijk komen hier wachters van de veiligheidsdienst. Ze zitten ons achterna. Dat komt ze prima uit.' Ze wees op Charles van der Bild. 'Die hele kliek van Chris Vader zou niets liever willen dan mij wegwerken zodat Van der Bild mijn positie kan overnemen.' Anita knikte. 'Weet ik.' was alles wat ze zei.
'Kom.' sprak Susan de Terra. Ze wenkte Alain en Natascha. 'We moeten hier snel vandaan en ons verbergen.' Tegen Anita zei ze 'Zo lang die twee bewusteloos zijn kun je proberen ze af te wimpelen.' Ze bukte zich en veegde met haar hand over de vloer en vervolgens over het gezicht van Anita. 'Breng je haar in de war. Zeg maar dat we je hebben neergeslagen en uit het ruimteplatform zijn gevlucht.'
Anita knikte 'Succes, commandant, ik zal alles aan Olivia melden.' Ze pakte de hand van Susan en drukte die tegen haar borst. Er blonken tranen in haar ogen.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

10. Op de drempel van de eeuwigheid

Het ruimteplatform was dreigend stil. Alain kon de stilte bijna voelen. Links en rechts zag hij de ruimtejagers opgesteld staan. Hij telde ze. Het waren er bij elkaar twintig, aan elke kant tien met een ruimte van ongeveer vijftig meter tussen de toestellen. Aan het einde van de hal, in de verte, zag hij de grote buitensluis. Slechts hier en daar scheen een lamp. Grote schaduwen liepen over de vloer. Zijn eigen schaduw was langgerekt. Een rood licht bij de grote buitensluis knipperde voortdurend. Drie seconden aan, drie seconden uit. Als het aanknipte zette het de hele hal in een rode gloed.
Ze liepen gehaast door de ruimte. Geen van drieën sprak een woord. Susan de Terra liep voorop. Hij en Natascha volgden haar. De gele koffer trokken ze achter zich aan. Alain keek naar de ruimtejagers en dacht vertwijfeld 'De enige mogelijkheid om uit het LAM te ontsnappen en terug te vliegen naar Terra, en we kunnen ze niet niet besturen.'
Hij versnelde zijn pas tot hij op gelijke hoogte met Susan de Terra liep. Hij keek haar van opzij aan. 'Waarom zit jij in de ondergrondse?' vroeg hij plotseling 'Iemand zoals jij heeft toch veel te verliezen.' Ze antwoordde niet maar staarde wazig voor zich uit.
'Werden haar ogen vochtig?'

'Waarom? Hoe kunnen ze dat begrijpen' dacht ze. 'Zij willen niet weg uit het LAM. Zij sloten zich alleen maar bij de ondergrondse aan omdat ze wilden weten waar het LAM precies naar toe gaat. Ze willen met Junior van ORAS de eeuwigheid in vliegen.'

'Waarom?' klonk het nogmaals. Zijn stem was vriendelijk. Ze keerde terug uit haar droom en keek hem aan, en vroeg 'Waarom zijn jullie met het LAM meegekomen?'

'Waarom zou ik haar vertellen dat ik op zoek ben naar Terra?' Dacht Alain. 'Is er een kans om te ontsnappen? Susan de Terra wil niet uit het LAM weg. Ze heeft alleen de leden van de ondergrondse willen redden. Ze wil Junior Vader volgen. De grote sprong maken....'

'Wat doet het ertoe!' zei hij lusteloos.

'Hoe kan zij begrijpen wat ik zoek, waarom ik naar Terra wil. Waarom is ze lid van de ondergrondse, terwijl ze commandant is van Ruimtezaken?'

Ze waren halverwege het uitgestrekte ruimteplatform. Alles leek precies op de hangaar waarin hij ruim vijftien jaar geleden had gelopen. 'Opnieuw op de vlucht.' Rodger liep naast hem. De gele koffer werd juist ingeladen in het vrachtruim van een middelgroot Federatief ruimteschip. Toen ze weg waren gevlogen had hij niet meer naar buiten gekeken. Rodger was zijn wooncabine binnen gekomen. Samen hadden zij z'n rantsoen sterke drank opgedronken. Rodger uit solidariteit. 'Het went snel Alain, het leven van een controleur van de Federatie.' trooste Rodger. 'Elke keer een andere planeet, nieuwe indrukken.' Alain schudde mismoedig het hoofd. 'Elke keer dezelfde mensen, dezelfde problemen. Almaar slapen.'

Ze waren nu bijna bij de grote sluis. De polstransmitter van Susan de Terra piepte. De stem van Anita klonk: 'Commandant, een zoekpatrouille van de veiligheidsdienst gaat het platform controleren.'
- 'Ok, bedankt. We zitten in RJ-A15. Als ze te dichtbij komen dan laat je de luchtdruk wegvallen en doe je alsof er een storing is.' Ze sloeg rechtsaf naar de laatste ruimtejager. Ze bracht haar polstransmitter dicht bij haar mond en sprak een paar codewoorden.' De kleur van de ruimte jager veranderde van licht geel naar donker geel. Ze liepen snel op de jager af. De deur ging langzaam open en een trap schoof naar beneden. Ze stapten naar binnen. Susan plofte direct neer achter het bedieningspaneel en zette een aantal schakelaars om. 'Daar kun je de koffer mee naar binnen hijsen.' wees ze Natascha. Even later sloot de deur. De trap schoof naar binnen. Susan ontspande. 'Zo hier zijn we echt veilig. Zelfs met een atoombom kom je hier niet in.'
- 'Is niemand geautoriseerd?' vroeg Alain.
'Niet als er eenmaal een piloot in de jager zit. Als die eenmaal zijn eigen wachtwoord heeft ingevoerd kan niemand er van buiten meer in. Veiligheid gaat voor alles tijdens gevechtsvluchten of als je uit koers bent geraakt.' Ze zette nog een aantal schakelaars om en richtte zich weer tot hen. 'Weten jullie nog steeds niet wat onze eindbestemming is? Jij hebt toch vaker contact met Chris Vader, is het niet?'
Alain schudde zijn hoofd. 'Eindbestemming.' Het woord zong door zijn gedachten. 'Is er wel een eindbestemming?' vroeg hij. 'Ik betwijfel het. Is het niet allemaal één grote fictie? Een fata morgana van een wanhopig volk op de vlucht? Bij de Federatieve Controledienst bestond ook geen eindbestemming. Dat wist je als je er in dienst ging.'
Susan hield haar adem in. Een golf van emotie overspoelde haar. 'Zijn jullie gekomen met de Federatieve controle missie? Ik dacht dat jullie migrantarbeiders waren.'
Ze knikten alleen maar.
'We konden niet meer op tijd terugkeren naar het ruimtependel' verklaarde Alain. 'Alles ging zo onverwachts. En nu vliegen ze ook door de Nevel zonder doel, zonder eindbestemming. Ze moeten vluchten voor de Centrale Macht want die zal vroeg of laat er achter komen dat we de missie hebben gesaboteerd. Maar dat maakte geen verschil wij hadden nooit een eindbestemming. Alleen de gezagvoerders zoals De Wit hadden een thuisbasis. Voor hen had elke missie een eindbestemming.'
Susan zat op het puntje van haar stoel. 'Wat bedoel je?'
- 'Iedereen was afgunstig op de gezagvoerders. Zij vormden een apart elitekorps binnen de Centrale Macht. Ze kregen een aparte opleiding en hadden allerlei privileges. Na een missie kregen ze meer dan een jaar verlof. De controleurs hadden dat privilege niet. Die gingen gewoon door op de volgende missie onder een nieuwe gezagvoerder.' Hij wachte even alsof hij zich bedacht. 'Alleen over De Wit twijfel ik. Die was anders dan de rest. Hij was de eerste gezagvoerder die ik heb zien praten met zijn bemanning.'

'Wat weet hij van Tim?' schoot door het hoofd van Susan. 'Weet hij misschien waar het Federatieve ruimtependel heen is? Is dit de kans om te weten te komen waar hij verblijft?' Nog voor deze gedachte zich volledig in haar hoofd had gevormd vroeg ze 'Waar woont hij?'
Alain haalde zijn schouders op.
Tranen welden op in haar ogen. 'Zelfs als zijn superieuren hem het debâcle op ORAS laten overleven kan ik hem niet vinden.' dacht ze verslagen.

'Daar zijn ze.' Natascha zat bij het raam van de cockpit. 'Kunnen ze ons niet zien? bij de Federatieve Controledienst beschikten we over doorlichtingsapparatuur voor ruimteschepen....'
- '....die nergens anders in de Federatie bekend was.' vulde Susan met een licht sarcasme in haar stem aan. Natascha kreeg een rood hoofd.
Susan liep naar het raam. 'Verdorie, ze zijn niet stom.' siste ze.
'Wat is er?'
- 'Ze hebben beademingsapparatuur bij zich. Die truc met de luchtdruk zal niet werken.'
Haar polstransmitter piepte. 'Commandant ze hebben...' Ze onderbrak de zender. 'Ik weet het.... beademingsapparatuur. Ik kan van hier uit de gele draagtassen zien. Wat zijn ze van plan?'
- 'We weten het niet.' kraakte de zender. 'Ze zijn met z'n twintigen overal aan het zoeken, erg spraakzaam zijn ze niet.....' De stem hield even stil. 'Daar komen ze. Ik moet afbreken....' De verbinding werd verbroken.

'Ik zie er zes. Twee dragen een geel ruimteuniform.' riep Natascha. 'Ze stoppen bij de eerste ruimte jager.' Gespannen keek ze naar de ruimtejager die ruim vierhonderd meter verderop stond. 'Ze gaan naar binnen.'

Het grote scherm in de cockpit van de ruimtejager flitste aan. De stem van de omroeper klonk. 'Tot u spreekt Junior van ORAS.' Langzaam lichte het beeld van de gravitatiezaal op. In het midden op de zetel zat Junior van ORAS. Het beeld zoomde in. 'Broeders en zusters van ORAS we hebben een belangrijk punt in onze reis bereikt.' Zijn stem klonk rustig en vastberaden zijn ogen waren helder blauw en leken wel licht uit te zenden.

Alain keek geboeid naar de lichte heldere ogen die op hem neerkeken. 'Vader is het nog ver?' - 'Nee Alain. Daar is het.' Junior wees naar de kust. In de verte ontwaarde Alain een wit huis. Het lag op een kleine heuvel midden in een lappendeken van velden en akkers. De zon was al niet meer zo warm. Ze daalde in de verte achter hen over de stad. De verspreide wolken vertoonden gele en oranje randen. Chris zat op een steen. 'Daar gaan we wonen. Albert en Mireille zijn al gearriveerd.'

'We zijn hier op de rand van de Nevel en daar in de verte is onze eindbestemming.' Junior van ORAS maakte een wijds gebaar naar het grote symbool aan de wand van de gravitatiezaal. 'Waar we al die jaren voor werkten en leefden ligt binnen handbereik. Een toekomst zonder bedreiging van de Federatie, een paradijs wacht op ons allen. Nooit meer zullen ze ons kunnen achterhalen. Elk spoor, elke aanwijzing, niets blijft achter, alles en iedereen gaat mee...'
Alain keek naar het symbool. Twee grote rode ronde vlakken, daartussen een lichtblauw kruis. 'Wat is de betekenis van dat symbool.' vroeg hij aan Susan die maar half luisterde en af en toe een blik naar buiten wierp.

'Daar zijn ze weer.' riep Natascha die ook naar buiten was blijven kijken. Susan knikte. 'Het vierde toestel.'

'Wat betekent het?' vroeg Alain opnieuw.
Susan wierp een korte blik op het scherm. 'Het is ons nationale symbool.' zei ze zonder hem aan te kijken. 'Het betekent 'evenwicht'.'
Op het scherm wees Junior van ORAS weer naar het symbool. 'Hier hervinden we ons evenwicht uit een afschuwelijk verleden in een nieuwe toekomst. Hier is een nieuw evenwicht tussen leven en dood....'

'Van hier af kun je zien hoe mooi het huis is gelegen. Precies tussen de stad en de kust. Tussen de drukte van het werk en de stilte van de natuur. Een perfect evenwicht.'

'Evenwicht waartussen?' vroeg Alain.
Susan glimlachte. 'Tussen alles wat je maar wilt.' zei ze achteloos. 'Tussen goed en kwaad, tussen man en vrouw, tussen stilstand en beweging, wat je maar wilt.......' Haar blik dwaalde weer naar het raam. 'Ze zijn over tien minuten hier als ze in dit tempo doorgaan.'
Natascha knikte. 'We zijn hier toch veilig?'
- 'Ja dat wel.' antwoorde Susan, 'Maar als ze ontdekken dat de laatste ruimte jager omgeven is door een krachtveld waar ze niet doorheen kunnen komen dan zullen ze begrijpen dat we hier zijn.'

'Is dat allemaal niet een beetje vaag.' waagde Alain voorzichtig.
Op het beeldscherm werd een planeet zichtbaar. Junior's stem begeleidde de beelden. 'Geliefde ORASsianen. Ik zou jullie kunnen vertellen hoe ons nieuwe woonplaats eruit ziet maar woorden en beelden schieten tekort. Alleen als je er zelf bent zul je begrijpen waarom dit het paradijs is waar de tegenstellingen zich oplossen in het niets, en waar ons volk voor eeuwig thuis zal zijn.'

'Ze kunnen er toch niet in?' vroeg Natascha.
'Nee, ze kunnen er niet in zolang ze het wachtwoord dat ik gebruikte niet kennen.' antwoordde Susan. 'Maar als ze eenmaal vermoeden dat we hierin zitten kunnen wij er niet meer uit!'
De twee vrouwen zwegen en volgden de langzame bewegingen van de wachters in de verte. Alain's aandacht was volledig gevangen door het beeldscherm. Plotseling klonk een signaal.
'De druk valt weg.' De gestalten in de verte maakte schichtige onverwachte bewegingen.
'En als we wegvliegen?' waagde Natascha.
'Dan kunnen we niet meer terug!... Waar zouden we naar toe moeten?'

'Vader mogen Chris en ik naar de zee? We hebben gisteren onze boot geschilderd. Ze is bijna af.'
- 'En dan?' vroeg Alain's vader Albert. 'Willen jullie gaan varen op zee? Waar willen jullie dan naar toe?'
Alain kreeg een rood hoofd, Chris keek de andere kant op. 'We willen naar de andere kant.'
- 'De andere kant? Waarom willen jullie naar de andere kant?'
Alain zweeg. Zijn broer ook. Hij durfde niet de woorden van de piloot te herhalen. Hij wist dat zijn eigen woorden nooit zo overtuigend konden klinken als de prachtige verhalen die uit de mond van de vrouw waren gekomen.
Voorzichtig probeerde hij 'We hoorden dat het daar heel mooi is. Er is een waterval en een wilde rivier. Je kunt er zonder gids naar toe.'
Albert Chamin keek hen glimlachend aan. 'Jullie mogen alleen naar de kust gaan, op voorwaarde dat jullie niet alleen de zee op gaan.'
Alain beet op zijn lip. 'Ook niet even proberen?'
- 'Nee, geen sprake van. Jullie zijn te jong om met zijn tweeën de zee op te gaan. De gevaren zijn te groot. Als het weer omslaat kun je nergens naar toe.' Hij keek het tweetal indringend aan. 'Aan deze kant is ook een wilde rivier met watervallen. Ik beloof jullie dat we er in de vakantie met de nieuwe boot naar toe gaan.'

'Is het belangrijk waar we naar toe gaan?' vroeg Natascha. 'Overal zijn de kolonisten van de Federatie naar toe gegaan. Ze zijn gewoon gegaan en namen hun lot in eigen hand. Ze bouwden een eigen toekomst op.' Ze keek Susan aan.
Die haalde haar schouders op. 'Een half jaar geleden dacht ik dat mijn toekomst daar was.' Ze wees naar het grote scherm waar het symbool weer in beeld was. 'En toen kwam er een ruimteschip van de Federatie op ORAS...' Haar stem was zachter geworden. Het beeld op het grote scherm viel weg. Een stralende leegte bleef achter. Een traan liep over haar wang. Ze zag de gestalte van Tim de Wit vervagen. 'Toen verloor ik mijn toekomst.'
Er viel een stilte. Alain keek haar vragend aan.
'Begrijp je dat dan niet?' Susan kon nu haar tranen niet meer bedwingen. 'Dat kwam door Tim de Wit.' zei ze slapjes.
'Jij en De Wit... Ik wist wel dat... Ik had wel gehoord... Maar ik wist niet dat het zo diep ging... Daarom liet De Wit ons naar het LAM gaan.' Verbaasd mompelde hij meer tegen zichzelf dan tegen Susan 'Als jij... Als jij niet in het LAM was geweest had hij ons nooit laten gaan!' Luider vervolgde hij 'Ik dacht dat hij wilde dat we zomaar poolshoogte gingen nemen. Hij was bezorgd over de evacuatie. We moesten met de commandant van de ruimtejagers contact opnemen om te vragen hoe snel de ruimtejagers de evacuatie konden uitvoeren. We wisten niet dat het LAM zelf een ruimteschip was. En toen waren we opeens vertrokken.' Verbaasd keek Susan hem aan. Voorzichtig sprak ze 'Dus jullie wilden helemaal niet met het LAM mee.... Met de grote sprong....'
Alain schudde zijn hoofd en antwoordde 'We kregen van Junior alleen toestemming het LAM te bezoeken als we toezegden er voorgoed te blijven. Maar we waren niet gekomen om te blijven.... Mijn vriend zat in de dienstwagen te wachten.... Hij ontsnapte op het laatste moment. We wisten niet dat het LAM een ruimteschip was.' Hij aarzelde. 'Chris Vader is mijn halfbroer. We hebben dezelfde moeder. Ik wilde ze nog één keer spreken...... Chris en Junior Vader....'

'Daar komen ze.' waarschuwde Natascha. De wachters stapten een voor een uit de ruimtejager die op vijftig meter afstand van de hunne stond. Ze hadden maskers op met slurven die naar twee gele draagtassen liepen.

'We wisten niet dat het LAM een ruimteschip was.' herhaalde Alain benepen.
'En waarom wilde je dan naar je vader en je broer?' vroeg Susan.
- 'Ik kreeg niet de kans om hen te spreken. We werden tegengehouden. Ze werden afgeschermd' sprak Alain.
Hij liet zijn stem dalen. Bijna verlegen sprak hij 'We waren vertrokken voor ik ze kon vragen wat op Terra met mijn vader en moeder was gebeurd, en met het witte huis.'
Sprakeloos keek Susan de Terra Alain Chamin aan.

'Wat gebeurt er als ze ons ontdekken?' Natascha keek gespannen naar buiten.
'Dan blokkeren ze de grote sluis. Die is beveiligd tegen een uitbraak.' antwoorde Susan.
- 'En dan?'
- 'Dan wachten ze af tot we geen voedsel en drank meer hebben .... Tot we naar buiten komen.'
- 'En dan?'
- 'Als ze ons pakken voor het LAM de grote sprong maakt, dan deporteren ze ons naar die planeet hier vlakbij. Als we het volhouden, dan komen we in het paradijs van Junior van ORAS.'

Alain keek naar buiten. Het leek net alsof een onzichtbare hand de voorste wachters tegen de grond wierp. 'Het krachtscherm!' schreeuwde hij. Het zweet brak hem uit. 'Niet in paniek raken' sprak hij tot zichzelf. 'Wat moeten we doen?.....' Hij staaarde naar het wit stralende grote scherm. Een schok voer door hem heen. Naar Susan schreeuwde hij 'Ik ken de koerscode van het ruimtependel.'
Susan de Terra aarzelde geen moment. Ze duwde hem opzij en nam weer plaats achter het controlepaneel. 'Ga zitten.' Ze wees naar de stoelen achter haar. De wanden van de ruimtejager leken te smelten. Op nog geen twintig meter afstand naast hen verscheen de zoekpatrouille.
Op de monitor voor Susan verscheen een vrouw in beeld. 'Maak de sluis open Anita, we zijn ontdekt. Geef aan alle ruimteplatforms door dat ik vertrek.... Vaarwel.'

De sluis ging open. Een van de wachters stootte de andere aan en wees naar de langzaam open gaande sluis. De patrouilleleider bracht zijn polstransmitter naar zijn zuurstofmasker.

Plotseling kwamen ze in beweging. In enkele seconden overbrugden ze gedrieën zwevend in de ruimte de afstand naar de sluis. Deze was pas voor driekwart open. De beweging van de sluisdeur stopte.
'Dat is net te weinig.' prevelde Susan. 'Nog een klein beetje Anita...' Ze schakelde de Telecom terug naar de vluchtleiding. Het kanaal stond nog open. Ze keek naar de monitor. Haar hart stond even stil van schrik. In plaats van het bekende gezicht van Anita toonde de monitor het gezicht van een onbekende in zwart uniform. 'Hoe moet ik dat ding sluiten.' hoorde ze hem mompelen.
'Kan ik u van dienst zijn.' vroeg ze met een metalen stem.
De wachter schrok op, keek naar de monitor en vroeg bars. 'Wie bent u?'
- Ik ben van de centrale vluchtleiding. Ik was juist in overleg met de vluchtleider van ruimteplatform vijf om de grote sluis te sluiten en toen verscheen u plotseling in beeld. Bent u geautoriseerd?'
Verward keek de wachter achter zich. Dan keek hij weer in de monitor.
'Veiligheidsdienst.' sprak hij op barse toon. 'Hoe moet ik de sluis sluiten?'
Met het klamme zweet op het voorhoofd sprak Susan 'U ziet twee oranje schakelaars recht voor u. U dient de rechter schakelaar twee seconden ingedrukt te houden.'

Alain glimlachte ontspannen terwijl ze de geopende sluis passeerden. Onder hem zag hij de indrukwekkende vormen van het LAM. Onbewust greep hij Natascha's hand. Hij voelde nauwelijks hoe ze dicht tegen hem aankroop en hem kuste.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

11. Het verbond

Plotseling flitste het grote scherm in de cockpit van de ruimtejager weer aan. Junior van ORAS werd zichtbaar. Hij zat op zijn zetel. Het leek alsof hij in een storm zat. Zijn lange witte haren wapperde onheilspellend. Zijn lichtblauwe ogen schoten vuur. Het leek net alsof ze met z'n drieën in zijn richting vlogen zonder dat de afstand kleiner werd. Links onder was het LAM zichtbaar. Het draaide langzaam onder hen weg. Rechts in de verte stond de laatste planeet van de Nevel tegen een pikzwarte sterrenloze achtergrond.
'Alain waarom bedrieg je mij?' donderde het door de ruimtejager. 'Als je wegvliegt laat je ons geen keus ....'

'We moeten er vandoor.' fluisterde Susan de Terra. 'Bij groot alarm kunnen de andere ruimtejagers elk moment hier zijn. Maak je klaar voor de lichtsprong. Als we snel zijn kunnen ze onze koers niet meer peilen en zullen ze ons niet achtervolgen.'

'Alain, geef antwoord. Alain je vader heeft recht op een antwoord.' De stem van Junior van ORAS klonk dwingend en smekend tegelijk. Langzaam stond Alain uit zijn stoel. Traag nam hij plaats achter de monitor van de Telecom. Hij schakelde in met de algemene code van het LAM. De centrale verbond hem automatisch door.
'Vaarwel junior Vader.' hakkelde hij. 'Ik kan u niet volgen.'
- 'Alain. Je brengt het leven van de bewoners van het LAM in gevaar!' Hij schudde zijn grijze hoofd. 'Alain, als de ruimtejager in handen van de Centrale Macht valt beschikken ze over de techniek om ons overal te achterhalen.' De laatste zin had hij uitgeschreeuwd. Doordringend keek hij Alain aan. 'Alain.' smeekte hij. 'Kom mee naar het paradijselijke oord dat ik ontdekte. Het is het perfecte evenwichtspunt in het heelal, de tijd staat hier stil. Van hieruit kun je de eeuwigheid in het gezicht kijken. Van hieruit kun je....' Een brok schoot in zijn keel. Hij vermande zich. 'Alain!' klonk het rauw. 'Breng niet het voortbestaan van het volk van ORAS in gevaar.... Mijn levenswerk.'

Een koude rilling doortrok Alain. Voor zich zag hij de oude wanhopige man. 'De oude band is gebroken.' besefte hij. 'Niets zal ooit meer hetzelfde zijn. We zijn de paria's, de verstotenen van de Nevel.'
'Alain. Denk aan je broers en zussen, het volk van ORAS.'
'Niet de hele bevolking van Terra vertrok met Junior van ORAS.' flitste door zijn gedachte. 'Niet iedereen is met Junior Vader vertrokken. Vader.....Moeder.'
Nu begrijp ik waarom de Centrale Macht Terra uit de geschiedenis van de Federatie wilde elimineren!' fluisterde hij. 'Oh, Lilian, Henri.' Woedend riep hij uit 'En het volk van Terra?! En het levenswerk van Albert Chamin?!'
De woorden troffen de oude als mokerslagen.
'Vader, waarom noem je jezelf Junior van ORAS? Waarom niet Junior van Terra?'
Junior van ORAS hapte zichtbaar naar adem. Met alle macht hield hij zichzelf bij elkaar. 'Ze hebben zichzelf verdoemd. Terra heeft zichzelf verdoemd. Oh Alain.' kreunde hij. 'Je was nog te jong om te begrijpen wat er zich afspeelde. Albert wilde onderhandelen, zelfs na de atoomaanval wilde hij onderhandelen.' Hij zuchtte diep.
Alain veerde op. 'Leven mijn vader en moeder?! Zijn zij bij de achterblijvers op Terra?'
Junior Vader haalde zijn schouders op. 'Terra is terug in het stenen tijdperk. De Centrale Macht ontmantelde hun beschaving en vernietigde hun toekomst. Alleen wij zijn ontkomen en konden schuilen in de buurt van het zonnestelsel van de Prota-planeten.... Alain, kom terug en ik zal je vertellen wat gebeurde met de achterblijvers op Terra.'
- 'En laat je me daarna vrijelijk vertrekken als ik dat wens?' sprak Alain snerend.

'Ze komen eraan.' Susan de Terra tuurde op de ruimtescan waarop tientallen kleine witte lichtpuntjes zichtbaar werden. 'Nog twee minuten tot aan de lichtsprong.'

Junior van ORAS hoorde haar. 'Alain, ik smeek je.' Hij staarde met grote ogen in de oneindige ruimte. 'Je laat ons geen keuze. Je dwingt ons tot het onmogelijke. Alain, je dwingt ons vanuit het paradijs terug te keren. Je dwingt ons de Centrale Macht te vernietigen.' Hij huiverde. 'Als de ruimtevaarttechnologie in handen van de Centrale Macht valt breng je het voortbestaan van de Nevel en de mensheid in gevaar. We zullen genoodzaakt zijn tot een strijd van leven op dood.....' Het beeld van Junior van ORAS begon te vervagen.
'Nu of nooit' dacht Alain. 'Vader, geef de koerscoördinaten van Terra!'
'Terra is verdoemd, ik verbied je!' gilde Junior van ORAS.
'Vader als u me de koerscoördinaten van Terra niet geeft dwingt u me verder te zoeken bij de Centrale Macht.'
Het leek alsof Junior van ORAS zich uit alle macht moest vastgrijpen aan zijn zetel. Alain kon het niet meer goed zien. Misschien was het alleen de indruk die het streperige beeld wekte. Als in de verte hoorde hij zijn vader schreeuwen 'Goed, je wilt mijn gezag tarten... Je bent verdoemd zoals de andere ongelovigen. Ga dan, ga dan naar de verdoemden van Terra. Maar weet dat ik je met mijn ogen overal zal volgen. Mijn ogen overzien het heelal en de eeuwigheid. Ik zal het zien als je heult met die duivels van de Centrale Macht.' Dreigend stak hij zijn vuist omhoog. 'Als onze ruimtevaarttechnologie in handen valt van de Centrale Macht zal hun lot ook het jouwe zijn.' Hij pauzeerde even. 'Je zult ten onder gaan met alle inwoners van de Federatie.' Hij strekte zijn armen uit. 'Alain. keer om....' Hij schudde zijn hoofd en verzuchtte 'Je bent net zo koppig als je vader.' Gespannen volgde Alain zijn reacties. Bijna op gewone toon vervolgde hij 'Weet dat ik jullie overal kan zien. Als je op Terra blijft, en die duivels van de Centrale Macht mijdt, zal ik Chris sturen om je terug te halen. Maar eerst zul je moeten leven met wat je daar ontdekt. Je bent verdoemd Alain Chamin!'

Het huis op de heuvel was nu zo dichtbij dat hij kon zien dat de ramen en deuren open stonden. De avondzon raakte de stad aan de horizon en zette het huis in een rode gloed. Twee mensen stonden voor de voordeur en zwaaiden hem toe. Alain begon te rennen.

'En de achterblijvers op Terra?'
- 'Ze zijn verdoemd, ze hebben geen toekomst meer omdat ze verkozen om te blijven.'

'Nog 30 seconden voor de lichtsprong.'
Alain keek opzij. Susan gebaarde hem plaats te nemen naast Natascha.
Hij knikte terwijl hij in de microfoon riep 'De koerscoördinaten van Terra Vader, de koerscoördinaten, alleen dan blijf ik buiten bereik van de Centrale Macht.'
- 'Ik sluit een verbond met je.' klonk de hese stem van Junior Vader. 'Als je belooft om de ruimtejager en zijn techniek uit handen van de Centrale Macht te houden en als je op Terra blijft zal ik Chris terugsturen om jou en de achterblijvers op Terra op te halen.... Ga nu eerst naar Terra en je zult begrijpen waarom wij daar vandaan zijn gegaan.'

'Nog 10 seconden.'
- 'Vader, ik beloof het je. Geef de koerscoördinaten anders is het te laat.'
- 'Vaarwel mijn zoon.' sprak Junior van ORAS gelaten.
Alain moest zich tot het uiterste inspannen om de cijfercode die Junior van ORAS uitsprak nog te verstaan. Zijn gezicht verbleekte. Het licht van de sterren vervloeide tot vlekken. Het leek alsof iemand hem neersloeg. Ontzet kroop hij naar zijn stoel. Sprakeloos blikte hij voor zich uit zonder te zien dat de vlekken overgingen in strepen. Hij zag niet dat de strepen eerst alle kleuren aannamen van de regenboog om daarna langzaam over te gaan in een helder wit licht aan de voorkant van de ruimtejager. Hij zag niet de gapende duisternis aan de achterkant. In zijn hoofd gonsde slechts de cijfercombinatie die Junior van ORAS hem had gegeven. Ze tolde in het rond. Schijnbaar eindeloos draaiden de cijfers in zijn hersens terwijl hij ze in zichzelf herhaalde alsof hij ze uit zijn hoofd moest leren. Hij staarde met een blik vol ongeloof naar opzij. 'Lilian.....'
- 'Geef de koerscoördinaten van het ruimtependel.' Susan de Terra keek hem ongeduldig aan. 'Ze kunnen nu onze koers niet meer peilen. We moeten snel van richting veranderen voor ze de achtervolging inzetten. De stem van Susan haalde hem weer terug naar de werkelijkheid. Zijn kleren waren doorweekt van het zweet. Verward keek hij om zich heen. 'We gaan naar Terra bracht hij er met moeite uit.'
'Nee.' schreeuwde ze heftig terug 'Geef de koerscoordinaten van het ruimtependel! Niet naar Terra. Hij heeft ons verdoemd en zal alles doen om ons te vernietigen. We gaan naar het ruimtependel.'
Een glimlach verscheen op Alain's gezicht. 'Het ruimtependel is op weg naar Terra. Hij zal ons niet vernietigen want hij beloofde het volk van Terra te redden en te verlossen van de Centrale Macht.'

 


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

12. Slapenloosheid

Tim de Wit keerde zich onrustig om. Voor hem op de wand verscheen het gezicht van Susan. hij strekte zijn hand naar haar uit. 'Misschien kunnen we de evacuatie bespoedigen.' hoorde hij Alain zeggen. 'Ik zal met mijn broer praten.' Het orkest hield even in, zoals een verteller even stilhoudt om de spanning op te voeren. Alle bezoekers zongen mee. Een traan liep van haar wang. Ze lachte hem toe. Ze strekte haar arm en wees naar de horizon. 'Van hieruit kun je met helder weer de kust zien.'
Hij draaide zich nogmaals om en opende zijn ogen. Hij knipte het licht aan. Hij herkende de muur van de slaapruimte. De klok gaf net iets meer dan drie rusturen aan. Hij probeerde zijn droom te reconstrueren. Waarom was hij wakker geworden? Er moest een reden zijn. Hij kon zich niet herinneren wat hem wakker maakte. 'Alles heeft een reden, niets is toevallig' dacht hij koppig en ging zitten.
Hij pakte zijn spreekschrijver. 'Logboek. Vijfde vliegmaand na ORAS, dag 24.' Hij stopte en dacht na. 'Hoe vaak heb ik nu al dit logboek ingesproken met dezelfde boodschap?' vroeg hij zichzelf af. Hij bracht de microfoon weer naar zijn mond en vervolgde 'Alles is rustig aan boord. Het merendeel van de bemanning is overgeschakeld op de ruimteslaap. Alleen Joop van Zijl werkt regelmatig in het computercentrum... En dat verontrust me het meest... Af en toe zie ik Mario slepen met onderhouds apparatuur.' Hij hield stil. 'Susan.....' Hij bracht de microfoon weer naar zijn mond. 'Ik heb uitgebreid met Joop gesproken. We moeten een beslissing nemen. We naderen het einddoel van het reistraject. Er zijn geen nieuwe faseopdrachten. Dat duidt erop dat we een rendezvous-punt naderen. We hebben maar twee keuzemogelijkheden: afwijken van de koers of gewoon afwachten. In het eerste geval bekennen we kleur. We wijken van de koersopdracht af en krijgen achtervolgers. In het tweede geval....'
Hij stopte en dacht na.

Joop van Zijl staarde naar de sterrenhemel. 'We moeten een beslissing nemen Joop. We kunnen de beslissing niet langer meer voor ons uitschuiven!' De krachtige stem van de gezagvoerder dreunde nog na in zijn hoofd. Hij voelde zich moe. 'Waarom ben ik zo moe? Is het 't werk?'
Zijn wooncabine zag er netjes opgeruimd uit. Het was een standaard wooncabine, met ronde witte wanden en drie op elkaar uitkomende vertrekken: het woongedeelte, het slaapgedeelte en de badkamer. Hij strekte zich uit. 'Hier is het beter dan in het computercentrum'. Hij zat met zijn rug naar de enige vlakke wand van de wooncabine die als televisiescherm dienst deed. Nu stond er een zich eindeloos uitstrekkende woestijn op afgebeeld. In de verte tussen de zandduinen was een oase zichtbaar. Of was het een luchtspiegeling? Aan de andere kant van de zitkuil was het grote ronde raam dat uitkeek op de sterrenhemel.
'Ik nam jouw op deze reis mee omdat je de slimste computerprogrammeur bent die ik ooit in de Federatie tegenkwam.' had De Wit gezegd.
'Kan jij dat dan beoordelen?' had Joop schamper geantwoord.
'Nee, ik weet niet wat je waard bent op het gebied van programmeren, waarschijnlijk kun je niet meer dan iedere willekeurige topprogrammeur van de Centrale Macht. Maar je hebt één eigenschap extra die de andere programmeurs niet bezitten.' De Wit had geheimzinnig gelachen.
'Wat bedoel je?' had hij achterdochtig gevraagd.
'Oh, heel simpel.' had De Wit geantwoord. 'Je houdt je nooit aan de spelregels omdat je aards lui bent. Je komt met oplossingen voor problemen die anderen nooit zouden bedenken omdat die zich netjes aan de programmeer regels houden.'

Tim De Wit wreef de slaap uit zijn ogen. 'Waar hangt Mario uit? De laatste keer dat ik hem zag was ruim een week geleden. Wat voert die uit?' Hij schakelde de spreekschrijver uit en toetste de code van Mario in de Telecom. Het beeldscherm flikkerde aan en het met vuil besmeurde gezicht van Mario werd zichtbaar. 'Wat ben je aan het doen, Mario? zeg niet 'Oh niks' want dat zei je de laatste paar keren ook al tegen me.' Mario grinnikte. 'Ik inspecteer het ruimtependel.'
'Daar heb je toch het handboek voor.' antwoordde De Wit. 'Je hoeft geen stap buiten je wooncabine te zetten. Alle informatie over het ruimtependel is netjes en overzichtelijk gerangschikt in de centrale computer. Je kunt de informatie opvragen vanuit elke Telecom.'
'In het handboek staat niet alles.' antwoordde Mario grijnzend.
'Staat niet alles?'
Mario grijsde alleen.
'Wat ben je nu aan het doen? En alsjeblieft geen smoesjes.'
Mario haalde zijn schouders op in het beeldscherm. 'Ik ben maar wat aan het experimenteren.'
- Dat zei je laatst ook toen ik aan je vroeg wat je deed.' Mario zweeg.
'Komt er nog wat van?'
Aan de andere kant trok Mario een fronsend gezicht.
'Voor de draad ermee!'
Mario zuchtte. 'Ik vroeg me af waarom we nog twee atoomkoppen aan boord hebben terwijl de rest op ORAS is afgevuurd, en waarom die driedubbel beveiligd zijn.'
'Ben je daar vijf maanden mee bezig geweest? Dat had ik je zo kunnen vertellen. De Centrale Macht kan elk ruimtependel van buiten af vernietigen als dat nodig is. Tenminste dat vertelde Joop me toen hij probeerde om het besturingssysteem van de boordcomputer los te koppelen.'
'Dat stond niet in de handleiding.' merkte Mario fijntjes op. Tim de Wit kreeg een rood hoofd.
'Goed.' gaf hij schoorvoetend toe. 'Daarin heb je gelijk. Maar ik zie nog niet het nut...' Hij schraapte zijn keel. Mario keek afwachtend. 'Het spijt me, ik wordt ongeduldig van al dat niets doen. Joop jaagt me de stuipen op het lijf met al zijn gewerk en jij geeft alleen maar ontwijkende antwoorden als ik vraag waar je mee bezig bent. En verder is iedereen overgeschakeld op de ruimteslaap.'
- 'Je nam mij toch mee vanwege de techniek?'
Tim de Wit dreigde weer een rood hoofd te krijgen. 'Wat is er met me aan de hand?' vroeg hij zich af. Hij knikte slechts.
'Ik ken mezelf.' sprak Mario. 'Ik weet wat ik waard ben. Toen we van ORAS vertrokken zei ik tegen mezelf: dit is je kans.'
- 'kans?' vroeg Tim de Wit schaapachtig.
- 'Ik had zes maanden de tijd om dit ruimteschip naar mijn hand te zetten. Niet door te knoeien aan de besturings programmatuur. Daar is Joop voor. Nee, door te prutsen aan de techniek.'
Tim De Wit zweeg.
'Ik ben blij dat je me rustig mijn gang liet gaan. Als ik ergens een hekel aan heb dan is het aan mensen die me opjagen.'
De Wit zuchtte opgelucht. 'Ik wil je niet opjagen Mario, maar ik ben ondertussen wel erg nieuwsgierig geworden.'
Mario knikte. 'Ik denk dat ik nu weet hoe het ruimteschip in elkaar zit.'
'Oh.' sprak hij en bedacht zich 'Hij doet in ieder geval wat.' 'Oh, Zo, zo.' zei hij alleen maar.
Mario begon spontaan te lachten. 'Wat me aan jou bevalt De Wit is dat je mensen de tijd geeft om hun zaakjes op hun eigen manier op een rijtje te krijgen. Nu ik weet hoe dit ruimteschip in elkaar zit durf ik hier en daar aan een schroef te draaien. Nu weet ik dat daarmee niet aan de andere kant van het pendel een alarm over gaat of een atoombom begint te tikken.'
Tim de Wit zijn hart begon sneller te kloppen. 'Bedoel je dat...'
Mario liet hem niet uitpraten. 'Ja! Ik weet nu dat de derde leiding alleen maar dient om het vacuüm in de atoomkop op peil te houden.' Mario keek hem triomfantelijk aan.

'Maanden heb ik nu gewerkt en gezweten van 's morgens vroeg tot avonds laat en ik ben geen stap verder gekomen.' mompelde Joop van Zijl voor zich uit terwijl hij naar buiten staarde. Een onmetelijke sterrenwereld strekte zich voor hem uit. Hij staarde echter wazig voor zich uit en zijn blik was naar binnen gericht. 'Ik heb zin om een fles wijn leeg te drinken in plaats van hier met denkbeeldige lijnen figuren te construeren in de sterren.'
'Een luiaard noemde hij me. Hij vergat er bij te zeggen dat ik ook de grootste relativist van de Federatie ben.' mompelde hij, en dacht. 'Wat heeft het voor zin om je te bedrinken als je ‘s-morgens met een kater en nog grotere tegenzin weer aan het werk moet.' 'Moet? Ik moet niets, niemand dwingt me, ik kan ook gewoon afwachten tot het allemaal over is. Gewoon de gebeurtenissen op hun beloop laten. Niet dat stomme idee van De Wit volgen dat je het noodlot kunt beïnvloeden.' Hij maakte zich kwaad. 'Hij maakt me altijd kwaad. Hij zette me tot zinloze activiteiten aan. Dat maakt me pas echt kwaad.' 'Ach wat heeft het voor zin. Ik ben toch door mijn wijnrantsoen heen.' Terwijl hij dat zachtjes voor zichzelf uitsprak moest hij grinniken. 'De Wit heeft gelijk... Aardslui. En ik heb me te pletter gewerkt om het zwakke punt in het besturingssysteem van het ruimtependel te vinden.' Hij zuchtte 'Die top-programmeurs bij de Centrale Macht kregen samen drie jaar de tijd. En ik? Hoeveel tijd heb ik nog?'
'Er is niet veel tijd meer.' had De Wit op scherpe toon gezegd.
'Ik weet het. De eindbestemming moet een rendezvous-punt zijn. Dat kan niet anders. Het dichtstbijzijnde zonnestelsel is bijna anderhalve lichtdag van dit punt verwijderd. Er is niets vlak in de buurt.'
'Ik wil van deze vliegroute af.' sprak De Wit. 'Het liefst zou ik het eindpunt van de andere kant willen benaderen, zodat we kunnen zien wat ons te wachten staat.'
Joop van Zijl barste uit in een schaterlach 'Ik heb me te pletter gewerkt.' dacht hij. 'Het is duidelijk wat ik moet bereiken, maar hoe?' Zijn lach ging langzaam over in snikken. 'Denk je in. We hebben ons tot taak gesteld het militaire apparaat van de Federatie te misleiden. Het best beveiligde geheim van de Centrale Macht te achterhalen. De beveiliging van het besturingssysteem te kraken.' Z'n snikken bedaarde, een paar tranen rolde over zijn wangen. 'Het lukt nooit.' dacht hij mismoedig. Tegen De Wit had hij gezegd 'Je weet het net zo goed als ik! Als een ruimteschip van de Centrale Macht van zijn koersopdracht afwijkt gaan er onmiddellijk waarschuwingssignalen naar de thuisbasis. Het ruimteschip verandert in een radiografisch baken. Alle Federatieve ruimteschepen die in de buurt zijn nemen deel aan de opsporing en achtervolging. Pas nadat ons reistraject volgens de koersopdracht is afgelegd kunnen we een eigen koers uitzetten.' - 'Ja, ja dat weet ik, maar als we alle communicatieapparatuur onklaar maken?' had De Wit gevraagd? Hij schudde mismoedig zijn hoofd. 'Als we na maanden werken de helft hebben uitgeschakeld begint de andere helft noodsignalen uit te zenden. Alles is gekoppeld. De ontkoppeling moet in één keer.'
Tim de Wit had voor zich uitgestaard. 'Wat gebeurt er als we gewoon onzichtbaar blijven in alert 3 en geen aankomstsignaal geven?'
'Dat heb ik ook al bedacht. Ze kunnen ons ruimteschild niet doorbreken, maar we zijn voor hen wel zichtbaar... En ze weten precies waar we aankomen. Op ORAS hadden we voor de uitvoering van de faseopdracht een maximale tijdsduur gekregen van 36 uur. Ze weten dus ook binnen een marge van 36 uur wanneer we aankomen.'
Had De Wit somber gekeken? Nee. Zijn ogen hadden zich alleen even samengeknepen.
'Nee.' Joop schudde zijn hoofd terwijl hij De Wit's gedachten had geraden. 'Als we met de dienstwagens uit het ruimtependel vluchten tijdens een overbruggingstraject dan begint het pendel ook noodsignalen uit te zenden.'
- 'We zouden dan ook erg kwetsbaar worden. Alleen het ruimtependel is onneembaar....'
Joop onderbrak hem. 'Onneembaar voor een vijand.'
- 'Je bedoelt....'
Joop knikte en zei 'Ik weet dat de Centrale Macht zijn eigen ruimteschepen kan vernietigen.'
De Wit had gezwegen. Joop was opgestaan. 'Ik ga maar weer eens aan het werk.' De Wit had pas een bezorgde blik in zijn ogen gekregen toen hij die laatste zin had uitgesproken. Op de gang liep hij Mario tegen het lijf. Die glimlachte alleen even wazig en liep snel door. 'Iedereen heeft zich opgesloten in zijn of haar wooncabine. Alleen Mario, De Wit en ik......'
Hij staarde door de matrijs. De sterren aan de ruimtehemel vervloeiden tot een karikatuur van het gezicht van Junior van ORAS. Rechts ernaast zag hij het gezicht van Chris Vader. Aan de linker zijde van Junior van ORAS was een onbekend gezicht zichtbaar. De ogen van Junior van ORAS spoten vuur. De lichtstralen vormden evenwijdige lijnen die recht naar hem toeliepen. De oude man lachte meewarig naar hem. Joop wreef met zijn handen in zijn betraande ogen. De drie hoofden verdwenen. Hij zag alleen nog maar een zee van sterren. Ter vergeefs zocht hij de ruimtehemel af naar de drie gezichten. 'Ik ga slapen.' besloot hij.

'Zo, Zo.' sprak Tim de Wit aarzelend. 'En toen?'
- 'Nou, logisch sprak Mario. Ik installeerde rondom de leiding en de atoomkop eerst een vacuüm ruimte en toen monteerde ik een afsluiter op de derde leiding. Daarna boorde ik tussen de ontsteking en de kernlading een gaatje.'
Het hart van Tim de Wit sloeg een slag over. 'Wat heb je gedaan?!'
Mario haalde zijn schouders op. 'Het leek me beter om het niet van te voren aan je te vragen, want dan had je toch nee gezegd.'
Tim de Wit wist niets te zeggen.
'Toen bracht ik op het uitgeboorde gat een vierde leiding aan en tenslotte pompte ik voorzichtig vloeibaar lood in de kernkop. Dat duurde nogal lang omdat er geen druk mocht ontstaan. Via de afsluiter kon ik het vacuüm op peil houden. Ik had maar een tolerantie van ongeveer éénduizenste milibar. Maar ik vond een flens in de brandsprinklers. Ik moest daardoor wel de bandbeveiliging uitschakelen maar daar heb ik.....' - 'Ik kan je niet volgen.'
Mario ging geduldig verder met zijn uitleg. 'Wel, voor brandsprinklers kun je ook andere thermisch gevoelige materialen gebruiken. Die hadden we in het centraal magazijn. Daarvoor moest ik wel veel slijpen en schuren, maar het was de moeite waard. Veiligheid voor alles!' Hij keek grijzend in de monitor.
'Veiligheid voor alles.' herhaalde Tim de Wit.
'Ja.' sprak Mario opgewekt. 'Nadat ik ook de tweede bom vol lood had gepompt kon ik gewoon de eerste en de tweede leiding afkoppelen.'
Tim de Wit voelde het klamme zweet in zijn handen. 'Weet je wat voor risico je ons liet lopen?'
Mario keek enigszins schuldig. Een beetje bedremmeld antwoorde hij 'Ik heb de brandbeveiliging maar twee keer tien minuten hoeven uit te schakelen. Dat leek me een aanvaardbaar risico.'
Tim de Wit keek Mario onderzoekend aan. 'Houdt hij me nu voor de gek' dacht hij. 'Je bedoelt dat ....'
Mario knikte minzaam. 'Zonder geknoei aan de besturings elektronica.'
Tim de Wit begon te lachen. 'Zo, zo, niet gek, niet gek Mario.'
Aan de andere kant stond een stralende Mario.
'En wat ben je nu aan het doen?'
'Ik ben wat aan het experimenteren....'
Tim de Wit keek hem wantrouwend aan en zweeg.
'Was dat alles commandant?'
- 'Ja, zorg dat je ook wat slaap krijgt.'

Joop van Zijl staarde naar de sterrenhemel voor hem. Moedeloos dacht hij 'We kunnen niets doen. We moeten afwachten wat er gebeurt. We zeilen ons ongeluk tegemoet. We weten teveel. Ze zullen ons vernietigen. Zo gauw ze erachter komen dat we niets over de ruimtevaart- en communicatie techniek van ORAS te weten zijn gekomen, en dat de bevolking van ORAS is gevlucht, heeft ons laatste uur geslagen.' Onrustig draaide hij op zijn bed. Plotseling vervaagde de rand van het grote ronde raam. Het leek alsof zijn woonruimte niet meer bestond. Zijn blikveld verbreedde zich. Hoewel daardoor alle sterrenbeelden kleiner werden, kon hij ze ook scherper waarnemen. Hij zag een langzame beweging. De rimpeling van een voorhoofd, ogen, een neus, een mond. Het derde onbekende gezicht vulde de hemel en keek hem aan.
'Wie ben je?'
- 'Ik ben de ziel van de wereld.' antwoorde het gezicht. 'Met mijn geest bind ik alles samen.'
Na die woorden vlamde plotseling een vuur op waarachter het gezicht verdween. Junior van ORAS werd zichtbaar. 'De dagen van de Centrale Macht zijn geteld. De Federatie zal ten onder gaan aan zijn eigen idealen. Geen macht in het heelal kan de loop van dit lot veranderen.'
Daarna werden de gelaatstrekken van Chris Vader zichtbaar. 'Mijn vader zal zich wreken op de Centrale Macht.' hoorde Joop hem zeggen. 'Maar wie mij volgt zal ik de weg wijzen naar ons paradijs.'
Chris Vader vervaagde en maakte plaats voor gezagvoerder De Wit. Deze keek hem verwijtend aan. 'Joop, je bent de meest geniale programmeur in de Federatie omdat je je niet aan de spelregels houdt. Maar in plaats van een oplossing te bieden ging je werken. Ik nam je niet mee op deze missie om te werken. Wat denk je wel? We zitten vast in het pendel. Dat moet veranderen. Je moet onze koers veranderen.'
Joop voelde zich boos worden. 'Zeg me wat de spelregels zijn, en ik zal ze overtreden.'
De Wit antwoordde niet. Een schok voer door hem heen.

Tim de Wit schakelde de Telecom uit. Hij gaapte en drukte zijn spreek-schrijver aan en vervolgde zijn logboek. 'In het tweede geval doen we niets en komen we op het rendevous-punt aan. De Centrale Macht zal contact met ons opnemen en...' Hij pauzeerde en begon opnieuw. 'Of we van onze koers afwijken of niet, en of ze contact met ons op zullen opnemen of niet; het maakt allemaal weinig uit ... Ze zullen er snel achter zijn dat de missie mislukt is. In alle gevallen zal de Centrale Macht beslissen de atoombommen aan boord tot ontploffing te brengen. Als blijkt dat dat niet lukt ontstaat er een nieuwe situatie......' Hij glimlachte. 'We moeten een plan maken om het initiatief te nemen.' Hij gaapte diep. Een gevoel van ontspanning trok door zijn lichaam. De spreek/schrijver gleed uit zijn handen. Hij besefte ternauwernood dat zijn gedachten uit de eindeloze herhaling tot rust kwamen. 'Susan.' mompelde hij terwijl hij de trekken van haar gezicht ontwaarde. Hij strekte zijn armen naar haar uit. 'Liefste, er is nog hoop.' Even leek het alsof hun vingertoppen elkaar konden raken. De tranen in zijn ogen vertroebelden het beeld. Hij voelde een leeg gevoel in zijn maag. Hij kon haar mond zien bewegen.
'Ik zal je zoeken tot in de verste uithoeken van de Nevel.'
Hij lachte en huilde tegelijk en antwoorde 'Mijn liefde voor jouw overbrugt de eeuwigheid.'

Joop schrok wakker. Hij voelde zich helder alsof hij volledig was uitgeslapen. 'Ik moet oppassen dat ik niet gek wordt.' mompelde hij. 'Het leek alsof ik de oplossing kon aanraken......' Hij hoorden de woorden van De Wit in zijn gedachten. 'Je moet onze koers veranderen.'
Hij ging rechtop zitten. 'Hoe kon ik zo stom zijn?' flitste het door zijn hoofd. 'Ik hoef de koers helemaal niet te veranderen'.
'Maanden heb ik gewerkt aan een methode om de koers van het ruimtependel te veranderen.' Hij sloeg zich op het voorhoofd. 'Hoe kon ik zo stom zijn. Ik heb gekeken hoe ik de noodsignalen kon uitschakelen. Hoe ik alert-3 kon beveiligen zodat de Centrale Macht het niet meer van buitenaf kan beïnvloeden of vernietigen. Maanden lang heb ik aan de verkeerde opdracht gewerkt! Hoe kon ik zo stom zijn.......'
Hij schoot in zijn kleren en rende naar het computercentrum.

Rodger betrad de commandoruimte.
'Ga zitten Rod.' zei een energieke Tim de Wit. Hij stond samen met Mario en Joop voor het grote scherm. Joop had de aanwijsstok in zijn hand en wees naar een kleine planeet. 'Deze. Dit is de enige waarop bewoning door mensen mogelijk is.'
Mario zoomde het beeld in. De planeet was nu duidelijk zichtbaar. Het groen grijze van enkele grote continenten werd afgewisseld door het blauw van water.
'Het ziet er goed uit.' sprak Tim de Wit meer voor zichzelf dan voor de anderen. 'Jammer dat dit een niet geclassificeerde planeet is. Je weet nooit precies wat je er kunt verwachten.'
- 'In ieder geval geen kolonisten.' grijnsde Mario. 'Anders had er wel informatie in de centrale computer gezeten.'
Tim de Wit draaide zich naar Joop. 'Wat zegt de spectraal analyse?'
- 'De planeet heeft een dampkring met voldoende zuurstof om menselijk leven in stand te houden. De groene kleur duidt op intensieve begroeiing met vegetatie. Waarschijnlijk is er ook dierlijk leven.'
- 'Klinkt goed.' mompelde Tim de Wit.
Rodger had het tafereel even aangezien. Hij plofte in de dichtstbijzijnde stoel aan de vergadertafel en schonk met enige moeite de gereedstaande koffie in een kopje. De anderen kwamen een voor een binnen. Mario en Tim de Wit keken de groep meewarig aan terwijl ze voor iedereen koffie inschonken.
'Het spijt me dat ik jullie maar zo weinig hersteltijd gunde, maar de tijd dringt.'
Iedereen keek bijna automatisch naar Joop van Zijl. Joop grinnikte. 'Nee deze keer ben ik het met De Wit eens.' Hij legde zijn aanwijsstok neer en schoof aan.
Johan kwam als laatste de commandoruimte binnen. Hij zag eruit alsof hij pas net uit zijn ruimteslaap was gewekt.
'Ben je vergeten om je vitamine B pillen in te nemen?'
Johan kon alleen maar knikken. Rodger deed als eerste zijn mond open. 'Kunnen we niet eerst wat eten?' - 'Daar is voor gezorgd. Joop.'
Joop stond op en pakte een schaal met broodjes. Bedachtzaam pakte Rodger een broodje en gaf de schaal door aan Misha.
Tim de Wit merkte dat de koffie begon te werken. 'Eet rustig door. Intussen zal ik jullie op de hoogte brengen van de huidige stand van zaken.' Hij ging aan het hoofd van de vergadertafel zitten. 'We naderen onze eindbestemming.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

13. Bordeaux

'Hoe oud was je toen Misha?' vroeg Joop.
Ze zaten samen in de commandoruimte. Misha lachte een beetje zenuwachtig. 'Het is al lang geleden, Joop.' zei hij ontwijkend. 'We hadden de opleiding al lang achter de rug. Het was niet mijn eerste missie. Ik had er al ettelijke achter de rug.'
Joop schonk de fles leeg. Misha stopte met spreken. Hij staarde naar de twee lege flessen. Dan pakte hij het glas en nam een slok. 'Goed spul. Waar heb je dat vandaan?'
- 'Gewoon meegenomen. Af en toe bij een bijzondere gelegenheid trek ik er een open.'
- 'En is dit een bijzondere gelegenheid?'
- 'We naderen een onbekende bewoonbare planeet. Dat is altijd bijzonder.' Joop pakte een nieuwe fles. Hij trok hem open met een ouderwetse kurketrekker. Hij bekeek het etiket en zei 'Bordeaux, van de Derde Planeet, onze thuisbasis. Daar werkte ik jaren geleden als programmeur. En daar volgde jij je gevechtsopleiding. Je was er net als ik jaren lang gestationeerd voor je overstapte naar de Controledienst. Elke keer als we terug komen van een controle missie sla ik er weer een nieuwe lading in.'
Misha knikte. 'Die Bordeaux die ken ik ja. Ik dronk er meer van dan goed voor me was, maar dat is allemaal al weer lang verleden tijd.'
Joop zweeg en richtte zijn blik op de scanner. Hij zag niets bijzonders. De grote motoren van het ruimtependel waren uitgeschakeld. 'Gelukkig geen wacht met Mario. Die stelt alleen maar lastige vragen.' dacht hij.
'Hoe was het? De militaire opleiding?'
- 'Het was een gezellige club.' Weemoedig keek Misha voor zich uit. 'We vierden vaak feest. Bijna elke avond bleven we bij elkaar. Overdag hielden we oefeningen. 's-avonds was het altijd lekker ontspannen. Met de plaatselijke Bordeaux wijn.'
Joop keek hem peinzend aan. 'Wisten jullie dan niet dat jullie een opleiding kregen om vernietigingsacties uit te voeren?'
Misha nam weer een slok. 'Waarom stel je van die moeilijke vragen Joop? Waarom ben jij altijd zo tegen de draad. Nooit zal jij je ergens aan conformeren.'
Joop zweeg.
'Ok.' sprak Misha. 'Ik zal eerst antwoorden op jouw vragen. Hoewel ik me afvraag of je het kunt begrijpen.' Hij zuchtte even en keek Joop recht in de ogen. 'Wat weet jij van goede vriendschap Joop?' - 'Die bestaat niet.'
Misha schudde zijn hoofd. 'Die bestaat wel Joop. Alleen weet je vriendschap pas echt te waarderen als ze voorbij is.'
- 'Goede vriendschap gaat niet voorbij!'
Misha gaf geen krimp. 'Misschien niet. Misschien gaan vrienden alleen maar tijdelijk uit elkaar om te begrijpen dat ze samen iets unieks hadden. En misschien begrijpen ze dat als ze elkaar weer tegen komen.' Hij keek weer weemoedig voor zich uit. 'We waren eerst onbezorgd. We genoten van het goede leven. We konden doen wat we wilden. We werden opgeleid tot de elite gevechtstroepen van de Centrale Macht. En er was niets te vrezen. Alle bewoonde planeten in de Nevel behoorden tot de Federatie. Alleen de kolonistenplaneten wilden zich daaraan onttrekken en die moesten we met zachte dwang weer in het gareel brengen.'
Joop deed zijn mond open.
'Ja, Ja, ik weet wat je wilt zeggen.' onderbrak Misha hem. 'Terra. Terra was nog buiten de Federatie. Maar met Terra was een niet-aanvals verdrag gesloten. De Nevel was in harmonie. We waren onbezorgd en we konden ons uitleven. We waren vrienden door dik en dun. Toen ontstond de vriendschap die later niet meer gebroken is.'
- 'Hoe bedoel je?'
- 'De tijden veranderden. De oefeningen veranderden van karakter. Niet van de ene op de andere dag, maar heel langzaam, van het ene op het andere jaar. Onze training was altijd gericht geweest op snelle interventies. De nadruk lag op snel reageren. In korte tijd het regeringscentrum van een kolonistenplaneet uitschakelen. Communicatiecentra onklaar maken. Alles was erop gericht om nodeloos bloedvergieten te voorkomen. Totdat...'
Joop keek hem gespannen aan.
'Totdat we ook oefeningen kregen in aanvallen op afstand.'
Joop keek hem niet begrijpend aan.
Misha nam een grote slok en vervolgde 'Precisie bombardementen noemden ze dat. Geen interventie, maar op afstand geselecteerde doelen bombarderen... Vanuit de moederschepen. Chirurgisch bombarderen noemden ze het ook wel. Het zou in ons belang zijn en levens sparen.'
Joop keek hem bijna minachtend aan. 'En jullie slikten dat.'
Misha ontweek zijn blik. 'Onze feestjes op de thuisbasis gingen gewoon door. Maar het was niet meer hetzelfde. De onbezorgde tijden waren achter de rug. Als een gevechtsgroep terug kwam van een missie hoorde je geen sterke verhalen meer. Geen heldendaden. Het aantal flessen Bordeaux per feestje nam toe. We deden ons best om de oude tijden te doen herleven. We keken elkaar aan met onze dronken koppen en wisten dat niets meer hetzelfde was. We deden het vuile werk voor de Centrale Macht en dat was niet iets om trots op te zijn. Wat over bleef was de herinnering aan onze vriendschap in onbezorgde tijden.'
- 'Je kon er toch mee kappen?' Met wazige ogen keek Misha naar Joop en schudde zijn hoofd. 'Ach hoe kun jij dat nu begrijpen. Alles was gepland. We waren het gewillige werktuig van de Centrale Macht. Ze hadden ons de tijd gegeven om ons te verbroederen. We waren gedrild. We waren een eenheid die trots was op zichzelf. We waren omgesmeed tot een vechtmachine die in zichzelf geloofde. En zelfs toen dat geloof doofde bleven we uiterst effectief. Dat wil zeggen, een tijd lang. En ook dat was ingepland. Waarom denk je dat de afdeling militaire psychologie zo groot is?'
- 'Ik wist niet dat die bestond.' antwoordde Joop.
'Het is de grootste afdeling van de hele militaire organisatie van de Centrale Macht. Onze gevechtsgroep telde vijf personen. We vormde tevens de bemanning van één moederschip. De totale interventiemacht was duizend man groot. Wij waren de eigenlijke gevechtseenheden van de Federatie. Maar achter ons stonden tweehonderd duizend mannen en vrouwen kantoorpersoneel. Planning, logistiek, de technische afdelingen, informatie, psychologie, noem maar op.'
Joop knikte en zei 'Jullie deden het vuile werk, wij deden de voorbereidingen.'
- 'Het was voorzien dat we het maar een beperkt aantal jaren zouden volhouden.' zuchtte Misha. 'Het was door de psychologen voorzien dat we onbetrouwbaar zouden worden. Daarom zonden ze ons naar Terra. Ze wisten dat het onze laatste missie was. Ze hadden voorzien hoe we zouden reageren.....'
Voorzichtig vulde Joop opnieuw het glas van Misha. 'Hoe bedoel je?'

De ruimtescan gaf een lichte zoemtoon. Joop sprong op.
'Wat is er?' vroeg Misha.
'Niks. Het zijn meteorieten. We ontwijken ze vanzelf met de hulpmotoren, maar de ruimtescan signaleert ze toch.'
Misha keek hem vragend aan. Missen we zonder stuwkracht niet ons doel?'
Joop glimlachte geheimzinnig. 'We zeilen zonder stuwkracht automatisch naar de onbekende planeet. Ik moest het wel uitkienen, maar het gebeurt door de zwaartekracht van het zonnestelsel. We hoeven geen nieuwe koersopdracht op te geven. Er gaat geen alarm over. We geven geen automatisch noodsignaal af en toch komen we op de plaats van bestemming. Alles gaat vanzelf. We houden zelfs genoeg snelheid.'Joop zag dat Misha maar half luisterde.

'Ik heb er de laatste maanden lang over nagedacht.' hervatte Misha. 'Alles in het militaire apparaat van de Centrale Macht richtte zich op het uitschakelen van de mens als onzekere factor. En toch was volledige automatisering van de militaire missies niet mogelijk door de enorme afstanden die de ruimteschepen moeten overbruggen. De militaire ruimteschepen kregen wel een steeds hogere snelheid, maar de te overbruggen afstanden namen eveneens toe. De snelste communicatie met de thuisbasis ging per lichtboodschap, en ook dat duurde te lang. Ter plekke bleef betrouwbare menselijke beoordeling nodig.'
Joop knikte. 'Ik weet er alles van. Ik werkte aan de beveiliging van de faseopdrachten.'
- 'Ze bedachten toen dat ook het bombarderen automatisch kon. Dat was een geweldige oplossing. Niemand hoefde te beslissen. Niemand hoefde meer op de knop te drukken. Alles ging automatisch. Ze maakten een bombardement volledig afhankelijk van het handelen van een kolonistenplaneet zelf. Niets kon meer fout gaan door eventuele beoordelingsfouten van een militaire interventiemacht ter plekke. De militaire patrouilles hoefden hun handen niet meer vuil te maken. Ze hoefden geen beoordeling van de militaire situatie meer te maken. Ze hoefden alleen nog maar te beoordelen of de kolonistenplaneet de autoriteit van de Federatie accepteerde en of men alle basilica van de Wet naleefde.'
Joop nam een flinke slok uit zijn eigen glas en vulde hem daarna opnieuw tot de rand toe vol. Weer zoemde de ruimtescan. De woorden van Misha namen Joop te veel in beslag om te kunnen reageren. 'Je bedoelt dat......'
Misha knikte. 'Ik denk dat de Centrale Macht steeds minder gevechtseenheden zal gebruiken...... Alleen nog maar een Controledienst die inspectiepatrouilles uitzendt...... In ruimtependels met atoombommen aan boord....'
- 'Je bedoelt dat....' fluisterde Joop. 'dat ORAS gespaard zou zijn als....'
- 'Als ze de basilica geaccepteerd hadden. Als wij hun aandrijf- en communicatietechniek overgenomen hadden, en ingevoerd hadden in onze boordcomputer. Als die ze als zinvol had geanalyseerd.... ' vulde Misha aan.
Joop zweeg. Hij voelde hoe de logica van Misha's redenering zich een weg baande dwars door zijn eigen ongeloof. Hij voelde hoe alles in hem in opstand kwam om de woorden van Misha te accepteren. Hij klokte de wijn naar binnen.
'Langzaam zal de Controledienst alle militaire taken overnemen.' vervolgde Misha. 'Volledig geprogrammeerd en geautomatiseerd. Mislukken kan niet.... Er is alleen nog één klein schoonheidsfoutje. De controleurs zijn getuige.'
- 'Waarom hebben ze ons dan niet vernietigd toen wij ORAS vernietigden?' protesteerde Joop. 'Waarom bestaan wij nu dan nog? Waar gaan we nu dan naar toe?'
Misha liet zijn hoofd op zijn gebalde vuisten rusten. 'Ze moeten het zeker weten of ORAS is vernietigd.... Ze hebben ons als getuigen nodig' fluisterde hij bijna onhoorbaar. 'Ze moeten het van ons persoonlijk horen. De menselijk factor...'
Joop keek op de scanner. Het scherm was leeg. De woorden van Misha echoden in zijn gedachten. 'Ze moeten het zeker weten.... De menselijke factor....'
Misha richtte zich op. 'Ik heb lang erover nagedacht, ik heb de laatste tijd weinig geslapen.' Hij lachte verontschuldigend. 'Ook nu moeten ze het zeker weten, net als toen.... Toen begreep ik het niet. Het leek toen net alsof ze ons alleen maar ter verantwoording riepen omdat we terug waren gekeerd naar Terra. Maar als ik me de verhoren herinner..... Ze wilden precies weten wat de situatie op Terra was... Ze ontsloegen ons allemaal oneervol uit militaire dienst wegens het niet opvolgen van de bevelen. Maar hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik ervan overtuigd raak dat alles was voorzien, alles was gepland.' Hij keek Joop aan. 'We zitten in hetzelfde schuitje makker.' sprak hij troostend.
Joop balde zijn vuisten. 'Hoe kun jij daar zo berustend onder blijven?' siste hij bijna.
- 'Je doet er niets aan Joop. De Centrale Macht trekt aan het langste eind. Alles is tot in het kleinste detail voorbereid. Alles is voorzien.'
- 'Je bent gek Misha. Jullie brachten toch die kinderen van Terra mee? Dat was niet voorzien!'
- 'Ze stierven als ratten. Ze hadden teveel straling opgelopen. Slechts een paar overleefden de reis. Alain was er één van.'
- 'Maar de bevolking van Terra heeft de Centrale Macht getrotseerd, ze zijn vertrokken naar ORAS. Uiteindelijk is jullie missie mislukt!'
Misha haalde zijn schouders op. 'Het is maar hoe je het bekijkt. Ze moesten dat lastige Terra kwijt. Ik denk dat de Centrale Macht pas vijf jaar geleden ontdekte dat de naar ORAS gevluchte overlevenden beschikten over die geavanceerde aandrijftechnologie. Pas toen, denk ik, werd in hun ogen ORAS opnieuw een potentieel gevaar voor de Federatie.'
- 'Ze zijn niet alwetend, ze werken niet feiloos, ze hebben de positie van ORAS fout berekend...' schreeuwde Joop hem toe.
Misha gaf geen antwoord en staarde glazig voor zich uit.
Joop zuchtte vertijfeld. 'Misha! Zie je dan niet dat de Centrale Macht het problemen alleen maar heeft verplaatst!? Misschien verloopt de uitvoering van een militaire missie dan wel volautomatisch en vlekkeloos, maar de voorbereiding niet!'
- 'Misschien heb je gelijk Joop. Maar aan die wetenschap heeft een kolonistenplaneet weinig als we al bij ze voor de poort staan.' Hij stond wankelend op. 'Ik ben moe. Die Bordeaux van jouw ben ik niet meer gewend.' Hij strompelde de commandoruimte uit.

Joop van Zijl keek wanhopig om zich heen. 'Het is niet waar.' mompelde hij. 'De Centrale Macht kan niet alles voorzien. De voorbereidingen zijn te complex. Er werken teveel mensen aan. Te veel afdelingen. We maken een kans...' Hij sloeg met zijn vuist op tafel.
Weer zoemde de ruimtescan. Op het scherm van de besturingscomputer verscheen een tekst.

    *Meteorieten op twee miljoen kilometer afstand.*

Hij commandeerde in de microfoon van de besturingscomputer 'Geef afstand tot onbekende planeet.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

14. De boodschapper

Voorzichtig stuurde Rodger de dienstwagen tot boven de open plek. Hij keek naar het grote scherm. Het leek net een groot vierkant plein bedekt met witte marmeren stenen. Aan de randen stonden ruïnes van wat ooit stedelijke bebouwing was geweest. 'Zullen we landen?'
'Waarom wil je nu ineens landen.' vroeg Joop. 'Sinds het begin van de verkenningstocht zijn we pas eenmaal geland. Zie je wat bijzonders dan?'
- 'Het plein is leeg.' antwoordde Rodger.
- 'Wat bedoel je? Leeg?'
- 'Geen begroeiing. Overal waar we tot nu toe zijn geweest was de bebouwing vervallen en overwoekerd. Misschien is hier menselijk leven.'
- 'Ik zal een infra-rood scan maken.' bromde Joop en keek naar de monitor voor hem. De vegetatie rond het plein werd zichtbaar in een zacht roze kleur. Een vuurrode vogel vloog op. In de bossages langs het plein ontdekte hij de rode silhouetten van enkele konijnen. Overal zag hij kleine rode stippen bewegen.
'Geen groot wild.' sprak hij,. 'Ook geen olifanten waar jij de eerste keer voor wilde landen.' Hij lachte. 'Gelukkig kon de boordcomputer die nog net op tijd identificeren.'
'Het is duidelijk een bewoonde planeet geweest.' sprak Rodger onverstoorbaar terwijl hij de dienstwagen naar grotere hoogte optrok. 'Maar waar zijn de bewoners gebleven?'
Ze vlogen verder. De Telecom piepte. Joop schakelde in en zag het hoofd en de schouders van De Wit verschijnen.
'En? Intelligent leven?' vroeg deze.
Vóór Joop zijn mond open kon doen antwoordde Rodger 'We hebben tot nu toe geen intelligent leven aangetroffen, maar het is duidelijk dat nog geen honderd jaar geleden mensen op deze planeet woonden. We hebben drie vervallen steden ontdekt.'
Joop keek met een geërgerde blik naar Rodger.
'Ik meld me weer over twee uur.' sprak Tim de Wit. 'Kunnen jullie intussen uitzoeken wat er met die bevolking is gebeurd?'
Hij wachtte het antwoord niet af en schakelde uit.
'Had je je mond niet kunnen houden?!' vroeg Joop. In zijn stem klonk onderdrukte woede door. 'Straks zitten we hier nog als de officiële aankomsttijd aanbreekt. We moeten maken dat we hier wegkomen.'
- 'Ben jij dan niet nieuwsgierig?'
- 'Begrijp je dat dan niet?' Geërgerd ging hij verder met de biologische analyse van de planeet. Hij keek naar de puntenwaardering. '95 procent.' mompelde hij. 'Zoëven was het nog 94 procent. Zoveel zag ik nog nooit bij elkaar.' sprak hij en keek naar Rodger. 'Tot nu toe 95 procent van alle bekende levende wezens in de Nevel, en het cijfer stijgt nog. Er is een groot aantal onbekende bacteriën en virussen.'
Ze vlogen nu boven een moerassig gebied vol vogels. Rodger daalde langzaam en genoot van het uitzicht van een groep opvliegende pelikanen die scherp aftekenden tegen de ondergaande zon. 'Dat is jammer.' verzuchtte hij. 'Dan kunnen we geen uitstapje maken.'
Joop haalde opgelucht adem. Hij keek opnieuw naar het computerscherm. Slechts enkele bacteriën en virussen stonden aangemerkt als gevaarlijk voor de gezondheid. Hij dacht na. 'De Wit zal er binnen de kortste keren achter komen. De Wit zou geen woord spreken. Alleen maar kijken.' Joop haalde zijn schouders op. 'De meeste zijn ongevaarlijk. Slechts een tiental is schadelijk voor de menselijke gezondheid. Een vaccin is snel aangemaakt.'
Rodger zei niets. Zijn aandacht werd weer naar buiten getrokken. De kolonie pelikanen was neergestreken bij het grote meer. Langzaam - om ze niet te storen - bracht hij de laag boven de grond hangende dienstwagen weer in beweging.
- 'Goed.' sprak hij. 'Er is nog een vierde stad. Zal ik de gegevens over de micro organismen doorgeven aan het ruimtependel?'
Joop zag dat Rodger niet voor rede vatbaar was. Hij leunde achterover in zijn stoel. Hij maakte een gebaar alsof hij wilde zeggen 'Je doet maar wat je niet laten kunt.' en sloot zijn ogen.

Rodger tuurde naar het grote scherm. Ze naderden op geringe hoogte de kust. Hij remde af. In de verte zag hij de silhouetten van wat eens een grote stad was. Van veraf kon hij al zien dat de puinhopen bijna overal overwoekerd waren. Slechts hier en daar vielen open plekken en staken de ruïnes boven de bomen uit. Hij schakelde de infra-rood scan in. Het wemelde van donkerrode stippen en stipjes. Rodger keek naar de monitor van de boordcomputer. '97 procent biologische waarde.' Hij keek weer naar het grote scherm. De dienstwagen naderde nu snel de buitenwijken. Weer remde hij af en bleef stil boven de stad hangen op ongeveer een kilometer hoogte. Hij kon geen wezenlijk verschil met de andere drie steden ontdekken.
Joop's mond viel open en hij begon licht te snurken.
Rodger stond op en liep naar het raam van de cockpit. 'Deze stad is groter dan de andere drie, zeker een miljoenenstad.' dacht hij terwijl hij naar de horizon keek. 'Overal ruïnes, zover het oog reikt.'
Met een harde snurk werd Joop wakker. Hij zag Rodger bij het raam staan. 'Iets bijzonders?'
- 'Nee, alleen groter dan de andere drie steden.'
- 'Goed dan kunnen we nu gaan.' Hij keek op zijn polstransmitter. 'We moeten maken dat we zo snel mogelijk uit dit zonnestelsel zijn. De periode waarin we officieel op de eindbestemming aankomen is zojuist begonnen.'
Zijn oog viel op de monitor van de boordcomputer. Een schok voer door hem heen. 'Rodger, Kijk!'
Rodger keek. Naast het cijfer van 97 procent stond nu een gestileerde menselijke figuur afgebeeld.
'De infra-rood scan neemt menselijk leven waar.' Joop ging snel bij de microfoon zitten. 'Lokaliseer.' commandeerde hij de boordcomputer. Op de monitor verscheen een cirkeltje. 'Inzoomen op het grote scherm.'
Gespannen keken ze naar het grote scherm. Het leek alsof ze snel daalden. Een steeds kleiner deel van de stad bleef zichtbaar. De gebouwen en de begroeiing die in beeld bleven namen in omvang toe. 'Daar op dat platte dak.' schreeuwde Rodger.
Joop zag het nu ook. De gestalte van een man was zichtbaar. Hij stond en keek schuin omhoog, recht in de camera van de dienstwagen. Hij hield iets voor zijn ogen dat ook een deel van zijn gelaat bedekte. Hij stond roerloos.
'Hij houdt wat voor zijn oog.'
- 'Ik zal de gezichtshoek veranderen.'
Rodger ging in zijn vliegstoel zitten. Zonder zijn ogen van het grote scherm te halen bracht hij de dienstwagen voorzichtig in beweging. Op dat moment zag hij dat de man op het dak zijn vrije hand omhoog bracht. Een doordringend snerpend geluid doorbrak de stilte. Joop greep naar zijn oren terwijl hij 'Alert 3.' schreeuwde. Rodger kon in zijn val nog net de Alert-schakelaar aanraken. Het geluid verminderde maar bleef ondragelijk. Plotseling begon de hele dienstwagen te trillen en te schudden. Rodger kroop naar het controlepaneel. Met een uiterste krachtsinspanning bracht hij de dienstwagen op gang. Even leek het alsof alles uit elkaar zou trillen. Maar het toestel bleef stijgen en de trilling nam langzaam af.

Rodger kroop op zijn stoel. 'Oef.' Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd. Ze keken elkaar aan. 'Hij heeft een asymmetrisch gezicht.' dacht Rodger. 'De linker helft ziet er moe, bijna droevig uit. Het linker oog kijkt bijna bang.' Het leek alsof het waakzame en intelligente oog fonkelde. Joop keek weg. Zijn blik gleed naar de monitor.
'Hij is weg.' siste hij. 'Het leek alsof hij alleen was, maar dat was kennelijk niet zo!' Hij sloeg met zijn vuist op tafel. 'Ik heb genoeg van deze doelloze zoekactie. Waarom verdwijnen we niet gewoon uit dit zonnestelsel. Waarom gaan we niet gewoon naar een andere plaats in de Nevel waar we niet bang hoeven te zijn dat de Centrale Macht opduikt?!'
- 'Denk je dat het de Centrale Macht is... Het is een effectief wapen tegen Alert-3.'
- 'Nee.' sprak Joop kortaf. 'Het waren luchttrillingen. Hoogfrequent en laagfrequent. De Centrale Macht probeerde ooit om een geluidskanon te ontwikkelen maar stopte ermee wegens onoverkomelijke technische problemen.'
- 'Onoverkomelijk?'
- 'Ja. Niet alleen het doel, maar ook het kanon trilde bij lage frequenties uit elkaar. Het afschermen van het bedieningspersoneel ging al niet veel beter. Die kregen acuut diarree.'
- 'Maar...?' Rodger begreep er weinig van. 'Geluid plant zich toch alleen voort in de atmosfeer?' Joop knikte. 'Dat was ook een nadeel. Buiten de dampkring van een planeet is het wapen waardeloos. De verdere ontwikkeling is gestopt.'
Rodger bracht de dienstwagen op 10 kilometer hoogte. 'Boven de wolken zien ze ons niet.' De trilling was nu vrijwel niet meer hoorbaar of voelbaar.
'Waarom ga je niet hoger? Hoogfrequente golven dragen ver en zijn gevaarlijk, ook al kun je ze niet horen. Ze brengen langzaam je celvocht aan de kook.'
Rodger lachte Joop recht in zijn gezicht uit. 'Daar hoeven we alleen maar bang voor te zijn als we uitstappen. Ultrasone trillingen gaan niet door metaal.'
- 'Oh.' Joop kneep zijn lippen samen.
Rodger streek met zijn hand door zijn haar. 'Infra-rood scan: inzoomen.' commandeerde hij de boordcomputer. 'Zelfde lokatie.' Het beeld zoomde in. Enkele ogenblikken later was het dakterras weer zichtbaar. De man was verdwenen. Rodger keek aandachtig naar het scherm. 'Hij zwaaide met zijn arm. Het was een teken.'
Joop begreep wat Rodger wilde zeggen. 'Die beweging was alleen zichtbaar vanaf de noordkant en vanaf de zuidkant.'
Rodger knikte. 'Laten we die noord/zuid-lijn eens goed bekijken.' Hij stelde de infra-rood scan in en schakelde door naar het grote scherm. 'We beginnen vanuit het centrum naar het noorden.' Langzaam, met grote precisie, gleed het oog van de infra-rood camera over een oppervlak van ongeveer veertig bij veertig meter. Gespannen keken ze naar de monitor. 'Ja.' riepen ze tegelijk. Zij zagen een rode menselijke gestalte rennen over een grijze straat. Kleine rode stippen schoten opzij in het roze struikgewas. Plotseling verdween hij uit beeld.
'lokaliseer.' commandeerde Rodger de boordcomputer.
Het gestileerde rode poppetje was van de monitor verdwenen. Alleen de biologische waarde was zichtbaar. '98 procent' registreerde Joop bijna onbewust. Het beeld op het grote scherm zoomde langzaam in. 'Kijk daar!' Rodger wees. 'De weg loopt dood op een piramide vormig bouwwerk.' Gespannen staarden ze beide naar het bouwwerk.
'Wat is dat voor een gek bouwwerk?' sprak Joop. 'Is het een ruïne? Waarom valt het zo op? Zijn het de zachte grijze tinten.? Het is niet groot, net als de andere gebouwen deels overwoekerd met roze struiken en bomen.'
Rodger bracht zijn hand bij zijn hoofd. 'Dat bouwwerk past niet bij de omgeving. Het is net alsof het boven op die weg staat.' Ze keken elkaar aan. 'Dat betekent,' begon Rodger, 'dat het later is gebouwd dan de rest van de stad.' vulde Joop aan. Hij zag nu wat hij eerst niet kon duiden. 'De architectuur wijkt ook af van de rest. Nergens in de andere steden waren piramide achtige gebouwen.'
Aandachtig keken ze naar het lichtgrijze bouwsel dat de infra-rood scan dwars door de wolkenhemel zichtbaar maakte.
'Ik kan verder niets bijzonders ontdekken.'
- 'Ik ook niet, de getrapte vorm geeft het een heel primitief uiterlijk.'
Joop liep naar zijn stoel. 'Laten we terugkeren naar het ruimtependel.'
Rodger keek hem even met een half oog aan en zette de camera weer in beweging. De weg liep achter de piramide door en doorsneed een groot deel van de stad. Joop keek niet meer naar het scherm en leek in gedachten verzonken. 'Geen spoor van menselijk leven langs de noord/zuid-as.' sprak Rodger even later. 'Als we nu eens konden landen. Als we in onze ruimtepakken gaan dan is er geen gevaar.'
Joop veerde op. 'We hebben geen metaal gelaagde ruimtepakken.' protesteerde hij fel.
Op dat moment piepte de Telecom. Valerie verscheen in beeld. 'De vaccins zijn klaar. Ik heb ze in jullie dienstwagen aangemaakt. Vijf minuten na het injecteren kunnen jullie zonder gevaar naar buiten.'
Rodger grinnikte naar Joop. 'Nog even volhouden makker.' sprak hij bemoedigend.
'Wat ben je van plan.' sprak deze misnoegd.
'Ik ga landen en eens rustig rondkijken.'
- 'Je hersens laten koken bedoel je. Ik blijf binnen.'
Rodger stuurde de dienstwagen op grote hoogte met een boog om de stad heen. Boven de zee aangekomen daalde hij weer onder de wolken tot enkele tientallen meters boven de golven en vloog opnieuw in de richting van de stad.
'Het is geen moderne kolonistenplaneet. Een uitloper van de stad ligt aan het water. Waarschijnlijk was er maritiem verkeer. Moderne kolonistenplaneten hebben nooit grote steden aan de kust.' Joop zuchtte. 'Ik zal onze waarnemingen noteren.' antwoordde hij. Hij pakte een spreek/schrijver en begon zachtjes te spreken.
Terwijl ze vlak over de ruïnes van een buitenwijk scheerden was Rodger druk doende achter het controlepaneel. 'Hier was het.' sprak hij, terwijl hij voorzichtig landde op een kleine open plek. Joop stopte. 'Waar zitten we precies?'
- 'Ongeveer tweehonderd meter naast die grote weg, aan de noordzijde van de piramide.... Ga je mee?' Joop kreeg een rood hoofd. 'Je bent krankzinnig.'
- 'Ach.' sprak Rodger 'De opdracht van De Wit was duidelijk.... uitzoeken wat er met de bevolking is gebeurd.'
Joop voelde zich kwaad worden. 'De Wit kan de situatie hier niet beoordelen. Jij bent alleen maar nieuwsgierig. Een roekeloze avonturier. Wat heeft het voor een zin om het antwoord te zoeken op een nutteloze vraag? We zitten hier onze tijd te verdoen. We kunnen beter maken dat we weg komen voor dat de Centrale Macht op het toneel verschijnt.'
Rodger haalde zijn schouders op. Hij liep naar een kast en pakte zijn laserpistool. Daarna trok hij het bovenstuk van zijn ruimtepak uit.
'Wat ga je nu doen?' vroeg Joop terwijl hij Rodger verbaasd gadesloeg. 'De temperatuur buiten is goed. In dit zwarte T-shirt val ik minder op dan in dat ruimtejack.' Hij stak het laserpistool op zijn rug onder zijn broekriem.
'Hoe lang blijf je weg?' schreeuwde Joop hem na.
Rodger keek glimlachend om. 'Tot ik weet wat er met de bevolking is gebeurd.' Hij liep naar de tweede uitgang in de buik van de dienstwagen, opende de quarantaine sluis en klom naar buiten. Eenmaal op de grond rende hij naar de rand van de open plek. Hij keek om en moest weer glimlachen. Hij zag dat Joop de deur al weer had gesloten en dat de groene alert lamp brandde. Hij schakelde zijn polstransmitter in. 'Alles kits, Joop?' vroeg hij schertsend.
'Ja.' bromde Joop. 'Wees voorzichtig bij het terugkomen, ik heb het ruimteschild ingeschakeld.'

Rodger keek om zich heen. De wind deed de bomen om hem heen ruisen. Overal hoorde hij vogels zingen. Het was bewolkt maar de temperatuur voelde aangenaam aan. Plotseling hoorde hij naast zich geritsel in de dorre bladeren. Hij dook ineen. Een stekelvarkentje liep op een drafje van hem vandaan. Voorzichtig liep hij in de richting van de grote weg. 'Dit lijkt wel een een spannend jeugdverhaal over cowboys en indianen.' dacht hij en spiedde in het rond terwijl hij zoveel mogelijk gedekt bleef in het struikgewas onder de bomen. Hij stopte. Een paar meter voor hem hielden de struiken op. Voorzichtig nu sloop hij verder. Toen zag hij wat het was. Hij kruiste een breed pad. 'Dit moet het zijn.' mompelde hij en hij wilde het pad betreden. Op dat moment hoorde hij het geluid van snelle voetstappen. Hij dook weg. Over het pad zag hij in de verte een primitief geklede jonge vrouw aan komen rennen. Ze hield iets in haar hand. Rodger zag hoe ze met gemak de oneffenheden in de weg ontweek. Hij kreeg een idee. Snel greep hij zijn laserpistool en zetten het op verdoven. De jonge vrouw rende langs. Hij richtte en drukte af. Ze struikelde en liet terwijl ze viel de rol uit haar hand vallen. Versuft ging ze zitten. Rodger borg zijn laserpistool weg en stapte op het pad. Hij pakte de gevallen rol op en liep naar haar toe.
'Dank je.' stamelde ze.
Rodger herkende de variant van de Federatieve eenheidstaal en fronste zijn wenkbrauwen terwijl hij haar zijn hand bood.
Hinkend stond ze op en zei 'Ik heb geen gevoel meer in mijn voet.'
Nu wist hij het zeker en antwoorde in haar eigen taal 'Ga weer zitten, dan zal ik eens kijken.' Hij trok haar halfhoge schoen uit toen ze in het gras was gaan zitten. Voorzichtig betastte hij haar voet. 'Heb je pijn?'
Ze schudde haar hoofd en wilde weer opstaan. 'ik heb haast. Ik moet verder.'
- 'Wacht even.' Rodger hield zijn polstransmitter bij haar voet en las het scherm af. 'Blokkade van de hoofdzenuw. Niets ernstigs. Je hoofdzenuw kreeg een klap.' Hij masseerde de plek.
Verbaasd had de vrouw toegekeken. 'Wie ben je?'
- 'Voel je al weer wat?'
- 'Het gevoel komt terug.' beaamde ze.
Ze stond op. Maakte een paar voorzichtige passen en wilde doorlopen.
'Wacht.' riep Rodger. 'Wie ben jij? Waar ga je naar toe?'
- 'Ik heb geen tijd.' Ze keek hem een ogenblik onderzoekend aan. 'Loop achter me aan, straks heb ik de boodschap bezorgd en dan keer ik terug.' Ze glimlachte. 'Echt waar.'
In haar ogen zag Rodger pretlichtjes glimmen. Ze spurtte weg zonder zijn antwoord af te wachten. Rodger keek hoe haar soepele lichaam in korte tijd op grote afstand was. Hij zuchtte en liep achter haar aan het pad op. 'Vredelievend volkje.' mompelde hij. Het pad liep in een rechte lijn. Aan de ene kant ontwaarde hij de piramide. Aan de andere kant verdween het pad in het niets. Heel in de verte danste de gestalte van de jonge boodschapper. Nu hij liep zag hij meer details dan hij vanuit de dienstwagen had waargenomen. Hier en daar waren bomen gekapt. Kennelijk om het pad vrij te maken. Op enkele plekken was het puin van ingestorte gebouwen geruimd om het pad te effenen. De dansende stip was nu uit het oog verdwenen. Rustig liep hij door en keek met belangstelling om zich heen.

Joop trommelde met z'n vingers op het controlepaneel. 'Waarom meldt hij zich niet? Hij is nu al vijf minuten te laat. Waarom heb ik hem zijn gang laten gaan? Waarom hebben we niet eerst met De Wit overlegd.' Hij hoorde Rodgers woorden in zijn hoofd naklinken. 'De opdracht is duidelijk.'
Rodger had het injectiepistool op zijn arm gezet en gevraagd 'Jij ook?'
'Nee.' had hij bijna bars geantwoord.
'Zoals je wilt. Ik meld me over tien minuten exact.'
Joop stond op en liep naar de medicijnkast, haalde het injectiepistool eruit en plaatste er een nieuwe ampul in. 'Binnen een paar minuten verspreidt het serum zich in mijn lichaam.' Hij aarzelde. 'Zal ik De Wit eerst raadplegen? Wat zou die zeggen?' Hij hoorde diens donderende stem al dreunen. 'Blijf zitten waar je zit. Ik stuur Marc en May met een dienstwagen om jullie te helpen.' En ongetwijfeld zou hij er aan toevoegen 'Waarom gaat Rodger er in zijn eentje op uit? Je weet toch hoe ik denk over eenmans missies: alleen in uiterste nood.' Dan zou hij hem een tijdje zwijgend aankijken, en voor hij zou afsluiten zou hij zeggen 'Breng hem niet in gevaar. Neem in geen enkel geval contact met hem op!' Zijn blik viel op de infra-rood scan. '98 procent.' Het laatst waargenomen nieuwe dier was een stekelvarken. De monitor liet een nieuw dier zien. 'Hoefijzerslang. Coluber hippocrepis. Tot 1.50 meter lang...... Niet giftig.'

'Wie ben jij? Wat kom je hier doen?' Een woest uitziende man met lange haren en een baard keek hem dreigend aan.
'Rodger Behap. Mijn verkenningstoestel werkte niet meer toen het plotseling in een zware trilling raakte. Ik ben daar geland.' Hij wees achter zich.
- 'En je moederschip?'
Rodger maakte een vaag gebaar naar de lucht. 'We verkennen dit zonnestelsel. We zijn op zoek naar een bewoonbare planeet om ons te vestigen.
- 'Met hoeveel?'
- 'Met negentien.'
De man dacht na. De Jonge vrouw keek Rodger een ogenblik aan en sloeg haar ogen neer. Ze stonden met een hele groep om hem heen. 'Kunnen jullie me hier uit losmaken?' Het net waarin hij gevangen was drukte zijn armen langs zijn lijf als een weerloze rollade.
'Zo, zo, er komen er dus nog meer.' Hij maakte een gebaar en beval zijn metgezellen 'Fouilleer hem goed en maak hem dan los. Pak ook dat ding van zijn pols.'
Ze trokken het laserpistool uit zijn broekriem. De woeste uitziende man bekeek het voorzichtig en gaf het dan aan zijn buurman. 'Overal afblijven, het is gevaarlijk.' Hij richtte zich weer tot Rodger. 'Wat is dat?'
- 'Dat is een polstransmitter. Daarmee kan ik contact onderhouden met de anderen in het moederschip.' De man knikte.
'Ook van afblijven.' sprak hij terwijl hij de polstransmitter eveneens aan zijn buurman doorgaf. Hij keek de groep rond. 'We zullen de oude eens raadplegen.'
- 'De oude?' vroeg Rodger.
De man wees naar het piramide vormige bouwwerk in de verte.

Even later liepen ze de stenen poort door en kwamen een gewelfd vertrek binnen. Nieuwsgierig keek Rodger rond. De ruimte deed hem nog het meest denken aan een eerste-hulp post van een ziekenhuis. Overal stonden brancards en bedden langs de muur, en er was medische apparatuur opgesteld. Achter een groot bureau, in het midden van het vertrek, zat een oude man. Het viel Rodger op dat hij in tegenstelling tot de anderen korte haren had en er goed geschoren en gekleed uitzag. Hij hield iets in zijn hand waarmee hij aandachtig op het bureau aan het krassen was. Hij keek op. 'Ah.... Goede middag.... Wat kan ik voor jullie doen?'
Rodger werd naar voren geschoven. 'We vonden hem op het grote pad. Eva ontmoette hem toen zij uw boodschap overbracht. Ze was gestruikeld toen ze langs hem kwam. Hij heeft haar verstuikte voet gemasseerd. Hij beweert een kolonist te zijn, maar hij spreekt onze taal alsof hij hier is geboren.'
- 'Zo, zo. Je bent dus toch uit de lucht gevallen.' sprak hij tot Rodger. 'We dachten dat je aan ons geluidskanon was ontsnapt.' En tot de anderen zei hij 'Ik verkondigde jullie al eens eerder dat er altijd een kleine kans bestaat dat kolonisten hier een kijkje komen nemen.'
Rodger voelde hoe de grijze ogen hem aandachtig opnamen. 'Zo, zo. Wat is dat?'
- 'Dat had hij bij zich.'
De oude man kwam in beweging. Hij bemerkte Rodgers verbazing. 'Ja ik ben door die rolstoel nogal gekluisterd aan deze plek. Soms als het mooi weer is duwt Eva me een stuk langs het pad. Maar ver komen we niet. Maar ja, het is niet anders.' Hij bekeek aandacht het laserpistool en de polstransmitter. Legde ze op zijn schoot en reed zijn rolstoel terug achter het bureau. Hij zweeg een tijdje. Dan sprak hij vragend 'Kolonist....?!'
Rodger knikte onzeker.
De oude pakte het laser pistool, richtte en drukte af. Rodger viel en greep naar zijn voet.
'Ik zat een tijdje in de diplomatieke dienst van de Federatie.'
Rodger masseerde zijn voet.
'Geblokkeerde hoofdzenuw.'
Rodger zag Eva naar hem kijken en sloeg zijn ogen neer.
'Maar dat is lang geleden.' vervolgde hij. 'Toentertijd bezaten alleen militairen en de Federatieve Controledienst dit soort polstransmitters.' Hij richtte zich tot de verbaasde groep. 'Ik had even gehoopt dat hij inderdaad een kolonist was. Die hebben geen trek in een bewoonde planeet. Die zijn snel weer vertrokken. Maar nu ligt het anders. Informeer alle nederzettingen dat we bezoek hebben van de Federatie. Ze weten wat hen te doen staat.'
Rodger werd beetgepakt. 'En hij?'
- 'Sluit het talenwonder maar zolang op.' Hij maakte een gebaar naar achter.
- 'Wacht.' riep Rodger. Maar niemand luisterde.

De deur ging open. Eva kwam binnen.
'Wil je wat water drinken?'
Hij knikte. Ze bood hem de beker. Voorzichtig proefde hij en keek haar aan. 'Het spijt me van je voet.' Ze haalde haar schouders op. 'We staan quitte.'
Hij pakte haar hand. 'Ik ben geen vertegenwoordiger van de Federatie. We zijn juist op de vlucht voor de Federatie!'
Ze keek hem aarzelend aan. 'Waarom zou ik je nu geloven. Je hebt mij en de anderen maar wat voorgelogen. Hoe kan ik weten of je niet weer liegt?'
- 'Ik loog niet. Ik liet je alleen in de waan dat je struikelde.... En toen was ik zo stom om je te volgen.'
Ze glimlachte. 'Vertel me over de Federatie? Over de bewoners van de planeten die je hebt gezien?'
Nu moest Rodger glimlachten. Ze keek hem verwijtend aan en wilde zich omdraaien.
'Wacht.' sprak Rodger snel. 'Zo bedoel ik het niet. Ik zal je vertellen wat ons overkwam op onze laatste controlemissie. Dan zul je begrijpen waarom ik hier ben!'

Joop sprong op bij het gepiep van de Telecom. 'Rodger.' riep hij toen hij zag dat de verbinding via de polstransmitter van zijn maat binnenkwam.
Het gelaat van een oudere man werd zichtbaar. 'Hallo. Ik ben Cronos. Ze noemen me ook wel de oude. Met wie heb ik de eer?'
- 'Joop van Zijl.' sprak Joop bijna mechanisch. 'Waar is mijn maat?'
- 'Die is hier. Hij maakt het goed. Kunt u mij aangeven waar uw dienstwagen is geland? Dat spaart ons het zoekwerk.'
De man maakte op Joop een uiterst kalme en correcte indruk. Koortsachtig dacht hij na terwijl hij zichzelf hoorde zeggen 'Dat heeft geen zin. De dienstwagen is beschermd door een ondoordringbaar schild.' Terwijl hij de laatste woorden uitsprak schakelde hij de verbinding door naar het ruimtependel. Hij draaide de geluidsknop terug. Het gezicht van Tim de Wit verscheen op het grote scherm zijn mond bewoog. Joop hield zijn vinger voor zijn mond en draaide de geluidsknop weer open.
- 'Ik wil een gesprek met u,' sprak Cronos. 'of beter gezegd, met de gezagvoerder van uw moederschip.' Joop keek naar De Wit. 'Een ogenblik dan zal ik de vraag aan hem voorleggen.'
Tim de Wit knikte en maakte een gebaar dat hij het gesprek wilde overnemen. 'Accoord Joop. Laat maar naar het ruimtependel komen als Rodger mee kan komen.'
Joop sperde zijn ogen open. 'Hoe weet je dat Rodger.....?'
- 'Als hij het daar niet mee eens is wil ik hèm wel bezoeken.'
- 'U hoorde het meneer Cronos.' herstelde Joop zich.
'Uw gezagvoerder is snel van begrip meneer van Zijl. Gaat u hem maar halen. Ik ben zeer vereerd om hem hier te ontvangen.'
Tim de Wit keek indringend door de Telecom. Joop draaide zijn gezicht weg.
'Joop.' sprak hij dreigend. 'Je weet hoe ik denk over eenmans missies.'
Joop lachte. 'Ik ga wel met je mee.' sprak hij luchtig en verbrak de verbinding. Daarna keek hij met lege ogen voor zich uit.

Cronos keek Tim de Wit peinzend aan. 'Het is een ongelofelijk verhaal. Een minutieus voorbereide missie, en toch kwam u door een berekeningsfout van de Centrale Macht anderhalve dag te vroeg aan.' Hij schudde zijn hoofd. 'Maar waarom bent u hierheen gekomen?'
- 'We weten niet waarom dit onze eindbestemming is. We weten niet wat er gaat gebeuren. De geplande offici‰le aankomstperiode duurt alles bij elkaar 36 uur en die zijn nog niet verstreken.'
Cronos leek niet te luisteren. 'Door een kleine miscalculatie blijft het volk van Terra bestaan.' fluisterde hij. 'Er is hoop voor de toekomst.'
Tim de Wit keek vragend naar Cronos. 'Toekomst?'
- 'Ja. Als Junior Vader zijn eindbestemming bereikt, zal hij zich realiseren dat zijn droom onvolledig is.'
- 'De Centrale Macht zal verhinderen dat hij terug komt.' wierp Tim de Wit tegen.
Cronos keek hem met schitterende ogen aan en sprak 'Ik weet niet of ik je kan vertrouwen maar je brengt de boodschap van de hoop. Je vertelde dat ons volk van ORAS is vertrokken. De Centrale Macht is niet geslaagd in zijn opzet ons te vernietigen.' Hij knikte tevreden.
'Luister goed gezagvoerder De Wit. Toen Junior Vader ons verliet bleven wij met 5000 mensen en een verwoeste planeet achter. Het merendeel was ernstig ziek en verkoos om te sterven op Terra. Een groep ouderen bleef vrijwillig bij hen achter als medische verzorgers. Junior Vader smeekte ons om mee te komen. Hij wilde alle in het geheim ontwikkelde technologie uit handen van de Centrale Macht houden en meenemen. We wisten dat we door te blijven onszelf tot het stenen tijdperk veroordeelden. Maar, wij wisten anderzijds dat Terra daardoor oninteressant was voor de Centrale Macht. De zieken zouden in rust kunnen sterven. Hun beslissing lag vast. Ze wilden op Terra blijven. Alleen vlak na de atoomaanval kwamen patrouilles van de Federatie de verwoestingen bekijken. Daarna zagen we nooit meer iemand.' Hier pauzeerde Cronos even. 'Maar je ziet De Wit, het leven is onuitroeibaar. De achtergebleven zieken kregen kinderen. Onze kinderen pasten zich aan de nieuwe omstandigheden van de planeet aan. Ze willen opnieuw een toekomst opbouwen.' Hij sloeg een blik op twee in dierenvel gehulde mannen die takkenbossen binnen brachten. 'Junior Vader heeft waarschijnlijk aangevoeld dat dit zou gebeuren. Hij beloofde een boodschap te zullen sturen als hij en het volk van Terra de eindbestemming bereiken.' Hij keek somber voor zich uit. 'Dat is nu meer dan zeventig jaar geleden. En al die tijd keken we uit naar een teken. De tijd dringt, want wat hij niet voorzag is dat onze kinderen door een nieuwe catastrofe zijn getroffen. Eerst hadden we grote angst dat de nieuw geboren kinderen stralingsziekten of genetische afwijkingen zouden hebben. Maar aanvankelijk wees niets daarop. Ze waren gezond en groeiden op zoals wij zijn opgegroeid. Maar na veertig jaar bleek er toch iets mis te zijn. Een aantal veertigjarigen vertoonde ouderdomsverschijnselen. We zijn een uitgebreid medisch onderzoek gestart bij iedereen die na de ramp geboren is. Het bleek dat kinderen van ouders met stralingsziekten allemaal vroegtijdige ouderdomsverschijnselen vertoonden. Negen en negentig procent van de huidige bevolking is er door getroffen. Iedereen die gezond was is vertrokken met het ruimtependel. Onze eerste vrees werd toch bewaarheid.'
Tim de Wit zag dat tranen in zijn ogen schoten.
'We denken dat in de derde en de vierde generatie slechts een enkeling de negentig jaar haalt. Na hun veertigste zullen de volgende generaties kinderen van Terra in de kracht van hun leven zijn. Daarna zullen ze snel aftakelen als een strovuur dat opbrandt in een storm.'
- 'negentig.' fluisterde Tim de Wit ontdaan.
'Ja.' sprak Cronos. 'In alles gelijken ze op ons, behalve hun korte levensduur. De medische technologie schiet te kort. We kunnen er niets aan doen. Het is een ramp voor onze bevolking. Het is vreselijk als je bedenkt hoe kort een mensenleven op Terra is geworden. Hoe weinig ervaring we kunnen opbouwen. Hoeveel kennis we al weer snel zullen moeten doorgeven aan de volgende generatie.' Cronos zweeg. Het leek alsof het toekomstbeeld dat hij schetste hem verstomde. 'Ik weet niet hoe ik ze kan helpen De Wit! De nieuwgeborenen zijn verdoemd door het verleden.
Tim de Wit keek Cronos aan en dacht na over de onvoorstelbare rampspoed van de bevolking van Terra. Aarzelend zei hij 'En als jullie in contact komen met de mensheid op andere planeten. Dan is hun nageslacht toch gered. Alleen de Federatie is....'
Met een geweldige vuistslag op het bureau snoerde Cronos hem de mond. 'Heulen met de duivel wil je zeggen..... Ons vermengen met onze moordenaars wil je ons voorstellen.... Nooit. Nooit zolang de ouden van Terra leven! Nooit!'
Tim de Wit had willen vragen hoeveel ouden er nog op Terra leefden, maar hield zijn mond.
Cronos zuchtte en vervolgde 'Gelukkig stonden we tot nu toe niet voor de keuze. De Centrale Macht viel ons niet meer lastig..... Tenminste.... Tot jullie kwamen.'
- 'Maar wat wil je dan? Wachten op een teken van Junior van ORAS en dan wachten tot hij jullie van Terra komt ophalen?'
Cronos stond op en keek in de verte. 'Hij beloofde dat hij een teken zou geven als ze hun eindbestemming bereikten. We zijn ‚‚n volk. Onze band houdt stand ongeacht de ruimte en tijd die ons scheidt. We zullen moeten wachten op wat komen gaat.'
Twee in dierenvel geklede jagers hadden het houtvuur aangestoken. De goudgele vlammen likten omhoog langs de achtermuur van de grote schouw. Bij de laatste woorden van Cronos zag Tim de Wit in het schemerige licht van het hospitaal plotseling het gezicht van Susan op de muur. Hij hoorde de woorden die ze had gesproken. 'Ik kan niet bij je blijven..... Ik hou van je, tot het einde van de sterren. Je hebt de leegte in mijn hart gevuld met een eeuwig verlangen naar jouw.' Haar gezicht vervaagde. Hij keek naar Cronos. 'Eindbestemming? Welke eindbestemming? Weet je waar het LAM naar toe is gegaan?'
Cronos haalde zijn schouders op. 'Ik weet niet waar ze naar toe zijn. Ik weet wel wat ze zoeken. Als ze het vinden dan is er hoop voor de kinderen van Terra.' Hij keek Tim de Wit recht in zijn ogen. 'De Federatie zal nooit te weten komen waar ze naar toe zijn. U zoek hier op de verkeerde plaats.'
Tim de Wit begreep wat Cronos bedoelde. 'We zijn zelf op de vlucht voor de Federatie.'
- 'Weet u dat zeker?' Vroeg Cronos.
'Waarom liet de Centrale Macht u dan hierheen koersen? Weet u eigenlijk waarom men — koos als gezagvoerder van deze missie?'

Er viel een stilte. Cronos keek voor zich uit. De avond was gevallen. Het vuur wierp grillige schaduwen op de muren.
Tim de Wit had een gevoel alsof hij droomde. Plotseling keek hij op. 'Ik ben de tijd vergeten.' Hij greep naar zijn polstransmitter. 'Hallo Joop?!'
- 'De Wit... Ik ben in alle staten, had je je niet kunnen melden!'
- 'Sorry Joop. Ik kom terug. Alles is in orde.' Hij richtte zich tot Cronos. 'Ik weet niet wat er gaat gebeuren. Misschien niets, misschien komt er een ruimteschip van de Federatie, misschien alleen maar een lichtboodschap met nieuwe instructies. We zullen zien.'
Cronos rolde zijn stoel van achter het bureau. Nu pas zag Tim dat hij beide benen miste.
'Eva.' riep hij. 'Eva'
Eva kwam het vertrek binnen.
'Haal het talenwonder eens op. Hij gaat mee met gezagvoerder De Wit.'
Eva draaide zich om en liep terug vanwaar ze kwam. Cronos riep naar een jager bij de ingang. 'Zijn er al berichten binnen?'
De man knikte. 'De meeste antwoordden dat ze de boodschap hebben ontvangen en dat ze extra waakzaam zullen zijn.'
Cronos richtte zich tot Tim de Wit. 'Normaal gesproken seinen we met zonlicht en spiegels, met bewolkt weer en 's-nachts ben ik aangewezen op boodschappers. Gelukkig is de afstand niet al te groot.'
- 'Je kunt de polstransmitter van Rodger hier houden dan hou ik je op de hoogte. Je weet hoe hij werkt.' Zodra hij Rodger zag draaide hij zich om en liep naar buiten. Het was vrijwel donker.
'Waarom had de oude die vraag gesteld?' vroeg hij zich af. 'Waarom heeft de Centrale Macht mij uitgekozen als gezagvoerder van de controlemissie naar ORAS?'
Op enige afstand stond de dienstwagen te spiegelen in het licht van de opkomende maan. Rondom, op enige afstand stonden primitief geklede mensen nieuwsgierig te kijken. Rodger klom voor hem uit naar binnen. Zonder een woord tegen Joop te zeggen plofte Tim de Wit in een stoel. Rodger nam geruisloos plaats achter het controlepaneel.
'En?!' vroeg Joop.
- 'Wat en?' bromde Tim de Wit.
'Wat is er van de bevolking geworden?'
- 'Weet je waar we zitten?' vroeg Tim de Wit bijna venijnig.
'Op Terra.' antwoordde Joop.
Hij keek Joop zwijgend aan. 'Weet iedereen dan alles eerder dan ik?' vroeg hij zich boos af. 'Waarom vraag je dan wat er van de bevolking is geworden?!'
Joop opende zijn mond en sloot hem weer.
Tim de Wit sloeg met zijn vuist op tafel en gromde 'Ze denken dat Junior van ORAS hen niet zal vergeten en op zal komen halen.' Hij maakte een laatdunkend gebaar. 'Wat een onzin.' voegde hij er aan toe. Hij voelde een wee gevoel in zijn maagstreek. 'Opstijgen.' commandeerde hij Rodger.
Rodger koppelde het grote scherm aan de buikcamera van de dienstwagen. Langzaam kwamen ze in beweging. Hij zag op het grote scherm hoe de omstanders uiteen stoven. Cronos zat bedaard voor de ingang van zijn hospitaal. Een geel flakkerend licht uit de ingang gaf hem een spookachtig uiterlijk. Eva stond naast hem en zwaaide. Ze werden snel twee kleine stippen in een zee van ru‹nes. Rodger staarde naar het scherm tot hij niets meer van haar zag. Daarna keek hij naar Joop. 'Geef me de koersco”rdinaten van het ruimtependel Joop.'
- 'Niet nodig.' antwoordde Joop. Het pendel is dichtbij, achter de maan van Terra.
Tim de Wit keek even op maar verzonk weer in gepeins zonder wat gezegd te hebben.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

15. Stakende stemmen

Mario stond op en nam het woord. 'Dit ruimteschip is gebouwd voor lange reizen. Het heeft de meest geavanceerde militaire apparatuur aan boord die in de Nevel is te vinden. Het is het snelste type ruimteschip van de Federatie. Er bestaan nog maar een paar ruimteschepen van deze nieuwe generatie die bijna de lichtsnelheid halen. Het gaat bijna dertig keer zo snel als de gangbare ruimteschepen. Het pendel kan nog zeker 500 jaar mee zonder grote onderhoudsbeurt en zelfs dat is nog langer uit te stellen. We hebben de keus om ons te vestigen op een kolonistenplaneet of om zelf een geschikte planeet op te zoeken. De Nevel is groot. We hebben de toekomst. Ik ben ervoor om gewoon hier weg te vliegen en heel die geschiedenis met de Centrale Macht en Terra te vergeten. Hoe sneller we daartoe beslissen hoe beter het is. De omgeving mag dan wel veilig zijn, maar als er ruimteschepen van de Centrale Macht komen dan zitten we weer in de problemen.'
Hij ging zitten en zag dat Johan, Els, Marc en May wel wat voelden voor zijn voorstel.
Johan nam het woord. 'Ik ben geen controleur meer bij de Federatie.' Hij keek naar Tim de Wit. 'Het spijt me Tim, maar we horen niets van het hoofdkwartier. Wat mij betreft ben je geen gezagvoerder meer. We zijn op het voorgeschreven eindpunt gearriveerd, de missie is ten einde.'
Iedereen keek naar Tim. Die schraapte zijn keel en keek de kring rond en zei met zachte stem 'Vrienden, Johan heeft gelijk we moeten een nieuwe leider kiezen die het vertrouwen heeft van iedereen. Maar, de periode waarin officieel onze aankomst is gepland is zesendertig uur lang en is pas over tien uur verstreken. Misschien krijg je gelijk Johan, misschien ook niet. Je conclusie is in ieder geval voorbarig. Als we binnen tien uur niets horen dan stel ik mijn functie als gezagvoerder ter beschikking.'
Joop schoof ongemakkelijk op zijn stoel en nam het woord. 'We hoeven onze beslissing niet uit te stellen. We kunnen nu al besluiten om te vertrekken. Ik ben het met Mario eens. We moeten hier weg. Ik wil definitief afrekenen met deze hele geschiedenis rond Terra. Niets houdt ons meer tegen. Maar wat mij betreft hoeven we niet op zoek naar een planeet om ons te vestigen. Ik ben nu al jarenlang op reis voor de Federatie. Ik heb genoeg kolonistenplaneten gezien om te weten wat daar uiteindelijk mee gebeurt. Ik voel er niets voor om op de een of andere kolonistenplaneet de komst van een Federatieve controlemissie af te gaan zitten wachten. Het ruimtependel is mijn woonplaats. Ik stel voor om gewoon op de oude voet door te gaan. Maar in plaats van pas ingelijfde kolonistenplaneten te controleren gaan we zo af en toe op bezoek bij onafhankelijke kolonisten. We blijven overal zolang het ons uitkomt. We vertrekken wanneer de meerderheid vertrekken wil. Wie wil blijven blijft, en zoekt een geschikte vervanger.'
Tim de Wit schudde zijn hoofd. Maar niemand lette op hem. Iedereen praatte door elkaar heen. Rodger zat wat sip voor zich uit te kijken. Plotseling stond hij op en liep naar de deur van de commandoruimte. De anderen keken hem verbaasd aan en het geroezemoes verstomde.
'Wat ga je doen Rod?' vroeg Joop.
'Ik ga wat eten. Dit is toch een heilloze discussie en ik heb honger.'
- 'Waarom? Ben je het niet met mijn voorstel eens?'
- 'Ach. Op het eerste gezicht klinkt het goed. Maar probeer je eens voor te stellen hoe de praktijk zal zijn. Bij elke volgende planeet zal er een discussie uitbreken over de vraag 'hier blijven of niet?', en 'wanneer vertrekken?' Bij elke volgende planeet zullen de achterblijvers voldoende uitrusting opeisen om te kunnen overleven. Bijvoorbeeld een dienstwagen. En daarvan hebben we er maar acht. Ze zijn van levensbelang voor het ruimtependel. En de nieuwkomers? Welke rechten hebben die? Niets? Of dezelfde?' De anderen zwegen. Hij keek even naar Tim. 'Waarom blijven we niet gewoon hier, of spreken we tenminste af dat Terra de thuisbasis wordt van het Ruimtependel in plaats van een doelloze trektocht door de Nevel te ondernemen.'
Joop was rood aangelopen bij de woorden van Rodger. Ook hij ging staan en sprak heftig 'Terra is een verdoemd oord. De bevolking is gedegenereerd omdat ze te lang aan straling is blootgesteld. De Centrale Macht zal iedere beschaving die hier wordt opgebouwd vernietigen.' Bijna verwijtend voegde hij er aan toe 'Ik dacht dat jij de avonturier was, nu wil je plotseling blijven?!'
- 'Dat klopt niet Joop.' mengde Tim zich opnieuw in de discussie. 'Je weet net zo goed als ik dat Terra uit de geschiedenis van de Federatie is geschrapt. Dit zonnestelsel is niet eens meer geclassificeerd. De kans dat hier een Federatief ruimteschip langs komt is gelijk aan nul. Nergens anders ben je zo veilig als hier. Dit is een vrijhaven binnen de Federatieve Nevel. Als we ergens onze toekomst kunnen opbouwen dan is het juist hier!'
- 'En wij dan?' schreeuwde Joop. 'Wat doen wij dan hier? Onze aanwezigheid hier bewijst toch dat Terra nog steeds alle aandacht heeft van de Federatie. Ze zullen weten dat onze missie naar ORAS is mislukt omdat we geen wetenschappelijke informatie naar de Derde Planeet doorseinden.'
Tim greep met beide handen het tafelblad. 'Ga allemaal zitten.' sprak hij met ijzige kalmte.
Stommelend gaf zelfs Joop gehoor aan zijn woorden. Alleen Rodger bleef staan.
'Misschien heeft Joop gelijk. Maar binnen tien uur tijd kunnen we die vraag pas definitief beantwoorden. Dan pas weten we wat de Centrale Macht met ons voor heeft.'
Joop sprong geagiteerd van zijn stoel. 'Alleen als binnen tien uur een lichtboodschap komt die de atoombommen hier aan boord activeert weet ik waar ik aan toe ben. Dan zijn we namelijk hier naar toe geloodst omdat we hier zonder getuigen uit elkaar kunnen ploffen..... De laatste bewoners van Terra zouden dan ook direct zijn opgeruimd.' Hij keek naar Misha. 'Maar het kan ook zijn dat ze hier nog eens een kijkje komen nemen met een ander ruimtependel. Om het zeker te weten of alles loopt zoals ze gepland hadden. Of misschien komt er een lichtboodschap met een nieuwe faseopdracht, met nieuwe complicaties. Dan hebben we misschien een Federatief ruimtependel aan onze staart hangen en zitten we weer midden in die verdomde intriges.'
- 'We zullen het spoedig weten Joop.' sprak Tim. 'Dank zij Mario ploffen we niet uit elkaar.'
Joop was verbijsterd. 'Maar waarom wil je dat weten? Waarom wil je bij die wilden hier blijven die jou niet vertrouwen en de Federatie als vijand nummer één beschouwen?!'
- 'We zullen met ze moeten onderhandelen. Zolang ik gezagvoerder ben vertrekken we niet.'
Joop was met stomheid geslagen. Rodger leunde tegen het controlepaneel. Tim de Wit keek de tafel rond en sprak langzaam 'De standpunten die nu over tafel zijn gegaan verschillen sterk van elkaar en zijn tegenstrijdig. Ze zijn ook onvoldoende uitgewerkt om tot een beslissing te komen. Ik stel voor om hier minimaal tien uur te blijven en de zaak nog eens goed te overwegen.'
Joop hief zijn handen ten hemel terwijl Tim de Wit rustig doorsprak. 'Diegenen die hier willen blijven moeten overleggen met de bevolking en kijken of er een geschikte woonlokatie is te vinden. Diegene die willen vertrekken moeten nadenken over een goed doordacht reisdoel. Over tien uur komen we bij elkaar.' Hij wachtte geen verdere reacties af en stond op.
Joop beet op zijn lip. 'Ik steek hier geen poot naar uit Tim de Wit. Je ziet maar.' siste hij. 'Ik begrijp nu pas waarom ze jouw als gezagvoerder van deze missie aanstelden.' Tim de Wit's pas stokte. 'Ze wisten dat jij elke missie tot de laatste seconde toe als gezagvoerder wil volbrengen. Ze wisten dat jij volgens het boekje zou handelen, de regels zou naleven tot het einde, onder alle omstandigheden, ook al is elke uitvoering van die regels zinloos.'
Ze keken elkaar met bloeddoorlopen ogen aan. Iedereen keek het tweetal gespannen aan. Ogenschijnlijk ontspannen sprak Tim De wit langzaam, terwijl hij Joop indringend aankeek 'Gezien de houding van beide partijen lijkt het me verstandig om de komende tien uur de leiding over te dragen.' Hij nam zijn ogen van Joop af. Hij keek de kring rond. Zijn ogen bleven op Misha rusten.
'Ik?' zei Misha terwijl hij zag dat iedereen instemmend knikte.
'Je bent de oudste en je hebt geen partij gekozen.'
Misha knikte berustend.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

16. De lichtboodschap

'We moeten hier zo snel mogelijk vertrekken Misha!' sprak Joop op gedempte toon. Ze zaten in de commandoruimte. Het ruimtependel hing in de schaduw van de maan. 'Elk moment kunnen er ruimteschepen van de Centrale Macht verschijnen om te controleren of alles afliep zoals ze planden. Tot nu toe hebben we puur geluk gehad omdat er een rekenfoutje is gemaakt met de afstand tot ORAS. Je zei het zelf. Ze hebben geen vertrouwen in hun mensen.'
Misha zuchtte diep. 'Ze kunnen ook gewoon afwachten.' sprak hij onzeker. 'We moesten immers na ons vertrek van ORAS alle wetenschappelijke kennis op het gebied van aandrijftechniek en communicatie per lichtboodschap naar de Derde Planeet verzenden. Als die lichtboodschap inderdaad was verzonden zou die pas over enkele maanden aankomen. Pas dan bemerken ze dat er geen lichtboodschap is verstuurd en zullen ze echt gealarmeerd zijn.'
- 'Nee Misha. Juist omdat die lichtboodschap pas over enkele maanden de Derde Planeet bereikt zullen ze hier een kijkje komen nemen.' Hij pakte de twee kopjes waaruit ze net koffie hadden gedronken. Hij plaatste ze op twee meter van elkaar op de tafel. 'Kijk dit is de Derde planeet.' Hij wees op het eerste kopje. 'Van hier zijn we vertrokken. We zijn in een bijna rechte lijn naar ORAS gegaan.'
Hij bewoog zijn vinger in een rechte lijn naar het tweede kopje. 'Daar kwamen we anderhalve dag te vroeg aan, omdat het zonnestelsel van ORAS op drift was en de Centrale Macht dat niet wist. Toen zijn we naar Terra gereisd.' Hij keek om zich heen, pakte de glazen suikerpot, en plaatste die in het midden tussen de twee kopjes. Niet precies op de verbindingslijn, maar een stukje eronder. Hij bewoog zijn vinger van het tweede kopje naar de suikerpot. 'Wederom zijn we anderhalve dag te vroeg aangekomen.... Het was logisch om ons naar Terra te sturen. Het lag op de terugweg. En het is even logisch dat ze ons hier opwachten of tegemoet komen als ze de zaak niet vertrouwen.'
- 'Maar ze hebben onze reis minitieus voorbereid.' wierp Misha zonder veel overtuiging tegen. 'De menselijke factor Misha. De zwakke schakel.'
Misha zuchtte. 'We kunnen niet weg zolang De Wit op Terra zit.'
- 'Roep hem dan terug. Jij bent gezagvoerder.'
Misha schudde zijn hoofd. 'Nee Joop. Hij krijgt de tijd om te onderhandelen met de ouden van Terra over een permanente verblijfplaats. Dat was de afspraak.'
- 'Misha.' sprak Joop opnieuw. 'Straks is het te laat.'
- 'Hou je mond Joop.' sprak Misha geërgerd. 'Ik ga slapen. Goede wacht.' Hij stond op en stootte tegen de tafel. De suikerpot viel om en rolde naar de rand. Joop probeerde hem met een snelle beweging tegen te houden. In plaats van hem te grijpen gaf hij een duw.... De pot spatte in scherven uiteen op de grond. De suiker verspreidde zich over de vloer.
Bedremmeld stond Misha te kijken naar de ravage. 'Het spijt me..' begon hij.
'Geeft niet. Scherven brengen.....' Joop maakte de zin niet af. 'Ik ruim het wel op.' Zonder nog naar de vertrekkende Misha om te kijken stond hij op om veger en blik te halen.

Joop had de lichten gedoofd. Alleen het schemerlampje brandde. De boordradio speelde zachtjes. Hij leunde achterover in zijn stoel, de benen op het bureaublad. Zijn handen had hij achter zijn hoofd gevouwen. Zijn ogen had hij gesloten. De Telecom piepte. Hij veerde op en zag dat De Wit contact zocht via zijn polstransmitter. Zijn gezicht verscheen op de monitor.
'Hallo Joop is Misha daar.'
- 'Die is net gaan slapen. Ik heb wachtdienst.'
Tim de Wit aarzelde even. 'Kun je Misha oproepen ik wil met hem overleggen. Ik wil dat we langer blijven.' Joop was sprakeloos. 'Wat...?'
- 'Ik wil langer blijven.' herhaalde Tim de Wit.
- 'Langer?..... Waarom?'
- 'Dat wil ik met gezagvoerder Misha bespreken.....'
Joop staarde naar het zelfverzekerde gezicht van De Wit. 'Je bent gek. We moeten hier juist zo snel mogelijk weg.'
Tim de Wit zweeg. Joop's hand bewoog zich aarzelend naar de Telecom. Hij boog de microfoon naar zijn mond terwijl hij De Wit bleef aanstaren. Hij toetste de code van Misha in. 'Misha? De Wit wil met je spreken.'
'Schakel maar door Joop.'
Het beeld viel weg. Joop trommelde zenuwachtig met zijn vingers op de rand van het bureau. Hij keek naar buiten door de grote ramen van de commandohut. Rechts zag hij de maan. Een grote donkere bol die fel schitterende randen had door het licht van de zon aan de andere kant. Hij keek naar het controlepaneel. De groene lamp van alert-3 brandde. Gejaagd dacht hij na. 'Als hij echt nog langer op Terra wil blijven.... houdt niets een beslissing om te vertrekken tegen. Als hij de afspraken wil doorbreken.....' Hij dacht aan de andere bemanningsleden. 'We moeten hier weg. Zo snel mogelijk.' Het gejaagde onrustige gevoel in hem nam af. Weer keek hij naar het controlepaneel. Een knipperende lamp trok zijn aandacht. Een schok ging door hem heen.
'Een lichtboodschap.' sprak hij huiverend. 'Nu zullen we zien waar we aan toe zijn.' Zijn hart bonsde terwijl hij het toetsenbord naar zich toe schoof en enkele toetsen aansloeg. 'Het is ongetwijfeld het commando voor zelfontsteking van de atoombommen.' Op het scherm verscheen een serie codes. 'Shit.' sprak hij hartgrondig. 'Een faseopdracht.' Vliegensvlug raakten zijn vingers het toetsenbord. De codes op het scherm volgden elkaar snel op. Zijn ogen flitsten heen en weer tussen zijn vingers en het scherm van de centrale computer. Plotseling hield hij stil en leunde achterover.
'Dacht ik het niet..... De deblokkering is pas over vier uur, aan het einde van de officiële aankomstperiode.' Weer boog hij zich over het toetsenbord. 'Nu nog de opdracht ontcijferen...' Gespannen keek hij naar het beeldscherm. Het bekende beeld van een faseopdracht werd zichtbaar. Zijn hart klopte in zijn keel terwijl hij de regels las.

    *Faseopdracht 23*
    *Deblokkering volgens vluchtschema 5*
    *20518181*
Hij sloeg met een trillende vinger op de paginatoets voor de eerste bladzijde.
    *20518181 Alert 1*
    *Stap 1. Controleer de planeten in het zonnestelsel op aanwezigheid van menselijk leven, maar vermijdt elk contact indien er mensen wonen*
    *Stap 2. Vertrek binnen 24 uur voor rapportage naar de Derde Planeet*
    *Stap 3. Koersopdracht: 71/141118/451845-16121195520*
Hij balde zijn vuisten terwijl langzaam de betekenis van de woorden tot hem doordrong. 'Ze zijn overtuigd van hun eigen superioriteit.' dacht hij. 'Ze laten ons gewoon terugkeren. Ze menen dat we alles volgens opdracht uitvoerden. Ze denken dat niets is misgegaan.' Zijn gedachtenstroom stokte. 'Of is het een list. Willen ze ons laten exploderen?' Vertwijfeld grepen zijn handen in elkaar. 'Of willen ze ons naar zich toelokken?' Hij stond op en liep naar de deur. Hij stopte en draaide zich weer om naar het beeldscherm. Het koude zweet brak hem uit. 'Wat maakt het uit?' Hij ging zitten. 'Hier moet een eind aan komen.' Hij wilde weer opstaan. Langzaam ging hij weer zitten. Een sluw lachje speelde om zijn mondhoeken. Koortsachtig begon hij te typen terwijl hij in zichzellf herhaalde 'Er moet een eind aan komen. Er moet een eind aan komen. Er moet een eind aan komen. Er moet een eind aan komen....'

Zijn vingers bleven rusten. Hij schoof het toetsenbord van zich af, pakte zijn zakdoek en veegde het zweet van zijn voorhoofd. Hij aarzelde. Hij zag het gezicht van De Wit weer voor zich. Opnieuw hoorde hij hem zeggen 'Ik wil langer blijven.' Hij schakelde de Telecom in. 'Misha?'
- 'Wat nu weer?' antwoorde Misha met een knorrige stem. 'Kan ik niet gewoon even slapen?'
- 'Misha, het spijt me. We hebben een lichtboodschap ontvangen. Het is een faseopdracht. Ik heb hem ontcijferd. Het is dringend.'
- 'Ik kom.'
Gehaast kwam Misha vijf minuten later de commandohut binnen. 'Laat zien.'
- 'Het is een faseopdracht die precies aan het einde van onze officiële aankomstperiode deblokkeert.' sprak Joop terwijl hij het toetsenbord naar zich toe schoof. 'Ik heb hem ontcijferd.' Op het scherm verscheen de tekst.

    *Faseopdracht 23*
    *Deblokkering volgens vluchtschema 5*
    *20518181*
'Let op, nu volgt de opdracht zelf.' Joop drukte op de paginatoets.
    *20518181 Alert 1*
    *Stap 1. Houdt u gereed voor een rendezvous met ruimtependel X-5 circa 1 uur na deblokkering van deze opdracht*
Misha keek naar Joop. Hij struikelde over zijn woorden. 'Dus toch...... Een ruimtependel van ons type..... We hebben nog vier uur voor ze komen. We moeten zo snel mogelijk vertrekken..... Ik zal De Wit oproepen.'
- 'Waarom wilde De Wit langer blijven?' vroeg Joop langs zijn neus weg.
'Over drie weken is de jaarlijkse bijeenkomst van de ouden van Terra. Cronos wilde niet alleen beslissen over het vestigings verzoek van De Wit.'
'Drie weken?!' Joop keek met een glazige glimlach voor zich uit. 'Dat zal hij niet kunnen meemaken.' zei hij met nauwelijks verholen leedvermaak. Misha haalde zijn schouders op en gaf rood alarm.
Vijf seconden later piepte de Telecom. Het hoofd van Tim de Wit kwam in beeld. 'Wat is er aan de hand?'
- 'We kregen een faseopdracht binnen. Joop heeft hem vroegtijdig ontcijferd. Ik zal de tekst doorseinen. Let op.'
Joop zag hoe De Wit zijn ogen op zijn polstransmitter richtte. Ze vernauwden zich. 'Tss. Ze komen ons tegemoet...'
'Wil je nú wel terugkomen Tim?' vroeg Misha. 'Dit is een nieuwe situatie. Jij had verwacht dat er alleen een lichtboodschap met een opdracht tot zelfexplosie zou komen. Maar je had ongelijk.'
- 'Dit had ik niet verwacht nee.' Hij trok een nadenkend gezicht. 'Misschien is het 't verstandigste om ons terug te trekken tot het ruimtependel van de Centrale Macht is vertrokken. Lang zullen ze hier toch niet blijven.'
Joop stond met een vuurrood gezicht op. Achter hem kwamen de eerste bemanningsleden met een slaperig gezicht binnen. 'Is er koffie?' riep Johan. Niemand antwoordde.
Joop duwde Misha bijna ruw opzij. 'Over mijn lijk.' schreeuwde hij door de Telecom. 'Het dringt kennelijk niet tot je hersenpan door dat we pas aan dit kat en muis spel ontsnappen als we er radicaal mee kappen! We vertrekken en we komen niet meer terug. Dat zal ik aan de bemanning voorleggen. Daarover zullen we direct stemmen. Daarna krijg je een kwartier om terug te komen. Je hoort zo direct de uitslag van de stemming.' Hij verbrak de verbinding.
De laatsten kwamen binnen en zetten zich met een vragend gezicht aan de vergadertafel. Het was opvallend stil.
Joop schoof aan. 'Misha, doe je plicht!'

				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. Deel II. OP DE DREMPEL VAN DE EEUWIGHEID
 

17. De ouden van Terra

'Het is een observatorium en een ruimtebaken.' sprak Cronos hoog vanuit de draagstoel. 'Junior Vader koos de lokatie. Hier wachten we elk jaar zoals afgesproken op zijn teken.'
Tim de Wit keek omhoog. 'Is het nog ver?'
'Nee. Het is niet ver meer.' antwoordde Cronos.
Vier mannen droegen de draagstoel. Cronos liet zijn mensen slechts af en toe pauzeren. Alleen het het licht van de fakkels van de vier dragers verlichtte het oneffen pad. De laatste tekenen van de dag maakten plaats voor een langzaam zichtbaar wordende sterrenhemel. Het pad steeg nu langzaam. 'Verwacht je dat hij ooit nog een teken zal geven?'
- 'Ik ben er van overtuigd.' zei Cronos zonder aarzeling. 'Elk jaar, tegen deze tijd, begin ik een onrustig gevoel te krijgen. Dan zeg ik tegen mezelf. Dit jaar zou het kunnen gebeuren. Dan denk ik 'Waarom dit jaar niet. Eens zal hij zijn belofte nakomen.' En als de nacht dan verstrijkt zonder dat er iets gebeurt kruipt de twijfel in mijn hart. Maar dit jaar.... Misschien is dit jaar wel een bijzonder jaar.... Kijk!' Hij wees met zijn hand vooruit.
Tim De wit keek in de aangewezen richting. Bijna recht voor hen uit, in de verte, zag hij een vaag oranje schijnsel. De dragers hadden het ook gezien en versnelden bijna ongemerkt hun pas. Ze bereikten de top van de heuvel. Recht voor hen op de volgende heuvel brandden grote vuren. Daar vlak naast zag hij in het oranje gele schijnsel een groot cirkelvormig bouwsel staan.
'Daar is het.'
Ze liepen verder naar de heuvel met de vuren. Dichtbij gekomen zag Tim dat de verticale delen van het ronde bouwsel grote massieve stenen waren. Ze stonden ongeveer twee meter uit elkaar, aan de bovenkant verbonden door grote dekstenen. Naast het inmense stenen observatorium zat tussen de vuren een groep in het wit geklede mannen en vrouwen.

'Blijf hier wachten.' had Cronos tegen Tim gezegd. Hij zag nu hoe Cronos op zijn draagstoel de groep rond ging en iedereen een hand gaf. Hij telde er niet veel. Misschien twintig. Vanaf de plaats waar hij stond kon hij ze niet allemaal zien. 'Het heeft geen zin meer om toestemming voor je verblijf te vragen.' had Cronos gezegd. 'Je bent er nu eenmaal en we kunnen je niet meer terug sturen.' Had er medelijden in zijn stem doorgeklonken? Hij wist het niet zeker. 'Maak je geen zorgen.' had Cronos gezegd zonder dat hij had gevraagd waarom Tim De Wit had besloten om te blijven. 'We hebben genoeg dierenhuiden. Je hoeft je alleen maar een beetje vies te maken, dan val je niet op! In ons zijn ze niet geïnteresseerd. Waarschijnlijk blijven ze op afstand. En zo niet dan zal ik ze alleen vertellen dat jullie weer zijn vertrokken.'
Cronos zat nu in de kring tussen de andere ouden. Ze hadden allemaal dezelfde witte lange mantels aan die hij Chris Vader ook had zien dragen op ORAS. De meeste hadden lange grijze of witte haren. Voorzichtig sloop Tim de Wit naderbij om te kunnen horen wat ze zeiden. Er was wit brood rondgedeeld waaraan ze allemaal bedachtzaam zaten te peuzelen.
Een vrouw met spierwit haar stond op. Ze was kennelijk de voorzitter. 'Broeders en zusters van het oude Terra, welkom op onze jaarlijkse bijeenkomst. Voor we onze bespreking beginnen wil ik broeder Aloisius excuseren. Hij is ernstig ziek.' Ze pauzeerde tot ze weer ieders aandacht kreeg. 'De belangrijkste gebeurtenis dit jaar is de landing van twee ruimtereizigers in een klein ruimteschip in Atlanta. Cronos wil je verslag doen?'
Tim keek naar de sterrenhemel. Plotseling zag hij een streep licht Het verschijnsel verdween net zo snel als het was opgekomen. 'Meteorieten' dacht hij. Hij spiedde de hemel af maar het verschijnsel herhaalde zich niet. Een brede strook van ontelbare sterren trok zijn aandacht. 'De Nevel' dacht hij met ontzag. 'Terra ligt er midden in.' Het sonore stemgeluid van Cronos verstomde.
'Is het geen spion van de Centrale Macht?' vroeg en van de ouden.
Tim de Wit keek naar de reactie van Cronos. Deze haalde zijn schouders op en zei 'Ik weet niet wat ik er van moet denken. Eerst vertelde hij een fantastisch verhaal over de ontsnapping van het volk van Terra van de planeet ORAS. En ik was geneigd hem te geloven. Daarna vertelde hij dat we de Centrale Macht op bezoek zouden krijgen. Weer geloofde ik hem. Maar ze kwamen niet. Toen zei hij dat ze geen contact met ons mochten opnemen. En daarna zei hij weer dat ze misschien later zouden komen. Ik weet niet wat ik er van denken moet. Maar wat maakt het uit. Hier is niets meer te halen. En als zijn verhaal over ORAS klopt dan zal het niet lang meer duren of Junior Vader geeft ons een teken.'
Een andere oude stond op. 'Broeders en zusters van het oude Terra, ik geloof niet dat we nog een teken van Junior Vader zullen krijgen. Versta me goed. Ik zou het graag willen. Liefst vanavond nog maar elk jaar dooft de vlam van mijn hoop een beetje meer. De problemen van alle dag eisen steeds meer aandacht. Zelfs als hij ons een teken geeft, wat dan? Zal hij onze bevolking willen opnemen? Misschien moeten we gaan leren leven met de gedachte dat het nooit zal gebeuren...' Hij keek in het rond. Enkelen protesteerden luidkeels. Anderen keken bedachtzaam voor zich uit. 'Zelfs als ze de eindbestemming bereiken,' vervolgde hij. 'en wij een teken krijgen, zelfs dan is het onzeker of we ooit van Terra zullen vertrekken, hoezeer daarmee juist dit verdoemde nageslacht van het oude Terra daarmee gered zou worden.'
Geboeid had Tim geluisterd. Hij keek opzij hoe de vuren hun spookachtige licht en schaduw op de vergadering wierpen. Af en toe zag hij dat donkere gestalten takken op de vuren gooiden. Dan vlamden de vuren hoog op en zetten de vergadering in een intense gele gloed. Zijn hart klopt weer sneller, net als de eerste keer toen Cronos had verteld dat Junior Vader had beloofd een teken te geven als ze waren aangekomen op de eindbestemming. Hij stond dicht bij een van de geweldige pilaren van de stenen cirkel en keek weer omhoog naar de sterren. Zijn ogen vulde zich met tranen van verlangen. 'Susan'. Vaag op de achtergrond hoorde hij hoe een van de ouden opsprong en riep dat ze zich klaar moesten houden voor vertrek. Dat Junior Vader niet zijn woord zou breken. 'Susan.... Tot het einde van de sterren.' Hij hoorde een nieuwe stem.
'Broeders en zusters van Terra. De bevolking in mijn gebied groeit te hard. We kunnen ons niet meer voeden met wat de jacht opbrengt. De grond en de weersomstandigheden zijn niet geschikt voor intensieve landbouw. De spanningen nemen toe. Er gaan stemmen op om hier weg te trekken. Naar een beter klimaat. Naar een rivierdal...'
Het gezicht van de spreker werd hel verlicht door het opflakkeren van een van de vuren. Zijn witte mantel werd plotseling nog intenser geel gekleurd en zelfs zijn gezicht en zijn witte haren leken nu het gele licht te weerkaatsen. Hij stopte met spreken. Zijn mond viel open. Hij liet een rauw geluid horen terwijl hij zijn hand ophief en naar de stenen cirkel wees.
'Ontsteken ze daar nu ook al vuren?' dacht Tim. Hij zag hoe de anderen nu in de aangegeven richting keken. Hij zag hoe ze met hel verlichtte en van ontzetting vertrokken gezichten opstonden en naar de openingen tussen de stenen pilaren strompelden en struikelden om beter te kunnen zien wat hij niet kon waarnemen. Hij draaide zich om en keek langs de stenen pilaar de cirkel binnen. Op dat moment viel het heldere licht weg. Hij zag een ogenblik niets meer. Hij wreef in zijn ogen. Langzaam wendden zijn ogen weer aan de duisternis. In het midden van de cirkel zag hij, gezeten op zijn zetel, Junior van ORAS. Hij had een brede lach op zijn gezicht terwijl hij zag hoe de ouden hun ogen niet gelovend de cirkel binnen kwamen en op enige afstand bleven staan. Twee dragers brachten Cronos binnen. Tim zag dat Junior lachte en weende tegelijk. Niemand sprak een woord. Hij voelde hun onuitgesproken onderlinge verbondenheid die als een zinderende spanning even tastbaar was als de stenen cirkel rondom hen. Hij voelde hoe ook zijn geest zich verbond in een storm van wederzijdse gedachten. Op het hoogtepunt spatte de de spanning als een zeepbel uiteen.
'Michelle, hoe is het. Cronos oude vriend, het is goed je weer te zien. Vincent de jaren hebben geen invloed op je gehad.' Een voor een noemde hij de namen van de ouden van Terra. 'En waar zijn Aloisius en Veda en de anderen?'
- 'Aloisius is ziek Junior, de anderen zijn gestorven.' antwoorde de voorzitter en vervolgde 'Wees welkom op Terra. We zijn blij dat je bent gekomen.'
'Wat jullie zien ben ik niet zelf.' sprak Junior. 'Het is een teleprojectie vanuit de eindbestemming. Het volk van Terra is eindelijk aangekomen op zijn eindbestemming. Het is de oorsprong en het eindpunt van het heelal. Het is het punt waar tijd niet bestaat en eeuwigheid begint. Het is het perfecte evenwichtspunt. Tot op het laatst probeerden de duivelse krachten van de Centrale Macht onze plannen te dwarsbomen. Ze zijn er niet in geslaagd. We zijn nu op veilige afstand. We maken nu een begin met de verwezenlijking van onze dromen. Zo gauw we ons hier hebben ingericht stuur ik mijn zoon Chris om jullie op te halen.'
- 'We zijn verheugd met dit teken en deze belofte Junior Vader. Wanneer kunnen we Chris verwachten?' - 'Alles op zijn tijd.' bromde Junior Vader. 'Het duurt niet lang meer. Jullie zullen eerst nieuwe bezoekers krijgen. Alain Chamin, de zoon van mijn vrouw en mijn vriend Albert Chamin.' Er voer een schok door de ouden bij het horen van deze namen. 'Hij komt in een ruimtejager die wordt aangedreven door een gravitatie paneel. Bewaar het paneel zorgvuldig en scherm het af van de buitenwereld. Indien het in handen valt van de Centrale Macht zal een alles vernietigende oorlog de Nevel verscheuren.' Hij zweeg een ogenblik en keek de ouden een voor een aan terwijl hij ze groette met zijn ogen. 'Ik moet nu gaan. Ik zal over jullie waken tot de dag is gekomen.' Even zag Tim verbazing in zijn ogen toen hun blikken elkaar kruisten. 'Gezagvoerder De Wit!'
- 'Geen gezagvoerder meer.' antwoordde Tim. 'Het ruimtependel is vertrokken naar een onbekende bestemming.'
Junior knikte alsof hij het al wist. Hij hief zijn hand als groet.
'Is de Centrale Macht met een tweede ruimtependel naar Terra gekomen?' riep Tim toen hij zich realiseerde dat de oude man afscheid nam. Junior Vader schudde met zijn hoofd. 'Alleen jouw ruimtependel is naar Terra gekomen. Ze komen niet meer naar Terra. Er is geen gevaar. Ik houd die duivels voortdurend in de gaten. Ze denken dat er op Terra niets meer te halen is. Maar wees waakzaam voor kolonisten. Bewaar daarom het geheim van het gravitatiepaneel zorgvuldig, zelfs voor jullie eigen mensen. Alleen dan kan ik Chris zenden en jullie op laten halen.' Hij hief zijn hand op als groet. Een zee van vlammen onttrok hem aan het gezicht.
Met ontzag staarde Tim de Wit in de vuurzee. Plotseling was het donker. Junior van ORAS was verdwenen. Hij hoorde weer het knetteren van de houtvuren. In de struiken en bomen in de omgeving snerpten krekels. Hij keek om zich heen. De ouden schuifelde terug naar de vergaderplaats. Enkelen wierpen een korte blik op hem. Tim keek naar de plek waar een ogenblik geleden Junior van ORAS had gezeten en dacht aan diens woorden. 'Alleen jouw ruimtependel is naar Terra gekomen. Ze komen niet meer naar Terra. Er is geen gevaar.' Hij herkende op de grond de lege witte cirkel. Ze leek precies op de witte cirkel in de gravitatiezaal van het LAM. Zijn verstand registreerde nauwelijks wat zijn ogen waarnamen. 'Ze komen niet naar Terra. Ze denken dat er op Terra niets meer te halen is. Alleen de kolonisten.' Hij keek omhoog. 'Waar is het ruimtependel.....?'
De stem van Cronos haalde hem uit zijn gedachten. 'Wil je me even helpen?' Hij zat nog op de grond, even verderop. 'Mijn dragers zijn gevlucht toen ze Junior Vader zagen.'
Tim liep op hem toe, tilde hem op en droeg hem naar de vergadering.

'Is het nog ver?' vroeg Tim de Wit en keek omhoog. 'Nee. Het is niet ver meer.' antwoordde Cronos.
- 'Gelukkig. Ik dacht dat er nooit een eind aan zou komen.'
- 'Daar is het.' Cronos wees.
In de verte zag Tim nu vaag de contouren van de ruïnes van Atlanta. Voor het eerst sinds twee dagen liepen ze weer op een begaanbaar pad. In de verte hoorde hij een gerucht. Hij herkende Eva die kwam aansnellen met de vaart van een antilope. 'Cronos, Cronos.' De dragers hielden stil. Buiten adem bereikte Eva de toet. 'De Centrale Macht.' hijgde ze. 'Ze zijn toch gekomen. Een ruimteschip van de Centrale Macht. We hebben ze neergehaald met het geluidskanon.'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. EPILOOG
 

1. Terra

Vanuit de tentopening keek Alain uit over de vlakte. In de verte zag hij een grote kudde schapen. Daarachter als een dun glinsterend lint stroomde door het vlakke groene landschap de grote rivier. De zinderende hitte van de namiddag leek alle geluid van de natuur te smoren. Hij had er weinig last van. Zijn tent stond op een verhoging waar elke middag omstreeks deze tijd een lichte, verkoelende wind ging waaien. 'Houd ik daarom van deze plek?' vroeg hij zich af. 'Of is het 't wijdse uitzicht over de vlakte en de rivier?' In de verte, nauwelijks zichtbaar voor het blote oog, waren de kampementen van de andere stammen. Hij dacht aan de discussie die hij gisteren met Enoch had. 'De stamoudsten eisen opnieuw mijn beslissing om te vertrekken. Ze kennen mijn standpunt. Ze willen vertrekken. Ze zijn het niet met me eens. Ze hebben zich voorbereid op de jaarlijkse trek. Ze vragen zich af wanneer ik het teken voor het vertrek geef.'
Hij voelde de onrust in zich smeulen. 'Ze zoeken een voorwendsel om me ter zijde te schuiven. Ze moeten wachten op de boodschappers. Hebben ze mijn antwoord geaccepteerd?'
Hij dacht aan de eerste keer dat hij lijnrecht tegenover de stamoudsten had gestaan. 'Toen was het land arm en schraal.' dacht hij. Ze waren tegen zijn zin in verder getrokken. Dat was drie jaar geleden. Toen hij deze riviervlakte voor het eerst zag had hij het geweten. 'Hier is het. Hier moeten we zijn. Niet verder. Ik moest toen aan de stamhoofden toegeven. Dit keer zal ik níet toegeven aan hun aandringen. Dit land is ideaal om te blijven dit keer zal ik voet bij stuk houden.'

Hij tuurde naar de horizon in het Westen. 'Als de boodschappers eenmaal zijn aankomen, moest de beslissing onherroepelijk vallen.' wist hij. Hij wenste dat ze niet kwamen. En toch klopte zijn hart van onrust. 'Wat houdt hen zo lang op? Waarom zijn ze nog niet gearriveerd? Zou Junior Vader een teken hebben gegeven? Zijn ze onderweg overvallen?' Duizend gedachten speelden door hem heen. Hij voelde zich moe, en oud.
Hij veerde op. Zag hij daar een stofwolk aan de horizon? 'Lamet, Lamet.'
Een jongeman kwam aangerend.
'Lamet. Je hebt betere ogen dan ik. Wat zie je aan de horizon?' Hij wees naar het Westen.
Lamet beschermde zijn ogen tegen de zon en tuurde in de aangewezen richting. 'Het zijn paarden opa. Het zijn drie ruiters te paard.'
Alain voelde zijn hart sneller kloppen. 'De boodschappers?'
'Het is Mathijs, opa.' Hij zakte terug en zuchtte. Nu herkende hij hem ook. Twee dienaren volgden hem. Ze reden in grote vaart in zijn richting. 'Dank je Lamet. Vraag aan je moeder om met het eten rekening te houden met Mathijs.'
De jongen rende weg.
Met donderend geraas reden de ruiters het kampement binnen. Mathijs sprong van zijn paard en rende de verhoging op naar Alain. Hij knielde voor hem en kuste zijn hand.
'Wat brengt je hier Mathijs. Waarom die haast?'
- 'Grootvader ze willen vertrekken zonder uw beslissing. Alle stamoudsten maken zich gereed. De kudden zijn bij elkaar gedreven in de vallei. Ze willen naar het oosten.'
Alain knikte. 'De boodschappers zijn laat dit jaar. Maar elk jaar is de afstand naar de stenen cirkel groter. Misschien komen ze niet meer. Maar ook als ze wel komen staat mijn besluit vast. Ik blijf hier.'
- 'Misschien kunt u beter naar de stamoudsten toegaan, opa. Er zijn er die nog twijfelen. Misschien moet u voorstellen om slechts één keer te overwinteren. Dan belooft u voor volgend jaar een vroege trek. Ze komen vanavond bij elkaar in de tent van Enoch om de knoop door te hakken.'
- 'Volgend jaar...' mompelde Alain.
'Ja volgend jaar.' sprak Mathijs enthousiast. 'Er is hier genoeg wild om ook de winter door te komen. Sommige clans zaaiden graan. Dat willen ze nu ook in de herfst oogsten.'
- 'En toch nemen ze de beslissing om te vertrekken... Als alles waar is wat je zegt Mathijs, als velen niet willen vertrekken, waarom nemen de stamoudsten dan toch de beslissing om te vertrekken?'
Mathijs zweeg. Alain keek hem onderzoekend aan. De jonge man bleef hem recht in zijn ogen aan. Alain begreep wat hij bedoelde. 'Je bedoelt dat ik...'
- 'Opa, u weet net zo goed als ik waar het om draait.'
Alain knikte. 'Je vader is een man van de oude stempel.'
- 'Dat niet alleen opa....'
Peinzend keek Alain Mathijs aan. 'Je hebt één ding met hem gemeen. Je bent recht door zee.' Zijn ogen zochten de horizon af. 'Misschien komt er dit jaar een teken.' Hij zuchtte en dacht 'Moet ik nog langer tegen ze ingaan? Ze zullen zeggen, je wordt te oud. Je wilt niet meer trekken omdat je te oud bent. Wat ik ook te berde breng. Hun besluit staat vast. Ze stelden me niet eens op de hoogte van hun bijeenkomst. Ze hebben niet het lef om die hier te houden, zoals het hoort.' 'Mijn besluit staat ook vast. Ik blijf hier. Ga naar ze toe en zeg dat het besluit van Alain, oudste van de stammen, vaststaat.'
Mathijs bleef rustig zitten. 'Ga nu Mathijs! Mijn beslissing is genomen. Wie Enoch wil volgen doet dat maar. Wie hier wil blijven is welkom.' Mathijs hield zich roerloos. Verward keek Alain hem aan.
'Grootvader.' De stem van Mathijs klonk bijna verwijtend.
Alain zuchtte diep. Hij keek zijn kleinzoon bedachtzaam aan. Hij wist dat het komen moest. 'Heb je genoeg steun onder de stamoudsten?'
- 'Ik denk het wel.' antwoordde Mathijs zonder aarzeling. 'Twee zegden me hun steun toe. Over Seth twijfel ik. Tot nu toe koos hij voor Enoch. Ook Ena staat achter Enoch.'
- 'Dan heb je één stem te weinig.'
Hij schudde zijn hoofd en kneep zijn ogen samen. 'Nee opa. Seth is een windvaan hij kiest alleen maar voor Enoch omdat hij u daarmee dwars kan zitten.'
- 'Hm. Ik begrijp wat je bedoelt.' Moeizaam stond Alain op. Mathijs schoot hem te hulp. 'Lamet.' schreeuwde hij. 'Lamet.' De jonge man kwam binnen gerend. 'Lamet. Trek je mooiste kleren aan. Spring op je paard. Rijdt zo snel mogelijk langs alle stamoudsten en zeg hen dat de vergadering van oudsten vanavond in mijn tent is. Zeg aan niemand dat Mathijs hier is geweest. Zeg hen dat ik de beslissing over de trek heb genomen en aan hen zal meedelen.' Hij draaide zich naar Mathijs terwijl Lamet gehaast de tent verliet. 'En jij Mathijs. Ga jij naar je vader. Zeg dat ik vanavond de beslissing over de trek neem. Zeg dat als hij lef heeft, hij aanwezig moet zijn. Zeg hem dat hij een lafaard is als hij wegblijft en dat niemand een lafaard zal volgen.' Mathijs maakte dat hij wegkwam.

Alain voelde een koortsachtige gejaagdheid over zich komen. Hij dacht een ogenblik na. Dan verliet hij helemaal alleen schuifelend zijn tent. Hij liep de verhoging af en kwam in het kampement. Er was niemand buiten in de brandende middagzon behalve een paar scharrelende kippen. Gehaast liep hij door en keek of niemand hem zag. Middenin stond de grote tent. Hij sloeg de voorhang weg. Even moesten zijn ogen aan het schemerlicht wennen. Hij sloot de ingang weer achter zich af. In het midden, in het schemerige licht van twee olielampen, op een altaar van stenen stond de gele koffer. Hij zuchtte bij de aanblik. Hij trad naderbij. Zijn oude rimpelige hand gleed over het geel geverfde hout en voelde de broze structuur. 'De tand des tijds' dacht hij. Voorzichtig sloeg hij de deksel open. Hij schoof het gravitatiepaneel achteloos opzij en pakte voorzichtig een boek met een zware leren kaft en sloeg het open. 'Jongste geschiedenis van de oorsprongplaneten.' luidde de titel. Tranen schoten in zijn ogen. Hij hoefde de regels niet te lezen. Hij kende ze uit zijn hoofd zoals alles wat hij had gelezen en had meegemaakt feilloos in zijn geheugen stond gegrift. De muffe geur van boeken vulde de tent.

'Hoe wist je al die boeken te vinden tussen die twintig miljoen andere?' vroegen Lilian en Natascha. Ze stonden naast hem.
Alain keek hen verlegen aan en antwoordde 'Ik kende de titels van vroeger. Er waren er nog veel meer dan ik in deze koffer kon meenemen. Ik moest selecteren.' 'Waarom nam ik ze eigenlijk mee?' vroeg hij zich af. 'Ik ken ze uit mijn hoofd en niemand van de stammen kan lezen.'
De woedende stem van Lilian onderbrak zijn gedachten. 'Waar is de Alain Chamin die ik tien jaar geleden voor het eerst ontmoette. De man die op zoek was naar zijn planeet en zijn familie en daarvoor alles opzij zette?!'
- 'Lilian, ik vond Terra terug maar ik was te laat.' verzuchtte hij.
'Je sleept je verleden als een zware last met je mee!' sprak Natascha zacht.
- 'Je hebt gelijk mijn liefste, maar had ik een keus?' Hij voelde de wroeging als een zware steen op zijn maag. 'Het spijt me Natascha. Het spijt me. Ik was het die je in dat dodelijk avontuur meesleepte...' Hij bracht zijn handen naar zijn oren en kromp ineen. 'Alain, Alain, Alain...' Hij hoorde haar doodskreet dwars door het oorverdovende gesnerp van het geluidkanon. Alles werd zwart voor zijn ogen. Hij tastte voor zich uit. Zijn hand raakte het gravitatiepaneel. Hij keek omhoog en zag Junior Vader op zijn zetel midden in de lichtblauwe koepel.
'Als je belooft om de ruimtejager en zijn techniek uit handen van de Centrale Macht te houden en als je op Terra blijft zal ik Chris terugsturen om jou en de achterblijvers op Terra op te halen.... Ga nu eerst naar Terra en je zult begrijpen waarom wij daar vandaan zijn gegaan..... Vaarwel mijn zoon.' Plotseling maakte de oude een bezwerend gebaar met zijn armen. 'Kom niet dichterbij.'
Alain stopte verward en stamelde 'Vader.'
- 'Kom niet dichterbij Alain!' Schreeuwde Junior. 'Niet over de witte lijn.'
Nog een stap maakte Alain in de richting van Junior en het leek alsof hij met een geweldige klap tegen een onzichtbare rubberen wand liep. 'Vader! vader! gilde hij terwijl hij viel. De rotsblokken vielen om hem heen op de grond. In de verte zag hij Junior de rand van de klif bereiken. De hemel stond in brand. Dan doofde het licht.

Hij voelde een hand op zijn schouder. 'Voelt u zich niet goed grootvader?' Hij sloeg zijn ogen op en keek om zich heen. De voorhang van de tent was opengeslagen. De twee olielampen lagen op de grond. 'Ik moet flauwgevallen zijn.' mompelde hij. 'Help me even, wil je.' Mathijs hielp hem op de been.
'Als ik gestorven ben Mathijs, wil ik dat je mijn lichaam verbrandt op een stapel hout en boeken. Die boeken.' Hij wees naar de gele koffer. Mathijs knikte en keek nieuwsgierig in de koffer. Daarna sloeg hij voorzichtig het deksel dicht.
'Zag je dat paneel?' Vroeg hij. Mathijs knikte. 'Het paneel moet bewaard blijven in deze kist. Het is ons onderpand voor de eeuwigheid. Het is het symbool van het verbond dat ik sloot met onze vader in het paradijs. Zolang het daar verborgen blijft zal vader zijn zoon sturen om ons op te halen. Ik heb het je al vaak verteld.'
Weer knikte Mathijs. 'U moet komen opa. De stamhoofden zijn allemaal aangekomen en wachten in uw tent. Ze zijn ongeduldig.
'Misschien moet je nog eens een nieuwe houten kist laten maken Mathijs. Het hout van deze kist wordt oud en bros. Maar dan moet je de oude kist niet weggooien. De binnenkant is nog goed en is essentieel voor het bewaren van het geheim van ons volk. Je moet de oude kist in de nieuwe zetten.'
- 'Opa.' De stem van Mathijs klonk ongeduldig. 'Kom ze wachten niet langer!'
- 'Ach.' mompelde Alain. 'Een half uur meer of minder maakt nu ook niet meer uit.' Schuifelend zette hij zich in beweging terwijl Mathijs hem ondersteunde.

Zo bereikten ze zijn tent. 'Ga voor me uit Mathijs. Zeg dat ik er over tien minuten aankom.' Hij staarde naar de wolkeloze avondhemel die langzaam overging in de nacht en wachtte een ogenblik. Toen rechtte hij zijn rug. Haalde diep adem. Zijn hart bonkte. Hij glimlachte. Hij herkende het gevoel. 'Mijn lichaam maakt zich klaar voor een zware prestatie' dacht hij en voelde hoe een nieuwe energie door zijn aderen stroomde. Hij voelde zich weer sterk en jong en smeet zijn stok weg. Bedaard stapte hij zijn tent binnen en aanschouwde het tafereel van rokende drinkende en verwoed discussiërende mannen. Zijn dienaren renden in het rond om iedereen van spijs en drank te voorzien. De atmosfeer was rokerig. Niemand had hem zien binnenkomen. 'Sinds wanneer wordt er geen eerbied meer getoond als de leider van de stammen binnentreedt.' brulde hij met krachtige stem.
Verschrikt sprongen de aanwezigen op. Met verbazing keken ze hem aan. Een voor een kusten ze zijn hand. 'Uw ouderdom is u niet aan te zien.' sprak Seth vleiend.
Met een bijna soepele tred liep Alain naar het midden van de tent. 'Ga zitten.' beval hij.
'Stamvader Alain. U wilt vanavond de grote trek aankondigen is dat juist?
- 'Houdt je mond Enoch. Als jij hem opendoet komt er alleen maar onzin uit.' Verschrikt en verbaasd hield Enoch zijn mond en ging zitten. 'Vanavond valt de beslissing over de grote trek. Maar eerst heb ik een nog belangrijkere mededeling te doen.'
De aanwezigen schoven onrustig heen en weer. 'Mathijs. Kom hier en kniel voor me neer,' sprak hij met krachtige stem. 'zodat alle aanwezigen kunnen zien hoe ik in het bezit van mijn volledige verstandelijke vermogens en krachten en in aanwezigheid van alle stamoudsten jouw benoem tot leider van de stammen.' Terwijl hij de woorden uitsprak schoof hij de ring van zijn middelvinger. 'Kom hier met je hand.' Mathijs stak zijn hand uit en Alain schoof de ring aan zijn vinger en gaf hem een knipoog. 'Breng hulde aan uw nieuwe leider.'
Met een glimlach stond Mathijs op terwijl Alain voor hem knielde en zijn hand kuste. De anderen volgden een voor een.
Alain ging dicht bij de tentopening zitten. Zijn gedachten waren niet meer bij de stamoudsten in de tent. Hij hoorde nauwelijks nog hoe Mathijs zei 'En nu de kwestie van de grote trek.' Hij merkte dat niemand meer op hem lette. Geruisloos stond hij op en liep naar buiten. Het was nu aardedonker buiten. Een brede band van sterren overspande het firmament. 'De Nevel.' prevelde hij vol ontzag. Zijn ogen speurden de horizon in het Westen af. 'Zullen ze nog komen? Zal Junior Vader een teken hebben gegeven?'


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

DE GELE KOFFER. SF-roman. EPILOOG
 

2. Het paradijs

'Waarom komt hij toch niet?' sprak Junior Vader mopperend. 'Elke keer als ik hem roep is het weer wat anders.' Er werd geklopt. 'Binnen.' schreeuwde hij.
Met een vrome uitdrukking op zijn gezicht kwam Chris Vader aarzelend binnen.
'Sinds wanneer klop jij?' vroeg Junior Vader verbaasd.
'U had mij geroepen Vader?'
'Ja. maar je hoeft niet te kloppen. Je bent mijn enige zoon. Ga zitten.'
- 'Voelt u zich goed vandaag vader?' sprak Chris Vader terwijl hij met een uitgestreken gezicht naar de oude man keek en ging zitten.
'Hm.. Ja. Dank je.' bromde deze. 'Ik voel me altijd goed.'
- 'U weet toch wat ik bedoel vader?'
Junior Vader keek zijn zoon bijna verwijtend aan.
'Dat komt omdat ik me zorgen maak.' weerde Junior af.
- 'Niet alleen zorgen vader.....'
- 'Misschien heb je gelijk.' bromde Junior bijna onhoorbaar. Hij liep weg van het grote Teleprojectie scherm en ging zelf ook zitten. 'Ik heb vandaag goed gegeten. Dat helpt.'
- 'De laatste keren dat ik bij u op bezoek was sloeg u wartaal uit. Één keer kreeg ik zelfs een spreek/schrijver naar mijn hoofd gegooid.....'
Junior Vader knikte bijna schuldbewust. 'Ik weet het Chris. Ik moet regelmatiger eten en drinken. Ik moet minder achter de Telepro zitten. Ik moet meer genieten van mijn omgeving. Ik weet het Chris. Maar ik maak me ongerust.'
Chris Vader zuchtte en bracht zijn hand omhoog en wreef bedachtzaam over zijn voorhoofd. 'Wat is er nu aan de hand Vader. Is het de Federatie?'
- 'Om de Federatie maak ik me geen zorgen.' sprak Junior. 'Ze valt uiteen. Eerst is de beslissing genomen om geen atoomwapens meer in te zetten bij kolonisten planeten. Een paar eeuwen geleden is de Federatieve Controledienst opgeheven. En toen gebeurde een wonder. De kolonisatiegolf kwam tot stilstand. Het lijkt erop dat de Federatie in de komende eeuwen in harmonie verder zal voortbestaan...'
- 'Tot de eerste planeet ertoe overgaat om ruimtewapens te ontwikkelen vader. Is dat het waar u zich zorgen over maakt.'
Junior schudde zijn hoofd. 'Nee. Ooit zal het gebeuren. Dat weet ik zeker. Misschien duurt dat nog duizend jaar misschien tweeduizend jaar. Ergens zal het beginnen. Ergens zal overbevolking ontstaan, tekort aan grondstoffen, voedsel. Of misschien gebeurt het gewoon uit machtsstreven of verveling.... Nee ik houdt het nauwkeurig in de gaten. Voorlopig hebben we geen reden om ons hierover bezorgd te maken.... Nee. Het is op Terra.'
Chris Vader maakte een verveeld gebaar. 'Begint u daar alweer over vader? Ik zei u toch al eerder dat er absoluut geen risico is. Moet ik dat nog eens gaan herhalen.'
- 'Ja jongen. Ik weet wat je wil zeggen. Toch haalt het mijn ongerustheid niet weg.'
- 'Vader! Alstublieft! Hou er mee op! Het is zinloos. Terra is volledig geëlimineerd uit alle Federatieve computersbestanden, archieven, kaarten en noem maar op. Het kolonisme is opgehouden. Het interplanetair verkeer is afgenomen. Dat vertelde u me zelf. De kans dat ze Terra opsporen wordt steeds kleiner. Het gravitatiepaneel zit in een reiskist die is afgeschermd tegen doorlichtingsapparatuur. De kist staat op een heilige plek in een tempel. Niemand haalt het in zijn hoofd hem ook maar aan te raken. Er is een hele kaste priesters die hem dag en nacht bewaakt en hem met inzet van eigen leven wil verdedigen. Waarover maakt u zich nog ongerust?'
Wijfelend keek Junior Vader zijn zoon aan. Dan gooide hij het er uit. 'Ze zijn overmeesterd door een ander volk.'
- 'Dat is niet de eerste keer!' smaalde Chris Vader. 'Ik kan me nog herinneren dat je me vertelde over een oorlog met een volk uit een rivierdal. Die oorlog hadden ze toch verloren? Maar ze brachten de kist toch in veiligheid voordat de overwinnaars hen als slaven afvoerden?'
Junior knikte. 'Bijna dertig jaar stond hij toen in een grot. Maar die grot stond op instorten.... Gelukkig zijn ze op tijd teruggekomen.'
- 'En het gebeurde nog een keer! En ook toen ging het ook goed.' sprak Chris Vader bijna triomfantelijk. 'Ja. Ja. Op het nippertje.' Wierp de oude tegen. 'Toen had je eigenlijk al moeten gaan. Toen moesten de priesters de kist in een tent bewaren. Dat vond ik wel érg riskant. Toen was de Federatieve Controledienst nog actief en waren er nog kolonisten op zoek naar een bewoonbare planeet. Er bleef voortdurend een kans dat ze Terra zouden ontdekken. En ook al vestigen kolonisten zich niet op een reeds bewoonde planeet, er bestond een kans dat ze de positie van Terra in de Nevel bekend zouden maken. Dat was een onaanvaardbaar risico. Toen had je eigenlijk moeten gaan, maar je had geen zin...'
'Het was niet nodig!' onderbrak hij zijn vader. 'En het zal nu ook wel niet nodig zijn.' voegde hij er snerend aan toe. 'Want daar gaat het zeker weer om. Is het niet ..? Nou, laat ik duidelijk zijn vader. Het gaat er niet om of ik zin heb of niet. Het is niet nodig en het is zinloos!'
Junior Vader liet zijn hoofd op zijn handen steunen. 'Je hebt geen zin of er is een andere reden. Ik weet het niet.' Vragend keek hij zijn zoon aan. Deze stond op en liep naar hem toe. Hij knielde voor hem.
'Vader, hou toch eens op. Laat Terra rusten. Je zit bijna elke dag achter de Telepro jezelf te kwellen. Hou toch op.'
Tranen sprongen Junior Vader in de ogen. 'Maar ze verwachten van me dat ik ze help.' fluisterde hij.
'Je weet net zo goed als ik dat je dat van hieruit niet kunt vader!'
- 'Ik had Alain en de ouden van Terra beloofd dat jij hen op zou komen halen.'
Geagiteerd sprong Chris Vader op. 'Begin niet opnieuw met die verwijten Vader. Je weet net zo goed als ik dat Alain een verrader is die ons aller voortbestaan in gevaar bracht.'
- 'Ach. Ik begreep waarom hij het deed. En nu is hij er niet meer.... Hij leek op zijn vader. Als wij open en eerlijk tegenover hem waren geweest dan had hij nooit het LAM verlaten. Hij wilde alleen maar weten wat met Albert en Mireille was gebeurd. Hij wilde weten of ze de atoomaanval hadden overleefd.' Bij het uitspreken van de namen begon Junior zachtjes te huilen. 'Albert... Mireille, wat is er gebeurd.... Waarom ben ik alleen zonder jullie?
Chris Vader draaide zijn hoofd weg en begon te ijsberen. Abrupt draaide hij zich weer naar hem toe. 'Vader het was niet uw schuld.'
Junior Vader keek naar zijn zoon. 'Maar waarom ga je niet naar Terra en waarom los je mijn belofte niet in?' Chris Vader balde zijn vuisten. 'Dat weet u net zo goed als ik. Het zijn er teveel. Zelfs al gaan we met het LAM. Zelfs al laten we iedereen hier. Ze passen er niet in ze zijn met veel te veel.'
Junior keek met afschuw naar zijn zoon. Het leek alsof zijn kwaadheid hem nieuwe energie gaf. 'Kort nadat jullie hier arriveerden met het LAM heb ik zoals afgesproken de boodschap doorgegeven aan de ouden van Terra. Het zou een kleine moeite zijn geweest om die vijfduizend zielen op te halen. Maar jij wilde niet.'
- 'Ik niet alleen vader.' sprak chris Vader geduldig. 'De Raad van Twaalf besliste dat het LAM niet weg kon. Het moest voorlopig als woonplaats blijven dienen.' Hij wachtte even. Toen hij zag dat Junior Vader tegen zijn woorden in wilde gaan vervolgde hij. 'Iedereen was bij aankomst nogal teleurgesteld over het Paradijs.'
Junior Vader haalde zijn schouders op. 'Je had voor mijn standpunt kunnen pleiten.' sprak hij verwijtend. 'Er was tijd genoeg. Maar je hield je mond. Ze snapten niet dat je een paradijs zelf moet scheppen naar eigen inzichten. Ze snapten niet dat zonder scheppende arbeid het leven geen waarde heeft. Ze dachten dat ze in luilekkerland zouden aankomen en verder in eeuwigheid zouden kunnen luieren. Ze zouden zich alleen maar hebben verveeld.' Hij keek naar het grote scherm en stond op. 'Ach.' sprak hij zacht, terwijl hij naar de Telepro liep. 'Toen waren het er nog vijfduizend. Een paar maanden ontbering voor iedereen. Dat was de prijs geweest. Dan had het LAM terug kunnen zijn. Dan zou het hele volk van Terra herenigd zijn geweest.' Hij keek somber voor zich uit en sprak klagend 'Elf jaar wachtte ik hier op jullie. Ik leefde elf jaar in ontbering. Ik heb jullie via de Telepro van adviezen gediend. Met jullie meegeleefd. Ik stelde na zorgvuldige berekeningen de coördinaten van het Paradijs vast. Ik ging er naar toe om vast te stellen of de berekeningen en theorieën klopten. Het koste me vijf jaar om het paradijs te lokaliseren. Daarna wachtte ik elf jaar op jullie komst. Ik kon niet terug omdat mijn ruimtejager defect was. En toen vroeg ik jullie om een paar maanden uit het LAM te komen en in de wildernis te bivakkeren....'
Hij schakelde de Telepro in. 'Kom hier dan kun je zelf het resultaat van jullie zelfzuchtigheid zien.' Op het grote scherm werd Terra zichtbaar. Junior Vader zuchtte. 'Er zijn nu meer dan vier duizend aardjaren verstreken sinds Alain op Terra landde. En nog steeds wachten ze.'
Chris Vader kwam naast hem staan en staarde naar de planeet. 'Het zijn er teveel vader. Sindsdien is de bevolking van Terra geweldig toegenomen. Ze zijn uitgewaaierd over de continenten.'
- 'Wat zou jij doen Chris. Ze hadden geen keus. Ze moesten wachten én overleven. Ze zijn met landbouw en irrigatie begonnen. Zo ontworstelden ze zich aan de prehistorie. Eerst in Mesopotamië en Egypte. Toen rond de Middelandse zee. Daarna in Azië en in de Indus vallei. De laatste eeuwen zijn ook beschavingen ontstaan in Zuid Amerika en Afrika.' Een voor een wees de oude man de gebieden op de planeet aan.
'Het is onmogelijk vader, Ze zijn nu met meer dan tien miljoen. Tien miljoen is ondoenlijk vader.'
- 'Je zoekt uitvluchten Chris. Het gaat niet om de hele bevolking van Terra! Aan al die ongelovige afgodenaanbidders heb ik geen boodschap. Ze zoeken hun heil maar bij hun eigen goden. Slechts een betrekkelijk kleine groep bleef geloven in onze terugkomst. Het zijn de nakomelingen van Alain. Ze geloven in me. Zij beheren het bewijs van het verbond tussen Alain, het volk van Terra en mij.'
- 'En waar is de gele koffer op dit moment?' vroeg Chris Vader plotseling geïnteresseerd.
'In een grote stad in een tempel.'
- 'Nog steeds dezelfde?'
Junior Vader knikte.
Chris Vader wilde weglopen van het scherm en sprak 'Zolang de koffer goed wordt bewaakt is er geen reden om in te grijpen.'
- 'Dat heb je al vaker gezegd. Maar ik maak me zorgen.' wierp Junior tegen.
- 'U maakt zich voortdurend zorgen om niets vader. Kom eens achter die Telepro vandaan. U verdiept zich veel te veel in die wezens van Terra. Het zou beter zijn als u ze gewoon hun gang liet gaan.'
- 'Luister Chris.' sprak Junior Vader met dwingende stem. 'Die veroveraars lijken liberaal. Tot nu toe lieten ze in alle veroverde gebieden de inheemse godsdiensten vrij.'
Vragend keek Chris hem aan. 'Die van het schiereiland?'
'Ja. Oorspronkelijk komen ze van dat schiereiland. Het zijn bouwers van wegen en bruggen. Ze hebben talent voor organiseren. Ze hebben een solide politiek- en rechtssysteem. Ze vormen een geduchte militaire macht. Ongeveer negentig aardjaren geleden annexeerden ze omringende gebieden. Tot nu toe lieten ze de godsdienst en de priesters met rust. Maar ik maak me ongerust. De toestand is instabiel. Er hoeft maar dát te gebeuren.' Hij knipte met zijn vingers.
'En dan?' vroeg Chris schaapachtig. 'Dan slaan ze de tempel aan gruzelementen..., en de reiskoffer.' - 'Je bedoelt.' mompelde Chris Vader. 'Dat er gevaar dreigt? Dat ze het gravitatiepaneel uit de koffer halen?'
Misprijzend keek Junior zijn zoon aan. 'Ja, zo zou je mijn verhaal kunnen samenvatten.' Hij keek zijn zoon verwachtingsvol aan. 'Chris, ze wachten op me.' sprak hij zacht. 'Ik ben te oud en te zwak om te gaan. Ik overleef het niet. Wat kan een oude man daar uitrichten? Jij heb de kracht en de gestalte van een veertiger.... Chris?' Hij legde zijn hand op de schouder van zijn zoon.
'Het heeft geen zin vader. Er zijn risico's aan verbonden. Ons eigen verouderingsproces komt weer op gang. Ze kijken daar niet op een mensenleven meer of minder. Elke keer als ik bij u langs kom vertelt u over oorlogen. Ze jagen elkaar bij duizenden tegelijk over de kling in de ene oorlog na de andere terwijl ze toch al zo onvoorstelbaar kort leven. Waarom zouden we ons leven in de waagschaal stellen voor die gedegeneerde wezens?
Bij de laatste woorden kleurde het hoofd van Junior Vader langzaam rood. 'Elke keer als ik je vraag om ze op te halen heb je smoesjes. Nu heb ik er genoeg van. Je gaat. En daarmee basta!' De stem van Junior Vader ging over in een vervaarlijk gebrul. 'En als je weigert laat ik je door de Raad van Twaalf uit al je functies zetten! Ik vroeg het je al zó vaak. En nu is het uit. Hoor je. Het is uit! Verdwijn uit mijn ogen. Zorg dat je de nodige voorbereidingen treft. Over een maand roep ik je bij me. Dan krijg je instructies en daarna vertrek je.'
- Maar vader dat kunt u me niet...'
- 'Verdwijn uit mijn ogen!'
Chris Vader zag dat verder praten met de oude geen zin had. Hij draaide zich resoluut om en verdween door de deur.
Junior Vader wankelde naar een ligbank en liet zich vallen. 'Mireille, Albert..... Alain.' kreunde hij. Zijn schouders schokten. Langzaam kwam hij tot bedaren. 'Alle verdriet is zelfmedelijden.' mompelde hij. Zijn ogen spoten vuur terwijl hij zijn handen ten hemel hief. 'Ik zal me wreken. Ze zullen boeten voor wat ze ons aandeden. Ze hebben me alleen opgejaagd, niet verslagen. Mijn tijd komt nog.' Hij slofte naar de Telepro en ging op de zetel zitten.
De deur ging open. Twee in witte jas geklede mannen kwamen binnen gerend. 'Meneer Vader. Komt u alstublieft van die zetel af.'
Junior Vader richtte zijn vinger beschuldigend op het tweetal. 'Uit de weg. Ik moet ze beschermen. Laat me vertrekken. Ik moet ze waarschuwen voor de gevaren die ze te wachten staan.'
Een van verpleegkundigen haalde een injectienaald tevoorschijn.
'Ik zal waken en wachten tot het einde van de tijden. En dan zal ik die duivels van de Centrale Macht vernietigen.'
- 'Meneer Vader. De Centrale Macht bestaat al lang niet meer. De Federatie valt uit elkaar. Er is niets meer te vrezen.'
- 'Het kwaad is niet vernietigd.' brulde de oude man. 'Het loert op elke planeet. We moeten waakzaam blijven. We moeten de planeten van de Federatie bewaken. We moeten toeslaan als ze zich ontwikkelen tot een militaire dreiging. We moeten hun ruimtevaart aspiraties vernietigen.' Hij zweeg. De vloeistof uit de injectiespuit deed zijn werk. Hij zuchtte diep.
'Gaat u nu maar even slapen. Na wat rust zult u zich beter voelen.'
De verpleger vergewiste zich ervan dat de oude sliep. 'Ze moesten dat ding hier weghalen.' sprak hij tot de ander. Hij wees op de Telepro.
'Welnee.' antwoordde de ander. 'Dat is zijn enige tijdverdrijf. Nee het zou beter zijn als hij zijn zoon niet meer zag.'

'Je bleef lang weg.' Michael Kafida trok een bezorgd gezicht. 'Was er iets aan de hand Chris?' Ze liepen samen door de laan met rozenstruiken aan de oever van het kleine meer.
'Ach.' sprak Chris Vader tot zijn vriend. 'Sinds mijn halfbroer Alain stierf is hij veranderd. Sindsdien zit hij bijna de hele tijd achter de Telepro. Hij volgt bijna dagelijks het doen en laten van de nakomelingen van de ouden van Terra. De situatie wordt langzaam onhoudbaar Michael. Hij blijft maar aandringen. Dit keer dreigde hij met de Raad van Twaalf.'
- 'Hij maakt toch geen kans.'
Chris Vader keek bedachtzaam. 'Ik weet het niet Michael. Hoeveel mensen wonen er nog in het LAM?' - 'Een paar honderd nog maar. Onze inspanningen beginnen vrucht af te werpen. Het duurde wel lang, maar wie verwachtte nou dat hier echt helemaal niets was. Geen boom, geen dier, geen zaden, niets. En nu. Kijk eens wat een pracht.' Michael Kafida maakte een wijds gebaar.
Chris Vader knikte. 'Je hebt gelijk.' Maar de bezorgde trek op zijn gezicht bleef en hij vervolgde. 'Er zijn te weinig dier- en plantensoorten. De meeste plantensoorten en grote zoogdieren ontbreken helemaal. Ons genetische manipulatie programma gaat te langzaam.'
- 'Och de eerste huisdieren zagen er bemoedigend uit.' wierp Kafida tegen.
- 'Nee Michael. Het waren gedrochten. We moeten onszelf niet voor de gek houden. Daarom ben ik bang dat mijn vader toch aan het langste eind zal trekken. De oude is zo slim als een vos. Hij heeft zijn geduld verloren en zal geen argument ongebruikt laten om mij naar Terra te laten vertrekken.'
- 'Je bedoelt....'
- 'Ja.' sprak Chris Vader somber. 'De Raad dwarsboomde eens zijn plannen uit eigenbelang en verhinderden dat het LAM naar Terra vertrok. Ze zullen nu mij uit eigen belang naar Terra sturen.'
- 'Wat ben je van plan?'
Chris Vader haalde zijn schouders op.
'Het gravitaitepaneel op Terra is een tikkende tijdbom daarin heeft vader gelijk. Maar die paar honderdduizend oorlogzuchtige wilden hierheen halen, stel je voor!'
- 'Maar dat zal iedereen toch inzien!' wierp Kafida tegen.
'Denk je dat Michael?' schamperde Chris Vader. 'Olivia en haar kliek zal die kans aangrijpen om overwicht te krijgen via hun vertegenwoordiging in de Raad van Twaalf. Die lui van Terra zijn een speelbal in de handen van mijn vader. Ze vereren hem als een god....'
Ze slenterden nu vlak langs het meer. Michael Kafida wierp een onverholen bewonderende blik naar zijn vriend. De rozenhaag ging over in een schitterend bloementapijt.
'Wat ga je dan doen Chris?'
- 'Ik weet het niet. Ik heb een vaag idee. Ik moet er nog eens goed over nadenken. Misschien moet ik vader vóór zijn en snel met een ruimtejager naar Terra vertrekken.' Zijn gezicht klaarde weer op en vertoonde de vertrouwde vrome trekken. Hij snoof de geur van de bloemen op en verzonk in gepeins en mompelde 'Wat is hun leven toch onvoorstelbaar kort. Ze hebben geen tijd om ervan te genieten. Ze zijn gedwongen hun voedsel met noeste arbeid aan de grond te onttrekken. Ze moeten dag en nacht zwoegen voor hun meesters. Ze doden elkaar in steeds oplaaiende conflicten en oorlogen. Ze sterven aan ondervoeding en ziekten. Ze zijn oud en versleten voor ze het weten. Ze hebben geen hoop, geen toekomst.' Hij zuchtte even en stapte opgewekt verder. Michael Kafida volgde hem eerbiedig op een halve pas afstand.


				

 

Ga naar de Inhoudsopgave

 


 

Contact

Copyright © 2014. Alle rechten voorbehouden.